Er rende een kleine rode man over een rivieroever, minstens twaalf keer versneld.
‘Zo hard renden ze nou ook weer niet,’ zei Louis lachend. Is het dezelfde man?’
‘Kan ik niet zeggen. Doe eens wat langzamer.’
Het tempo werd verminderd tot dat waar een topsprinter van droomt. ‘Ja, zo te zien is hij het,’ zei Louis.
‘Nu infrarood,’ zei Verst-in-de-achterhoede. Er verscheen een roze schaduw binnen het wazige kader van het venster in de donkere rotswand, een schaduw die voortijlde naast een zwarte rivier tussen opgloeiende rotsen. En een felgroen aanwijspijltje. ‘En deze?’
Een voortijlende roze schaduw, maar ook glimpjes van een tweede. De Rode rende in een gestaag tempo. Een iets warmere gestalte schoot van de ene dekking naar de andere, van rots naar rots… ‘Doe eens wat langzamer!’ Nu het struikgewas in… en nu… waar was hij gebleven? Roden renden snel, maar dit wezen wist zich voortdurend te verstoppen en toch bij te blijven!
Louis kon geen beeld krijgen van een lichaamsvorm.
‘Louis, we hebben gezien hoe drie schepen van het Patriarchaat verzengd werden. Ik vermoed dat daar een beschermheer achter zat,’ zei Verst-in-de-achterhoede. ‘Zou dit hier een andere beschermheer kunnen zijn?’
‘Waarom niet gewoon een Demon?’
De rode stippen schoten nu versneld vooruit. Daarna ging het venster weer over op normaal licht. De Rode Herder rende in zijn eentje. In zijn omgeving was sporadisch een vage suggestie van beweging waar te nemen, en de man keek voortdurend schichtig om zich heen.
Er dook iets vlak voor hem op. Hij trok zijn zwaard… Stilstaand beeld. Verst-in-de-achterhoede wees met het groene pijltje. ‘Rode Herder. Vampier. Zie je nog iets anders?’ ‘Geef me infrarood.’
In het infrarode licht zag Louis vijf gloeiende stippen. Maar in normaal licht… Het pijltje wees. ‘Rode Herder. Vampier. Deze en deze zijn Demonen. Kijk.’
Louis herinnerde zich de Demonen. Hoewel ze zich verborgen hielden tussen de struiken en in de schaduw herkende hij hun slungelachtige lichaamsvorm.
Maar de vijfde stip hield zich zelfs voor de Demonen verstopt. Louis zag een hand, kleiner dan die van een Demon. Het was een nagenoeg onbehaarde hand, als van een oude man, reumatisch, met dikke, knobbelige vingerknokkels.
Een beschermheer? ‘Wat voor belang kan een beschermheer hier hebben?’
‘Onbekend. Maar kijk eens hier.’ Snel vooruit. De vampiervrouw viel stervend neer. De Rode rende verder, bleef staan, plonsde in de rivier en stond plotseling met een half dozijn vampiers te vechten. De beelden werden nu sterk vertraagd geprojecteerd. De Rode zwaaide met zijn zwaard om zich heen… een vrouw in zijn rug maakte aanstalten om hem te bespringen… een hand greep haar bij de enkel.
De verborgene was modderkleurig, van onder tot boven ingewreven met modder. Zijn knokige hand raakte haar slechts even aan: hij omvatte de enkel en Het bijna meteen daarna weer los. De vrouw klauwde met haar handen naar iets dat ze niet kon zien. Toen hernam ze haar aanval en stierf door het zwaard van de Rode.
‘Minimale ingreep,’ stelde Louis vast. Een ritselend geluid probeerde zijn aandacht te trekken.
‘Discreet,’ zei Verst-in-de-achterhoede.
De Rode Herder rende nu weer over de modder. Vampiers verzamelden zich… en toen werd alles vaag en wazig.
‘Hij is buiten het bereik van mijn instrumenten. Ik ben hem een poos kwijt geweest. Ik was de verborgene ook bijna kwijt geraakt, en daar maak ik me zorgen over. Kijk.’
De camera maakte een zwenking naar achteren, stroomopwaarts, ving een plons in de rivier op, en draaide toen snel opzij naar een beschaduwde plek op de helling naast de oever.
Ik zie niet…’ begon Louis.
‘Hier, nogmaals, nu in infrarood. De stiekemerd is bijna onzichtbaar.’
‘Ja. Hij is natuurlijk onder water geweest om hitte kwijt te raken. Waar gaat hij heen? Naar het vampiernest?’
De scene werd opnieuw afgespeeld. Plons: er dook iets uit het water op dat op een schokkerige, zigzaggende manier over de modderige oever rende. Stilstaand beeld: onscherp, maar de vage gestalte was duidelijk humanoïde. Vooruit: de schaduwen in, verdwenen.
‘Dit is het laatste dat ik van hem heb gezien. Het is duidelijk dat het geen vampier is. Hij beschermt de Rode Herder, en misschien ook diens metgezellen, maar wil tot elke prijs onopgemerkt blijven.’
Vissers en Zeilers hadden zich aan de rand van de poel verzameld — Louis had het struikgewas horen ritselen — en staarden ofwel naar Louis Wu die daar op een hoge rotspiek zat, ofwel naar het venster in de rotswand dat uitzicht bood op verre, zonverlichte bergen.
‘Wat heb je verder nog?’ vroeg Louis.
‘De laatste drie uur niets meer van belang.’
‘Verst-in-de-achterhoede, mijn brein snakt echt naar slaap!’
‘Wacht,’ zei Verst-in-de-achterhoede, ‘dit wezen —’ ‘— is vijfendertig Ringgraden bij jou vandaan, dat is vijfeneenhalve minuut met lichtsnelheid. Het kan je geen kwaad doen. Maar verder heb je gelijk: het is een beschermheer.’
‘Louis, je moet medische hulp aanvaarden!’
‘Jij hebt geen medische hulp. Je hebt de autodok in de lander gemonteerd, weet je nog?’
‘De bemanningskeuken heeft een medisch menu. Louis, de keuken kan pepkruiden maken!’
‘Van pepkruiden wordt een man niet gezond. Ze houden hem alleen maar jong.’
‘Louis, ben je…’
‘Nee, ik ben niet ziek. Maar mensen kunnen ziek worden, Verst-in-de-achterhoede, en ik herinner me voortdurend waarom we geen volledig toegeruste autodok tot onze beschikking hebben. Chmeee en ik zijn niet vrijwillig aan deze klus begonnen. Je was bang dat we misschien zouden weigeren de lander te besturen. Daarom heb je de grote autodok in de lander gemonteerd. En Teela heeft die lander met haar vlammenwerper bestookt.’
‘Maar —’
‘Laat het venster open. Ik wil niet dat iemand het idee krijgt dat we iets te verbergen hebben.’ Louis stond op en draaide zich om.
‘Louis, wil je nou weer niet naar me luisteren?’
Louis deed nog twee stappen. Maar hij had inderdaad elf jaar geweigerd naar Verst-in-de-achterhoede te luisteren, en excuses aanbieden was verrekt beschamend… dus hij draaide zich om en nam weer plaats op de rots. ‘Spreek op,’ zei hij.
Ik heb mijn eigen medische faciliteiten.’
‘Ja, allicht!’ Het sprak vanzelf dat Verst-in-de-achterhoede grondige bescherming genoot tegen alle ziekten en ongelukken die hem ooit zouden kunnen overkomen. Nessus, die andere Poppenspeler, was tijdens hun eerste bezoek een hoofd en een nek kwijtgeraakt, maar Louis had met eigen ogen gezien dat ze vervangen waren door nieuwe. ‘Chirurgenkunst voor een Piersons-poppenspeler, maar wat heeft een mens daar aan?’
‘Louis, deze technologie is oorspronkelijk door mensen ontwikkeld. Wij hebben het apparaat gekocht van een Kzin-politieman op Fafnir, maar het bleek te gaan om een ARM-experiment van meer dan tweehonderd jaar geleden. Het apparaat is in het Solstelsel gestolen. Het is gebaseerd op een nanotechniek waarmee reparaties worden aangebracht in de cellen zelf. Er is nooit een tweede exemplaar gebouwd. Ik heb het zodanig laten aanpassen dat het mensen en Kzinti en mijn eigen soort kan genezen.’
Louis begon te lachen. ‘Verrek, jij bent wel erg voorzichtig!’ De meeste spullen aan boord van de naald waren van menselijke makelij, en de andere werden zorgvuldig verstopt gehouden. Mocht Verst-in-de-achterhoede betrapt worden tijdens zijn ontvoering van zijn manschappen, dan zou in elk geval de Vloot der Werelden buiten schot blijven.