Выбрать главу

‘Jullie zullen ergens anders brandstof vandaan moeten halen,’ zei ze tegen Treurbuis.

De Demonvrouw knikte gelaten. ‘We zullen onze behoeften kenbaar maken. Het Nachtvolk zal overal tussen hier en de randmuur brandstofdepots voor ons inrichten. Ik neem aan dat Tegger en Warvia je hebben verteld dat ze met ons mee reizen?’

‘Geen slecht idee. Er zijn overal Roden. Ze zullen ergens een nieuw thuis vinden.’

Ta.’

‘Hoe had je gedacht een handelskruiser te kopen?’

Treurbuis knipperde even met haar ogen. ‘Aha, de legendarische hebzucht van de Machine-mensen. Valavirgillin, we hebben Kruiser Twee nodig om een einde te maken aan een gevaar dat iedereen die onder de Boog leeft bedreigt. Je weet genoeg om mijn woorden serieus te nemen.’

‘Serieus, jawel, maar het vervoer van jullie zware spionageding maakte geen deel uit van onze overeenkomst.’ Valavirgillin glimlachte, want ze herinnerde zich de onderhandelingen in de schaduw van de omwalling van het Grasreuzendorp. Wat had ze zich ingespannen om de Demonen over te halen mee te doen aan haar aanval op het Schaduwnest! En achteraf bleek dat ze daar met geen kanon van te weerhouden zouden zijn geweest!

‘Jullie hebben… eh… enige moeite gedaan om Louis Wu’s spionageweb in handen te krijgen. Ik neem aan dat jullie hebben gemeend dat voor mij verborgen te kunnen houden, maar hoe?’

Het schouderophalen van een Demon wekte de indruk dat beide schouderbladen een eigen leven leidden, los van de romp. ‘Hoe konden we weten of we het web niet gewoon konden losmaken, oprollen en onder onze arm meenemen? Maar het bleek vast te zitten in een keramische laag, en daarom moeten we onze behoefte openlijk uitspreken. Valavirgillin, we willen je kruiser kopen.’

Ze noemde een bedrag. ‘Betaalbaar in Centraalstad, via een agentschap van het Nachtvolk naar je eigen keuze, meteen bij je thuiskomst.’

‘Verkocht.’

Het bedrag was aan de schrale kant, maar wat dan nog? Lang voordat zij thuis zou zijn om het te incasseren zou Treurbuis beschikken over brandstof en Kruiser Twee gewoon kunnen inpikken. ‘Maar ik zal dit misschien moeten uitleggen aan mijn superieuren. Zal jouw volk me daarin steunen?’

‘Je zakenpartners zullen evenveel vernemen als ik jou vanavond zal onthullen. Sommige geheimen houden wij voor onszelf. Maar laten we eerst onze buikjes vullen, baas. Is jouw maaltijd nu nog niet klaar?’

Foranayeedli gilde twee woorden in Vala’s eigen Centraalstaddialect. ‘Baas! Happen!’

En opeens voelde ze hongerkrampen rond haar maag. ‘Dat is mijn geheime naam,’ zei ze tegen Treurbuis, en ze liep weg.

18. De prijs en de clausules

Weversdorp, AD 2883

Zelfs de Zeilers hadden zich inmiddels teruggetrokken. Twee warmte-vlekjes in het hoge gras en Louis Wu waren nu nog het enige publiek bij het dansen van Verst-in-de-achterhoede.

Het tempo was nu hoog, maar Verst-in-de-achterhoede leek geen moment in ademnood te komen. ‘Dit is nog niet voorbij, Louis. De Demonen wilden het netwerkoog hebben. Ze moeten daar een reden voor hebben. Ik heb een deel gehoord van wat ze de Rode Herders hebben verteld. Ze hadden het over druipbergen en problemen met het scrith-oppervlak.’

‘Vraag het hun.’

‘Nee, dat ene geheim wil ik nog bewaren. Laat hen eerst maar een poosje worstelen voordat ik spreek. Laat ons eerst maar eens kijken hoe dringend ze jouw aandacht wensen.’

‘De mijne?’

‘Louis Wu, die een oceaan aan de kook heeft gebracht, o Subtielste Aller Tovenaars! Zij weten niets van Verst-in-de-achterhoede. Louis, je vertoont duidelijke tekenen van verval. Wil je medische verzorging?’

‘Ja,’ zei Louis Wu.

‘Uitstekend,’ zei Verst-in-de-achterhoede. ‘Er moet compensatie komen voor het risico en de inspanning die ik lever door mijn brandstofsonde naar je toe te sturen. Je hebt de vrije hand gehad…’

Louis maakte een afwerend gebaar. ‘Riskeer je sonde niet; die kun je nog nodig hebben. Ik zal terugkeren via de weg waarlangs ik gekomen ben: het stroomdal van de Shenthy. Er zijn fouten begaan die ik geen tweede keer hoef te maken, dus het zal nu iets sneller gaan. Ik was elf jaar onderweg tot hier, dus de terugtocht zou een jaar of negen moeten duren, misschien minder.’

‘Louis, ik heb een stapschijf op mijn brandstofsonde gemonteerd. Die kan je binnen een Ringwereld rotatie bereiken. En een paar tellen later ben je aan boord.’

‘Die sonde is jouw brandstofbron, Verst-in-de-achterhoede, en —’

Ik heb de Hete naald van Onderzoek al van nieuwe brandstof voorzien; het schip zit trouwens nog steeds vast in een massa gestold lava.’

‘— ik moet er niet aan denken welke prijs je zou vragen voor het inzetten van de sonde. Bovendien zul je toch eerst je medische apparaat moeten verplaatsen naar het bemanningsverblijf of het landersruim…’

‘Dat heb ik al gedaan.’ Het beeld veranderde en Louis keek de cabine in die hij elf jaar niet had gezien. Er stond een hoge kist op de plek waar hij en Chmeee hun gymnastische oefeningen plachten te doen.

Wel, verrek, Verst-in-de-achterhoede was gretig! Ik heb de Verborgen Patriarch een paar duizend kilometer stroomafwaarts achtergelaten. Heb je daar niet ook een stapschijf aan boord gebracht? Ik kan er in zeven of acht falans zijn.’

‘Twee jaar? Louis, de zaken beginnen dringend te worden. Het schijnt op Ringwereld te wemelen van beschermheren!’

‘O ja?’ Louis Wu speelde de onschuld zelf, maar in zijn binnenste begon zich een brede glimlach te vormen. Ja, het kwam allemaal neer op beschermheren!

‘Voordat ze stierf zei Teela dat ze één Demon-beschermheer in leven had gelaten om de randmuur te verdedigen. Ik kan bevestigen dat de reparatieploeg nog steeds actief is.’

‘Laat het me zien,’ zei Louis.

Het scherm in de rotswand toonde een snelle, horizontale camerabeweging over een muur die zestienhonderd kilometer hoog was. De onderkant van de randmuur deed denken aan een gebeeldhouwde fries: bergwanden die waren uitgehakt in een eindeloze muur die de kleur had van de maan van de Aarde. Er naderden verticale lichtbanen over die muur, maar hun beweging was nauwelijks te zien. Druipbergen stonden als een kartelrand van halve kegeltjes tegen de voet gedrukt — stuk voor stuk acht tot elf kilometer hoog. Aan de bovenkant van dit gedeelte van de randmuur wezen twintig zwakke violette vlammen in de richting van de sterren.

‘Dit zijn de stabilisatiestuwers van de randmuur zoals ze eruitzagen toen we hier arriveerden. Ik testte toen een van de netwerkogen, het exemplaar dat de Demonen nu hebben. Kijk, vijf jaar later, dus zes jaar geleden…’

Hetzelfde uitzicht, weer ’s nachts, maar de spookvlammen waren gedoofd.

‘Ringwereld hing toen weer op haar plaats,’ zei Louis. ‘Inderdaad. Maar ik ben blijven observeren. Zie je de stuwers niet, Louis?’

De camera zoomde in. Nu kon Louis de donkere mond van de druippijpen hoog boven de druipbergen onderscheiden, en spookachtige vormen die veel groter moesten zijn dan hij dacht. Koperkleurige torussen, steeds in paren van twee, cirkelden rond de smalle wespentailles van eenentwintig zandlopervormen van fijn draadwerk: de kolossale skeletten van stabilisatiestuwers.

‘Zes jaar geleden?’

‘Toen zag ik het voor het eerst. In beslag genomen door mijn dansen heb ik misschien iets gemist…’ — hij aarzelde even — ‘… een falan lang?’

Eenzaam tot de rand van de waanzin, geobsedeerd door een dans met spookverschijningen. Arm kuddedier, ooit almachtig, nu helemaal alleen, verstoten doorzijn soortgenoten…