‘Denk je dat hij leiding nodig heeft?’ Moiraine trok een wenkbrauw hoog op, maar Egwene negeerde het. ‘Tot dusver heeft hij zonder leiding gedaan wat hij moest doen.’
‘Rhand Altor kent onze gebruiken niet,’ antwoordde Amys. ‘Hij kan honderden fouten maken, waardoor een stam of een stamhoofd zich tegen hem zal keren, waardoor ze hem als natlander zullen zien, of hij nu Hij die komt met de dageraad is, of niet. Mijn gade is een goede man en een goed stamhoofd, maar hij is geen vredeprater, opgeleid om kwade mannen ertoe te brengen hun speren aan de voeten te leggen. We dienen iemand te hebben die vlak bij Rhand Altor blijft, die hem dingen in het oor kan fluisteren als hij op het punt staat een verkeerde stap te doen.’ Ze gebaarde Aviendha nog wat water op de hete keien te gooien en de jonge vrouw gehoorzaamde met bedrukte sierlijkheid.
‘Bovendien moeten we hem in de gaten houden,’ bracht Melaine scherp naar voren. ‘We moeten te weten komen wat hij van plan is. De vervulling van de voorspelling van Rhuidean is begonnen – hoe het ook loopt, die mag niet halverwege in het zand vastlopen – maar ik ben van plan ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen van ons volk overleven. Hoe dat klaargespeeld kan worden, hangt af van de bedoelingen van Rhand Altor.’
Bair boog zich naar Egwene toe. Ze leek een en al botten en spieren. ‘Jij kent hem vanaf zijn jeugd. Zal hij jou vertrouwen?’ ik betwijfel het,’ antwoordde Egwene. ‘Hij heeft iets van zijn vroegere vertrouwen in anderen verloren.’ Ze vermeed het Moiraine aan te kijken.
‘Zou ze het tegen ons zeggen, als hij haar iets toevertrouwt?’ wilde Melaine weten, ik wil op deze plek geen boosheid scheppen, maar Moiraine en Egwene zijn Aes Sedai. Hun doel kan verschillen van ons doel.’
‘Wij hebben eens de Aes Sedai gediend,’ zei Bair kalm. ‘Wij hebben daarbij toen gefaald. Misschien is het de bedoeling dat wij wederom gaan dienen.’ Melaine werd rood, duidelijk verlegen met deze uitspraak.
Moiraine liet niet merken dat zij het had gezien of de eerdere woorden van de vrouw had gehoord. Afgezien van de strakke lijn rond haar ogen leek ze even kalm als ijs. ik kan waar mogelijk helpen,’ zei ze koel, ‘maar ik heb weinig invloed op Rhand. Momenteel weeft hij het Patroon naar eigen goeddunken.’
‘Dan dienen we hem heel goed in het oog te houden en kunnen we slechts hopen,’ verzuchtte Bair. ‘Aviendha, jij zult Rhand Altor iedere dag opvangen als hij wakker wordt en je verlaat hem pas als hij ’s avonds onder de dekens kruipt. Je blijft even dicht bij hem als het haar op zijn hoofd. Ik ben bang dat jouw opleiding moet plaatsvinden wanneer we de kans krijgen. Het is wel een grote belasting voor jou om beide dingen te doen, maar we kunnen er niet aan ontkomen. Als je met hem praat – en vooral luistert – zal het je geen moeite kosten dicht bij hem te blijven. Er zijn maar weinig mannen die een leuke, jonge vrouw die wil luisteren, wegsturen. Misschien ontvalt hem eens iets.’ Met elk woord verstijfde Aviendha. Toen Bair was uitgesproken, spoog ze vuur. ‘Dat doe ik niet!’ Er viel een doodse stilte en alle ogen richtten zich op haar, maar ze staarde uitdagend terug. ‘Niet?’ zei Bair zachtjes. ‘Niet?’ Het leek of de woorden vies smaakten.
‘Aviendha,’ zei Egwene zachtjes, ‘niemand vraagt je Elayne te verraden, alleen of je met hem wilt praten.’ Het hielp weinig, de vroegere Speervrouwe leek zelfs nog feller naar een wapen te zoeken, is dit tegenwoordig de gehoorzaamheid van Speervrouwen?’ zei Amys scherp. ‘Ais dat zo is, zul je merken dat we een strenger gezag uitoefenen. Als er een reden is om niet bij Rhand Altor te blijven, spreek je die nu uit.’ Aviendha’s verzet verslapte iets en ze mompelde onhoorbaar. Amys stem werd messcherp, ik zei: spreek je uit!’ ik mag hem niet,’ barstte Aviendha los. ik haat hem! Ik haat hem!’ .Als Egwene niet beter had geweten, zou ze hebben gedacht dat de Aielvrouw bijna in huilen uit zou barsten. De woorden troffen haar echter diep; dat meende Aviendha toch niet?
‘We hebben het er niet over dat je hem moet liefhebben of in je bed moet ontvangen,’ zei Seana ijzig. ‘Wij hebben je gezégd naar de man te luisteren en dan gehoorzaam je.’
‘Kinderachtig!’ snoof Amys. ‘Wat voor jonge vrouwen komen er nu ter wereld? Wordt er dan niemand meer volwassen?’ Bair en Melaine waren zelfs nog scherper. De oudere vrouw dreigde Aviendha aan het paard van Rhand vast te binden in plaats van in zijn zadel te zetten – en het klonk of ze het ook echt meende. Melaine stelde voor dat Aviendha maar beter ’s nachts kuilen kon graven en vullen in plaats van te slapen; dan kon ze haar hoofd weer op orde brengen. De dreigementen waren niet bedoeld om haar te dwingen, besefte Egwene. Deze vrouwen rekenden op gehoorzaamheid en zouden die krijgen. Elke zinloze taak die Aviendha zich op de hals haalde, kreeg ze door haar eigen koppigheid. Die koppigheid leek minder te worden nu vier paar ogen van Wijzen zich in haar boorden. Ze stelde zich verdedigend op door op haar knieën te gaan zitten, maar ze hield vol. Egwene boog zich naar haar toe en legde haar hand op de schouder van de Aielvrouw. ‘Jij hebt me verteld dat wij bijna-zusters zijn en ik denk dat we dat zijn. Wil je het dan voor mij doen? Doe dan alsof je Elayne terwille wilt zijn door voor hem te zorgen. Ik weet dat je haar mag. Je kunt hem zeggen dat ze haar woorden in die twee brieven meent. Dat zal hij leuk vinden.’
Aviendha’s gezicht vertrok. ‘Ik zal het doen,’ zei ze in elkaar zakkend, ik zal hem voor Elayne in het oog houden. Voor Elayne.’ Amys veerde op. ‘Dwaasheid. Je zult hem in het oog houden omdat wij het je hebben gezegd, meisje. Als je denkt het om een andere reden te doen, zul je merken dat je een pijnlijke fout hebt begaan. Meer water. De stoom verdwijnt.’
Aviendha schoot als een speer omhoog om een handvol water op de keien te gooien. Egwene zag tot haar genoegen dat haar durf terugkeerde, maar ze zou haar waarschuwen als ze alleen waren. Durf was best, maar er bestonden enige vrouwen – bijvoorbeeld deze vier Wijzen en Siuan Sanche – bij wie het verstandiger was je durf in toom te houden. Je kon de hele dag tegen de vrouwenkring blijven schreeuwen, maar uiteindelijk deed je toch wat die wilde en had je liever je mond gehouden.
‘Laten we, nu dat geregeld is,’ zei Bair, ‘in stilte van de stoom genieten, nu dat nog kan. Er moet vannacht en de komende nachten door enkelen van ons nog veel gedaan worden, als we voor Rhand Altor een bijeenkomst bij Alcair Dal willen klaarspelen.’
‘Mannen bezorgen vrouwen telkens weer werk,’ zei Amys. ‘Waarom zou Rhand Altor dan anders zijn?’
In de tent daalde stilte neer, afgezien van het gesis wanneer Aviendha nog meer water op de hete stenen gooide. De Wijzen zaten met hun handen op de knieën diep te ademen. Het was eigenlijk heel prettig en heel ontspannen, deze vochtige hitte, dit gladde schone gevoel van ver dampend zweet. Egwene dacht dat het best de moeite waard was hiervoor wat slaap te missen.
Moiraine leek zich echter niet te ontspannen. Ze zat in de stomende ketel te staren alsof ze iets anders zag, iets heel ver weg. ‘Was het erg?’ zei Egwene zachtjes om de Wijzen niet te storen. ‘Rhuidean, bedoel ik.’ Aviendha keek snel op maar zei niets. ‘De herinneringen vervagen,’ zei Moiraine even zacht. Ze bleef naar haar verre beelden kijken en haar stem was bijna koud genoeg om de hitte uit de tent te verjagen. ‘De meeste zijn al weg. Sommige wist ik al. Andere herinneringen... Het Rad weeft wat het Rad wil en wij zijn slechts een draadje in het Patroon. Ik heb mijn hele leven besteed aan het vinden van de Herrezen Draak, ik heb Rhand gevonden en ervoor gezorgd dat hij in de Laatste Slag zal staan. Ik zal ervoor zorgen dat dat gebeurt, wat het ook moge kosten. Niets en niemand kan belangrijker zijn.’
Ondanks het zweet sloot Egwene huiverend de ogen. De Aes Sedai wilde niet getroost worden. Zij was écht een blok ijs, geen vrouw. Egwene maakte het zich gemakkelijk en probeerde het prettige gevoel terug te krijgen. Ze vermoedde dat deze momenten de komende dagen nog maar weinig en met grote tussenpozen zouden voorkomen.