Nynaeve en Elayne wachtten tot de deur achter de herbergierster dicht was gevallen, grijnsden elkaar toe en grepen toen met ongepaste haast naar het dienblad. Elayne slaagde er als eerste in een lepel en een vork te pakken. De andere twee hadden nooit als Novice in korte tijd tussen werk en les moeten eten.
‘Het is best wel smakelijk,’ zei Egeanin na haar eerste hap, ‘als je het naar binnen kunt krijgen.’ Nynaeve lachte met haar mee. In de zeven dagen na hun ontmoeting waren beiden gesteld geraakt op de donkerharige vrouw met de scherpe blauwe ogen en haar lijzige spraak. Ze was heel verfrissend na Rendra’s gebabbel over kapsels, kleren en huidverzorging of de blikken op straat van mensen die eruitzagen alsof ze iemand voor een koperstuk om zeep wilden brengen. Dit was haar vierde bezoek na die dag en Elayne had elk bezoek zeer gewaardeerd. Egeanin sprak ronduit en gedroeg zich bewonderenswaardig onafhankelijk. De vrouw was wellicht een kleine koopvrouw in ongeregelde goederen, maar net als bij Garet Brin betekenden haar woorden wat ze zei en deed ze voor niemand een stap opzij. Toch wou Elayne dat ze niet zo vaak gekomen was. Of eigenlijk dat zij en Nynaeve minder vaak in de Driepruimenhof waren geweest om Egeanin te ontvangen. Doordat er na de inhuldiging van Amathera bijna dagelijks relletjes in de straten waren geweest, was het zoeken in de stad bijna onmogelijk geweest, ondanks de begeleiding van Domons stoere scheepsmaten. Zelfs Nynaeve had dat moeten toegeven toen ze voor een hagelbui van stenen waren weggevlucht. Thom had hun nog steeds een koets en een span paarden beloofd, maar ze vroeg zich nu af hoe hard hij zocht. Zowel hij als Juilin scheen onuitstaanbaar tevreden dat Nynaeve en zijzelf in de herberg vastzaten. Zij komen onder de blauwe plekken en bebloed terug en wij mogen niet eens het puntje van onze neus buiten de deur steken, dacht ze spottend. Waarom dachten mannen altijd dat het in orde was jou veilig op te sluiten en niet op hun eigen veiligheid te letten? Waarom dachten ze dat hun verwondingen minder erg waren dan die van jou? Aan het vlees te proeven vermoedde ze dat Thom hier in de keuken moest zoeken als hij paarden wilde vinden. De gedachte dat ze dat soort vlees zat te eten, maakte haar wat misselijk. Ze koos maar een kom met hoofdzakelijk groente, stukjes van een donker soort paddestoel, rode pepers en een soort krulspruitjes in een bleke scherpe saus. ‘Waar zullen we het vandaag over hebben?’ vroeg Nynaeve aan Egeanin. ‘Je hebt me bijna elke denkbare vraag al gesteld.’ Bijna elke vraag in ieder geval waar ze een antwoord op konden weten. ‘Als je nog meer over Aes Sedai wilt leren, zul je als Novice naar de Witte Toren moeten.’ Onbewust kromp Egeanin in elkaar zoals ze altijd deed als er woorden vielen die op de Ene Kracht sloegen. Heel even zat ze fronsend in de inhoud van een kommetje te roeren. ‘Jullie hebben niet echt moeite gedaan,’ zei ze langzaam, ‘om geheim te houden dat jullie iemand... vrouwen zoeken. Als je daarmee geen geheimen verklapt, zou ik willen vragen...’ Ze zweeg toen iemand aanklopte.
Baile Domon beende naar binnen met een grimmige voldoening die zich mengde met verontrusting op zijn ronde gezicht, ik heb ze gevonden,’ begon hij, maar schrok enorm toen hij Egeanin aan tafel zag zitten. ‘Jij!’
Nog verontrustender was dat Egeanin opsprong, waardoor haar stoel omviel, en zo snel met haar vuist naar Domons dikke buik uithaalde dat je het amper kon zien. Op de een of andere manier kreeg Domon de vuist te pakken – er was wat verwarring terwijl ze probeerden elkaar pootje te haken en op de grond te gooien en Egeanin hem een klap tegen zijn keel wilde geven – en toen lag ze opeens met haar gezicht plat op de vloer. Domons laars drukte haar schouder omlaag en hield haar arm in een greep tegen zijn knie. Desondanks trok ze het mes uit haar riem.
Elayne weefde stromen Lucht rond het tweetal voor ze besefte dat ze saidar had omhelsd en bond hen in die houding stevig vast. ‘Wat is dit allemaal,’ wilde ze met haar kilste stem weten. ‘Hoe durft u, baas Domon!’ Nynaeves stem klonk al even koud. ‘Laat haar los.’ Warmer en bezorgder voegde ze eraan toe: ‘Egeanin, waarom probeerde je hem te slaan? Ik heb je gezegd haar los te laten, Domon.’
‘Dat kan hij niet, Nynaeve.’ Elayne wilde maar dat de andere vrouw de stromen duidelijk kon zien zonder kwaad te hoeven worden. Ze bad echt geprobeerd als eerste de man te slaan. ‘Egeanin, waarom?’ De donkere vrouw lag met dichte ogen en strakke mond op de vloer; haar knokkels staken wit af tegen de greep van haar mes. Domon keek boos van de ene naar de andere vrouw, zijn vreemde llliaanse baard wapperde bijna. Alleen zijn hoofd had Elayne vrij gelaten. ‘Dit mens is een Seanchaanse!’ gromde hij. Elayne keek Nynaeve geschrokken aan. Egeanin? Seanchaans? Dat was onmogelijk. Echt onmogelijk.
‘Weet je het zeker?’ vroeg Nynaeve langzaam en kalm. Ze klonk even verbijsterd als Elayne zich voelde.
‘Haar gezicht zal ik nooit vergeten,’ antwoordde Domon zelfverzekerd. ‘Kapitein van een schip. Zij was toevallig degene die mij en mijn schip opbracht naar Falme, gevangenen van de Seanchanen.’
Egeanin deed geen poging het te ontkennen, maar hield alleen haar mes stevig vast. Seanchan. Maar ik mag baar!
Zorgvuldig bewoog Elayne het weefsel tot Egeanins hand met het mes tot aan de pols vrij kwram. ‘Laat het mes los, Egeanin,’ zei ze en knielde naast de vrouw neer. ‘Alsjeblieft.’ Even later strekte Egeanin haar vingers. Elayne pakte het mes op en liep achteruit terwijl ze de stromen liet verdwijnen. ‘Laat haar opstaan, baas Domon.’
‘Ze is een Seanchaanse, vrouw,’ wierp hij tegen, ‘en even hard als rotsklippen.’
‘Laat haar opstaan.’
In zichzelf mompelend liet hij Egeanins pols los en sprong snel weg, alsof hij verwachtte dat ze weer op hem af zou komen. De donkerharige vrouw – de Seanchaanse vrouw – kwam echter kalm overeind. Ze wreef over haar schouder die hij had bezeerd, keek hem nadenkend aan, wierp een blik op de deur en hief toen haar hoofd afwachtend op. Ze leek uiterlijk volkomen kalm. Ondanks alles moest Elayne haar bewonderen.
‘Een Seanchaanse,’ gromde Nynaeve. Ze omvatte een handvol vlecht in haar vuist, keek toen bevreemd naar haar hand en liet weer los, maar haar wenkbrauwen wezen diep en hard omlaag. ‘Een Seanchaanse! Probeert met ons aan te pappen. Ik dacht dat jullie allemaal terug waren gegaan naar waar je vandaan komt. Waarom ben je hier, Egeanin? Hebben we elkaar echt bij toeval ontmoet? Waarom heb je ons uitgezocht? Was je van plan ons ergens heen te lokken, waar een van je smerige sul’dam haar halsband om onze nek kon leggen?’ Egeanins blauwe ogen werden iets groter. ‘Zeker,’ vertelde Nynaeve haar scherp. ‘We kennen de Seanchanen met hun sul’dam en damane. We weten meer dan jij. Jullie ketenen geleidsters, maar de vrouwen die hen beheersen, kunnen ook geleiden, Egeanin. Voor iedere vrouw die jullie hebben beteugeld, lopen jullie elke dag langs twintig of dertig anderen die het ook kunnen zonder dat ze het beseffen.’ ik weet het,’ zei Egeanin kalm en Nynaeves mond viel open. Elayne dacht dat haar eigen ogen uit de kassen rolden. ‘Weet je het?’ Ze haalde diep adem en ging verder terwijl haar stem leek op ongelovig gepiep. ‘Egeanin, ik denk dat je liegt. Ik heb al eerder Seanchanen ontmoet, en meestal heel erg kort, maar ik ken iemand die veel langer met hen is omgegaan. Seanchanen haten geleidsters niet eens, ze vinden hen dieren. Je zou het niet zo licht opvatten als je het wist of zelf geloofde.’
‘Vrouwen die de armband kunnen dragen, zijn vrouwen die kunnen leren geleiden,’ zei Egeanin. ik wist niet dat het geleerd kon worden – mij werd bijgebracht dat een vrouw het kon of niet kon – maar toen je mij vertelde dat meisjes begeleid moesten worden als het hun niet was aangeboren, heb ik die conclusie getrokken. Mag ik gaan zitten?’ Heel koel.