Toen hij met die vrouw was meegegaan, was dat zijn eerste slippertje geweest sinds zo’n jaar of twee. Omgang met prostituees was natuurlijk verboden, maar dat was een van die voorschriften die je met een beetje durf wel eens kon overtreden. Het was gevaarlijk, maar het was geen halsmisdrijf. Als je met een prostituee werd betrapt, kon je dat op vijf jaar werkkamp komen te staan, meer niet, als je geen ander misdrijf had begaan. En het was dóódsimpel, als je maar wist te vermijden dat je op heterdaad betrapt werd. In de arme wijken wemelde het van vrouwen die zich graag wilden verkopen. Sommigen kon je zelfs krijgen voor een fles jenever, die de proles niet hoorden te drinken. De Partij was zelfs geneigd prostitutie stilzwijgend aan te moedigen, als uitlaatklep voor driften die niet volledig onderdrukt konden worden. Losbandigheid was niet zo erg, zolang het maar stiekem en vreugdeloos bleef en men alleen de vrouwen van een lagere en verachte klasse daarbij betrok. Onvergeeflijk was promiscuïteit van partijleden onderling. Maar je kon je — hoewel dit een van de misdrijven was die de beklaagden bij de grote zuiveringen altijd weer bekenden — moeilijk voorstellen dat zulke dingen echt gebeurden.
Het was niet alleen de bedoeling van de Partij te voorkomen dat er tussen mannen en vrouwen een aanhankelijkheid zou ontstaan die zij misschien niet onder controle zou kunnen houden. Het eigenlijke, onuitgesproken doel was de geslachtsdaad te ontdoen van alle genot. Niet zozeer liefde alswel erotiek was de vijand, zowel binnen het huwelijk als daarbuiten. Alle huwelijken tussen partijleden moesten goedgekeurd worden door een speciale commissie, en — al werd dat nooit met zoveel woorden gezegd — toestemming werd altijd geweigerd wanneer het paar in kwestie de indruk wekte zich lichamelijk tot elkaar aangetrokken te voelen. Het enige officiële doel van het huwelijk was het voortbrengen van kinderen ten behoeve van de Partij. Geslachtelijke omgang moest beschouwd worden als iets van ondergeschikt belang, een beetje onsmakelijk, zoiets als de toediening van een lavement. Ook dat werd nooit met zoveel woorden toegegeven, maar indirect werd het ieder partijlid van kindsbeen af ingeprent. Er waren zelfs organisaties als het Antiseks Jeugdverbond die voor beide seksen totale onthouding bepleitten. Alle kinderen moesten worden verwekt door kunstmatige bevruchting {arsem — artificiële inseminatie — heette dat in Nieuwspraak) en moesten worden grootgebracht in staatstehuizen. Winston wist wel dat dat niet helemaal serieus gemeend was, maar ergens paste het wel in de algehele partij-ideologie. De Partij deed haar best de geslachtsdrift te doden, en als die niet kon worden gedood, die te vervormen en te bezoedelen. Hij wist niet waarom dat was, maar het leek onvermijdelijk. En voorzover het de vrouwen betrof had het streven van de Partij veel succes gehad.
Hij dacht opnieuw aan Katherine. Het moest nu negen, tien — bijna elf jaar geleden zijn dat ze uit elkaar waren gegaan. Het was merkwaardig zo zelden als hij aan haar dacht. Dagen achtereen kon hij vergeten dat hij ooit getrouwd was geweest. Ze hadden maar zo’n vijftien maanden samengewoond. De Partij verbood echtscheiding, maar scheiding van tafel en bed moedigde men enigszins aan als er geen kinderen waren.
Katherine was een lang, blond meisje geweest, kaarsrecht, en ze kon zich prachtig bewegen. Ze had een vrijpostig gezicht met een haviksneus, een gezicht dat je edel had kunnen noemen voordat je ontdekt had dat er praktisch niets achter school. Al heel in het begin van hun huwelijk had hij gemerkt — misschien doordat hij haar meer van nabij kende dan de meeste mensen — dat zij absoluut het meest domme, alledaagse, lege hoofd bezat dat hij ooit was tegengekomen. Geen gedachte van Katherine was niet tevens een partijleuze, en er was niet één stompzinnigheid, maar dan ook echt niet één, die zij niet slikte als de Partij dat zei. ‘De menselijke grammofoonplaat’ had hij haar in zijn gedachten genoemd. Toch had hij het wel met haar kunnen uithouden als er niet juist dat ene tussen was gekomen — het seksleven.
Zodra hij haar aanraakte leek zij ineen te krimpen en te verstarren. Als je haar omhelsde kon je net zo goed een houten ledenpop omhelzen. En het vreemde was dat zelfs als zij hem tegen zich aandrukte, hij het gevoel kreeg dat ze hem tegelijkertijd met al haar kracht van zich af duwde. Haar gespannen spieren wekten die indruk. Ze lag dan met gesloten ogen, ze bood geen verzet en werkte niet mee, maar ze onderwierp zich. Dat was bijzonder gênant en na verloop van tijd weerzinwekkend. Maar zelfs toen nog had hij wel met haar kunnen samenleven, als ze hadden afgesproken dat ze verder in onthouding zouden leven. Het merkwaardige was echter geweest dat Katherine dat weigerde. Ze moesten, zo zei ze, zo mogelijk een kind voortbrengen. Dus was de handeling blijven doorgaan, regelmatig eens in de week, wanneer het niet onmogelijk was. Ze herinnerde hem er zelfs ’s ochtends aan, als iets dat die avond moest gebeuren en dat ze niet mochten vergeten. Ze had er twee benamingen voor. De ene was ‘een kindje maken’ en de andere ‘onze plicht jegens de Partij’ (ja, die kreet had ze echt gebruikt). Al heel gauw begon hij regelrecht bang te worden als de dag in kwestie weer naderde. Gelukkig echter was er geen kind gekomen, en ten slotte stemde ze erin toe de pogingen te staken, en korte tijd later waren ze uit elkaar gegaan.
Winston zuchtte onhoorbaar. Hij pakte zijn pen weer en schreef:
Ze liet zich vallen op het beden meteen, zonder enige voorbereiding, trok ze, op de meest ordinaire, afschuwelijke manier, haar rok omhoog. Ik…
Hij zag zichzelf weer staan in het gedempte lamplicht, met de lucht van wandluizen en goedkope parfum in zijn neus, en in zijn hart een gevoel van teleurstelling en wrok dat zelfs op dat moment nog vermengd was met de gedachte aan Katherines blanke lijf, voorgoed verstard door de hypnotische macht van de Partij. Waarom moest het toch altijd zo gaan? Waarom kon hij niet gewoon een eigen vrouw hebben in plaats van dit smerige gefrutsel, eens in de zoveel jaar? Maar een echte liefdesverhouding was vrijwel ondenkbaar. De vrouwen in de Partij waren allemaal hetzelfde. Kuisheid was even diep in hen geworteld als trouw aan de Partij. Door zorgvuldige conditionering van jongsaf, door sport en koude baden, door de nonsens die ze telkens weer te leren kregen op school en bij de Spionnen en in de Jeugdbond, door lezingen, optochten, liederen, leuzen en militaire muziek, waren alle natuurlijke gevoelens uit hen verdreven. Zijn verstand zei hem dat er uitzonderingen moesten zijn, maar zijn hart geloofde daar niet in. Ze waren allemaal ongenaakbaar, en zo wilde de Partij het ook. En wat hij nodig had, meer nog dan liefde, dat was het afbreken van die muur van deugdzaamheid, al was het maar één keer in zijn hele leven. Een bevredigende geslachtsdaad was rebellie. Begeerte was misdenk. Zelfs als hij Katherine had kunnen bevrijden uit haar verstarring, zou dat al een soort verleiding zijn geweest, al was ze zijn vrouw. Maar hij moest de rest van het verhaal nog opschrijven. Hij schreef:
Ik draaide de lamp hoger. Toen ik haar in het licht zag…
Na het duister had het zwakke licht van de petroleumlamp heel fel geleken. Voor het eerst kon hij de vrouw goed zien. Hij had een stap in haar richting gedaan en was toen blijven staan, vervuld van wellust en doodsangst. Hij was zich pijnlijk bewust van het risico dat hij genomen had door hierheen te komen. Het was heel goed mogelijk dat de patrouilles hem te grazen zouden nemen als hij wegging; ze konden op ditzelfde moment al buiten voor de deur op wacht staan. Als hij wegging zonder gedaan te hebben waarvoor hij was gekomen…!