Выбрать главу

‘Die Bakaris heeft niets goeds in de zin,’ mompelde hij tegen Tas.

‘Hè?’ vroeg Tas. Hij draaide zich om.

‘Ik zeg dat die Bakaris niets goeds in de zin heeft!’ riep de dwerg. ‘En ik durf te wedden dat hij op eigen houtje handelt en zijn bevelen negeert. Die Gachan was er helemaal niet blij mee dat hij werd weggestuurd.’

‘Hè?’ riep Tas. ‘Ik kan je niet verstaan. Die harde wind...’

‘Laat ook maar!’ Opeens werd de dwerg duizelig. Hij had moeite met ademhalen. In een poging zijn gedachten ergens anders op te richten staarde hij somber naar de boomtoppen die uit de schaduw leken op te duiken toen de zon opkwam.

Na ongeveer een uur vliegen maakte Bakaris een handgebaar en begonnen de wyverns langzaam te cirkelen, op zoek naar een plekje op de dichtbeboste berghelling waar ze veilig konden landen. Wijzend naar een kleine open plek die tussen de bomen nauwelijks zichtbaar was, riep Bakaris bevelen naar zijn rijdier. De wyverns landden, zoals hun werd opgedragen, en Bakaris steeg af.

Flint blikte met groeiende angst om zich heen. Er was nergens een fort te bekennen. Er was hoegenaamd geen teken van leven. Ze bevonden zich op een kleine open plek, omringd door hoge dennenbomen met oeroude takken die zo dik en verstrengeld waren dat ze het zonlicht grotendeels tegenhielden. Overal om hen heen bevond zich het donkere bos, waar schaduwen bewogen. Aan de andere kant van de open plek zag Flint een grot in de rotshelling.

‘Waar zijn we?’ vroeg Laurana streng. ‘Dit kan onmogelijk Fort Dargaard zijn. Waarom zijn we gestopt?’

‘Scherp opgemerkt, generaal,’ zei Bakaris luchtig. ‘Fort Dargaard ligt ongeveer een mijl boven ons op de berg. Ze verwachten ons nog niet. De Zwarte Vrouwe heeft waarschijnlijk nog niet eens ontbeten. Het zou erg onbeleefd zijn om haar nu te storen, vind je niet?’ Hij wierp een blik op Tas en Flint. ‘Jullie twee, blijf waar je bent,’ beval hij toen de kender van de wyvern afwilde springen. Tas verstijfde.

Bakaris ging vlak bij Laurana staan en legde zijn hand op de hals van de wyvern. Met zijn starende ogen volgde het dier elke beweging, verwachtingsvol als een hond rond etenstijd.

‘Stap maar af, vrouwe Laurana,’ zei Bakaris op huiveringwekkend zachte toon. Hij ging nog dichter bij haar staan, en ze keek vanaf de rug van de wyvern minachtend op hem neer. ‘We hebben zelf ook nog wel even tijd voor... een ontbijtje...’

Laurana’s ogen vlamden. Haar hand ging met zoveel overtuiging naar haar zwaard dat ze zelf bijna geloofde dat ze het omhad. ‘Blijf bij me uit de buurt!’ beval ze met zoveel overwicht dat Bakaris zowaar even verstijfde. Toen pakte hij grijnzend haar pols vast.

‘Nee, vrouwe, ik zou maar niet tegenstribbelen als ik jou was. Vergeet de wyverns niet, en je vrienden daar. Eén woord van mij en ze sterven een zeer pijnlijke dood.’

Laurana kromp ineen toen ze omkeek en zag dat de wyvern zijn schorpioenenstaart boven Flint in de aanslag hield. Het monster trilde van ingehouden verlangen.

‘Nee, Laurana!’ begon Flint gekweld, maar ze hielp hem met een scherpe blik eraan herinneren dat zij nog altijd de generaal was. Met een kleurloos gezicht accepteerde ze Bakaris’ hulp en steeg af.

‘Goed zo, ik vond al dat je eruitzag alsof je honger had,’ zei Bakaris grijnzend.

‘Laat hen gaan,’ eiste Laurana. ‘Je wilt mij hebben...’

‘Daar heb je gelijk in,’ zei Bakaris. Hij legde zijn beide handen om haar middel. ‘Maar zolang zij er zijn, heb jij een reden om je te gedragen.’

‘Maak je over ons geen zorgen, Laurana!’ brulde Flint.

‘Hou je kop, dwerg!’ schreeuwde Bakaris woedend. Hij duwde Laurana met haar rug tegen het lijf van de wyvern en draaide zich om naar de dwerg en de kender. Flints bloed stolde in zijn aderen toen hij de wilde, krankzinnige blik in de ogen van de man zag.

‘Ik... ik denk dat we maar beter kunnen doen wat hij zegt, Flint,’ zei Tas. Hij slikte. ‘Straks doet hij Laurana nog pijn...’

‘Pijn? O, dat valt wel mee,’ zei Bakaris lachend. ‘Ze zal voor Kitiara’s doeleinden nog voldoende waarde hebben. Maar verroer je niet, dwerg, anders verlies ik misschien mijn geduld,’ voegde hij er waarschuwend aan toe toen Flint een verstikte kreet van woede slaakte. Hij wendde zich weer tot Laurana. ‘Maar Kitiara vindt het vast niet erg als ik me eerst een beetje vermaak met deze dame. Nee, niet flauwvallen...’

Het was een klassieke zelfverdedigingstactiek van de elfen. Flint had het al vaak gezien, en hij spande al zijn spieren, klaar om in actie te komen toen Laurana’s ogen wegrolden in hun kassen, haar lichaam slap werd en haar benen het leken te begeven.

Intuïtief probeerde Bakaris haar op te vangen.

‘Nee, mooi niet! Ik hou van levendige vrouwen... Oef!’

Laurana ramde haar vuist in zijn buik en dreef de lucht uit zijn longen. Hij klapte dubbel van de pijn en viel voorover. Snel hief Laurana haar knie, en ze raakte hem vol onder zijn kin. Terwijl Bakaris op zijn gezicht op de grond viel, greep Flint de geschrokken kender vast en liet zich van de wyvern glijden.

‘Rennen, Flint! Snel!’ zei Laurana hijgend. Ze sprong weg bij de wyvern en de man die kreunend op de grond lag. ‘Het bos in!’

Maar Bakaris stak met een van woede verwrongen gezicht zijn hand uit en wist Laurana’s enkel beet te pakken. Ze struikelde en viel voorover op de grond, wild naar hem schoppend. Met een boomtak in zijn handen sprong Flint op Bakaris af, op het moment dat die moeizaam overeind kwam. De commandant hoorde Flint echter brullen, draaide zich vliegensvlug om en sloeg de dwerg met de rug van zijn hand in het gezicht. In dezelfde beweging pakte hij Laurana bij de arm en sleurde haar overeind. Toen draaide hij zich om en keek boos naar Tas, die naar de bewusteloze dwerg toe was gerend.

‘De dame en ik gaan naar die grot,’ zei Bakaris zwaar ademend. Hij draaide Laurana’s arm om, zodat ze het uitgilde van de pijn. ‘Eén verkeerde beweging, kender, en ik breek haar arm. Zodra we in de grot zijn, wens ik niet te worden gestoord. Ik heb een dolk aan mijn riem. Die houd ik tegen haar keel. Heb je dat begrepen, kleine dwaas?’

‘Ja m-meneer,’ stamelde Tasselhof ‘Ik... ik peins er niet over om me ermee te bemoeien. Ik... ik blijf wel gewoon hier bij... bij Flint.’

‘Niet het bos ingaan.’ Bakaris sleurde Laurana mee in de richting van de grot. ‘Dat wordt bewaakt door draconen.’

‘N-nee meneer,’ stotterde Tas. Met grote ogen knielde hij naast Flint neer.

Tevreden wierp Bakaris nog een laatste blik op de ineengedoken kender, waarna hij Laurana een zet gaf.

Verblind door tranen strompelde Laurana voort. Alsof hij haar eraan wilde helpen herinneren dat ze nergens naartoe kon, draaide Bakaris opnieuw haar arm om. Het deed verschrikkelijk pijn. Ze kon zich met geen mogelijkheid uit de krachtige greep van deze man bevrijden.

Zichzelf vervloekend omdat ze in deze val was getrapt probeerde Laurana haar angst te onderdrukken en helder te denken. Dat viel niet mee, want de hand van die man was sterk, en zijn geur — die mensengeur — deed haar op afschuwelijke wijze aan Tanis denken.

Alsof hij haar gedachten had gelezen trok Bakaris haar dicht tegen zich aan en wreef met zijn bebaarde gezicht langs haar zachte wang.

‘Jij wordt de tweede vrouw die de halfelf en ik hebben gedeeld...’ fluisterde hij hees, maar opeens kreunde hij van pijn.

Even werd Bakaris’ greep op haar arm zo pijnlijk dat ze het bijna niet kon verdragen, maar toen liet hij opeens los. Zijn hand gleed van haar arm. Laurana rukte zich los en draaide zich naar hem om.

Bloed sijpelde tussen de vingers door die Bakaris tegen zijn zij gedrukt hield, waar Tas’ mesje nog uit stak. De man trok zijn eigen dolk en stortte zich op de kender.

Er knapte iets in Laurana en er kwamen een woeste razernij en haat vrij waartoe ze zichzelf geen moment in staat had geacht. Ze voelde geen angst meer, haar leven kon haar niets meer schelen. Laurana kon maar aan één ding denken: deze mensenman wilde ze doden.

Met een woeste kreet sprong ze boven op hem en werkte hem tegen de grond. Hij gromde en bleef liggen. Wanhopig vechtend probeerde Laurana zijn dolk af te pakken. Pas toen besefte ze dat hij niet meer bewoog. Bevend van de spanning stond ze langzaam op.