Выбрать главу

Na een paar minuten werd de keukendeur voorzichtig geopend. Door een kier blikte hem een paar groene ogen fel en kwaadaardig aan.

'Bent u gek geworden?'

De Cock schudde zijn hoofd.

'Nog niet… helemaal.'

'Wie bent u?'

De Cock drukte de deur wat verder open en herkende het gezicht.

'Mijn naam is De Cock,' sprak hij gelaten, 'met ceeooceekaa. Voor het geval dat u een klacht over mij gaat schrijven. Ik had mijn naam dan graag goed gespeld.'

De vrouw hield haar hoofd een beetje scheef.

'Recherche?'

De Cock knikte. Hij zag aan haar ogen dat hij in haar herinnering opdook.

'Ik wil met u praten… niet meer over een brand, maar over de jongeman die u vanavond dood in zijn kamer hebt aangetroffen. Ik heb van mijn jonge collega begrepen, dat uw bereidheid tot medewerking niet bijster groot was.'

Ze kneep haar dunne lippen op elkaar.

'Ik wil er niets mee te maken hebben.'

De Cock schonk de vrouw een beminnelijke glimlach.

'Dat zal moeilijk gaan, vrees ik. U hebt het lijk ontdekt. Het gebeurde onder uw dak.'

Ze reageerde fel. Haar neusvleugels trilden.

'Ik ben niet verantwoordelijk voor het gedrag van mijn bewoners. Ze gaan hun gang maar.' Ze stak haar scherpe kin omhoog. 'Hebt u wel eens van privacy gehoord?'

De Cock bedwong een scherpe opmerking over het koffiezetapparaat. Het had geen zin om de vrouw tegen zich in het harnas te jagen. Hij had plotseling een paar moorden op zijn nek gekregen en wilde die oplossen. Vriendelijk maar beslist nam hij haar hand van de kruk en duwde haar verder de keuken in.

'Mevrouw Van Leeuwen…' sprak hij beminnelijk. 'Zo… eh, heet u toch?'

'Dat weet u best.'

De Cock wees om zich heen.

'Ik bewaar niet zulke beste herinneringen aan deze keuken.'

Ze grijnsde met een scheve mond.

'Er was toen niets aan de hand.'

De Cock glimlachte verlegen.

'Ik… eh, ik weet van toen, dat u een gezellige woonkamer hebt,' sprak hij ontwijkend. 'Zullen we ons gesprek daar voortzetten?'

Mevrouw Van Leeuwen keek hem even onderzoekend aan. Toen gaf ze haar verzet op, draaide zich om en liep voor hem uit.

De Cock deed de keukendeur achter zich dicht en slenterde haar na.

In het kamertje keek hij om zich heen. Er was niet veel veranderd. Dezelfde prulletjes en fotolijstjes op de schoorsteenmantel, dezelfde pluchen fauteuils. Alleen wat kaler.

De Cock nam ongevraagd plaats en legde zijn hoedje op het versleten tapijt.

'Hoelang was die jongen bij je in huis?'

Mevrouw Van Leeuwen sloeg haar vaalrode peignoir wat dichter om zich heen en liet zich in de fauteuil tegenover de rechercheur zakken.

De Cock wist dat ze achter in de veertig was. Voor haar leeftijd zag ze er nog goed uit. De huid van haar gezicht was wat tanig, maar het volle haar was nog natuurlijk zwart en haar benen waren welgevormd… al staken ze in een paar afschuwelijke sloffen.

'Hoelang was die jongen al bij je in huis?' herhaalde hij.

'Een maand of acht.'

'Betaalde hij op tijd?'

'Dat deed zijn moeder.'

'Uit Heemstede.'

Ze knikte.

'Die stuurde elke maand een cheque. Ik heb ook haar telefoonnummer… voor als er eens wat was.'

De Cock hield zijn hoofd scheef.

'Heb je haar al gebeld?'

Mevrouw Van Leeuwen schudde haar hoofd.

'Ik durf niet.' Ze sprak ineens zacht, bijna fluisterend. 'Ik moet je eerlijk zeggen, dat ik gewoon de moed niet kan opbrengen. Zie je, dat mens heeft al een zoon verloren.' Ze zweeg even; haar handen rustten in haar schoot.

Plotseling stond ze op. Ze trok haar hoofd in haar nek en haar peignoir viel open.

'Bovendien… wat moet ik hier met een jankend oud wijf.' Het klonk rauw, bijtend. 'Ik heb al genoeg ellende aan mijn hoofd.'

De Cock streek nadenkend met zijn pink over de rug van zijn neus. De plotselinge gemoedsverandering van de vrouw verbaasde hem niet. Hij kende het gedrag van die vrouwen van middelbare leeftijd, die zich in het roerige wereldje van de Amsterdamse binnenstad probeerden staande te houden. Hij gunde haar de tijd om af te reageren… om wat tot zichzelf te komen. In een verbitterde protesthouding kon hij weinig vertrouwelijkheden van haar verwachten. Hij trok in onbegrip zijn schouders op.

'Waarom zo hard, Mien,' vroeg hij na een poosje. 'Het is haar kind.'

'Ik ben niet hard.'

De Cock keek haar bestraffend aan.

'Waarom gedraag je je dan als een feeks?'

Op haar gezicht kroop weer wat rood onder haar tanige huid.Ze zwaaide heftig met beide handen.

'Heb jij wel eens een pension gerund? Moet jij telkens een gevecht leveren voor iedere cent waar je recht op hebt? Oppassen dat ze niet stiekem met hun koffertje pleite gaan?' Ze schudde haar hoofd; een sarcastische trek om haar mond. 'Nee, vadertje Staat zorgt er wel voor dat er elke maand keurig op tijd een girootje bij je in de bus valt.'

De Cock keek haar enige ogenblikken aan, verontschuldigend, half lachend. Hij hield de duim en wijsvinger van zijn rechterhand iets uit elkaar en stak die omhoog.

'Zo'n klein girootje. Mijn vrouw schreeuwt iedere maand dat ze er niet van rond kan komen.' Hij registreerde een glimlach op haar gezicht. 'En met Erik Baveling had je toch geen moeite… ik bedoel, financieel?'

'Nee.'

'Wat was het voor een jongen?'

Ze sloeg haar armen over elkaar en forceerde een koud rilling.

'Een zacht eitje. Begrijp je? Zo'n week geval. Niet echt lekker pittig. Te zacht, te week, en volgens mij veel te beschermd opgevoed. Zulke jongens moet je niet in een stad als Amsterdam loslaten. Die maken brokken. Dat kan gewoon niet uitblijven.'

'Wat voor brokken?'

Ze trok haar neus iets op.

'Ach… ze hebben geen weerstand… ze raken verslaafd aan de drugs, hebben op het laatst geen geld meer, moeten dan op het dievenpad en daar zijn ze niet geschikt voor en dan worden ze gepakt, vrijgelaten en weer gepakt, en weer gepakt…'

De Cock onderbrak haar.

'Je wist dus dat hij verslaafd was?'

Ze wees naar de telefoon aan de wand.

'Dat heeft zijn moeder mij verteld. Later kwam hij er ook zelf mee op de proppen… hoe moeilijk hij het had gehad… hoe er tijden waren dat hij er volkomen in had berust om eens aan de heroïne te sterven.' Er gleed plotseling een glimlach van vertedering langs haar mond. Het gaf aan haar gezicht een haast blijde expressie. 'Ik vind het toch wel knap van hem, dat hij van zijn verslaving is afgekomen. Daar is echt wel wat voor nodig. Hij studeerde ook hard de laatste tijd.'

De Cock knikte instemmend.

'Heb je enig idee waarom iemand het nodig vond om hem voor eeuwig te laten zwijgen?'

Mien van Leeuwen trok haar schouders op.

'Ik begrijp er niets van. Ik wilde ook eerst niet geloven dat hij dood was. Toen ik zijn kamer binnenkwam, dacht ik dat hij sliep, zo effen, in de fauteuil. Ik heb tegen hem staan schelden, omdat hij koffie had gezet.' Ze schudde haar hoofd en beet op haar onderlip.

'Ik ben soms een gek wijf… giftig om kleinigheden. Ik zag de dood niet, niet direct. Het heeft wel even geduurd voor ik begreep dat die jongen was vermoord.'

'Waar zag je dat aan?'

'Wat?'

'Dat hij was vermoord?'

Ze hield haar hals iets omhoog en wees daarna met uitgestoken wijsvingers.

'Ik zag die plekken in zijn nek. Ik ben toen hier naar die telefoon aan de wand gerend en heb gebeld.lk was in paniek en kwaad op mijzelf omdat ik tegen die arme jongen had staan schelden. Toen kwam die collega van je, zo'n melkmuiltje nog, en die wilde vragen stellen. Nou, daar stond mijn hoofd niet naar. Ik heb hem gewoon mijn keuken uitgezwiept.'

'Dat was niet netjes.'