Выбрать главу

Meroboth knikte. ‘Ja, jij bent de uitverkorene, de draagster van het magische zwaard.’

Voor Cyane daarop ook maar iets kon zeggen, was Gondolin opgesprongen. Haar ogen flitsten woedend naar Meroboth. ‘Houd toch op met die onzin,’ beet ze hem toe. ‘Zelfs al zou dit belachelijke verhaal waar zijn dan zou ik toch zeker niet toestaan dat Cyane zich aan zo’n gevaar blootstelt.’

Cyane zweeg en haar ogen hadden een afwezige blik. Ze wist dat het verhaal waar was en dat niet alleen. Ze voelde dat dit haar lotsbestemming was. Gevaarlijk of niet, ze voelde een vreemd soort rust over zich heen komen. Ze zag zichzelf weer zoals ze in de spiegel was geweest; gewapend met het zwaard met de drie diamanten. Het beeld klopte. Dat was zij.

‘Die drie diamanten staan voor u en uw broers,’ begreep Cyane opeens.

‘Die drie diamanten staan voor de machten die wij bezitten,’ bevestigde Meroboth. ‘De groene diamant staat voor de krachten van de aarde, die ik beheers en de blauwe voor de waterstromen, de specialisatie van Mekaron. De rode is de machtigste diamant. Dat is de diamant van de Tovenaar van Goed en Kwaad, mijn oudste broer Melsaran. Hij bevat ook de krachten van het vuur. Deze krachten samen maken het zwaard tot een bijna onverslaanbaar wapen.’

‘Maar er is toch nog een element?’ vroeg Cyane een beetje verlegen.

Meroboth keek haar aangenaam verrast aan. ‘Dat klopt, ja. De luchtmagie hoorde oorspronkelijk ook bij deze vormen, maar deze kracht behoort nu toe aan de eenhoorns. Een eenhoorn heeft de eerste magiër Dar ooit zijn leven gered en als dank heeft hij hen deze vorm van magie geschonken. Maar slechts weinigen kunnen met eenhoorns communiceren en niemand weet of zij de magie nog bezitten. Ik beschouw de luchtmagie daarom als verloren en dus blijven alleen mijn eigen krachten en die van mijn broers over.’

Gondolin zag eruit alsof ze elk moment in lachen kon uitbarsten. ‘Ik heb nog nooit zoiets idioots gehoord,’ snoof ze.

‘Het is waar,’ zei Cyane rustig en overredend. ‘Ik heb het gezien.’

‘Tovenaars zijn heel goed in zinsbegoocheling,’ beet Gondolin haar toe.

‘Pardon, het is magiër en die zijn ook heel goed in het veranderen van mensen.’ Meroboth porde wat in het vuur.

Gondolin bekeek hem argwanend. ‘Wat bedoel je?’

‘Eens kijken.’ Meroboth deed alsof hij diep nadacht. ‘Ik kende vroeger een schone dame, net als u. Maar ook zij had een hekel aan magiërs en noemde hen steeds maar tovenaars en zo en nu doet ze niets anders meer dan knorrend in de modder rollen.’

‘Onzin,’ brieste Gondolin.

Meroboth stond op. ‘Zal ik het eens voordoen? Varkens zijn mijn specialiteit, maar misschien moet ik nu eens wat anders verzinnen? Iemand nog een leuk idee?’ Hij deed een stap in haar richting met uitgestoken hand. ‘Wat dacht u van een kakkerlak? Of misschien toch maar een grijze muis?’

Gondolin deed voor de zekerheid een stap naar achteren, maar Meroboth kwam snel bij haar staan. ‘Als u mij of de toekomst van Akonia dwarszit, verander ik u hoogstpersoonlijk in een vieze, oude pad,’ zei hij dreigend.

Gondolins mond viel open en met een beledigd ‘O!’ draaide ze van de magiër weg.

‘Mooi. Ik ben blij dat dat duidelijk is,’ zei Meroboth.

Cyane beet op haar lip. Ze vond het niet prettig dat Gondolin en Meroboth ruzie maakten. Ze hield heel veel van Gondolin. Zij was als een moeder voor haar geweest en ze voelde zich schuldig om het feit dat ze haar wil had genegeerd.

In de ogen van Gondolin stond verdriet en onbegrip te lezen. Ze keek Cyane vragend aan. Die haalde hulpeloos haar schouders op. ‘Ik moet dit doen. Ik kon echt niet met graaf Thorvald trouwen.’

Gondolin leek te aarzelen, toen liep ze op Cyane toe en nam haar in haar armen zoals ze zo vaak had gedaan toen ze nog klein was. Ze streelde over haar lange haren en zei: ‘Ik ben het hier niet mee eens. Tovenaars zijn niet te vertrouwen, maar ik blijf bij je zodat ik zeker weet dat je na dit alles toch nog goed terecht zult komen. We vinden vast nog wel een graaf die met je wil trouwen.’

Cyane glimlachte. ‘Ja, vast wel,’ zei ze hoewel dat wel het laatste was waar ze zich mee bezighield.

Tiron voelde voor het eerst iets wat leek op sympathie voor Gondolin, maar Meroboth keek nog steeds geïrriteerd.

Cyane keerde zich om naar Meroboth. ‘Dus nu moeten we dat zwaard gaan halen en dan gaan we naar Tronador.’

Zowel Meroboth als Tiron moesten lachen om de eenvoud waarmee Cyane zich een en ander voorstelde.

‘Nou, er komt nog wel wat meer bij kijken,’ zei Tiron.

‘De dwergen zijn het zwaard nu aan het smeden. We gaan eerst naar hen,’ vertelde Meroboth. ‘Ik kan mijn krachten meteen aan het zwaard geven, maar daarna zullen we toch echt op zoek moeten naar mijn broers en zoals ik je al vertelde, heb ik hen sinds die noodlottige dag niet meer gezien.’ Hij verzweeg voor het gemak maar even dat de laatste berichten rond zowel Mekaron als Melsaran allesbehalve gunstig waren.

Cyane wilde net iets vragen toen er plotseling hoorngeschal klonk door de stilte van het bos. Iedereen keek met een ruk op.

‘Graaf Thorvald,’ riep Tiron. Zonder aarzelen greep hij Gondolin vast en leidde haar naar haar paard waar hij haar zonder veel plichtplegingen bovenop zette. Ze was te verrast om tegen te sputteren.

Meroboth richtte zijn hand op het vuur en om de vlammen heen begon de aarde te woelen tot een muur van zand zich over het vuur stortte en het doofde. Weer klonk er hoorngeschal. Het leek nu dichterbij te zijn.

Cyane sprong lenig op Horizon en volgde Meroboth, die al op zijn paard zat en rap in het struikgewas verdween. Tiron leidde het paard van Gondolin en verliet als laatste de open plek.

Door de dichte begroeiing vorderden ze maar langzaam. Regelmatig klonk de hoorn door de bossen. Hij klonk steeds luider, steeds dichterbij.

‘Dit heeft geen enkele zin,’ riep Gondolin. ‘Graaf Thorvald heeft raspaarden die tien keer sneller zijn dan dat lelijke beest van jou.’ Hiermee doelde ze op het kleine paardje van Meroboth, dat weliswaar erg snel was, maar eruitzag als een uit de kluiten gewassen ragebol. Hij negeerde Gondolin en spoorde zijn rijdier aan nog sneller te Jopen.

Cyane keek om en zag in de verte de zilveren schittering van de maan in de harnassen van de achtervolgers. Graaf Thorvald had een heel leger meegenomen. Hij moest wel erg gekrenkt zijn in zijn eergevoel.

Meroboth hield plotseling stil.

‘Je kunt je maar beter overgeven,’ zei Gondolin.

Hij keek straal langs haar heen. Toen wendde hij zijn paard en ging langs de anderen terug. Ze konden nu het briesen en het hoefgetrappel van de paarden van de graaf horen.

Meroboth sprong van zijn paard en ging rechtop in het midden van het door hem gebaande pad staan. Hij hief zijn handen op en mompelde iets onverstaanbaars. Enkele seconden gebeurde er niets. Toen klonk er overal een intens gesteun en gekraak uit de bomen.

Tot haar stomme verbazing zag Cyane voor haar ogen de bomen, de struiken en het gras groeien. Het groen kreunde onder het geweld dat het werd aangedaan. De takken strengelden in elkaar en maakten elke doorgang onmogelijk. Ze staarde er ongelovig naar. Binnen enkele minuten stond er een muur van groen zover het oog reikte.

Meroboth stond nog steeds midden op het pad. Hij hijgde en zag er plotseling ouder uit. Tiron aarzelde niet, wendde zijn paard en trok de magiër achter op zijn eigen rijdier terwijl hij de teugels van Meroboths paard nam. ‘Dit houdt ze wel tegen,’ zei hij. ‘Schiet op.’

Gondolin wierp een woedende blik op de uitgeputte oude man. ‘Wie ben jij dat je zo met de natuur kunt spelen?’

‘Vertel mij liever hoe graaf Thorvald er nu al achter heeft kunnen komen dat Cyane weg is?’ vroeg Meroboth. ‘Volgens mijn berekeningen had hij nog uren zijn roes uit moeten slapen.’ Hij haalde nog steeds zwaar adem.

Ook Cyane keek vragend naar Gondolin.

‘Het is me gelukt een van de dienstmeiden met een boodschap naar de graaf te sturen,’ zei ze.