De lantaarn scheen op twee vrouwen die slechts gekleed leken in blauwe plekken en opgezette rode striemen. Ze beschermden hun ogen tegen het onverwachte licht, maar heel even twijfelde Min of het wel de goede twee waren. De een was lang en had een lichtbruine huid, de ander was kleiner, steviger en blonder. De gezichten leken te kloppen – bijna – en toonden niets van wat hen was aangedaan, dus had ze het eigenlijk zeker moeten weten. Maar de leeftijdloosheid, het kenmerk van een Aes Sedai, leek te zijn weggedruppeld. Ze zou zo hebben aangenomen dat deze vrouwen hooguit zes of zeven jaar ouder waren dan zijzelf en helemaal geen Aes Sedai. Haar gezicht werd bij die gedachte rood van verlegenheid. Ze zag geen beelden, geen aura’s rond beiden. Er waren altijd beelden en aura’s rond een Aes Sedai. Hou daarmee op, zei ze in zichzelf.
‘Waar...’ wilde een van de twee verwonderd vragen, maar zweeg toen om haar keel te schrapen. ‘Hoe heb je die sleutels te pakken gekregen?’ Het was de stem van Siuan Sanche.
‘Zij is het.’ Laras leek het niet te geloven. Ze porde Min met een dikke vinger. ‘Haast je, kind! Ik ben te oud en te traag om nog avonturen te beleven.’
Min keek geschrokken op. De vrouw had erop gestaan mee te komen. Ze wilde er niet buiten gelaten worden, had ze gezegd. Min wilde Siuan vragen waarom zij en Leane opeens zo veel jonger leken, maar er was geen tijd voor luchtige opmerkingen. Bloedvuur! Ik ben er zo aan gewend geraakt om Elmindreda te spelen!
Ze gooide een tas naar de naakte vrouwen en zei vlug: ‘Kleren. Kleed je zo snel mogelijk aan. Ik weet niet hoeveel tijd we hebben. Ik heb de schildwacht ervan overtuigd dat ik hem enkele zoenen zou geven om jou nog iets betaald te zetten en terwijl hij afgeleid was, sloop Laras achter hem en heeft hem met een deegroller neergeslagen. Ik weet niet hoelang hij bewusteloos blijft.’ Ze boog zich naar de gang om bezorgd in de richting van de wachtkamer te loeren. ‘We kunnen maar beter voortmaken.’
Siuan had het pak reeds losgeknoopt en begon de kleren aan te trekken. Afgezien van linnen onderkleren was het gewone wollen kleding in tinten bruin, geschikt voor de boerenvrouwen die een Aes Sedai in de Witte Toren raad kwamen vragen, hoewel de rijrokken wat ongewoon waren. Laras had het meeste naaiwerk verricht; Min had voornamelijk zichzelf geprikt. Leane trok nu ook kleren aan, maar leek meer belangstelling te hebben voor het kleine mes aan de gordel dan voor de kleren zelf.
Drie eenvoudig geklede vrouwen hadden tenminste een kans zonder de aandacht te trekken de Toren te verlaten. Een aantal mensen met een verzoek om hulp had door de gevechten de Toren niet kunnen verlaten. Nog eens drie vrouwen die uit hun schuilplaats te voorschijn kropen, zouden op z’n slechtst de straat worden opgeschoven. Zolang ze maar niet werden herkend. De gezichten van de andere vrouwen zouden ook helpen. Niemand zou waarschijnlijk een stel jonge – in ieder geval jong lijkend – vrouwen voor de Amyrlin Zetel en de Hoedster van de Kronieken aanzien. Een voormalige Amyrlin en een voormalige Hoedster, hield ze zichzelf voor.
‘Maar één bewaker?’ zei Siuan, die krimpend van de pijn dikke kousen aantrok. ‘Vreemd. Zelfs een beurzensnijder bewaken ze beter.’ Ze keek naar Laras en duwde haar voeten in de stevige schoenen. ‘Ik ben blij te zien dat sommigen de aanklachten tegen mij niet geloven. Welke aanklachten dat ook mogen zijn.’
De gezette vrouw fronste en trok haar kin in, zodat er nog een bijkwam. ‘Ik ben de Toren trouw,’ zei ze vastberaden. ‘Met dat soort zaken bemoei ik me niet. Ik ben slechts de kokkin. Deze waaghals van een meid herinnerde me te veel aan de tijd dat ik dat zelf ook was. Ik denk... nu ik u zie... Het wordt tijd dat ik eraan denk dat ik niet meer zo lenig als vroeger ben.’ Ze gaf Min de lantaarn. Min hield haar bij een dikke arm vast toen ze zich omdraaide. ‘Laras, je gaat ons nu toch niet verraden, hè? Niet nu, na alles wat je hebt gedaan.’
Het brede gezicht spleet open voor een glimlach, half uit herinnering, half uit droefheid. ‘Ach, Elmindreda, je doet me zo sterk denken aan mezelf, aan toen ik zo oud was als jij. Dwaze waaghalzerij, en soms werd ik er bijna voor opgehangen. Ik ga je niet verraden, kind, maar ik moet hier leven. Wanneer Tweegong slaat, stuur ik een meisje met wijn naar de bewaker. Als hij dan nog niet is bijgekomen of gevonden, geeft dat je een redelijke tijd om te vluchten.’ Ze wendde zich tot de andere vrouwen en toonde opeens de harde frons die Min haar bij keukenhulpjes en anderen had zien gebruiken. ‘Gebruik die tijd goed, hoor je! Ze zijn van plan jullie hoofden op speren te steken, heb ik gehoord, om een voorbeeld te stellen. Wat er ook gebeurt, het interesseert me niet – dat soort zaken is voor de Aes Sedai van belang, niet voor een kokkin, en wat mij betreft, de ene Amyrlin is de andere – maar als dit kind door jullie schuld wordt gegrepen, kun je erop rekenen dat ik jullie van de eerste zon tot de late avond zal villen, wanneer je niet ondersteboven in een vette ketel of een afvalbak zult hangen om ze schoon te maken! Jullie zouden nog liever je kop kwijt zijn voor ik met jullie klaar ben. En denk maar niet dat ze zullen geloven dat ik heb geholpen. Iedereen weet dat de keuken mijn terrein is. Onthoud mijn woorden en spring als dat wordt gezegd!’ Als bij toverslag verscheen haar glimlach weer en gaf ze een kneepje in Mins wang. ‘Laat ze voortmaken, kind. O, ik zal het missen dat ik je niet meer aan kan kleden. Zo’n mooi meisje.’ Met een laatste harde kneep waggelde ze bijna hollend de kerker uit.
Min wreef boos over haar wang. Ze had er een hekel aan als Laras dat deed. De vrouw was zo sterk als een paard. Bijna opgehangen? Wat voor ‘waaghals’ was Laras vroeger geweest? Voorzichtig haar kleren over het hoofd aantrekkend snoof Leane hardop. ‘Ongelooflijk dat ze zó tegen u praat, Moeder!’ Haar norse gezicht verscheen weer in de halsopening. ‘Het verbaast me eigenlijk dat ze nog hielp, als ze zich zo voelt.’
‘Maar ze heeft geholpen,’ zei Min. ‘Denk daaraan. En ik denk dat ze zich aan haar belofte houdt en ons niet zal verraden. Dat weet ik wel zeker.’ Leane snoof opnieuw.
Siuan sloeg haar mantel om. ‘Het maakt uit, Leane, dat ik geen recht meer heb op die titel. Het maakt verschil wanneer jij en ik morgen haar afwasmeisjes zijn.’ Leane kneep haar handen in elkaar om te voorkomen dat ze trilden en wilde haar niet aankijken. Siuan ging kalm door, zij het heel afgemeten, ik vermoed ook dat Laras zich aan haar belofte zal houden over... andere zaken, dus, zelfs als het jou niet kan schelen of Elaida ons als een paar in het net gevangen haaien ophangt om ons aan de hele wereld te tonen, stel ik voor dat je opschiet. Wat mij betreft, ik had als meisje al een hekel aan vette pannen en ik twijfel er niet aan dat ik dat nog steeds heb.’
Leane begon misnoegd het koord van haar kleding dicht te rijgen. Siuan richtte haar aandacht op Min. ‘Misschien ben je er niet meer zo happig op om ons te helpen als ik je zeg dat we allebei... gesust zijn.’ Haar stem trilde niet, maar klonk doods bij de poging het woord te zeggen en haar ogen keken pijnlijk en verloren. Geschokt besefte Min dat Siuans kalmte slechts schijn was. iedere Aanvaarde kan ons vastbinden als een dolle schaapskop, Min. De meeste Novices kunnen dat al.’
‘Ik weet het,’ zei Min en ze zorgde er heel voorzichtig voor dat er niets van medeleven in haar woorden doorklonk. Medelijden kon de laatste zelfbeheersing van beide vrouwen breken en ze dienden zich te beheersen. ‘Het werd op ieder plein in de stad verkondigd en overal opgehangen waar ze maar een plakkaat kwijt konden. Maar jullie zijn nog steeds in leven.’ Leane lachte bitter, wat ze negeerde. ‘We kunnen maar beter gaan. Die bewaker kan bijkomen of iemand kan langskomen.’
‘Ga maar voor, Min,’ zei Siuan. ‘We zijn in jouw handen.’ Even later knikte Leane kort en deed ze haastig haar mantel om. In de wachtkamer aan het eind van de donkere gang lag de bewaker nog steeds languit met zijn gezicht op de stoffige vloer. De helm die hem een zeer hoofd zou hebben bespaard, lag op de ruwe planken tafel naast de enige lantaarn die voor licht zorgde. Zijn ademhaling leek in orde. Min gunde hem niet meer dan een blik, hoewel ze hoopte dat hij niet erg gewond was. Hij had geen misbruik gemaakt van haar aanbod.