Выбрать главу

‘Waarom?’ vroeg Laurana. Nu ze het meisje eens goed bekeek, zag ze dat ze een beeldschone vrouw moest zijn. Tenminste, dat zou ze zijn als de lagen stof en vuiligheid van haar afgewassen werden.

Silvara was zich bewust van Laurana’s onderzoekende blik, die haar verlegen maakte. ‘Ik... ik ben weggelopen bij de Silvanesti, vrouwe, toen ze u naar de overkant van de rivier brachten.’

‘Je hoeft geen u tegen me te zeggen. Toe, kind, noem me gewoon Laurana.’

‘Laurana,’ verbeterde Silvara zichzelf blozend. ‘Ik... ik kwam u vragen me mee te nemen wanneer u weggaat.’

‘Weggaat?’ vroeg Laurana. ‘Maar ik ga helemaal niet...’ Ze zweeg.

‘O nee?’ vroeg Silvara vriendelijk.

‘Ik... ik weet het niet,’ antwoordde Laurana verward.

‘Ik kan helpen,’ zei Silvara gretig. ‘Ik weet de weg door de bergen naar de buitenpost van de ridders, waar de schepen met vogelvleugels uitvaren. Ik kan jullie helpen ontsnappen.’

‘Waarom zou je dat voor ons doen?’ vroeg Laurana. ‘Het spijt me, Silvara. Het is niet mijn bedoeling om wantrouwig te lijken, maar je kent ons niet eens, en wat je wilt doen is erg gevaarlijk. In je eentje kun je toch zeker veel gemakkelijker ontsnappen?’

‘Ik weet dat jullie de drakenbol hebben,’ fluisterde Silvara.

‘Hoe weet je dat?’ vroeg Laurana verbaasd.

‘Ik hoorde de Silvanesti erover praten toen ze jullie bij de rivier hadden achtergelaten.’

‘En je wist wat het was? Hoe dan?’

‘Mijn... volk vertelt er... verhalen over,’ zei Silvara. Ze wrong nerveus in haar handen. ‘Ik... ik weet hoe belangrijk het is om een eind te maken aan deze oorlog. Dan zullen jouw volk en de Silvanelfen teruggaan naar hun eigen land en de Kaganesti met rust laten. Dat iséén reden, en...’ Silvara zweeg even, en zei toen zo zachtjes dat Laurana haar nauwelijks kon verstaan: ‘Jij was de eerste die wist wat mijn naam betekende.’

Laurana keek haar verwonderd aan. Het meisje leek oprecht, maar toch geloofde ze haar niet. Waarom zou ze haar leven op het spel zetten om hen te helpen? Misschien was ze een spion die er door de Silvanesti opuit was gestuurd om de bol te bemachtigen. Het leek onwaarschijnlijk, maar er waren wel vreemdere dingen gebeurd...

Laurana liet haar hoofd in haar handen zakken en probeerde na te denken. Konden ze Silvara vertrouwen, in elk geval voldoende om hen hier weg te krijgen? Het leek erop dat ze geen keus hadden. Als ze de bergen introkken, moesten ze door het land van de Kaganesti heen. Dan zou Silvara’s hulp van onschatbare waarde zijn.

‘Ik moet met Elistan praten,’ zei Laurana. ‘Kun je hem hiernaartoe brengen?’

‘Dat is niet nodig, Laurana,’ antwoordde Silvara. ‘Hij zit al de hele tijd bij de deur te wachten tot je bent opgeknapt.’

‘En de rest? Waar zijn mijn andere vrienden?’

‘Heer Gilthanas is natuurlijk in het huis van je vader...’ Beeldde Laurana het zich in, of werden Silvara’s bleke wangen rood toen ze die naam zei? ‘De anderen hebben “gastenverblijven” gekregen.’

‘Ja,’ zei Laurana grimmig. ‘Ik kan me er iets bij voorstellen.’

Silvara verliet haar zijde, sloop zachtjes de kamer door, deed de deur open en wenkte.

‘Laurana?’

‘Elistan!’ Ze sloeg haar armen om de priester heen. Met haar hoofd tegen zijn borst sloot ze haar ogen, gerustgesteld door zijn sterke armen die haar teder vasthielden. Nu komt alles goed, dacht ze. Elistan zal de leiding nemen. Hij weet wel wat we moeten doen.

‘Voel je je al iets beter?’ vroeg de priester. ‘Je vader...’

‘Ja, ik weet het,’ viel Laurana hem in de rede. Ze voelde haar hart schrijnen telkens wanneer iemand over haar vader begon. ‘Jij moet besluiten wat we moeten doen, Elistan. Silvara heeft aangeboden ons te helpen ontsnappen. We kunnen de bol meenemen en vannacht nog weggaan.’

‘Als dat is wat je moet doen, lieve kind, dan moet je geen tijd meer verspillen,’ zei Elistan terwijl hij zich naast haar op een stoel liet zakken.

Laurana knipperde met haar ogen en greep zijn arm vast. ‘Elistan, wat bedoel je daarmee? Je moet wel met ons mee.’

‘Nee, Laurana,’ zei Elistan. Hij greep stevig haar hand vast. ‘Als je dit doet, zul je zonder mij moeten gaan. Ik heb Paladijn om hulp gevraagd, en ik moet hier bij de elfen blijven. Ik geloof dat ik dan je vader ervan zal kunnen overtuigen dat ik een priester van de ware goden ben. Als ik wegga, zal hij me altijd als een charlatan blijven beschouwen, net als je broer.’

‘En de drakenbol dan?’

‘Dat is aan jou, Laurana. In die kwestie hebben de elfen ongelijk. Hopelijk zullen ze dat mettertijd gaan beseffen. Maar we hebben geen eeuwen om dit te bespreken. Ik vind dat je de bol naar Sancrist moet brengen.’

‘Ik?’ vroeg Laurana ontzet. ‘Dat kan ik niet!’

‘Lieve kind,’ zei Elistan ferm, ‘je moet goed beseffen dat de druk van het leiderschap op jouw schouders zal rusten als jij deze beslissing neemt. Sturm en Derek worden te zeer door hun eigen onenigheid in beslag genomen, en trouwens, ze zijn mensen. Jullie krijgen met elfen te maken, met jouw eigen volk en de Kaganesti. Gilthanas heeft partij gekozen voor je vader. Jij bent de enige die kans van slagen heeft.’

‘Maar ik ben niet in staat om...’

‘Je bent tot veel meer in staat dan je zelf denkt, Laurana. Misschien heeft alles wat je tot nu toe hebt meegemaakt je wel hierop voorbereid. Je mag geen tijd meer verspillen. Vaarwel, lieve kind.’ Elistan stond op en legde zijn hand op haar hoofd. ‘Ga met de zegen van Paladijn, en die van mij.’

‘Elistan!’ fluisterde Laurana, maar de priester was al weg. Zachtjes deed Silvara de deur achter hem dicht.

Laurana liet zich op haar bed zakken en probeerde na te denken. Natuurlijk heeft Elistan gelijk, dacht ze. De drakenbol kan hier niet blijven. En als we willen ontsnappen, moeten we het deze nacht doen. Maar het gaat allemaal zo snel! En het komt allemaal op mij aan. Kan ik Silvara wel vertrouwen? Aan de andere kant, wat maakt het uit? Zij is de enige die ons de weg kan wijzen. Dan hoef ik dus alleen maar de bol en de lans te bemachtigen en mijn vrienden te bevrijden. De bol en de lans zijn geen probleem, maar mijn vrienden...

Opeens wist Laurana wat ze ging doen. Ze besefte dat ze het onbewust allemaal al bedacht had terwijl ze met Elistan praatte.

Hiermee leg ik me vast, dacht ze. Er is geen terugweg mogelijk als ik de drakenbol steel, in de nacht wegvlucht en een vreemd, vijandig land binnentrek. En dan is Gilthanas er nog. We hebben samen zo veel meegemaakt dat ik hem eigenlijk niet zomaar kan achterlaten. Maar hij zal ontzet zijn over mijn plan om de bol te stelen en weg te lopen. En als hij verkiest niet met me mee te gaan, zal hij ons dan verraden?

Even sloot Laurana haar ogen. Vermoeid legde ze haar hoofd op haar knieën. Tanis, dacht ze, waar ben je? Wat moet ik doen? Waarom hangt het allemaal van mij af? Dit heb ik niet gewild.

Terwijl ze daar zo zat, herinnerde Laurana zich opeens de vermoeidheid en het verdriet op Tanis’ gezicht. Misschien stelde hij zichzelf dezelfde vragen. Al die tijd heb ik gedacht dat hij oersterk was, maar misschien voelde hij zich wel net zo bang en verloren als ik. Dat hij zich door zijn volk in de steek gelaten voelde, was zeker. En wij vertrouwden op hem, of hij dat nu wilde of niet. Maar hij accepteerde het. Hij deed wat in zijn ogen juist was.

En dat moet ik ook doen.

Kordaat, zonder zichzelf de tijd te gunnen er verder over na te denken, hief Laurana haar hoofd en wenkte Silvara.

Sturm ijsbeerde in de lengte door het primitieve hutje dat hun was toegewezen, niet in staat om te slapen. De dwerg lag languit op bed te snurken. Aan de andere kant van de kamer lag Tasselhof opgerold tot een zielig balletje. Zijn voet was aan het bed geketend. Sturm zuchtte. Kon het nog erger worden?

Het was die avond van kwaad tot erger gegaan. Toen Laurana was flauwgevallen had Sturm alle zeilen moeten bijzetten om de woedende dwerg tegen te houden. Flint bezwoer dat hij Porthios levend zou villen. Derek verklaarde dat hij zichzelf beschouwde als een krijgsgevangene en dat het daarom zijn plicht was om te proberen te ontsnappen, waarna hij met de ridders zou terugkomen om de drakenbol met geweld te heroveren. Meteen werd Derek door de wachters afgevoerd. Het was Sturm net gelukt om de dwerg tot bedaren te brengen, toen er uit het niets een elfenheer verscheen die Tasselhof ervan beschuldigde zijn buidel te hebben gestolen.