Выбрать главу

‘Natuurlijk niet,’ zei Flint.

‘Welnee,’ zei Tas schamper. ‘Het is een truc. Ik heb die boodschap immers van een dracoon gekregen. En trouwens, Kitiara is nu Drakenheer. Wat moet Tanis met haar—’

Abrupt wendde Laurana haar gezicht af. Tasselhof zweeg en keek naar Flint, die op slag jaren ouder leek te worden.

‘Dus dat is het,’ zei hij zachtjes. ‘We zagen je op de muur van de Toren van de Hogepriester met Kitiara praten. Jullie hebben niet alleen Sturms dood besproken, of wel soms?’

Laurana schudde woordeloos van nee, starend naar haar handen op haar schoot.

‘Ik heb het jullie nooit verteld,’ prevelde ze nauwelijks hoorbaar. ‘Ik kon het niet... Ik bleef hopen... Kitiara zei... zei dat ze Tanis had achtergelaten in... een of ander plaatsje, Zeedrift... om de boel in de gaten te houden terwijl zij weg was.’

‘Dat loog ze,’ zei Tas meteen.

‘Nee.’ Laurana schudde haar hoofd. ‘Ze heeft gelijk als ze zegt dat wij twee vrouwen zijn die elkaar begrijpen. Ze loog niet. Ze vertelde de waarheid, dat weet ik zeker. En bij de Toren zei ze iets over de droom.’ Laurana keek op. ‘Herinneren jullie je de droom nog?’

Flint knikte schoorvoetend. Tasselhof schuifelde ongemakkelijk heen en weer.

‘Alleen Tanis kan haar hebben verteld over de droom die we met z’n allen hebben gedeeld,’ ging Laurana verder. Ze slikte een brok in haar keel weg. ‘In die droom zag ik hem samen met haar, en ik zag Sturm sterven. De droom komt uit...’

‘Wacht eens even,’ zei Flint. Hij klampte zich aan de werkelijkheid vast als een drenkeling aan een stuk drijfhout. ‘Je hebt zelf gezegd dat je in die droom jezelf zag sterven, vlak na Sturm. En je leeft nog. En niemand heeft Sturms lichaam aan stukken gehakt.’

‘En ik ben ook nog niet dood, zoals in de droom,’ zei Tas behulpzaam. ‘En ik heb heel wat sloten open gepeuterd. Nou ja, niet zo heel veel, maar wel een paar, en ze waren geen van alle giftig. En trouwens, Laurana, Tanis zou nooit—’

Flint wierp Tas een waarschuwende blik toe. De kender deed er het zwijgen toe. Maar Laurana had de blik gezien die ze wisselden en begreep het. Haar lippen verstrakten.

‘Jawel. En dat weten jullie net zo goed als ik. Hij houdt van haar.’ Even zweeg Laurana, maar toen zei ze: ‘Ik ga. En ik neem Bakaris mee.’

Flint slaakte een diepe zucht. Dit had hij al verwacht. ‘Laurana—’

‘Wacht even, Flint,’ viel ze hem in de rede. ‘Stel dat Tanis een bericht kreeg waarin stond dat jij op sterven lag. Wat zou hij dan doen?’

‘Daar gaat het niet om,’ mompelde Flint.

‘Al moest hij de Afgrond zelf betreden en duizend draken passeren, dan nog zou hij naar je toe komen...’

‘Misschien, maar misschien ook niet,’ zei Flint bars. ‘Niet als hij de leiding had over een leger. Niet als hij verantwoordelijkheden had, als er mensen op hem rekenden. Hij zou weten dat ik het zou begrijpen...’

Het leek wel of Laurana’s gezicht uit marmer was gehouwen, zo emotieloos, puur en kil was haar gezicht. ‘Ik heb nooit om deze verantwoordelijkheden gevraagd. Ik heb ze nooit gewild. We kunnen het laten lijken of Bakaris is ontsnapt...’

‘Doe het niet, Laurana!’ smeekte Tas. ‘Hij is de officier die de lichamen van Derek en heer Alfred naar de Toren van de Hogepriester heeft gebracht, de officier die jij een pijl in de arm hebt geschoten. Hij haat je, Laurana. Ik... ik zag hoe hij naar je keek, de dag dat we hem gevangennamen.’

Flint fronste zijn wenkbrauwen. ‘De heren en je broer zijn nog beneden. We bespreken met hen hoe we hier het beste mee kunnen omgaan—’

‘Ik ga helemaal niets bespreken,’ verklaarde Laurana. Ze hief haar kin in dat hooghartige gebaar dat de dwerg zo goed van haar kende. ‘Ik ben de generaal. De beslissing is aan mij.’

‘Misschien moet je anderen om advies vragen...’

Laurana nam de dwerg met een verbitterd soort geamuseerdheid op. ‘Wie dan?’ vroeg ze. ‘Gilthanas? Wat moet ik dan zeggen? Dat Kitiara en ik onze minnaars willen uitwisselen? Nee, we zeggen het tegen niemand. En trouwens, wat zouden de ridders met Bakaris doen? Hem executeren volgens een oud ridderritueel. Ze zijn me iets verschuldigd na alles wat ik voor hen heb gedaan. Ik beschouw Bakaris als mijn beloning.’

‘Laurana...’ Flint probeerde wanhopig een manier te bedenken om door dat emotieloze masker heen te breken. ‘Er is een bepaald protocol voor het uitwisselen van gevangenen dat gevolgd dient te worden. Je hebt gelijk. Jij bent de generaal, en jij zou moeten weten hoe belangrijk dit is. Je hebt lang genoeg aan het hof van je vader meegedraaid...’ Dat was een vergissing. Dat wist de dwerg zodra de woorden over zijn lippen kwamen, en inwendig kreunde hij.

‘Ik draai niet langer mee aan het hof van mijn vader,’ stoof Laurana op. ‘En dat protocol kan in de Afgrond verdwijnen!’ Ze stond op en keek Flint kil aan, alsof ze hem nog maar net kende. De dwerg werd scherp herinnerd aan hoe ze eruit had gezien in Qualinesti op de avond dat ze vanwege haar kalverliefde voor Tanis van huis was weggelopen.

‘Bedankt dat jullie me deze boodschap hebben gebracht. Ik heb voor morgen nog veel te doen. Als jullie ook maar iets om Tanis geven, ga dan terug naar jullie kamer en zeg hier niets over.’

Tasselhof wierp Flint een geschrokken blik toe. Met een rood hoofd trachtte Flint haastig de schade te herstellen.

‘Laurana, toe,’ zei hij bars, ‘niet zo boos worden. Als je je besluit hebt genomen, zal ik je steunen. Ik gedraag me gewoon als een knorrige ouwe opa. Ik maak me zorgen om je, ook al ben je generaal. En het is beter als je me meeneemt, zoals in die brief staat...’

‘Mij ook!’ riep Tas verontwaardigd.

Flint keek hem boos aan, maar Laurana zag het niet. Haar trekken verzachtten. ‘Dank je, Flint. En jij ook bedankt, Tas,’ zei ze vermoeid. ‘Het spijt me dat ik jullie zo afsnauwde. Maar ik vind echt dat ik alleen moet gaan.’

‘Nee,’ zei Flint koppig. ‘Ik geef net zoveel om Tanis als jij. Al is de kans nog zo klein, als hij ster...’ De stem van de dwerg stokte, en hij streek over zijn ogen. Toen slikte hij de brok in zijn keel weg. ‘Dan wil ik bij hem zijn.’

‘Ik ook,’ mompelde Tas zachtjes.

‘Goed dan.’ Laurana glimlachte droevig. ‘Dat kan ik jullie niet kwalijk nemen. En ik weet zeker dat hij jullie er graag bij wil hebben.’

Ze klonk heel zeker van haar zaak, alsof ze ervan overtuigd was dat ze Tanis te zien zou krijgen. Dat kon de dwerg in haar ogen zien. Hij deed nog een laatste poging. ‘Laurana, stel dat het een valstrik is? Een hinderlaag—’

Laurana’s gelaat verstrakte weer. Boos kneep ze haar ogen samen. Flint mompelde onverstaanbaar nog wat tegenwerpingen in zijn baard en wierp een blik op Tas. Die schudde zijn hoofd.

De oude dwerg slaakte een diepe zucht.

2

Falen wordt bestraft.

‘Daar is het, heer,’ zei de draak, een enorm rood monster met glinsterende zwarte ogen en vleugels als de schaduw van de nacht. ‘Fort Dargaard. Wacht maar, u kunt het in het maanlicht duidelijk zien... wanneer de wolken uiteen wijken.’

‘Ik zie het,’ antwoordde de man met diepe stem. De draak, die de scherpe woede in die stem hoorde, zette snel de daling in, waarbij hij een spiraalpatroon volgde om de snel veranderende luchtstromen rond de bergen te kunnen aanvoelen. Met een nerveus oog op het fort, omringd door de steile rotsmassa’s van het kartelige gebergte, zocht de draak een plek waar hij veilig en gemakkelijk kon landen. Heer Ariakas stelde het niet op prijs om door elkaar te worden geschud.

Aan de punt van de noordelijke uitlopers van het Dargaardgebergte stond hun bestemming: Fort Dargaard, duister en troosteloos als de legendes die ermee verbonden waren. Ooit, toen de wereld nog jong was, was Fort Dargaard het sieraad van de bergen geweest, met prachtige rode muren die als de blaadjes van een roos sierlijk uit de rots oprezen. Maar nu, dacht Ariakas grimmig, is de roos dood. De Drakenheer was geen dichter en hij liet zich zelden door zijn fantasie meeslepen, maar het door vuur geblakerde, vervallen kasteel op de rots leek zo sterk op een rottende roos aan een verwelkte struik dat het beeld hem diep trof. Het zwarte rasterwerk dat de kapotte torens met elkaar verbond zag er niet langer uit als rozenblaadjes. Nee, mijmerde Ariakas, het lijkt meer op het web van het insect dat de bloem met zijn gif had gedood.