Выбрать главу

‘Hoe lang ben je nu van huis?’

‘Bijna tien falans.’

‘Te lang?’

Ik weet het niet. Ik ben gepaard. Afwezigheid was bij de overeenkomst tussen Tarb en mij niet inbegrepen.’ Vala schudde haar hoofd. ‘Ik heb slaap nodig.’

Ik zal de wacht houden.’

13. Sawurs Wet

Louis was alleen toen hij wakker werd, en hij had honger. Hij trok zijn pak aan, sloot de ritsen en liep naar buiten door het knapperende onderhout.

Het hele dorp leek leeg.

Er was nog wat warmte in de restanten van het kookvuur van de vorige avond. Hij haalde de laatste van zijn wortels uit de as en sneed hem open. Het smaakte bijna als aubergine. Geen slecht ontbijt.

De zon hoog aan de hemel — allicht: altijd — maar hij had nu ook het gevoel dat het een uur of twaalf was en dat hij de halve dag had verslapen. Hij stapte op zijn lastschijf en steeg op om eens om zich heen te kijken. Daar waren ze, hij zag het groepje meteen: komeet Sawur die met een staart van kinderen achter zich aan naar de bovenstroomse poort liep.

Hij haalde hen in toen ze onder de poort uit kwamen. Hij het zijn lastschijf daar en sloot zich aan bij de staart.

Ze liepen langs de rivier. Louis tekende kaarten van Ringwereld voor hen, vertelde over de bouwers ervan, en over de ouderdom en de lotgevallen van de constructie, en probeerde daarbij duidelijk te maken welke delen van zijn verhaal op giswerk berustten. Hij tekende de twee torussen van supergeleider die ze gemonteerd hadden gevonden aan een ruimteschip van de Stedenbouwers en legde uit dat het Bussard-duwstralen waren die ze hadden gesloopt van hun positie aan de randmuur. Hij vertelde er niet bij wat het hem had gekost om de stuwers van waterstof te voorzien.

Enkele jongens waren verdwenen geweest, maar nu kwamen ze terug. Ze hadden honderden vogelnesten in de vorken van boomtakken ontdekt. De hele horde rende erop af, en Louis en Sawur volgden op hun gemak.

Ik kan geen hoogte krijgen van je slaappatroon,’ zei Sawur.

‘Vannacht heb ik lang gepraat met een tweetal dat jij misschien nooit zult ontmoeten.’

‘Nachtvolk? Men zegt dat ze alles weten en alles onder de Boog regeren. De doden behoren hun toe. Louis, wij hebben al eerder bezoekers gehad die met deze mensen hadden gesproken, maar waarom doe jij dat?’

Ik praat nu eenmaal met iedereen,’ gaf Louis toe. ‘Sawur, ik vond het prettig. Misschien heb ik iets bijgeleerd. Ik denk dat het kind met mij wilde praten en dat zijn vader niet snel genoeg in actie kwam om dat te verhinderen. Toen onthulde Mirarp meer dan hijzelf besefte en nu weet ik bijna hoe de communicatie in hun uitgestrekte rijk werkt — over die enorme afstanden.’

Sawurs mond viel open.

‘Niet een geheim dat ik mag onthullen, Sawur,’ zei Louis snel, ‘ook niet als ik het precies zou weten. Maar hoe dan ook: ze weten niet alles. Zij hebben hun problemen, ik heb de mijne.’

‘Dat laatste is in elk geval waar,’ zei ze kribbig. ‘Je wilde vanmorgen niet wakker worden, maar je praatte in je dromen. Wat kwelt je, Louis?’

Maar inmiddels waren ze in een kleine wervelstorm van neerdwarrelende nestjes terechtgekomen. De kinderen hadden het bosje stilletjes omsingeld en hadden toen allemaal tegelijk hun netten uitgeworpen.

Een uurtje later hadden ze een verbluffende hoeveelheid duif grote vogels gevangen.

Wevers schenen geen belangstelling te hebben voor eieren, maar Louis verzamelde er een dozijn. Ze zagen eruit en voelden aan als glad plastic, ongeveer zoals de drinkpeertjes die in zwaartekrachtloze toestand in ruimteschepen gebruikt werden, maar dan zonder tuitje. Het proberen waard.

Vroeg in de namiddag waren ze terug in het dorp. Terwijl de kinderen de vogels begonnen te plukken, zochten Louis en Sawur de afzondering. Ze gingen op een vlakke rots zitten en keken hoe een paar oudere Wevers een vuur aanlegden.

Sawur herhaalde haar vraag. ‘Wat kwelt een leraar?’

Louis lachte. Hadden leraren geen last van kwellingen? Maar hoe moest hij het een Wever uitleggen…

‘Lang geleden heb ik mezelf als een gek gedragen. Het moet de Netwerkhuizer wel vier of vijf falans hebben gekost om precies te begrijpen hoe stom ik wel geweest was, waarom Louis Wu niet meer met hem wilde praten. Maar we praten nu weer met elkaar, dus dat is het probleem niet. Sawur, de Netwerkhuizer heeft mij en Chmeee gevangengenomen om zijn bedienden te zijn. Dat is natuurlijk uiterst laakbaar, maar hij heeft cadeautjes om de ontvoering weer een beetje goed te maken. Hij heeft, zeg maar, zaadjes om op te kauwen — wij noemen ze pepkruiden — waar een humanoïde jong van blijft. Of een Kzin.’

Sawur beet zachtjes op haar lip. ‘Tja. Hij kan het. Doet hij het?’

‘Als de tegenprestatie navenant is. En hij heeft een medisch apparaat, een autodok. Dat apparaat kan ernstige wonden, littekens en zelfs afgerukte ledematen genezen. Het kan waarschijnlijk ook de schade herstellen die zelfs door de pepkruiden niet kan worden voorkomen. Sawur, om een mens zo grondig te vernieuwen zijn extreme medische vaardigheden nodig. Als hij me jong kan maken, dan zou hij me ook slaafs kunnen maken, vrees ik. Chmeee en ik waren tot nu toe recalcitrante slaven. Verst-in-de-achterhoede zou daar verbetering in kunnen brengen. Hij zou me kunnen omvormen tot een perfecte, gehoorzame slaaf. Tot eergisternacht had ik een excuus om ver uit de buurt van zijn apparaat te blijven. Nu niet meer.’

‘Hebben zijn apparaten je al eerder behandeld?’ vroeg Sawur.

Dat was een goede vraag. ‘Hij heeft me twee jaar in vriesslaap gehad. Hij heeft me in die tijd misschien een paar medische behandelingen laten ondergaan. Hij had kunnen doen wat hij maar wilde.’ ‘Maar dat heeft hij niet gedaan.’

Ik geloof van niet. Ik heb in elk geval geen verschillen gevoeld.’ Sawur zweeg.

Louis begon opeens te lachen, draaide zich naar haar toe en omhelsde haar. ‘Laat maar. Ik heb zijn hyperaandrijving vernield! Hij kan niet terugkeren naar de sterren en daarom was hij gedwongen de Boog te redden. Als hij al heeft geprobeerd me tot slaaf te maken, dan is het hem in ieder geval niet gelukt!’

Sawur staarde hem aan en begon toen ook luid te lachen. ‘Maar Louis, zelf heb je je daardoor ook vastgezet!’

Ik had een belofte gedaan.’ Aan Valavirgillin van de Machine-mensen. ‘Ik had gezegd: ik zal Ringwereld redden of sterven tijdens mijn poging daartoe.’

Sawur was stil.

‘Hij dacht dat hij een trigger had.’ Louis hoorde dat er een leemte in de vertaling ontstond; dit begrip had in Sawurs taal kennelijk geen equivalent. ‘Hij dacht dat ik alles wat hij maar vroeg zou doen in ruil voor zijn stroomstootjes door het genotcentrum van mijn hersenen… Zoals een Wever misschien alles zou doen voor, pakweg, alcohol? Hij wist niet dat ik me daarvan kon bevrijden. Nu weet hij het.’

‘Goed, stel eens dat hij je jong en slaafs maakt,’ zei Sawur. ‘Maar wat als jij je van tevoren voorneemt zijn opdrachten te negeren?’

‘Sawur, hij kan mijn geest veranderen!’

‘O!’

Louis bleef even piekeren. Ik ben slim en actief,’ zei hij toen. ‘En dat weet de Netwerkhuizer. Als hij me een betere bediende maakte, zou ik stom en traag kunnen worden. Ik kan mezelf dus voorhouden dat hij wel gek zou zijn als hij me ingrijpend veranderde. Het is een verrekt verleidelijke gedachte. Ik ben bang dat ik erin ga geloven, Sawur.’

‘Zou hij een belofte aan jou houden?’ Weer een goede vraag.

Nessus, verstoten door zijn volk… Nessus de waanzinnige Poppenspeler had van Verst-in-de-achterhoede verlangd dat deze zich met hem zou paren indien hij zou terugkeren van Ringwereld. Verst-in-de-achterhoede had daarmee ingestemd. En hij had zich aan de afspraak gehouden.