Выбрать главу

Een hele tijd bleef Laurana roerloos zitten. Toen klemde ze haar lippen vastberaden op elkaar, pakte haar pen en ging verder met schrijven op de plek waar ze gebleven was toen haar broer binnenkwam.

9

Victorie.

‘Ik geef je wel een zetje,’ zei Tas behulpzaam.

‘Ik... Nee! Wacht!’ riep Flint. Maar het was al te laat. De energieke kender had de dwerg al vast gepakt bij zijn laars en hem opgetild, zodat Flint met zijn hoofd tegen de harde spieren in de flank van de jonge bronzen draak botste. Wild om zich heen tastend pakte Flint het tuig om de hals van de draak en hield zich met de moed der wanhoop vast. Langzaam draaide hij om zijn as, als een zoutzak aan een haak.

‘Wat doe jij nou weer?’ vroeg Tas, die Flint geërgerd aankeek. ‘Dit is niet het moment voor spelletjes! Kom, ik help je wel even...’

‘Hou op! Laat me los!’ brulde Flint, schoppend naar Tas’ handen. ‘Achteruit! Achteruit, zeg ik!’

‘Dan zoek je het zelf maar uit,’ zei Tas gekwetst. Hij deed een paar passen achteruit.

Puffend en blazend en met een vuurrood gezicht liet de dwerg zich op de grond vallen. ‘Als ik zover ben, stijg ik zelf wel op,’ zei hij met een boze blik op de kender. ‘Daar heb ik jouw hulp niet bij nodig.’

‘Nou, ik zou maar opschieten als ik jou was,’ riep Tas, wild gebarend met zijn armen. ‘Want de anderen zijn al opgestegen.’

De dwerg wierp over zijn schouder een blik op de grote bronzen draak en sloeg koppig zijn armen over elkaar. ‘Ik moet er even over nadenken...’

‘O, kom op nou, Flint,’ smeekte Tas. ‘Je bent alleen maar tijd aan het rekken. Ik wil vliegen! Toe, Flint, schiet een beetje op.’ De kender fleurde op. ‘Ik zou natuurlijk alleen kunnen gaan...’

‘Mooi niet!’ De dwerg snoof. ‘Eindelijk is in deze oorlog het tij voor ons ten goede gekeerd. Als we nu een kender op een draak eropaf sturen, kunnen we het wel vergeten. Dan kunnen we de Drakenheer net zo goed meteen de sleutel van de stad geven. Laurana zei dat je alleen mee mocht als je een draak met mij deelde...’

‘Stijg dan op!’ riep Tas schril. ‘Anders is de oorlog straks al voorbij. Voordat jij van je plek komt, ben ik onderhand al grootvader.’

‘Grootvader, jij?’ mopperde Flint met opnieuw een blik op de draak, die hem bijzonder onvriendelijk aankeek, die indruk had de dwerg althans. ‘Als jij ooit grootvader wordt, zal mijn baard uitvallen...’

Khirsah de draak keek geamuseerd en ongeduldig op het tweetal neer. Omdat hij in de ogen van de draken op Krynn nog jong was, was Khirsah het hartgrondig met de kender eens: het was tijd om te vliegen, om te vechten. Hij was een van de eersten geweest die reageerden op de oproep aan alle gouden, zilveren, bronzen en koperen draken. De strijdlust brandde in zijn binnenste.

Maar hoe jong de bronzen draak ook was, hij had veel respect en eerbied voor de ouderen op de wereld. Hoewel hij in jaren geteld vele malen ouder was dan Flint, herkende hij in de dwerg iemand die een lang, rijk leven heeft geleid, iemand die respect verdiende. Maar, dacht Khirsah met een zucht, als ik niet snel iets doe, krijgt de kender gelijk. Dan is de oorlog al voorbij.

‘Neemt u me niet kwalijk, achtenswaardige vader,’ mengde Khirsah zich in het gesprek, gebruikmakend van een aanspreektitel die onder de dwergen gebruikt werd voor zeer gerespecteerde lieden, ‘maar kan ik u misschien van dienst zijn?’

Geschrokken draaide Flint zich om naar de spreker.

De draak boog zijn grote kop. ‘Achtenswaardige en geëerde vader,’ zei Khirsah opnieuw, in het dwergs.

Verbijsterd deinsde Flint achteruit, waarbij hij over Tasselhof struikelde, zodat die languit op de grond viel.

De draak stak soepel zijn enorme kop uit, nam voorzichtig de bonten buis van de kender tussen zijn grote tanden en zette hem als een pasgeboren katje overeind.

‘Nou, ik... ik weet niet,’ stamelde Flint, blozend van plezier en gêne omdat hij zo door een draak werd aangesproken. ‘Misschien wel... maar misschien ook niet.’ Nu hij zijn waardigheid had hervonden, was de dwerg vastberaden zich niet te laten overdonderen. ‘Ik heb dit al vaak gedaan, moet je weten. Een draak berijden is voor mij niets nieuws. Alleen, nou ja, alleen heb ik—’

‘Je hebt nog nooit van je leven op een draak gezeten,’ zei Tas verontwaardigd. ‘En... Au!’

‘Alleen heb ik de laatste tijd belangrijkere zaken aan mijn hoofd gehad,’ zei Flint luid nadat hij Tas een fikse por in de ribben had gegeven, ‘en het kan wel even duren voor ik het weer onder de knie heb.’

‘Dat begrijp ik, vader,’ zei Khirsah zonder zelfs maar een zweem van een glimlach. ‘Mag ik u Flint noemen?’

‘Dat mag,’ antwoordde de dwerg bars.

‘En ik ben Tasselhof Klisvoet,’ zei de kender, die zijn kleine hand uitstak. ‘Flint gaat nooit ergens naartoe zonder mij. O, jij kunt me natuurlijk geen hand geven, want je hebt geen handen. Laat maar. Hoe heet je?’

‘Onder de stervelingen heet ik Vuurflits.’ Gracieus boog de draak het hoofd. ‘Heer Flint, als u uw schildknaap, de kender zou willen opdragen—’

‘Schildknaap!’ herhaalde Tas diep beledigd. Maar de draak deed alsof hij hem niet hoorde.

‘Als u uw schildknaap zou willen opdragen hier te komen, dan zal ik hem helpen het zadel en de lans voor u te prepareren.’

Flint streek bedachtzaam over zijn baard. Toen maakte hij een royaal gebaar.

‘Jij, schildknaap,’ zei hij tegen Tas, die hem met open mond stond aan te staren, ‘klim erop en doe wat je gezegd wordt.’

‘Ik... jij.... we...’ stamelde Tas, maar de kender kreeg de kans niet te zeggen wat hij wilde zeggen, want de draak tilde hem alweer op. Met de bonten buis van de kender stevig tussen zijn tanden tilde Khirsah hem op en zette hem op het zadel dat op het bronzen lijf van de draak was gegespt.

Nu hij eindelijk op een draak zat, was Tas zo verrukt dat hij prompt zijn mond hield, precies zoals Khirsah had verwacht.

‘Welnu, Tasselhof Klisvoet,’ zei de draak, ‘je probeerde je meester achterstevoren in het zadel te tillen. Zoals je nu zit, dat is de correcte houding. Het metalen montagestuk voor de lans hoort zich rechts vóór de ruiter te bevinden, ruim voor het gewricht van mijn rechtervleugel, pal boven mijn schouder. Zie je?’

‘Ja, ik zie het!’ riep Tas opgewonden uit.

‘Het schild, dat je op de grond ziet liggen, zal je beschermen tegen de meeste vormen van drakenadem...’

‘Ho eens even!’ riep de dwerg, die opnieuw zijn armen over elkaar sloeg en een koppig gezicht trok. ‘Hoe bedoel je, de meeste vormen? En hoe moet ik vliegen en tegelijkertijd een lans en een schild vasthouden? Om nog maar te zwijgen van het feit dat dat vervloekte schild groter is dan de kender en ik bij elkaar.’

‘Ik dacht dat je dit al eens eerder had gedaan, héér Flint,’ riep Tas.

Het gezicht van de dwerg werd rood van woede, en hij slaakte een luide brul, maar Khirsah greep soepel in.

‘Heer Flint is waarschijnlijk niet gewend aan het nieuwe model, schildknaap Klisvoet. Het schild past over de lans heen. De lans zelf gaat door dat gat, en het schild rust op het zadel en schuift in die richel van links naar rechts. Wanneer u wordt aangevallen, duikt u er gewoon achter weg.’

‘Geef me het schild eens aan, heer Flint!’ riep de kender.

Brommend stampte de dwerg naar de plek waar het reusachtige schild op de grond lag. Kreunend onder het gewicht slaagde hij erin het op te tillen en naar de draak toe te slepen. Met de hulp van de draak slaagden de dwerg en de kender erin het schild op zijn plek te krijgen. Vervolgens ging Flint de drakenlans halen. Hij tilde hem op en stak hem met de punt naar voren omhoog naar Tas. Die pakte hem vast, waarbij hij bijna zijn evenwicht verloor en naar beneden dreigde te tuimelen, maar hij wist de lans door het gat in het schild te krijgen. Zodra het draaimechanisme bevestigd was, gaf het de lans tegengewicht, waardoor hij soepel bewoog en zelfs voor de kleine kender licht hanteerbaar was.