‘Fabricage, verwerving, transport, montage, bevoorrading,’ zei Verst-in-de-achterhoede.
‘Drie, denk ik,’ zei Bram. ‘Voor de fabricage konden ze gebruik maken van de reparatiefaciliteiten waarover de ruimtehaven al beschikte. Bij de komst van een ruimteschip zouden fabricage en verwerving dus een en hetzelfde zijn. En wat de bevoorrading betreft: zoiets essentieels zou geen enkele beschermheer aan een andere toevertrouwen. Akkoord? Drie. Lovecraft om te bouwen, Collier voor het transport, en King als primus om de motoren te monteren.’
Louis knikte glimlachend. Bram had zich inmiddels herinnerd wie Mary Shelley was!
‘Onze soort zou zoiets met een groep van honderd doen,’ zei Verst-in-de-achterhoede, ‘puur voor de gezelligheid.’
‘Mijn soort,’ zei Bram, ‘zou domeinen afbakenen die ieder voor zich kon controleren zonder enige hulp van andere beschermheren. Er waren druipberg-mensen beschikbaar. Zij konden het fabriceren en vervoeren en monteren voor hun rekening nemen. Lovecraft en Collier en King konden zich op de achtergrond houden om op te treden wanneer dat nodig was.’
‘Denk je dat ze op hun hoede waren voor Fluister?’ vroeg Louis.
‘Voor Fluister, of een van hun twee collega’s, of indringers vanuit de ruimte. Denk je dat we te stom zijn om te extrapoleren dat er bij sommige sterren in het universum wel eens bewoonde planeten zouden kunnen bestaan? Anne stelde vast dat er bij de randmuur beschermheren actief waren, die stuk voor stuk bereid waren haar te doden. Waar ze ook geweest is en wat ze sedertdien ook heeft gedaan, in elk geval heeft ze de rand weten te bereiken zonder dat ik of dat drietal het hebben gemerkt. Ze heeft de expeditie van de vampierdoders daarvoor als dekmantel gebruikt. En ze heeft Lovecraft al gedood. Maar nu lijkt ze me een nogal kwetsbaar doelwit voor Collier. Verst-in-de-achterhoede, kun je met de camera van een netwerkoog ook achterom kijken?’
‘Louis? Ik begrijp niet… ah, Acoliet heeft het netwerk op glas gespoten!’ Er klonk een gepijnigde fluittoon. ‘Klaar. Maar we moeten elf minuten wachten.’
Elf minuten later toonde het scherm opeens een blik naar achteren: de wegschietende monorail en de laadbak van de slee. Louis zag vage, schemerige vormen, waarschijnlijk van werktuigen, die echter geen van alle groot genoeg waren om een beschermheer te verbergen. Waar was Fluister?
Het schermbeeld veranderde en keek nu weer naar voren. De voorste slee bleek vaart te minderen.
De tweede slee begon eveneens langzamer voort te glijden.
Louis hoorde een combinatie van houtblazers en schrille fluiten en zag dat Verst-in-de-achterhoede gealarmeerd zijn hoofden oprichtte: het waren niet zijn geluiden. Ze waren afkomstig van Bram en zijn meervoudige instrument, maar hij was al bezig dit weer tegen de wand te zetten. Hij haastte zich naar de stapschijf en flitste weg.
‘Zag je dat?’ vroeg Louis.
‘Hij is weg,’ zei Verst-in-de-achterhoede.
‘Waarheen? Waarom?’
‘Dat moet jij me vertellen! Louis Wu heeft verstand van duels, toch? Wil je iets drinken?’ Verst-in-de-achterhoede kwam naast hem staan en reikte een fles aan. Louis pakte de fles en nam een teugje. Een of andere bouillon. ‘Lekker.’
Nu eens even nuchter nadenken. Het blok graniet stond weer op zijn plaats en Verst-in-de-achterhoede bevond zich in het bemanningsverblijf, nog steeds opgesloten, net als Louis zelf.
‘Hij is ergens heen waar hij een drukpak nodig zal hebben,’ zei Louis. ‘Momenteel is hij nergens. Verst-in-de-achterhoede, waar zou Bram blijven als je nu het systeem van de stapschijven uitschakelde?’
‘Veiligheidsvoorzieningen verhinderen dat.’
‘En als we het systeem simpelweg opblazen met de laserflitser? Ach, verrek, hij heeft de flitser, en het variantmes.’
‘Het systeem is geïntegreerd in de romp, Louis.’
‘Stuur hem dan naar de Mons Olympus! Waar wil hij in hemelsnaam naar toe? Misschien is hij er al gearriveerd. Laat dat schema eens zien!’
Verst-in-de-achterhoede maakte wat muziek. Er gebeurde niets.
Ik ben buitengesloten!’ zei Verst-in-de-achterhoede. ‘Bram heeft mijn programmeertaal geleerd. Hij heeft me de controle over de stapschijven ontnomen!’ Hij liet zich door zijn benen zakken en verstopte zijn hoofden in zijn knieholten.
Louis probeerde de rand van de stapschijf omhoog te tillen, maar hij kreeg er geen beweging in. Bram had de zaken volledig in de hand! Die verrekte concerten van hem waren niet zo maar een hobby geweest. Bram had zijn hybridische handgemaakte instrument gebruikt om zich te oefenen in de muzikale commandotaal van Verst-in-de-achterhoede!
Er gebeurde iets: het beeld op het scherm van het netwerkoog op de achtervolgende slee trilde en schokte. ‘Verst-in-de-achterhoede!’ riep Louis. ‘Draai de camera! We kijken de verkeerde kant op!’
De Poppenspeler verroerde zich niet.
Aan het schermbeeld was te zien dat de slee kantelde, tegen de zijkant van de magneetrail botste en tollend werd teruggekaatst. Het was duidelijk dat er een aanval had plaatsgevonden.
De Poppenspeler strekte zijn ledematen en ontvouwde zich.
De magneetslee klapte nu hard tegen de andere zijwand van de rail. Het schermbeeld sidderde en flikkerde, en toen het tot rust was gekomen was er uitsluitend een zilveren filigraanpatroon te zien.
De Poppenspeler floot en de blikrichting veranderde: nu zagen ze in het licht van de sterren hoekige stapeltjes versplinterd glas. Kogels hadden de slee in gruzelementen geschoten en de werktuigen die in de bak hadden gelegen waren overdekt met de glasscherven van de opstaande randen. De meeste van deze werktuigen waren onherkenbaar geweest, en nu ze in puin lagen was dat er niet beter op geworden. Er was echter een uitzondering.
Uit het aanflitsen en wegflitsen van Acoliet en Louis moest Fluister de werking van de stapschijf hebben afgeleid. Kennelijk had ze de schijf losgerukt van de sonde en in de laadbak van de slee gelegd — want daar lag ze nu, onbeschadigd.
Drie ruimtepakken sprongen gelijktijdig de bak van de slee in. Twee ervan besproeiden alles wat een beetje groot was met lasers en wrikten vervolgens aan alles wat een beetje wrikbaar was in een jachtige speurtocht naar een beschermheer die zich misschien tussen de wrakstukken verborgen hield. Maar geen spoor van Fluister.
Twee beschermheren pakten de stapschijf op en hielden haar omhoog, zodat nummer drie de onderkant kon inspecteren. Daarna draaiden ze de voorkant van de schijf naar hem toe. De vampier moest het ding veeleer gevaarlijk dan nuttig achten, want hij richtte zijn wapen en vuurde er een smalle, felle laserstraal op af. Die straal schoot recht naar boven vanuit de stapschijf in het bemanningsverblijf en begon het plafond te verzengen.
Hoewel hij zich niet kon herinneren dekking te hebben gezocht, bevond Louis zich opeens intiem zij aan zij met Verst-in-de-achterhoede achter het uitstekende gedeelte van de keukenwand. Verst-in-de-achterhoede had zich in elkaar gerold en leek niet van plan daar nog ooit iets aan te veranderen.
Louis stak zijn hoofd om het hoekje.
De vampier-beschermheer had de stapschijf opgepakt en probeerde haar nu over de rand van de magneetrail te tillen, maar opeens werd de schijf loodzwaar en uit zijn handen gerukt door het gewicht van een indringer.
De indringer — Bram! — trof de wegspringende andere beschermheer met een flitsende zweepslag van het variantmes, en die ander —
Collier? — viel in twee stukken uiteen, doormidden gesneden door een metertje of twee monodraad in een stasisveld. Uit beide helften stegen dampwolkjes op. Colhers torso bezat echter nog armen en een daarvan kwam omhoog met het vervaarlijke laserpistool in de aanslag.