Siuan snoof van afkeer, gooide haar pen neer en trok een lelijk gezicht toen dat een vlek maakte op een blaadje van netjes opgetelde totalen. ‘Zit ik mijn tijd te verdoen aan een besluit of ik Laras onkruid zal laten wieden,’ mompelde ze. ‘Dat mens is veel te dik om te bukken.’ Het was niet het gewicht van Laras dat haar zo humeurig maakte en dat wist ze. De vrouw was niet zwaarder dan ze altijd was geweest, die indruk had ze tenminste, en haar gewicht had geen invloed op haar leiding over de keukens. Er was geen nieuws. Daardoor flapperde ze als een visvogel wiens vangst was afgepikt. Eén boodschap van Moiraine dat Callandor in handen was van die Altor-jongen, en daarna wekenlang niets meer, hoewel de geruchten in de straten zijn naam reeds begonnen te noemen. Nog steeds niets.
Ze tilde het deksel op van het fraai besneden zwarthouten kistje waarin ze haar allergeheimste papieren bewaarde en bladerde er wat in rond. De lichte ban die ze rond het kistje had geweven, zorgde ervoor dat alleen zij het met haar eigen handen kon openen. Het eerste papier dat ze eruit trok, was een verslag dat de Novice die Min had zien aankomen, was verdwenen van de boerderij waar ze was heengestuurd, evenals de boerin zelf. Het kwam wel vaker voor dat een Novice ervandoor ging, maar dat de boerin ook was verdwenen, was een reden tot zorg. Sahra zou in ieder geval gevonden moeten worden – ze was nog niet zo geoefend dat ze zomaar rond kon lopen – maar eigenlijk hoefde dit rapport niet in de kist bewaard te blijven. Het bevatte niet de naam van Min, noch de reden waarom het meisje was weggestuurd om kolen te snijden, maar ze legde het toch maar weer terug. De zorg van de ene dag leek de volgende dag heel overdreven.
Een beschrijving van een bijeenkomst in Geldan waar een man sprak die zich de profeet van de Drakenheer noemde. Blijkbaar heette de man Masema. Vreemd, een Shienaraanse naam. Bijna tienduizend mensen waren op een heuvel naar hem komen luisteren. Hij had gesproken over de terugkeer van de Draak, een toespraak die gevolgd werd door een gevecht met soldaten die de mensen uiteen wilden jagen. Afgezien van het feit dat de soldaten het blijkbaar het hardst kregen te verduren, was het meest interessante dat die Masema de naam Rhand Altor kende. Dit ging zeker terug in de kist.
Een verslag dat men nergens één spoortje van Mazrim Taim had gevonden. Dat hoefde niet in de kist. Een ander over de steeds slechter wordende toestand in Arad Doman en Tarabon. Over schepen die langs de kust van de Arythische Oceaan verdwenen. Over geruchten van Tyreense invallen in Cairhien. Ze kreeg de gewoonte alles in deze kist te stoppen. Dit hoefde niet allemaal geheim te blijven. In Illian waren twee zusters verdwenen en nog een in Caemlin. Ze huiverde en vroeg zich af waar de Verzakers waren. Te veel van haar agenten waren stilgevallen. Daar ergens zwommen leeuwvissen rond en zij tastte in het duister. Hier had ze het. Het zijde-dunne papiertje ritselde bij het open-rollen.
De slinger is gebruikt. De schaapherder heeft het zwaard in handen.
De Zaal van de Toren had, zoals ze had verwacht, eensgezind gestemd, zonder dat ze druk had hoeven uit te oefenen of haar gezag moest laten gelden. Als een man Callandor had gepakt, moest hij de Herrezen Draak zijn en die man moest door de Witte Toren worden begeleid. Drie Gezetenen van drie verschillende Ajahs hadden voorgesteld alle plannen daaromtrent alleen voor te leggen aan de Zaal. Het was een verrassing geweest dat Elaida daarmee was gekomen, maar ja, de Rode zusters zouden zeker de allersterkste trossen om een geleider willen slaan. Het enige probleem was geweest een afvaardiging naar Tyr tegen te houden om hem binnen hun bereik te houden, en dat was eigenlijk niet eens zo lastig geweest, omdat ze had kunnen zeggen dat het nieuws was gekomen van een zuster die zich reeds in het gezelschap van die man bevond.
Maar wat was hij nu aan het uitspoken? Waarom had Moiraine geen nieuwe berichten gestuurd? De Zaal was nu zo ongeduldig dat de lucht er volgens haar bijna ging vonken. Ze hield een stevig slot op haar boosheid. Bloedvuur, vrouw, waarom kun je geen bericht sturen? De deur klapte open en ze richtte zich woedend op toen ruim tien vrouwen onder leiding van Elaida de werkkamer binnenstapten. Allen droegen hun stola’s, de meeste met rode franje, maar naast Elaida liepen Alviarin, een koel kijkende Witte zuster, en Joline Maza, een slanke Groene. De gezette Shemerin van de Gele Ajah volgde vlak achter hen, net als Danelle, met haar grote blauwe ogen die nu absoluut niet dromerig keken. Sommigen leken zenuwachtig, maar de meesten keken grimmig en vastberaden en de donkere ogen van Elaida toonden een rotsvaste zekerheid, zelfs triomf.
‘Wat heeft dit te betekenen?’ snauwde Siuan, met een scherpe klap het zwarthouten kistje dichtslaand. Ze sprong overeind en liep om haar werktafel heen. Eerst Moiraine en nu dit weer! ‘Als dit over de kwestie in Tyr gaat, Elaida, dan zou je beter moeten weten dan er anderen bij te betrekken. Je zou ook beter moeten weten dan hier zomaar binnen te lopen alsof het de keuken van je moeder is! Bied je verontschuldigingen aan en ga weg voordat je veel liever weer een onwetende Novice wilt zijn.’
Haar kille woede had hen als een school vissen uiteen moeten jagen, maar hoewel enkelen zich ongemakkelijk bewogen, deed niemand een stap naar de deur. De kleine Danelle keek haar feitelijk honend aan. En Elaida stak kalm haar hand uit en trok de gestreepte stola van Siuans schouders. ‘Die zul je niet meer nodig hebben,’ zei ze. ‘Je bent er nooit geschikt voor geweest, Siuan.’
De schok veranderde Siuans tong in steen. Dit was waanzin. Dit was onmogelijk. Woest reikte ze naar saidar en voelde zich voor de tweede keer geschokt. Een scherm hing tussen haar en de Ware Bron, als een muur van dik glas. Ongelovig staarde ze Elaida aan. Alsof die haar wilde bespotten, sprong de gloed van saidar rond Elaida op. Ze bleef hulpeloos staan toen de Rode zuster stromen Lucht om haar heen weefde, van de schouders tot haar middel, waardoor haar armen tegen haar lichaam werden geperst. Ze kon amper ademhalen. ‘Jullie zijn gek!’ hijgde ze. ‘Jullie allemaal. Hiervoor zal ik jullie villen! Maak me los!’ Niemand gaf antwoord, ze leken haar bijna te negeren.Alviarin keek de papieren op haar tafel door, snel maar ongehaast. Danelle en de anderen pakten boeken van de lezenaars en schudden die om te zien of er iets uit het boek zou vallen. De Witte zuster siste even van ergernis toen ze niets op de tafel vond en sloeg toen het deksel van het zwarthouten kistje open. Meteen laaide een bol vuur rond het kistje omhoog.
Alviarin sprong met een kreet achteruit en schudde haar hand, waarop zich al blandblaren vormden. ‘Een ban,’ mompelde ze, en toonde bijna iets van boosheid, meer dan een Witte zuster ooit deed. ‘Zo klein dat ik hem pas voelde toen het te laat was.’ Van kist en inhoud restten slechts een hoopje grijze as op een geblakerde vlek op het tafelblad.