De Poppenspelers dansten nu in een rondwervelende regenboog. Louis keek samen met de anderen toe en vroeg toen in Interspraak: Is dat vuurwerk bedoeld om het je extra moeilijk te maken?’
‘Het is om de schoonheid te verhogen. Louis, je moet naar me toe komen.’
‘Hoe gaat het met de onbevreesde vampierdoders?’
Ik hoor alleen hun stemmen. De kruisers zijn uiteengegaan. Kruiser Twee is in stuurboordrichting afgereisd met mijn netwerkoog in de vrachtcontainer. De Rode Herders spreken over een entiteit die door de mannelijke Rode Fluister wordt genoemd. Tegger denkt dat Fluister hem heeft verlaten. Warvia denkt dat hij gedroomd heeft. Ik denk dat Fluister onze stiekeme beschermheer is. Louis, wil je komen?’
‘We moeten overeenstemming bereiken…’ Ik ga akkoord met je contract.’ ‘Je hebt het niet gelezen!’
Ik stem ermee in op voorwaarde dat je er vanaf nu niets meer in verandert. Aangezien je niet beschikt over dwangmiddelen mag ik aannemen dat je een faire tekst hebt opgesteld. Mijn sonde zal binnen twaalf minuten arriveren.’
Louis keek naar de hemel. Er was nog niets te zien. ‘Waar zal ik opduiken?’
In je suite aan boord van de naald.’’
Suite? Het was gewoon een cabine, afgesloten, die hij had gedeeld met een Kzin! ‘Het contract kent me drievoudige vergoeding in tijd toe voor noodsituaties. Moet ik mezelf wapenen?’
‘Ja-’
‘Sawur, haal de kinderen uit het water. Verst-in-de-achterhoede, land in de rivier. Hoor eens, ik herinner me opeens dat ik moest kruipen door de schijf die je voor de brandstofvoorziening had gemonteerd. Die was erg krap!’
Ik trek lering uit mijn fouten, Louis. Ik heb tegen de zijwand van de sonde een stapschijf bevestigd die groot genoeg is voor jou en je lastschijven.’
Gelukkig heb ik voor noodgevallen altijd wat nuttige extra’s bij de hand, dacht Louis. Maar dat hoefde hij de Poppenspeler niet aan zijn neuzen te hangen. Uit zijn afgesloten kast haalde hij een flitslaser en een variantmes te voorschijn, twee krachtige wapens. Hij stelde de flits in op smal, dichtbij en intens. Hij schoof het mes twee voet uit, maar verminderde dat tot anderhalve. Als je je greep op een variantmes verloor, sneed het dwars door alles wat in de buurt was.
Er verscheen een violet-witte lichtflonkering boven de rots.
De brandstofsonde landde op haar fusievlam. De holle ruimte in haar neus was het eigenlijke brandstoffabriekje: daar bevond zich het filter dat alleen waterstofionen doorliet. Ook zat daar een stapschijf — eenrichtingstype — die amper breder was dan Louis’ heupen. Een eindje lager was nu echter ook een veel grotere stapschijf aan de romp gemonteerd, een ovalen plaat die een beetje aan een mislukte vleugel deed denken.
Wevers riepen ooh en aah en deinsden toen gauw terug voor de aanrollende stoomwolken. De vlam ging uit. Terwijl Louis hoger de lucht in zweefde, tot boven de sonde, raakte de nasmeulende aandrijfmotor het water, waarna de sonde kantelde, spetterend in het water viel en langzaam begon te zinken.
Het water boven de stapschijf vertoonde concentrische rimpelingen.
De schijf was dus actief. Toen hij er recht boven hing, schakelde Louis het stijgvermogen van zijn lastschijf uit en liet zich met al zijn schijven pardoes naar beneden vallen. Vanuit een ooghoek zag hij een schaduw die achter hem aan sprong.
DEEL TWEE
Dansend zo snel ik maar kan
19. De knobbelige man
De Hete naald van Onderzoek was gebouwd rond een Algemene Productenromp Type 3, met binnenwanden om het domein van de Poppenspelerkapitein af te scheiden van dat van zijn buitenwereldse bemanning. Op dit moment was het schip meer een woning dan een ruimtejacht. De naald kon niet meer sneller gaan dan het licht omdat Louis de hyperaandrijving had losgesneden van haar ankerpunten, elf jaar geleden, om redenen die hem destijds valide hadden geleken. Het schip zelf was tijdens onderhandelingen met een beschermheer die ooit Teela Brown was geweest aan alle kanten ingesloten door magma.
In die periode, en ook daarna, had Verst-in-de-achterhoede overal in het schip stapschijven aangebracht, maar ook in het Reparatiecentrum en elders.
Louis verwachtte te zullen opduiken in het afgeschotte bemanningsverblijf. Verst-in-de-achterhoede was duidelijk genoeg geweest — al had hij het niet met zoveel woorden gezegd, of publiekelijk durven zeggen — in zijn suggestie dat Louis vooral vlug moest komen!
De vrachtschijven kwamen met een harde klap neer. Louis ving de stoot op met gebogen knieën, maar verloor niettemin zijn evenwicht. Iemand —’ begon hij te schreeuwen.
Iemand is me gevolgd! Verst-in-de-achterhoede… Maar ook hier waren de poppen aan het dansen!
Duizenden Piersons-poppenspelers strekten hun benen, maakten pirouettes en schopten afgemeten om zich heen: het toneel ter linkerzijde. Het zou een hinderlijke afleiding kunnen zijn, maar dat was het niet. Louis en Chmeee hadden geleerd dat deel van het schip te negeren. Dat was het domein van Verst-in-de-achterhoede, en de wand was niet van glas, maar van het volstrekt onverwoestbare materiaal dat Algemene Producten voor haar rompen toepaste.
Er was echter één tweehoofdige, driebenige Poppenspeler die zich — met formeel gekrulde en door juwelen versierde manen — aan deze kant van de wand bevond, tussen de keukenwand en een langwerpige kist ter grootte van een gekantelde transportcel.
Een knobbelige oude man in een flodderig vest, en met vervaarlijk uitpuilende ellebogen en knieën, zat Verst-in-de-achterhoede na.
Een verborgen stapschijf leidde naar het privéverblijf van de Poppenspeler. Verst-in-de-achterhoede moest er vlakbij zijn. Daar was hij onkwetsbaar. Maar zijn instincten waren kennelijk te sterk; in plaats van achteruit te blijven lopen draaide hij zich om.
Het gebeurde allemaal heel snel. Louis probeerde nog steeds zijn evenwicht te hervinden. Verst-in-de-achterhoede tolde om zijn as, zijn twee hoofden ver uit elkaar, maar keek met zijn verrekijkerblik — een pupillendistantie van een metertje — achterom. Hij kreeg zijn doelwit in het vizier en zijn achterbeen vouwde zich op en knalde recht op de knobbelige man af toen deze dicht genoeg genaderd was.
Verst-in-de-achterhoede had een harde trap in huis en het doel werd vol geraakt. Louis hoorde een metaalachtige klap; misschien droeg de knobbelige man een borstharnas. Maar harnas of geen harnas, elke normale humanoïde zou door zo’n trap in coma zijn geraakt. De knobbelige man raakte door de klap in een halve draai en zijn voeten verloren houvast, maar hij wist met een hand de enkel van Verst-in-de-achterhoede vast te grijpen, net toen deze zijn achterbeen introk voor een nieuwe trap, waardoor hij werd meegesleept. Hij kreeg aan weerszijden van de hoef grond onder zijn voeten en beukte met een vuist hard op de versierde manen van de Poppenspeler — daar waar de twee nekken aansloten aan het torso.
Bij Verst-in-de-achterhoede was dit in feite zijn schedel.
Louis probeerde zijn flitser in de aanslag te brengen. Te langzaam, te onhandig, en de half versufte Poppenspeler stond in de weg. En toen kreeg hij een dreun tegen zijn rechterpols, waardoor de flitslaser in een boog weg zeilde. Een metalen bal? Een nieuwe dreun sloeg het variantzwaard uit zijn hand.
Louis dook paniekerig weg voor het rondtollende draadlemmet.
Verst-in-de-achterhoede zat op de grond, ineengedoken tot een bol, zijn hoofd en zijn lange nekken afgeschermd achter zijn voorbenen. De vloer stond tot enkelhoogte onder water. De gevallen flitslaser lag ondergedompeld, maar verzond een felle lichtstraal door de transparante romp van de naald tot in het magma erachter.