Выбрать главу

‘Nynaeve, ik vind niet dat ze...’

‘Bind haar met de Kracht, Elayne,’ zei Nynaeve ruw, ‘of ik knip haar kleren in stukken en boei haar polsen en enkels. Weet je nog hoe ze die kerels op straat aanpakte? Waarschijnlijk haar eigen huurlingen. Ze kan ons met haar blote handen in de slaap doden.’

‘Hoor eens, Nynaeve, met Thom voor de deur...’

‘Ze is een Seanchaanse! Een Seanchaanse, Elayne!’ Het klonk of ze de donkerharige vrouw haatte vanwege een persoonlijke belediging, wat onbegrijpelijk was. Egwene was de gevangene geweest, niet Nynaeve. Maar aan de harde lijn van haar kaken te zien, wilde ze haar zin doordrijven, met de Kracht of met touwen als ze die kon vinden. Egeanin had haar polsen op de rug al over elkaar, gewillig, maar niet deemoedig. Elayne weefde een stroom Lucht en knoopte die vast. Zo zou de vrouw het wat gemakkelijker hebben dan met boeien van stroken stof. Egeanin boog haar armen een beetje, probeerde de onzichtbare banden en huiverde. Stalen boeien waren gemakkelijker te breken. Schouderophalend ging ze onhandig op haar matras liggen en keerde hun de rug toe.

Nynaeve begon zich uit te kleden. ‘Geef mij de ring, Elayne.’

‘Weet je het zeker, Nynaeve?’ Ze keek veelbetekenend naar Egeanin. De vrouw leek niet op hen te letten.

‘Ze zal vannacht niet wegvluchten om ons te verraden.’ Ze zweeg even toen ze het gewaad over haar hoofd trok en ging in haar dunne zijden Taraboonse ondergoed op de rand van het bed zitten om haar kousen omlaag te rollen. ‘We hadden vannacht afgesproken. Egwene zal een van ons verwachten en het is mijn beurt. Ze zal zich zorgen maken als er niemand verschijnt.’

Elayne trok het leren koord uit de halsopening. De stenen ring, met de vreemde blauwe, bruine en rode groefjes, hing naast het gouden serpent dat in zijn eigen staart beet. Ze knoopte het koordje even los om de ter’angreaal aan Nynaeve te geven, bond het weer vast en stopte het terug. Nynaeve bond de ter’angreaal naast haar eigen ring en Lans dikke gouden ring en liet hem tussen haar borsten zakken. ‘Laat die kaars tot de helft opbranden nadat ik in slaap gevallen ben,’ zei ze, zich op het blauwe sprei uitstrekkend. ‘Langer zal niet nodig zijn. En hou een oogje op haar.’

‘Ze ligt vastgebonden, dus kan ze toch niets?’ Elayne aarzelde voor ze eraan toevoegde: ‘Ik denk niet dat ze ons kwaad zou willen doen als ze los was.’

‘Waag het niet!’ Nynaeve keek op om boos naar Egeanins rug te staren en legde toen haar hoofd weer op het kussen. ‘Let op de kaars, Elayne!’ Ze sloot de ogen en schoof heen en weer om de gemakkelijkste houding te vinden. ‘Tot de helft, dat moet ruim voldoende zijn,’ mompelde ze.

Een geeuw achter haar hand verbergend, zette Elayne het lage krukje aan de voet van het bed, waar ze zowel Nynaeve als Egeanin kon zien, hoewel dat amper nodig leek te zijn. De vrouw lag met opgetrokken knieën op haar strozak, met de handen veilig vastgebonden. De dag wras vreemd vermoeiend geweest, terwijl ze geen voet buiten de deur hadden gezet. Nynaeve lag al zachtjes in haar slaap te mompelen. Met haar ellebogen naar buiten gestoken.

Egeanin tilde haar hoofd op en keek om. ik denk dat ze me haat.’

‘Ga maar slapen,’ Elayne onderdrukte opnieuw een geeuw. ‘Jij niet.’

‘Wees daar maar niet zo zeker van,’ zei ze ferm. ‘Je neemt dit wel heel kalm op. Hoe kun je zo kalm zijn?’

‘Kalm?’ Onwillekeurig bewoog de vrouw beide handen en trok aan haar met Lucht geweven boeien, ik ben zo verschrikkelijk bang dat ik wel kan huilen.’ Zo klonk ze niet. Maar het klonk als zuivere waarheid. ‘Wij zullen je geen kwaad doen, Egeanin.’ Nynaeve mocht nog zoveel willen, daar zou ze voor zorgen. ‘Ga slapen.’ Even later liet Egeanin haar hoofd zakken.

De helft van de kaars. Het was goed dat ze Egwene niet nodeloos bezorgd wilden maken, maar ze had die tijd veel liever besteed aan hun probleem in plaats van wat doelloos in Tel’aran’rhiod rond te zwerven. Als ze niet konden uitzoeken of Amathera een gevangene was of... Zet dat uit je hoofd; hier kun je er toch niet achter komen. Maar als ze het wisten, hoe konden ze dan het paleis binnenkomen met al die soldaten en de burgerwacht eromheen, om Liandrin en de anderen maar niet te vergeten?

Nynaeve lag zachtjes te snurken, een gewoonte die ze nog heftiger ontkende dan dat ze met haar ellebogen lag te porren. Egeanin was diep in slaap, aan haar trage lange ademhaling te horen. Geeuwend tegen de rug van haar hand, verschoof Elayne op de harde houten kruk en begon plannen te bedenken hoe ze het Panarchenpaleis binnen konden komen.

52

Nood

Heel even bleef Nynaeve in het Hart van de Steen staan zonder het echt te zien, waarbij ze in het geheel niet aan Tel’aran’rhiod dacht. Egeanin was een Seanchaanse. Een van die smeerlappen die een halsband om Egwenes nek hadden gelegd en hetzelfde bij haar hadden geprobeerd. Als ze eraan dacht, voelde ze zich nog leeg worden. Seanchaans, en ze had Nynaeves vriendschap weten te winnen. Echte vriendinnen leken er maar weinig te zijn en kwamen niet vaak voor na haar vertrek uit Emondsveld. Had ze een vriendin gevonden en dan raakte ze haar zo weer kwijt...

‘Daarom vind ik het zo erg,’ bromde ze en sloeg haar armen stevig over elkaar heen. ‘Ze zorgde ervoor dat ik haar mocht en daaraan kan ik geen einde maken en dus haat ik haar.’ Nu ze het zo hardop zei, leek het helemaal nergens op te slaan. ‘Ik hoef niet verstandig te zijn.’ Ze lachte stil, met een spijtig hoofdschudden. ‘Ik word geacht een Aes Sedai te zijn.’ En dus niet te blaten als een wol rapende boerenmeid. Callandor fonkelde, het kristallen zwaard rees op uit de vloer onder de grote koepel en de dikke roodstenen kolommen stegen in schaduw-rijen op in dat vreemde vage licht dat overal vandaan leek te komen. Heel gemakkelijk kreeg ze weer het gevoel terug dat ze werd beloerd, kon ze het zich weer voorstellen. Als het de vorige keren verbeelding was geweest. Als het nu zo was. Daartussen kon zich van alles verborgen houden. Waar was Egwene? Paste wel bij dat meisje om te laat te zijn. Al dat sombere duister. Voor haar gevoel kon er ieder moment iets tussen die pilaren vandaan... ‘Dat zijn vreemde kleren, Nynaeve.’

Ze onderdrukte nog net een gilletje en tolde rond; er klonk metalig geratel en haar hart bonsde in haar keel. Egwene verscheen, aan de andere kant van Callandor met twee vrouwen in ruimvallende kledij en donkere sjaals over witte hemden. Hun sneeuwwitte haren werden bijeengehouden door opgerolde sjaals die tot hun middel reikten. Nynaeve slikte en hoopte dat de anderen niets gemerkt hadden. Ze probeerde weer gewoon adem te halen. Haar zo te besluipen!. Eén Aielvrouw herkende ze van Elaynes beschrijving. Het gezicht van Amys zag er veel te jong uit voor dat haar, maar het was blijkbaar als kind al zilverachtig geweest. De andere, mager en knokig, had lichtblauwe ogen in een gelooid rimpelgezicht. Dat moest Bair zijn. De taaiste van de twee volgens Nynaeve nu ze hen zag, al zag Amys er niet erg... Vreemde kledij? Metalig?

Ze bekeek zichzelf en snakte naar adem. Haar kledij leek vaag op de kledij van Tweewater, als vrouwen daar tenminste kleren droegen die van stalen maliën waren gemaakt met stukken pantserplaat zoals ze die in Shienar had gezien. Hoe konden mannen daarin rondhollen en in het zadel springen? Het drukte op haar schouders alsof het wel honderd pond woog. Haar vertrouwde wandelstaf was nu van metaal en had bovenaan een punt van een of andere glanzende stalen zandsteen. Ze hoefde niet aan haar hoofd te voelen om te weten dat ze een soort helm droeg. Met een woeste blos richtte ze haar aandacht op haar kleding en veranderde alles in de goede wol van Tweewater en een wandelstok. Het voelde fijn weer een vlecht te hebben die over haar schouder hing. ‘Onbeheerste gedachten veroorzaken moeilijkheden wanneer je een droom loopt,’ zei Bair met haar ijle sterke stem. ‘Je moet leren die te beheersen als je van plan bent ermee door te gaan.’ ik kan mijn gedachten heel goed beheersen, dank u wel,’ zei Nynaeve afgepast, ik...’ Bairs stem was niet het enige dat er ijl uitzag. De twee Wijzen leken... bijna mistig en Egwene in haar lichtblauwe rijkleding was bijna doorzichtig. ‘Wat is er met jullie aan de hand? Waarom zien jullie er zo uit?’