‘Is er nog nieuws? Hebben ze die kapitein al gevonden?’
‘Nee, mijn heer,’ antwoordde de dracoon. Het was dezelfde die Tanis vanuit de herberg in Zeedrift had gevolgd, dezelfde die Laurana in de val had laten lopen. ‘Hij heeft geen dienst, mijn heer,’ voegde hij eraan toe op een toon alsof dat alles verklaarde.
Kitiara begreep het. ‘Doorzoek elke biertent en elk bordeel tot je hem vindt. Breng hem dan hiernaartoe. Sla hem in de boeien als het moet. Ik zal hem ondervragen zodra ik terugkom van de Congregatie van Drakenheren. Nee, wacht...’ Kitiara zweeg even en zei toen: ‘Verhoor jij hem maar. Zoek uit of de halfelf inderdaad alleen was, zoals hij beweert, of dat hij gezelschap had. En zo ja...’
De dracoon maakte een buiging. ‘Dan wordt u meteen op de hoogte gesteld, mijnheer.’
Met een gebaar stuurde Kitiara hem weg, en na nog een buiging vertrok de dracoon en deed de deur achter zich dicht. Nadat ze peinzend even was blijven staan haalde Kitiara geïrriteerd haar hand door haar krullen, waarna ze weer aan de gespen van haar harnas begon te trekken.
‘Jij vergezelt me vanavond,’ zei ze tegen heer Sothis, zonder te kijken naar de geestverschijning van de dode ridder, waarvan ze aannam dat die zich nog op dezelfde plaats achter haar bevond. ‘Wees alert. Heer Ariakas zal niet blij zijn met wat ik van plan ben.’
Kitiara wierp het laatste deel van het drakenharnas op de grond en trok haar leren tuniek en blauwe zijden maillot uit. Vervolgens rekte ze zich uit, genietend van de bewegingsvrijheid, en wierp een blik over haar schouder om te zien hoe heer Sothis reageerde op wat ze had gezegd. Hij was er niet. Geschrokken keek ze om zich heen.
De geestverschijning stond naast de drakenhelm die te midden van de scherven van de vaas op de tafel lag. Met een gebaar van zijn ontvleesde hand liet heer Sothis de scherven voor zich in de lucht zweven. Terwijl hij ze met zijn magie vasthield, draaide hij zich naar Kitiara om en nam haar met zijn vlammende oranje ogen op, zoals ze daar naakt voor hem stond. Het licht van het vuur gaf haar gebruinde huid een gouden gloed en deed haar donkere haar warm glanzen.
‘Je bent nog altijd een vrouw, Kitiara,’ zei heer Sothis langzaam. ‘Je kent liefde...’
De ridder bewoog of sprak niet, maar de scherven van de vaas vielen op de grond. Hij liep eroverheen met zijn doorschijnende laars, al liet hij geen sporen achter.
‘En je kent pijn,’ zei hij zachtjes toen hij vlak voor Kitiara stond. ‘Hou jezelf niet voor de gek, Zwarte Vrouwe. Of je hem nu verplettert of niet, de halfelf zal altijd over je hart regeren — dood of levend.’
Heer Sothis versmolt met de schaduwen in de kamer. Een hele tijd bleef Kitiara in het hoog oplaaiende vuur staan staren, wellicht in een poging haar toekomst te ontwaren in de vlammen.
Snel liep Gachan door de gang van het paleis van de Koningin. De klauwen aan zijn voeten tikten op de marmeren vloer. De dracoon dacht net zo snel als hij liep. Opeens had hij bedacht waar de kapitein zou kunnen zijn. Aan het eind van de gang zag hij twee draconen uit Kitiara’s leger rondhangen, en hij gebaarde dat ze hem moesten volgen. Ze gehoorzaamden onmiddellijk. Hoewel Gachan geen rang had in het drakenleger — niet meer, althans — stond hij officieel bekend als militair adviseur van de Zwarte Vrouwe. Officieus stond hij bekend als haar persoonlijke huurmoordenaar.
Gachan was al heel lang bij Kitiara in dienst. Toen het bericht over de ontdekking van de blauwkristallen staf de Koningin van de Duisternis en haar volgelingen ter ore was gekomen, hadden slechts weinig Drakenheren er belang aan gehecht. Ze werden in beslag genomen door de oorlog die langzaam het leven uit de noordelijke rijken van Ansalon perste, dus iets onbenulligs als een staf met genezende krachten leek hun aandacht niet waard. Er was heel wat geneeskracht nodig om de wereld te genezen, had Ariakas tijdens een krijgsraad lachend gezegd.
Twee Drakenheren namen de ontdekking van de staf echter serieus: degene die het deel van Ansalon bestuurde waar de staf gevonden was en een Drakenheer die in dat gebied was geboren en getogen. De ene was een zwarte priester, de andere een geoefend zwaardvechtster. Allebei beseften ze hoezeer hun doel in gevaar zou worden gebracht als er bewijs opdook voor de terugkeer van de oude goden.
Mogelijk door geografische omstandigheden reageerden ze verschillend. Heer Canaillaard stuurde er een zwerm draconen en kobolden op uit met een volledige beschrijving van de blauwe kristallen staf en watje ermee kon doen. Kitiara stuurde Gachan.
Gachan was degene die Waterwind en de blauwe kristallen staf was gevolgd naar Que-shu, en hij was ook degene die het bevel had gegeven om het dorp aan te vallen, waarbij de meeste inwoners systematisch waren vermoord in de zoektocht naar de staf.
Hij was echter halsoverkop uit Que-shu weggegaan toen hij had vernomen dat de staf in Soelaas was gezien. De dracoon reisde af naar het dorp, om tot de ontdekking te komen dat hij een paar weken te laat was. Maar daar kreeg hij te horen dat de barbaren die de staf met zich meedroegen hulp hadden gekregen van een groep avonturiers, die volgens de inwoners die hij had ‘gesproken’ oorspronkelijk uit Soelaas kwamen.
Op dat punt moest Gachan een lastige beslissing nemen. Hij kon proberen hun spoor op te pikken, dat in de tussenliggende weken ongetwijfeld koud was geworden, of hij kon teruggaan naar Kitiara met beschrijvingen van de avonturiers in kwestie om te vragen of zij ze kende. Zo ja, dan kon ze hem wellicht informatie verschaffen waardoor hij kon voorspellen wat ze zouden doen.
Hij besloot terug te gaan naar Kitiara, die in het noorden in een strijd verwikkeld was. De duizenden van heer Canaillaard maakten veel meer kans om de staf te vinden dan Gachan. Met volledige beschrijvingen van de avonturiers ging hij naar Kitiara, die tot haar schrik ontdekte dat het ging om haar twee halfbroers, haar oude strijdmakkers en haar voormalige minnaar. Meteen besefte Kitiara dat hier een grote macht aan het werk was, want ze wist dat dit merkwaardige samenraapsel van zwervers kon worden omgesmeed tot een dynamisch, krachtig geheel, ten goede dan wel ten kwade. Meteen ging ze met haar bange vermoedens naar de Koningin van de Duisternis. Die was al danig geschrokken door de verdwijning van het sterrenbeeld van de Heldhaftige Krijger en wat dat betekende. Meteen wist de Koningin dat ze het goed had geraden: Paladijn was teruggekeerd om haar te bestrijden. Maar tegen de tijd dat ze het gevaar onderkende, was het leed al geschied.
Kitiara droeg Gachan op het spoor weer op te pikken. Stap voor stap wist de slimme dracoon de reisgenoten te volgen van Pax Tharkas naar het dwergenrijk. Hij was degene die hen in Tarsis had gevolgd, en daar zouden hij en de Zwarte Vrouwe hen hebben gevangen genomen, als Alhana Sterrenbries en haar griffioenen er niet waren geweest.
Geduldig bleef Gachan het spoor volgen. Hij wist dat de groep zich had gesplitst, want hij hoorde dat enkelen van hen in Silvanesti waren, waar ze de grote groene draak Cyaan Bloednagel hadden verdreven, en anderen in IJsmuur, waar Laurana de zwarte elfen magiegebruiker Feal-Thas doodde. Hij was op de hoogte van de ontdekking van de drakenbollen, alsmede van het feit dat er één was vernietigd en de andere in handen was gevallen van de frêle magiër.
Het was ook Gachan die in Zeedrift achter Tanis aan was gegaan en de Zwarte Vrouwe kon vertellen dat ze aan boord waren gegaan van de Perechon. Maar voor de zoveelste keer ontdekte Gachan op het moment dat hij zijn pion verzette dat een schaakstuk van zijn tegenstander hem de weg naar de overwinning versperde. De dracoon raakte niet in paniek. Gachan kende zijn tegenstander, wist welke grote macht tegen hem streed. De inzet was hoog, ongelooflijk hoog.
Daar moest Gachan allemaal aan denken toen hij de tempel van hare duistere majesteit verliet, waar op dat moment de Drakenheren in zitting bijeenkwamen, en de straten van Neraka betrad. Het was nu licht, vlak voor het eind van de dag. Nu de zon zakte aan de hemel, werden zijn laatste stralen niet langer gehinderd door de schaduw van de citadels. Hij stond nu vlak boven de bergen en kleurde de nog altijd met sneeuw bedekte toppen rood.