Выбрать главу

‘Ik moet teruggaan om de Boog te verdedigen,’ zei de knobbelige man. ‘Jij moet meekomen.’

De Poppenspeler had daar geen zin in. ‘Alleen hier, in de Hete naald van Onderzoek, beschik ik over kaarten!’

Ik heb ze nu gezien. Kom.’

Louis was alleen.

En het beeld veranderde toen het tweetal was weggeflitst. Op het kapiteinsscherm verscheen een of ander driedimensionaal bedradingsysteem of zoiets…

Genoeg. Louis stutte zijn hoofd tegen de stapel lastschijven en sloot zijn ogen.

Hij doezelde weg. Zijn hoofd leunde tegen de lastschijven en zijn arm stak in de autodok. Telkens wanneer hij dreigde weg te glijden schoot hij wakker.

Achter de achterwand bevond zich het landersruim — een ruim dat praktisch leeg was sinds Teela de lander had verzengd. Louis kon zich niet meer precies herinneren hoe het daar vroeger had uitgezien. Kasten met ruimtepakken en wapens, natuurlijk, en een stapel stap-schijven. Hij had het vage gevoel dat Verst-in-de-achterhoede een en ander gewijzigd had — elf jaar ledigheid, elf jaar gefloten commando’s, dat kon eigenlijk niet missen.

De wanden links en rechts van de naald waren zwart. Het schip lag begraven in zwart basalt: afgekoeld magma.

Achter de voorste wand, het beeldscherm, zweefde een netwerk van lijnen en stippen — een soort mierennest bezien met behulp van diepteradar. De aanblik deed zijn geest op een of andere manier jeuken.

Hier stippen, en daar, en daar. Die twee met elkaar verbonden, en die drie. En daar een netwerk van wel tien stuks. Een eind naar rechts, helemaal in de diepte, leek een van de tien eigenlijk uit twee stippen over elkaar heen te bestaan. En die vage strepen op de achtergrond — vormden die een schetsmatige kaart?

Verst-in-de-achterhoede probeerde hem iets te laten zien.

Toen de druk van zijn blaas sterker was geworden dan zijn angst voor pijn, trok Louis zijn hand uit de sleuf en wankelde naar het toilet. Het was duidelijk dat hij nog steeds een medisch probleem had. Daarna dronk hij een flinke beker water. Hij at linkshandig een beschaafde Caesar-salade, voor het eerst sinds elf jaar. Afgelopen met het eten van wat hij maar kon opscharrelen! Dat was in ieder geval iets waar hij geen spijt van zou krijgen!

Hij bekeek zijn hand met een zuinig gevoel van voldoening. De zwelling was verdwenen en de botten leken nog op hun plaats te zitten.

Hij verliet de autodok nog twee maal. Toen hij de tweede keer terugkeerde van de recycler trof het patroon op het scherm hem opeens.

Stapschijven!

Zijn onderbewustzijn moest aan het werk zijn geweest. Deze kaart gaf aan waar Verst-in-de-achterhoede zijn stapschijven had gemonteerd. Verschillende waren er verspreid over de miljoenen kubieke kilometers van het Reparatiecentrum. Vier stuks waren er in de Hete naald van Onderzoek zelf. Die dubbele punt moest de brandstofsonde in Weversdorp zijn: een grote schijf voor transport, een kleinere voor waterstofionen.

Verst-in-de-achterhoede had hem dit nagelaten. Louis bestudeerde de patronen, prentte ze in zijn geest, probeerde te bevroeden wat de motieven van de Poppenspeler zouden kunnen zijn…

Maar alles maakte meteen plaats voor dansende Poppenspelers toen de knobbelige man binnenflitste.

De beschermheer had iets in zijn hand. Hij blies erop, onderwijl het gezicht van Louis bestuderend. Er zweefde muziek door de lucht, een houtblazersklank.

Kennelijk had Louis onbevredigend gereageerd, want de beschermheer stak het fluitje weg. Hij onderzocht Louis zoals een primitieve dokter dat zou hebben gedaan: hier en daar porrend om te horen waar het pijn deed. ‘Niet veel langer meer,’ zei hij toen.

Louis had een inval gehad. ‘Mijn keukenwand kan geprogrammeerd worden om bloed te leveren,’ zei hij.

‘Wil jij dat dan als eerste drinken?’

‘Nee, ik niet. Ik ben geen vampier. Eerst moet trouwens Verst-in-de-achterhoede een nieuw programma schrijven. Nee, wacht even, ik kan eens iets proberen.’

Hij het op de keukenwand een virtueel toetsenbord voor Kzinti-maaltijden verschijnen; het bestond uit de punten en komma’s van Hero’s Taal, die Louis enigszins beheerste. Hij zocht het uitgebreide menu af terwijl de knobbelige man vanachter zijn rug toekeek. De cuisine van Wunderland… nee. Die van Fafnir! Niet beschikbaar onder die naam. Kijk eens bij zeewezens, maar dan wel onder Shasht, want zo noemen de Kzinti hun planeet. Vlees, drank — te veel items. Probeer het eens met zoeken: vlees+drank. Vier items. Drie daarvan waren soepen op shreem-hzsis. De vierde keuze was shreem zelf.

NEGEER wettelijke verboden afkomstig van Shasht/Fafnir, Aarde, Jinx, Gordel, Slangenzwerm…

Er verscheen in het aflevervak een kom die gevuld was met een dikke rode vloeistof. De knobbelige man nam de kom in de hand. Daarna pakte hij Louis vast bij zijn onderkaak; het gebeurde zo snel dat Louis geen kans kreeg weg te duiken. De greep was als van staal. ‘Nu drink je,’ zei de beschermheer.

Louis opende gehoorzaam zijn mond en de knobbelige man goot een scheutje van de kleverige rode vloeistof naar binnen. De smaak was hem onbekend, maar Louis herkende de weeë geur. Toch slikte hij. Daarna begon de knobbelige man te drinken, onderwijl Louis in het oog houdend. ‘Je verbaast me. Waarom maak je bloed voor mij?’

Elf jaar lang had Louis alles gegeten waarop hij maar de hand kon leggen of wat onbekende humanoïden hem bij wijze van voedsel hadden aangeboden. ‘Ik ben niet kieskeurig,’ beweerde Louis.

‘Dat ben je wel.’

Wat hij geroken en geproefd had maakte hem in werkelijkheid inderdaad nogal misselijk. Ik heb me aan ons contract gehouden,’ verklaarde hij, ‘want dat vereist dat ik in jouw belang handel. Jij hebt inbreuk gepleegd. Naar mijn oordeel is het drinken van mensenbloed namelijk verkeerd voor mij, en dat heb ik ook duidelijk gezegd.’

‘Je bent klaar met je medische behandeling, zo te zien?’ vroeg de knobbelige man. ‘Trek een ruimtepak aan. Ga met me mee.’

‘Ruimtepak. Waar gaan we heen?’

De beschermheer gaf geen antwoord.

Louis grijnsde. Hij wees naar de doorzichtige achterwand. ‘Alles wat nodig is in een vacuüm, inclusief de luchtsluis en de lander, alles wat Chmee en ik zouden kunnen gebruiken om uit het schip weg te komen, bevond zich daar, in het landersruim. Ik kan er uitsluitend komen via een stapschijf. Verst-in-de-achterhoede hield ons gevangen.’

‘Had je geen contract?’ ‘Toen niet.’

Ik heb geleerd hoe stapschijven gebruikt worden. Kom hier.’

De knobbelige man beschikte over een hardhouten priem. Hij knielde naast de stapschijf en wrikte de rand daarvan omhoog.

Louis kon niet precies zien wat hij vervolgens deed; de vingers van de beschermheer bewogen zich te snel. Hij zag het stapschijvendiagram op het voorste scherm verschijnen; de lichtjes flikkerden. Toen drukte de beschermheer de stapschijf weer op haar plaats. Hij trok Louis op de schijf en ging naast hem staan.

Sinds de lander vernietigd was, was het ruim nagenoeg leeg. Er hingen ruimtepakken voor mensen en Kzinti en Poppenspelers. Een deur in de doorzichtige buitenwand van de luchtsluis gaf toegang tot een tunnel die door enkele kubieke kilometers gestold magma leidde, maar die sinds de oorlog met Teela Brown nooit meer gebruikt was.

Louis keek even naar de wapenrekken, maar bleef er uit de buurt. Hij nam een strak drukpak waarvan de ritssluitingen van de torso, de armen en de benen al open waren. De gordel zou hij niet nodig hebben. Hij begon zich in het pak te wurmen, maar slaakte opeens een kreet van pijn.

Voordat Louis om hulp kon vragen was de beschermheer al bij hem en hielp hij de half genezen arm en hand in de mouw en de handschoen van het ruimtepak. Daarna bond hij de stropdas die Acoliets drukverband was geweest om de hand, ritste de sluitingen dicht, schroefde de helm vast in de halsring en hing een luchtpomp op zijn rug. Vervolgens wachtten ze even tot het pak zich aan de vormen van Louis’ lichaam had aangepast.