‘Het zal een boodschapper weken kosten en nog langer voor iedereen daar is aangekomen.’ Rhuarcs gebaar omvatte de vier Wijzen. ‘Zij kunnen door middel van hun dromen in één nacht met ieder stamhoofd en met ieder sibbehoofd spreken. En iedere Wijze zal ervoor zorgen dat geen man zal denken dat het slechts een droom is.’
‘Ik waardeer het dat je denkt dat we bergen kunnen verplaatsen, schaduw van mijn hart,’ zei Amys droogjes, terwijl ze met haar zalfjes naast Rhand ging zitten, ‘maar dat wil niet zeggen dat we dat ook kunnen Het kost vele nachten om te doen wat je voorstelt en er blijft weinig tijd over om te slapen. ’
Rhand pakte haar bij de hand toen ze het scherp ruikende mengsel op zijn wang wilde smeren. ‘Wilt u het doen?’
‘Wil je ons zo graag vernietigen?’ wilde ze weten, maar beet geërgerd op haar lip toen de vrouw in het wit aan de andere kant van Rhand schrok.
Melaine klapte tweemaal in haar handen. ‘Laat ons alleen,’ zei ze scherp en de vrouwen in het wit liepen buigend, met hun bakken en handdoeken weg.
‘Je prikkelt me als een naalddistel die de huid raakt,’ maakte Amys Rhand bitter duidelijk. ‘Wat we ook tegen ze zeggen, die vrouwen gaan praten over dingen die ze niet behoren te weten.’ Ze trok haar hand los en begon de zalf harder aan te brengen dan nodig was. Het stak nog erger dan het stonk.
‘Ik wil jullie niet prikkelen,’ zei Rhand, ‘maar er is te weinig tijd. De Verzakers lopen vrij rond, Amys, en als ze ontdekken waar ik ben of wat ik van plan ben...’ De Aielvrouwen leken niet verbaasd te zijn. Wisten ze het al? ‘Er zijn er nog negen in leven. Te veel, en zij die me niet willen doden, denken mij te kunnen gebruiken. Ik heb geen tijd. Als ik een manier wist om alle stamhoofden op dit moment hier te krijgen en ervoor te zorgen dat ze me aanvaarden, zou ik die gebruiken. ‘
‘Wat ben je van plan?’ De stem van Amys klonk even rotshard als haar gezicht stond.
‘Wilt u de stamhoofden vragen, of zeggen, naar Alcair Dal te komen?’ Heel lang bleef ze hem strak in de ogen kijken. Toen ze eindelijk knikte, was het met tegenzin. Desondanks verdween iets van zijn spanning. Hij kon de verloren zeven dagen op geen enkele manier goedmaken, maar misschien kon hij voorkomen dat hij er nog meer verloor. Moiraine was echter nog samen met Aviendha in Rhuidean en dat hield hem hier. Hij kon haar niet zomaar in de steek laten. ‘U hebt mijn moeder gekend,’ zei hij. Egwene boog zich naar voren, even gespannen als hij was, en Mart schudde zijn hoofd. Amys’ hand bleef op zijn gezicht rusten. ‘Ik heb haar gekend. ‘
‘Vertel me wat over haar, alstublieft. ’
Ze richtte haar aandacht op de snee boven zijn oor. Als een frons kon helen, zou hij haar zalf niet meer nodig hebben. Ten slotte zei ze: ‘Het verhaal van Shaiel, voor zover ik het ken, begint toen ik nog Far Dareis Mai was, ruim een jaar voor ik de speer opgaf. We zwierven met een groep rond tot bijna bij de Drakenmuur. Op een dag zagen we een vrouw, een jonge natlander met goudblonde haren, in zijde gekleed, met pakpaarden en rijdend op een mooie merrie. Een man zouden we natuurlijk hebben gedood, maar ze droeg geen enkel wapen, afgezien van een eenvoudig mes aan haar gordel. Sommigen wilden haar naakt naar de Drakemuur terug laten rennen...’ Egwene knipperde met haar ogen; ze verbaasde zich steeds weer over de hardheid van de Aiel. Amys vertelde gewoon verder. ‘... toch leek ze vastberaden naar iets te zoeken. We waren nieuwsgierig en volgden haar vele dagen zonder ons te laten zien. Haar paarden stierven, haar eten en water raakten op, maar ze keerde niet om. Te voet wankelde ze verder, tot ze eindelijk neerviel en niet meer op kon staan. We besloten haar water te geven en naar haar verhaal te vragen. Ze verkeerde op het randje van de dood en het duurde een hele dag voor ze iets kon zeggen.’
‘Heette ze Shaiel?’ vroeg Rhand toen ze even aarzelde. ‘Waar kwam ze vandaan? Waarom was ze hierheen getrokken?’
‘Shaiel,’ vertelde Bair, ‘was de naam die ze zelf koos. Al die tijd dat ik haar heb gekend, heeft ze nooit een andere naam genoemd. In de Oude Spraak zou het betekenen “De vrouw die toegewijd is”.’ Mart knikte instemmend, zonder het te beseffen. Lan staarde hem over zijn beker water heen nadenkend aan. ‘In het begin was er heel veel verbittering bij Shaiel,’ besloot ze.
Knikkend liet Amys zich op haar hielen zakken. ‘Ze had het over een achtergelaten kind, over een zoon waar ze van hield. En een man waar ze niet van hield. Ze wilde niet vertellen waar. Ik denk dat ze zichzelf nooit heeft vergeven dat ze het kind had achtergelaten. Verder wilde ze niets zeggen, alleen wat ze moest. Ze was ons aan het zoeken, de Speervrouwen. Een Aes Sedai, die Gitara Moroso heette en kon voorspellen, had haar verteld dat haar land en haar volk door een ramp zouden worden getroffen, misschien wel de hele wereld, tenzij ze zich bij de Speervrouwen aansloot en niemand over haar vertrek vertelde. Ze moest een Speervrouwe worden en ze kon niet naar haar eigen land terug voor de Speervrouwen naar Tar Valon waren getrokken.’ Verwonderd schudde ze het hoofd. ‘Je moet begrijpen hoe gek het toen klonk. De Speervrouwen naar Tar Valon? Sinds onze eerste dag in het Drievoudige Land was geen enkele Aiel de Drakenmuur overgestoken. Het zou nog vier jaar duren eer Lamans Zonde ons naar de natlanden voerde. En het was even zeker dat geen natlander ooit Speervrouwe kon worden. Sommigen van ons dachten dat de zon haar gek had gemaakt. Maar ze had een ijzeren wil en om de een of andere reden... stonden we het haar toe dat te proberen.’
Gitara Moroso. Een Aes Sedai die kon voorspellen. Ergens had hij die naam eerder gehoord, maar waar? En hij had een broer, een halfbroer. Toen hij opgroeide, had hij zich afgevraagd hoe het zou zijn om een broer of een zus te hebben. Wie was het, en waar? Maar Amys vertelde verder.
‘Bijna ieder meisje droomt ervan Speervrouwe te worden en leert op z’n minst de eerste beginselen van de boog en de speer, of het vechten met handen en voeten. Desondanks ontdekken zelfs zij die de laatste stap doen en de speer huwen, dat ze niets weten. Voor Shaiel was het nog moeilijker. Ze kon goed met de boog overweg, maar ze kon nog geen span hard rennen, of leven van wat ze in de woestijn vond. Een meisje van tien jaar kon haar verslaan. Ze kende zelfs de planten niet die aangeven waar water is. Toch hield ze vol. Binnen een jaar had ze haar eed op de speer gezworen, was ze een Speervrouwe en werd ze opgenomen in de Chumaisibbe van de Taardad.’ En veel later trok ze met de Speervrouwen naar Tar Valon om op de helling van de Drakenberg te sterven. Een half antwoord dat vele nieuwe vragen opriep. Kon hij maar eens een afbeelding van haar zien. ‘Je hebt iets van haar weg, in je gezicht,’ vertelde Seana alsof ze zijn gedachten had gelezen. Ze was met een kleine zilveren nap wijn, met haar benen gekruist, op een kussen gaan zitten. ‘Veel minder van Janduin.’
‘Janduin? Mijn vader?’
‘Ja,’ zei Seana. ‘Hij was in die tijd het stamhoofd van de Taardad, de jongste voor zover het geheugen reikt. Maar hij bezat iets, een inwendige kracht. Mensen luisterden naar hem en waren bereid hem te volgen, zelfs mensen van een andere stam. Hij maakte na tweehonderd jaar een eind aan de bloedvete tussen de Taardad en de Nakai en sloot een bondgenootschap, niet alleen met de Nakai, maar ook met de Reyn, en daarmee verkeerden ze op het randje van een bloedvete. Hij maakte ook bijna een eind aan de vete tussen de Shaarad en Goshien en wellicht zou het hem gelukt zijn om Laman over te halen de Boom niet om te hakken. Zo jong als hij was, leidde hij de Taardad, Nakai, Reyn en Shaarad over de Drakenrug om de bloedprijs van Laman op te eisen.’
Was. Dus hij was nu ook dood. Egwene keek hem medelijdend aan. Rhand negeerde het; hij wilde geen medeleven. Hoe kon hij een verlies voelen voor mensen die hij nooit had gekend? Toch voelde hij het wel. ‘Hoe is Janduin gestorven?’
De Wijzen keken elkaar aarzelend aan. Ten slotte zei Amys: ‘Het was in het begin van het derde jaar van de jacht op Laman dat Shaiel merkte dat ze een kind verwachtte. Volgens de wetten diende ze naar het Drievoudige Land terug te keren. Het is een Speervrouwe verboden de speer te dragen wanneer ze een kind verwacht. Maar Janduin kon haar niets weigeren. Als ze hem de maan aan een halsketting had gevraagd, zou hij geprobeerd hebben die aan haar te geven. Dus bleef ze en tijdens de laatste strijd voor Tar Valon verdween ze en met haar het kind. Janduin kon het zichzelf niet vergeven dat hij haar niet aan de wet had laten gehoorzamen.’