Выбрать главу

‘Elfen!’ zei Laurana gretig. Ze ging naast de kapitein staan. Haar mantel klapperde om haar heen in de vroege ochtendwind.

‘Gevlucht uit hun vaderland, heb ik gehoord,’ ging de kapitein verder. ‘Verdreven door het drakenleger.’

‘Misschien is het ons volk wel!’ zei Laurana. Ze klampte zich vast aan Gilthanas, die naast haar stond. Ingespannen keek ze uit over de boeg van het schip, alsof ze het land wilde dwingen in zicht te komen.

‘Hoogstwaarschijnlijk zijn het de Silvanesti,’ zei Gilthanas. ‘Ik geloof zelfs dat ik vrouwe Alhana iets heb horen zeggen over Ergoth. Weet jij het nog, Sturm?’

‘Nee,’ antwoordde de ridder abrupt. Hij draaide zich om, liep naar de bakboordzijde van het schip en staarde leunend tegen de reling uit over de roze getinte zee. Laurana zag dat hij iets uit zijn riem haalde waar hij met zijn vingers liefdevol overheen streek. Er was een felle lichtflits toen de zon erop viel. Toen stak hij het weer terug in zijn riem en boog zijn hoofd. Ze wilde op hem aflopen, maar bleef staan toen ze uit haar ooghoek een beweging opving.

‘Wat is dat voor een vreemde wolk in het zuiden?’

De kapitein draaide zich meteen om, haalde zijn verrekijker uit de zak van zijn bontparka en zette die tegen zijn oog. ‘Stuur een man het want in,’ snauwde hij tegen zijn bootsman.

Al binnen een paar tellen klauterde er een matroos langs het tuigage omhoog. Op duizelingwekkende hoogte klemde hij zijn arm om de mast en tuurde door de verrekijker naar het zuiden.

‘Kun je ziet wat het is?’ riep de kapitein hem toe.

‘Nee, kap’tein,’ bulderde de man. ‘Misschien is het een wolk, maar ik heb er nog nooit zo een gezien.’

‘Ik kijk wel even!’ bood Tasselhof gretig aan. Minstens zo behendig als de matroos klom hij naar boven. Vlak bij de mast en de matroos klampte hij zich vast aan de lijnen en tuurde naar het zuiden.

Het leek in elk geval wel op een wolk. Hij was enorm groot, wit en leek boven het water te zweven. Alleen bewoog hij veel sneller dan de andere wolken aan de hemel, en...

Tasselhofs adem stokte. ‘Mag ik die even lenen?’ vroeg hij terwijl hij zijn hand uitstak naar de verrekijker. Met tegenzin gaf de matroos hem af. Tas zette hem tegen zijn oog en kreunde zachtjes. ‘O, lieve help,’ mompelde hij. Hij liet de verrekijker zakken, schoof hem met een snelle beweging dicht en stak hem afwezig in zijn tuniek. De matroos greep hem in de kraag op het moment dat hij weer naar beneden wilde klimmen.

‘Hè?’ vroeg Tas verschrikt. ‘O, is die van jou? Neem me niet kwalijk.’ Hij gaf nog een weemoedig klopje op de verrekijker voordat hij hem teruggaf aan de matroos. Toen liet hij zich behendig langs de lijnen naar beneden zakken, landde lichtvoetig op het dek en rende op Sturm af.

‘Het is een draak,’ vertelde hij ademloos.

2

De witte draak. Gevangen.

De naam van de draak was IJzel. Ze was een witte draak, een kleiner ras dan de andere die Krynn bevolkten. Geboren en getogen in de poolstreken waren deze draken tegen extreme koude bestand. Ze hielden dan ook de met ijs bedekte zuidelijke delen van Ansalon onder controle.

Omdat ze kleiner waren, waren de witte draken de snelste van allemaal. Vaak werden ze door de Drakenheren ingezet voor verkenningsmissies. Daarom was IJzel niet in haar verblijf in IJsmuur geweest toen de reisgenoten er op zoek naar de drakenbol waren binnengedrongen. De Duistere Koningin had te horen gekregen dat een groep avonturiers in Silvanesti was binnengedrongen. Op de een of andere manier waren ze erin geslaagd Cyaan Bloednagel te verslaan, en naar verluidt waren ze nu in het bezit van een drakenbol.

De Duistere Koningin vermoedde dat ze via de Koningsweg de Stofvlakten zouden oversteken, want dat was de meest rechtstreekse route over land naar Sancrist, waar de ridders van Solamnië zich volgens de geruchten trachtten te organiseren. De Duistere Koningin had IJzel en haar eskader witte draken opgedragen naar de Stofvlakten te ijlen, die inmiddels schuilgingen onder een dik pak sneeuw, en de drakenbol te zoeken.

Zodra ze de sneeuw in de diepte zag glinsteren, begon IJzel al te betwijfelen of zelfs mensen dwaas genoeg zouden zijn om onder dergelijke omstandigheden te proberen het niemandsland over te steken. Ze had echter een bevel gekregen en dat zou ze ook opvolgen. Ze beval haar eskader zich te verspreiden, en zo kamden ze het gebied grondig uit, van de Silvanestische grens in het oosten tot aan het Kharolisgebergte in het westen. Een paar van haar draken vlogen zelfs helemaal door tot aan Nieuwekust in het noorden, dat onder het gebied van de blauwe draken viel.

De draken hadden zich net weer verzameld met de mededeling dat ze geen teken van leven op de Vlakten hadden kunnen bespeuren, toen IJzel te horen kreeg dat er via de achterdeur gevaar was binnengedrongen terwijl zij aan het front op verkenningsmissie was.

Woedend vloog IJzel terug, maar ze was al te laat. Fealthas was dood en de drakenbol verdwenen. Maar haar bondgenoten, de walrusmannen of Thanoi, konden de groep beschrijven die deze wandaad had begaan. Ze konden zelfs aanwijzen in welke richting het schip was verdwenen, al was er vanaf IJsmuur eigenlijk maaréén richting die een schip kon kiezen: het noorden.

IJzel meldde het verlies van de drakenbol aan haar Duistere Koningin, die ontzettend boos en bang werd. Nu waren er al twee drakenbollen verdwenen! Hoewel ze wist dat haar kwade macht de sterkste op heel Krynn was, was er ook de knagende zekerheid dat de machten van het goede nog altijd vrij rondliepen. Een ervan zou misschien sterk en wijs genoeg blijken om het geheim van de bol te ontdekken.

Daarom kreeg IJzel de opdracht om de bol te vinden: niet om hem mee terug te nemen naar IJsmuur, maar om hem af te leveren bij de Duistere Koningin. Onder geen beding mocht de draak hem kwijtraken of ergens achterlaten. De bollen bezaten intelligentie en een grote overlevingsdrang. Zo waren ze erin geslaagd al die tijd in leven te blijven, terwijl degenen die hen hadden gecreëerd al lang waren gestorven.

IJzel scheerde over de Sirrionzee en liet zich door haar sterke, witte vleugels snel naar het schip dragen. Nu werd ze echter met een interessant probleem geconfronteerd, een waar ze niet op bedacht was.

Misschien kwam het door de inteelt die noodzakelijk was om een reptiel te fokken dat tegen kou kon, maar witte draken waren de minst intelligente binnen hun soort. IJzel hoefde zelden zelfstandig te denken. Fealthas had haar altijd verteld wat ze moest doen, met als gevolg dat ze, nu ze boven het schip cirkelde, geen idee had hoe ze haar probleem moest oplossen. Hoe moest ze de bol te pakken krijgen?

In eerste instantie was ze van plan geweest het schip gewoon te bevriezen met haar ijzige adem. Toen besefte ze echter dat de bol dan ook in een blok van ijs en hout terecht zou komen, waardoor het heel moeilijk zou worden hem te pakken te krijgen. Bovendien was de kans groot dat het schip zou zinken voordat ze erin slaagde het uit elkaar te rukken. En mocht ze erin slagen het schip uit elkaar te rukken, dan kon de bol wel eens zinken. Het schip was te zwaar om op te tillen en naar het vasteland te brengen. Diep nadenkend cirkelde IJzel boven het schip. In de diepte zag ze de armzalige mensen als bange muizen heen en weer rennen.

De witte draak overwoog een telepathisch bericht naar haar Koningin te sturen en haar om hulp te vragen. Ze wenste de wraakzuchtige Koningin echter liever niet te herinneren aan haar bestaan en onwetendheid. De hele dag bleef de draak peinzend vlak boven het schip hangen. Meegevoerd door de luchtstromingen liet ze de drakenvrees de mensen opzwepen tot een razende paniek. Toen, op het moment dat de zon onderging, kreeg IJzel opeens een idee. Zonder er verder over na te denken kwam ze in actie.

Tasselhofs melding dat er een witte draak achter het schip aankwam, veroorzaakte een golf van doodsangst bij de bemanning. Ze wapenden zich met kortelassen en bereidden zich er grimmig op voor het monster te bestrijden zolang ze konden, al beseften ze allemaal hoe dat gevecht zou eindigen. Gilthanas en Laurana, beiden vaardige boogschutters, zetten pijlen op hun bogen. Sturm en Derek gebruikten hun schild en zwaard. Tasselhof greep zijn hoopak. Flint probeerde uit bed te komen, maar kon niet eens op zijn benen staan. Elistan bleef kalm en bad tot Paladijn.