‘Mijn volk prefereert het zijn doelen te bereiken door andere soorten hun zin te geven,’ zei Verst-in-de-achterhoede. ‘Louis Wu, reageer eens.’
‘Je bent aan iets begonnen dat je niet meer kunt stoppen,’ antwoordde Louis. ‘Je hebt twee oorlogsvloten aangevallen. Drie, als je de Vloot der Werelden meetelt. Politieke constellaties worden oud en verdwijnen, Bram, maar informatie gaat nooit meer verloren. Die wordt tè goed opgeslagen. En daarom zal altijd iemand de verdediging van Ringwereld blijven testen — zo lang er protonen zijn.’
‘Dan moet de Boog dus een beschermheer hebben zolang er protonen zijn.’
‘Minstens één. De binnendringers zouden zich niet beperken tot het veroveren van territorium. Ze zouden gaan knoeien, van alles uitproberen, en misschien iets vernielen, zoals de Stedenbouwers dat hebben gedaan toen ze de duwstralen van de randmuurstuwers sloopten om ze voor hun ruimteschepen te gebruiken.’
De knobbelige man wachtte.
‘Een vampier zou een vergissing kunnen zijn.’
‘Het is een vampier die nu de positie inneemt. Hem bestrijden zou weleens een veel gevaarlijker vergissing kunnen zijn.’
Toen Louis niet antwoordde — hij probeerde zijn gedachten te ordenen — viste Bram iets uit een vestzak. Het was een houten fluit, groter dan het instrument dat hij eerder had bespeeld. De klank was dieper, rijker, en werd ritmisch begeleid door het geroffel van Brams vingers op het hout. Het klonk kalmerend, ondanks het feit dat Louis zich geïrriteerd voelde.
Louis wachtte tot het weemoedige gefluit ophield. ‘Je hebt een meteorenwacht voor het verlengde van het vlak van Ringwereld nodig,’ zei hij toen. Ik weet niet hoe dat moet. Je kunt de zonnevlammen niet gebruiken tegen iets dat zich achter de vloer van Ringwereld verbergt of van die kant nadert.’
‘Kom mee,’ zei Bram. ‘Verst-in-de-achterhoede, kom. We komen later wel kijken of ons iets is ontsnapt.’
De hand van de knobbelige man voelde aan als een zak knikkers en de greep waarmee hij Louis bij de pols vasthield was onwrikbaar. Voor hij het wist liep Louis snel met hem mee. Een keer keek hij om naar het skelet dat nog steeds in de aanvalshouding stond. Toen duwde Bram Louis op de stapschijf.
Ze flitsten het landersruim van de naald binnen.
De knobbelige man hielp Louis bij het binnenstebuiten afpellen van zijn ruimtepak. Hij ging voorzichtig om met zijn gewonde arm en zorgde er ook voor dat Louis niet in aanraking kwam met stofdeeltjes die zich aan de buitenkant van het pak konden hebben gehecht. Waar bleef Verst-in-de-achterhoede?
Bram leidde Louis naar de andere schijf en flitste hen beiden naar het bemanningsverblijf. Louis had geen moment overwogen zich te verzetten. Bram was eenvoudig te verrekt sterk!
De beschermheer knielde voor een kaal stukje van de wand. ‘De Poppenspeler was hier aan het morrelen om bepaalde beelden naar zijn eigen domein te projecteren. Eens kijken hoe goed ik hem daarbij geobserveerd heb.’ Hij haalde een paar kleine houten priemen te voorschijn en ging aan het werk.
Er verscheen een schema: het overzicht van de stapschijven.
Vervolgens een beeld van Weversdorp.
Verst-in-de-achterhoede kwam aangeflitst — eerst in het ruim, daarna in de bemanningscabine. ‘Vergeef me de vertraging,’ zei hij.
‘Heb je mijn beveiliging getest? Verst-in-de-achterhoede, wek nu eerst de Kzin,’ zei Bram. ‘Daarna wil ik een beter zicht op de randmuur waar de beschermheren aan het werk zijn. Stuur er je brandstofsonde naar toe.’
Verst-in-de-achterhoede wierp een blik op de schermpjes in de voorwand van de grote autodok en raakte toen iets aan. Hij danste achteruit en het luik in de voorwand zwaaide naar boven.
De Kzin schoot in een vloeiende beweging overeind, klaar om een heel leger te weerstaan.
De knobbelige man was inmiddels gewapend met de flitser en het variantmes, hoewel Louis hem niet had zien bewegen. Bram wachtte tot hij zag dat de Kzin zich ontspande en vroeg toen: ‘Acoliet, wil jij je aan mij verbinden volgens de termen van het contract dat Louis met me heeft?’
De Kzin draaide zijn hoofd opzij. Zijn littekens waren verdwenen en zijn handen zagen er gezond uit. ‘Louis Wu, zal ik dat doen?’ Louis slikte zijn bedenkingen in. ‘Ja,’ zei hij. Ik aanvaard uw contract.’ ‘Kom de kist uit.’
Acoliet gehoorzaamde. Bram leidde Louis naar het apparaat en hielp hem erin stappen.
Verst-in-de-achterhoede was elders bezig. In de kapiteinscabine was een warreling van kleurige stippen en kleine regenboogjes te zien, opgeroepen door de gefloten, muzikale commando’s van de Poppenspeler. Opeens klonk zijn gefluit schril en vals. ‘De sonde!’
‘Wat is ermee?’ vroeg Bram.
‘Kijk! Ze hebben de stapschijf van mijn brandstofsonde gesloopt! Wacht even…’ De Poppenspeler tikte een paar keer tegen de wand. Het uitzicht vanuit de half onder water liggende sonde maakte plaats voor dat vanuit het venster in de rotswand. ‘Daar! Kijk, daar ligt de schijf!’
Het teleportatiemembraam dat aan de wand van de sonde gemonteerd was geweest lag nu plat op de rivieroever, vlak naast het raadhuis.
‘Niemand heeft geprobeerd het ding te verstoppen,’ zei Louis. ‘Het schijfje in de neus, met het deuteriumfilter, is dat er nog?’ Verst-in-de-achterhoede keek. ‘Ja.’ ‘Het is bijna vleiend. Iemand wil mij terug!’ ‘Diefstal is het!’
‘Tja. Laat het maar zo. Je kunt beter de sonde hierheen halen en een nieuwe schijf monteren. Acoliet, Verst-in-de-achterhoede zal je het contract voorlezen. Doe deze twee heden geen kwaad. Wek me zodra het apparaat met me klaar is. De keukenwand heeft faciliteiten om een Kzin te voeden, en Bram hier maakt er ook gebruik van. Kun je het redden?’ ‘Ja.’
‘Akkoord.’ Niet zonder bange voorgevoelens ging Louis languit liggen in dit apparaat, dat akelig veel aan een doodskist deed denken. En het luik in de voorwand klapte dicht.
21. Lesjes natuurkunde
Ze zagen het al dagen tevoren: een zwarte veeg die zich aftekende tegen de veel verder verwijderde stuurboordrandmuur.
Van dichterbij bezien werd de veeg een ontzagwekkend, kunstmatig silhouet dat boven de woestijn uit rees: een hoog platform met een verzameling bulten in het midden.
En van nog dichterbij konden de Roden vaststellen dat er op sommige plaatsen onder het platform daglicht te zien was. Maar tegen die tijd wist Warvia al wat het was. Het was het reisdoel van de Demonen en de begraafplaats van de Zandmensen.
Ze reisden door een droog gebied. Zand was niet goed voor de motor. Ze hadden een paar dagen nogal honger geleden voordat ze op de eerste Zandmensen waren gestuit.
De Zandmensen waren van onder tot boven gehuld in pastelkleurige gewaden. Kleine, stevig gebouwde dieren trokken hun karren in ploegen van twaalf. Ook dienden ze als vleesleveranciers. Carnivoren! Zowel de Rode Herders als de Machine-mensen verheugden zich bij voorbaat.
Als geschenk deelden ze geweven doeken uit die ze van het Schaduwnest hadden meegenomen. De Zandmensen doodden twee van hun trekdieren om een feestmaal te bereiden. De verschillende mensensoorten probeerden zo vriendelijk mogelijk met elkaar om te gaan en informatie uit te wisselen. Alleen Karker sprak de handelstaal goed genoeg om verstaanbaar te zijn, dus alles moest vertaald worden.
Voor rishathra was geen vertaling nodig — alleen gebaren. Zonder hun gewaden bleken de Zandmensen klein en gedrongen te zijn: even kort als Sprokkelaars, maar met een bredere romp en lange, lenige armen en benen.
Harpist en Treurbuis bleven in de vrachtcontainer.
De kruiser vertrok halverwege de ochtend. Warvia voelde zich schuldig bij de gedachte dat de Demonen in hun donkere verblijfplaats onder haar bestuurdersbank praktisch uitgehongerd moesten zijn, maar ze troostte zich met de wetenschap dat ze hun doel nu bijna hadden bereikt. Ze arriveerden halverwege de stralende middag.