Выбрать главу

Waar had Moghedien bij staan glimlachen? Ze beende naar de uitstalkast, een grote glazen kast op een tafeltje van houtsnijwerk, en keek. Zes verschillende beeldjes stonden in een kring onder het glas. Een naakt danseresje van een voet hoog verkeerde in wankel evenwicht op haar tenen, en een schaapherder, half zo groot, bespeelde een fluit met de herdersstaf op de schouder en een schaap aan zijn voeten. Ze leken heel veel op andere gelijksoortige beeldjes, maar ze twijfelde er geen moment aan wat de Verzaker had laten glimlachen. Op een roodgelakte houten houder midden in de kring stond een schijf zo groot als een mannenhand, in twee helften verdeeld door een kronkelende lijn, een kant witter dan sneeuw, de ander zwarter dan pek. Ze wist dat het cuendillar was. Ze had er al eerder een gezien en er waren er maar zeven van gemaakt. Een van de zegels op de kerker van de Duistere; een brandpunt voor een van de sloten die hem in Shayol Ghul afsloot van de wereld. Dit was misschien een even belangrijke ontdekking als het ding dat Rhand bedreigde. Dit mocht de Zwarte Ajah nooit in handen vallen.

Opeens zag ze zichzelf in het glas weerspiegeld. De bovenkant van de schrijn was van het mooiste glas, zonder belletjes, en weerkaatste haar even duidelijk als een spiegel, zij het iets zwakker. Donkergroene zijden plooien omhulden haar lichaam zodat iedere lijn van borsten, heupen en dijen te zien was. Lange honingkleurige vlechten met jadekralen omlijstten een gezicht met grote bruine ogen en een pruilende mond. De gloed van saidar was natuurlijk niet te zien. Ze was zo vermomd dat ze zichzelf niet eens herkende, maar ze liep toch rond met een duidelijke aanwijzing dat ze een Aes Sedai was.

‘Ik kan voorzichtig zijn,’ mompelde ze. Maar ze hield het toch nog even vast. De Kracht in haar voelde alsof haar armen en benen bruisten van leven, alsof in haar vlees elk plezier tintelde dat ze ooit had gekend. Uiteindelijk ontnam het gevoel dat ze zich dwaas gedroeg zoveel scherpte aan haar boosheid dat ze bereid was saidar los te laten. Of misschien verminderde haar boosheid zoveel dat ze het niet meer kon vasthouden.

Wat ook de reden was, het hielp haar niet bij de speurtocht. Wat ze zocht, moest ergens tussen al die uitstallingen in de enorme zaal liggen. Ze wendde haar ogen af van iets wat leek op de botten van een luipaard met slagtanden van tien pas lang en deed ze dicht. Nood. Gevaar voor de Herrezen Draak, voor Rhand. Nood. Overgang.

Ze stond binnen het wit zijden koord langs de muur, vlak bij een wit stenen onderstuk dat haar gewaad aanraakte. Wat erop lag, leek aanvankelijk niet erg gevaarlijk – een halsketting en twee armbanden van zwart metaal die aaneen waren gesmeed. Meer kon ze er niet uit opmaken. Niet zonder dat ik erbovenop zit, dacht ze grimmig. Ze stak haar hand uit om het aan te raken – Pijn. Verdriet. Lijden -en trok deze pijlsnel terug, terwijl de rauwe gevoelens nog in haar hoofd ronddansten. Zelfs haar vaagste vermoeden verdween. Hiernaar zochten de Zwarte zusters. En als dit in Tel’aran’rhiod nog steeds op het voetstuk lag, dan was het er in de wereld van ontwaken ook nog. Ze had hen verslagen. Het witstenen voetstuk.

Ze draaide rond en staarde naar de glazen schrijn met het cuendillar-zegel, keek naar de plek waar ze had gestaan toen ze Moghedien voor het eerst had gezien. De vrouw had naar deze armbanden en halsketting staan kijken. Moghedien zou het dus weten. Maar-Alles om haar heen tolde rond, werd wazig en vervaagde.

‘Word wakker, Nynaeve,’ mompelde Elayne, een geeuw onderdrukkend, terwijl ze aan de schouders van de slapende vrouw schudde. ‘De kaars is half opgebrand. Ik wil ook nog slapen. Word wakker, of je zult merken hoe fijn het is een emmer water over je heen te krijgen.’ Nynaeves ogen schoten open en staarden naar haar omhoog. ‘Als zij weet wat het is, waarom heeft ze het dan niet aan hen gegeven? Als zij haar kennen, waarom moet ze er dan in Tel’aran’rhiod naar kijken? Houdt ze zich ook voor hen schuil?’

‘Waar heb je het over?’

De vlecht danste wild rond toen ze omhoog schoof om met haar rug tegen het hoofdeinde te gaan zitten. Nynaeve schoof haar zijden nachtgoed goed. ‘Ik zal je vertellen waar ik het over heb.’ Elaynes mond viel open toen ze het verhaal uit de doeken deed hoe haar ontmoeting met Egwene was verlopen. Zoeken uit nood. Moghedien. Birgitte en Gaidal Cain. De zwarte metalen halsketting en armbanden. Asmodean in de Woestenij. Een van de zegels op de kerker van de Duistere in het Panarchenpaleis. Elayne zakte zwakjes neer naast het bed, lang voordat Nynaeve aan Temaile en de panarch toekwam, wat bijna als een late gedachte aan haar verhaal werd toegevoegd. En over het veranderen van uiterlijk waardoor ze voor Rendra doorging. Als Nynaeves gezicht niet zo grimmig en ernstig had gestaan, zou Elayne hebben gedacht dat het een van Thoms wilde verhalen was geweest. Egeanin die met gekruiste benen in haar linnen ondergoed rechtop zat met haar handen op de knieën, keek ongelovig. Elayne hoopte maar dat Nynaeve geen ruzie ging maken omdat ze de boeien om de handen had losgemaakt.

Moghedien. Dat was het verschrikkelijkste. Een Verzaker in Tanchico. Een Verzaker die de Kracht op hen beiden had gebruikt, waardoor ze haar alles hadden verteld. Elayne kon er zich niets meer van herinneren. De gedachte was genoeg om beide handen in elkaar te knijpen door het plotselinge misselijke gevoel in de maag. ‘Het kan zijn dat Moghedien...’ – Licht, kon ze werkelijk zomaar tiaar binnen lopen en ervoor zorgen dat wij...? – ‘zich schuilhoudt voor Liandrin en de anderen, Nynaeve. Het past bij wat Birgitte...’ – Licht, Birgitte die haar raad gaf! – ‘over haar vertelde.’

‘Wat Moghedien ook van plan mag zijn,’ zei Nynaeve gespannen, ‘ik ben van plan haar op een slagershakblok open te snijden.’ Ze plofte achterover tegen de bloemen die in het hoofdeind uitgesneden waren. ‘We moeten in ieder geval het zegel van hen afpakken, net als die halsketting en armbanden.’

Elayne schudde het hoofd. ‘Hoe kan dat ding voor Rhand gevaarlijk zijn? Weet je het zeker? Is het een soort ter’angreaal? Hoe zag het er precies uit?’

‘Het leek op een halsketting en twee armbanden,’ snauwde Nynaeve uitgeput. ‘Twee aaneengeklonken armbanden van een soort zwart metaal en een brede band voor om de hals...’ Haar ogen schoten naar Egeanin, net als die van Elayne.

Onverstoorbaar ging de donkerharige vrouw op haar knieën zitten. ‘Ik heb nog nooit gehoord van zo’n a’dam voor een man zoals jij hebt beschreven. Niemand probeert een geleider te beheersen.’

‘Dat is precies waar het voor dient,’ zei Elayne langzaam. O, Licht, ik neem aan dat ik hoopte dat zoiets niet bestond. Gelukkig had Nynaeve het als eerste gevonden. Nu konden ze misschien voorkomen dat het tegen Rhand zou worden gebruikt.

Nynaeve kneep haar ogen half dicht toen ze zag dat Egeanins polsen niet meer geboeid waren, maar ze zei er niets van. ‘Moghedien moet de enige zijn die ervan weet. Anders snap ik er niets meer van. Ais we het paleis binnen kunnen komen, kunnen we het zegel pakken en die... wat het ook is. Tegelijk kunnen we Amathera dan bevrijden. Liandrin en haar vriendinnen staan dan tegenover het panarchenlegioen, de burgerwacht en misschien de Witmantels die rond het paleis staan. Daar zullen ze zich niet uit kunnen geleiden! Het probleem is ongezien binnen te komen.’