De knobbelige man manipuleerde het bedieningspaneeltje van de grote stapschijf — een vrachtschijf. Louis liep zijn controlelijst na: helmcamera, zuurstoftoevoer, luchtrecycler, C02-niveau, watervoorraad…
De knobbelige man trok hem mee.
20. Brams verhaal
De Kaart van Mars verhief zich tot vijfenzestig kilometer boven de Grote Oceaan: een Noordpoolprojectie op een schaal van één op één. Aan de onderkant van Ringwereld was van de Kaart van Mars niets te zien, want de gehele vijfenzestig kilometer hoge hoedendoos was een holle ruimte die op de vlakke vloer van Ringwereld stond.
Louis had al eerder enorme ruimten binnen het Reparatiecentrum gezien, maar in deze was hij nog nooit geweest. Het was een gigantische, donkere holte. Er stonden primitief gevormde stoelen, elk voorzien van een toetsenbordpaneel, op hoge statieven. De ellipsvormige wand was één groot scherm van dertig meter hoog. Van dat scherm kwam het enige licht: een panoramisch uitzicht op de omringende hemel.
Er waren geen planeten of asteroïden in het Ringwereldstelsel. De bouwers van Ringwereld moesten al die hindernissen uit de weg hebben geruimd — en misschien waren ze als bouwmateriaal gebruikt.
De schaduwdelen van Ringwerelds rand staken bleek af tegen de zwarte achtergrond. Er waren sterren te zien — hun licht was kunstmatig versterkt — en vier groene cirkeltjes: cursors.
‘Ik heb er nog vier ontdekt,’ zei Verst-in-de-achterhoede. Hij zweefde voor een wandpaneel dat bezaaid was met een wirwar van schakelaars, knoppen en lampjes in alle maten en kleuren. Nu herkende Louis waar hij zich bevond: dit was de controlekamer voor het beïnvloeden van het magnetische veld van de zon. Hij had dit paneel elf jaar geleden in een holoprojectie gezien, toen Verst-in-de-achterhoede de meteorenafweer bediende.
De lucht hier moest stikken van de levensboomsporen!
Het zag er overal netjes opgeruimd uit, behalve…
Een eind verder op de uitgestrekte vloer stond een vage gestalte in het halfdonker, een gestalte die een roerloze dreiging uitstraalde. De vorm deed denken aan die van een schuin naar voren gebogen humanoïde, maar was in het algemeen te mager en op een aantal plaatsen te puntig. Botten. Botten die waren gefixeerd in een aanvalspose.
In de schaduwen achter het staande skelet leek een ordeloze verzameling spullen op de vloer te liggen.
Later. ‘Ik moet mijn controlelijstje nog afwerken,’ zei Louis. ‘Heb je me meteen nodig?’
‘Nee,’ antwoordde de beschermheer. ‘Verst-in-de-achterhoede, laat eens zien.’
Geen Gordelbewoner zou ooit een mens hebben meegesleurd naar een vacuüm voordat deze zijn drukpak grondig had kunnen controleren. Dat zou een moorddadige grofheid zijn geweest. Had de beschermheer in een oogopslag kunnen vaststellen dat Louis’ pak in orde was? Probeerde hij zijn houding te testen? Zijn apparatuur? Zijn humeur?
Verst-in-de-achterhoede zat op een lastschijf, die hij nu een metertje hoger Het zweven. Zijn hoofden werkten met de schakelaars en knoppen. Het schermbeeld zoomde in op een nagenoeg bolvormig, oranje lichaam, dat beschilderd was met zwarte punten en komma’s: een Kzinti-schip. Het was waarschijnlijk eeuwen oud en pas later voorzien van hyperaandrijving.
Het beeld werd kleiner, verschoof, zoomde toen weer in. Dit nieuwe schip zag er reusachtig groot uit: een langwerpige, traag rondwentelende koevoet met een bolvormige verdikking aan de voorkant. Louis kende het type niet.
Opnieuw uitzoomen, zwenken, inzoomen. Nu werd er op het wandscherm een grijs-en-zwart object zichtbaar dat deed denken aan een zieke aardappel, omhuld door mist. ‘De bouwers van Ringwereld hebben alleen de verst verwijderde kometen intact gelaten,’ zei Verst-in-de-achterhoede. ‘Het waren er te veel om ze allemaal op te ruimen.’
‘Luchtvoorraad,’ zei de knobbelige man. ‘Nodig om de lucht te vervangen die over de rand van Ringwereld wegsijpelt.’
‘Ja. Nu, kijk eens hier…’ Een knipperend groen cirkeltje markeerde een krater op de protokomeet. De camera zoomde in en schakelde toen over op diepteradar. Er werd een wazige structuur onder het ijs van de krater zichtbaar.
‘Welke soort heeft dat gebouwd?’ vroeg de knobbelige man.
Ik kan het niet vaststellen,’ zei Verst-in-de-achterhoede. ‘Zulke mijnbouwprojecten zien er altijd hetzelfde uit — als het wortelstelsel van een plant. Maar hier…’ Weer zo’n ronddraaiende koevoet, een schip van dezelfde makelij, maar nu van opzij gezien. De zijkant was bezaaid met vertrouwde vormen: een groot aantal kleine vliegtuigen met stompe vleugels.
‘Dat zijn scheepjes van de Verenigde Naties, gefabriceerd door soortgenoten van Louis.’
Louis was klaar met zijn controle. Het pak kon hem weken, misschien wel maanden in leven houden.
‘Heel goed. Sta me toe,’ zei de knobbelige man. Hij stapte op een andere lastschijf en steeg op. Zijn handen bewogen zich behendig over de knoppen — een heel verschil met de onzekere mondbewegingen van Verst-in-de-achterhoede. Er verscheen een tweede scherm, met daarop een verduisterd beeld van de zon.
Er gingen minuten voorbij. Toen schoot er een felle steekvlam vanaf de zon de ruimte in, gericht door middel van magnetische velden.
‘Je gaat hen doden, neem ik aan,’ zei Louis.
‘Zo luidt mijn opdracht. Ze kwamen als binnendringers,’ zei Verst-in-de-achterhoede. ‘Wij toch ook?’ ‘Ja. Ben je gezond?’
Louis wuifde met zijn verbonden hand. ‘Het begint te genezen. Zonde van de tijd, trouwens, als ik straks tóch in je toverdoos mag. Wat heb jij ondertussen gedaan?’
‘We hebben zes transportschepen en een vloot van tweeëndertig landers vernietigd. Dat waren de schepen die het dichtst bij de zon en dus het kwetsbaarst waren. Degene die ik daarnet heb laten zien zijn te ver weg; we kunnen alleen proberen ze de stuipen op het lijf te jagen. Ik ben geneigd de installaties op de komeet te negeren. We zouden daar alleen ijs in damp doen opgaan. Ik heb een schip van de Buitenstaanders gevonden op een van de verste kometen —’
‘Verrek! Knobbelmans? Je hebt toch zeker geen Buitenstaander neergeschoten, hoop ik?’
‘Verst-in-de-achterhoede adviseerde negatief.’
‘Mooi. Ze zijn nogal kwetsbaar, maar ze beschikken over technische kennis die wij niet eens kunnen beschrijven. En bovendien willen ze niks hebben wat van ons is, en als ze iets willen dan kopen ze het. Het zou zinloos zijn een Buitenstaander kwaad te doen.’
‘Je mag hen graag?’
Het was een tamelijk verrassende vraag. ‘Ja,’ zei Louis. ‘Wat doen ze hier, denk je?’
Louis haalde in het ruimtepak zijn schouders op. ‘Het heelal barst van de planeten, maar een Ringwereld, daar is er maar één van. Buitenstaanders zijn gewoon nieuwsgierig.’
De zonnevlam reikte hoger en hoger. ‘Zie toe en geef zo nodig commentaar,’ zei de knobbelige man tegen Verst-in-de-achterhoede. Vingers als strengetjes aaneengeregen walnoten bewogen zich haast spelenderwijs over het paneel.
De Poppenspeler keek toe. ‘Goed,’ zei hij.
Er leek niets dringends gaande. Het zou nog uren duren voordat de zonnevlam de maximale grootte had bereikt. En dan zouden er nog een aantal minuten nodig zijn om het superthermale laser effect te bundelen en af te vuren. De doelwitten leken lichturen ver weg.
Louis had de gedachte aan een redding-op-het-laatste-moment al van zich afgezet.
Louis Wu was de Verenigde Naties noch ARM iets verschuldigd. Hij voelde zich evenmin geroepen om schepen van de Kzinti te beschermen. Ontwapend en gewond als hij was, was hij geen partij voor een beschermheer van welke soort dan ook. Hij mocht al blij zijn als hij deze nieuwe deelname aan het spel van de supermachten niet met zijn leven hoefde te bekopen.