Выбрать главу

Deze deur kwam uit op een binnenhof met een fontein vol waterlelies. Aan de andere kant van de fontein stond een slanke, lichtbruine vrouw in een lichtromig Taranboons gewaad dat zelfs Rendra nog zou doen blozen; ze hield een zwarte taps toelopende staaf van een pas lang vast. Nynaeve herkende Jeaine Caide. Erger nog, ze herkende de staaf. Met een wanhopige sprong gooide ze zich opzij, zo hard dat ze uitgleed over de gladde witte vloertegels en met een klap tegen een dunne zuil botste. Een dikke staaf van wit vuur trok een spoor door de plek waar ze net had gestaan. Alsof de lucht in gesmolten metaal was veranderd, boorde het witte vuur zich een weg door de hele zaal. Waar het iets trof, verdwenen er gewoon stukken uit de zuilen en hielden kostbare voorwerpen op te bestaan. Blindelings stuurde ze golven Vuur naar het binnenhof in de hoop dat ze iets of iemand zou raken. Op handen en voeten kroop Nynaeve de zaal door. Vlak boven haar trok de lichtstaaf een brede kerf in beide muren. Daartussen stortten kisten, kasten en skeletten in en vielen neer. Doorgesneden zuilen trilden; sommige vielen om, maar wat door dat verschrikkelijke zwaard werd getroffen, bestond niet meer en sloeg geen voorwerpen en standaarden om. De glazen schrijn viel neer voor de gesmolten staaf verdween, waarna een purperen staaf zich op Nynaeves netvlies leek te branden. De cuendillarbeeldjes waren de enige voorwerpen die uit die smeltende witte bundel vielen en op de vloer kletterden. Natuurlijk braken de beeldjes niet. Moghedien had blijkbaar gelijk. Zelfs lotsvuur kon cuendillar niet vernietigen. Die zwarte staaf was een van de gestolen ter’angrealen. Nynaeve herinnerde zich nog de waarschuwing die in een stevig handschrift op hun lijst was bijgeschreven. Brengt lotsvuur voort. Gevaarlijk en bijna onmogelijk te beheersen.

Moghedien leek te gillen achter haar onzichtbare knevel. Haar hoofd schoot in paniek heen en weer, alsof ze tegen de banden Lucht vocht, maar Nynaeve besteedde er geen enkele aandacht aan. Zodra het lotsvuur verdween, richtte ze zich iets op om door de scheur in de binnenmuur naar de andere kant van de zaal te kijken. Naast de fontein zwaaide Jeaine Caide heen en weer met haar hand tegen het hoofd. De zwarte staaf viel bijna. Maar voor Nynaeve naar haar kon uithalen, had ze de staaf weer vast. Lotsvuur barstte uit de punt en vernietigde alles op zijn baan door de ruimte.

Nynaeve liet zich bijna plat op haar buik vallen en kroop zo snel mogelijk de andere kant op, temidden van het gekletter en gekraak van neerstortende zuilen en metselwerk. Hijgend trok ze zich door een gat dat in beide muren was gebrand. Ze kon niet zien hoe ver het lotsvuur had gereikt. Misschien wel dwars door het hele paleis. Ze draaide zich om op een tapijt dat vol stukjes steen lag en gluurde voorzichtig rond de deurpost.

Het lotsvuur was er niet meer. Er hing een diepe stilte in de verwoeste tentoonstellingszaal, tot er een verzwakt deel van de muur loskwam en op de met rommel bezaaide vloer neerviel. Van Jeaine Caide viel geen spoor te bekennen, hoewel er aan de andere kant zoveel muur was verdwenen dat ze een goed zicht had op het hof met de fontein. Ze was niet van plan het gevaar op te zoeken om te kijken of de vrouw door het gebruik van de ter’angreaal was gedood. Haar adem kwam hortend en haar armen en benen beefden zo erg dat ze blij was even te kunnen liggen. Geleiden kostte evenveel kracht als ieder ander werk. Hoe meer je geleidde, hoe meer lichaamskracht het kostte. En hoe vermoeider je was, hoe minder je kon geleiden. Ze betwijfelde of zij op dit moment een verzwakte Jeaine Caide aan kon pakken. Wat een dwaas was ze geweest. Terwijl zij Moghedien met de Kracht bestreed, had ze er geen moment aan gedacht dat zoveel geleiding iedere Zwarte zuster tegen het plafond zou doen springen. Ze had geluk gehad dat de Domani niet met haar ter’angreaal was gekomen terwijl zij zich nog met de Verzaker bezighield. Heel waarschijnlijk zouden ze allebei zijn gedood voor ze wisten dat de Zwarte zuster er was. Opeens keek ze ongelovig de zaal in. Moghedien was verdwenen! Het lotsvuur was ruim tien voet van haar vandaan gebleven, maar ze stond er niet meer. Het was onmogelijk. Ze was afgebonden. ‘Hoe weet ik nou of het onmogelijk is,’ mopperde Nynaeve. ‘Het was onmogelijk dat ik een Verzaker versloeg, maar ik heb het gedaan.’ Nog steeds geen enkel teken van Jeaine Caide.

Ze duwde zichzelf overeind en haastte zich naar de afgesproken ontmoetingsplek. Als Elayne geen moeilijkheden had ontmoet, zouden ze hier misschien toch nog veilig weg kunnen komen.

55

De diepte in

Opgewonden bedienden verdrongen zich roepend en vragend in de gangen waar Nynaeve doorheen holde. Ze voelden de Ene Kracht dan wel niet, maar ze hadden zeker gevoeld dat het paleis in leek te storten. Ze drong zich tussen iedereen door, alsof ze een van de vele dienstmeisjes was die in paniek was geraakt.

Saidar vervaagde toen ze door gangen en over binnenhoven snelde. Het was moeilijk haar boosheid vast te houden, terwijl ze steeds ongeruster werd over Elayne. Als de Zwarte zusters haar hadden gevonden... Wie wist wat die nog meer hadden dan lotsvuur? De lijst die ze in Tar Valon hadden gekregen, had niet bij alles vermeld waarvoor het gebruikt kon worden.

Ergens zag ze Liandrin met haar honingblonde vlechten en Rianna met de witte lok een brede marmeren trap afsnellen. Ze zag niet hun gloed van saidar, maar aan de schreeuwende en opzij springende bedienden te zien, baanden ze zich met de Kracht een weg door de drukte. Ze was blij dat ze niet had geprobeerd de Bron vast te houden. De Duistervrienden zouden haar door de gloed meteen tussen de mensen hebben opgemerkt, en zonder een lange tijd te rusten was ze niet in staat er een, laat staan twee tegelijk te bestrijden. Ze had waarvoor ze was gekomen. De Zwarte zusters konden wachten.

Het werd minder druk en ze had iedereen achter zich gelaten toen ze de smalle gang bereikte aan de westkant van het paleis, waar ze afgesproken hadden. De anderen stonden te wachten naast een kleine, met bronzen knoppen versierde deur met een groot ijzeren slot. Amathera stond stijf rechtop in een lichtgekleurde linnen mantel met de kap omhoog. Het witte gewaad van de panarch kon best voor de kleren van een dienstmeid doorgaan als je niet al te goed keek. Het was van zijde maar de afgezakte sluier voor haar gezicht was heel gewoon linnen. Achter de deur klonk gedempt geschreeuw. Blijkbaar was het opstootje nog niet afgelopen. Als de mannen nu maar hun deel van het werk opknapten.

Nynaeve negeerde Egeanin en omhelsde snel Elayne. ik ben zó bezorgd geweest. Nog moeilijkheden gehad?’

‘Niet in het minst,’ antwoordde Elayne. Egeanin bewoog even en de jongere vrouw keek haar veelbetekenend aan, waarna ze eraan toevoegde: ‘Amathera deed wat moeilijk, maar dat hebben we opgelost.’ Nynaeve fronste. ‘Moeilijk? Waarom zou ze dat doen? Waarom deed je moeilijk?’ Dat laatste was tegen de panarch, die met opgeheven hoofd weigerde iemand aan te kijken. Elayne leek ook geen zin te hebben om het uit te leggen.

Dus was het de Seanchaanse die antwoord gaf. ‘Ze probeerde ertussenuit te knijpen om haar soldaten op te dragen de Duistervrienden het paleis uit te jagen. Terwijl we haar nog gewaarschuwd hadden.’ Nynaeve weigerde haar aan te kijken.