Выбрать главу

De deur sloeg open en Moiraine zeilde naar binnen, met Elayne achter haar aan. De erfdochter keek fronsend naar de vloer en was verdiept in duistere gedachten, maar Moiraine... Voor één keer was de kalmte van de Aes Sedai verdwenen; haar gezicht was vertrokken van woede.

6

Doorgangen

‘Rhand Altor,’ zei Moiraine zachtjes en gespannen en tegen de lucht, ‘is een ezelskop, een hardhoofdige dwaas van een... een... man!’ Elayne hield kwaad en koppig haar kin op. Haar kinderverzorgster Lini zei vaak dat je eerder zijde van varkenshaar kon weven dan van een man iets anders maken. Maar dat was geen verontschuldiging voor Rhand.

‘Zo voeden wij ze in Tweewater op.’ Nynaeve was opeens een en al besmuikte glimlachjes van zelfvoldaanheid. Ze kon haar afkeer van de Aes Sedai maar zelden zo goed verbergen als ze dacht. ‘De vrouwen van Emondsveld hebben nooit last met ze.’ Uit de verbaasde blik van Egwene viel op te maken dat die leugen zo groot was dat ze haar mond zou moeten spoelen.

Moiraine trok haar wenkbrauwen omlaag, alsof ze op het punt stond Nynaeve in nog fellere bewoordingen de oren te wassen. Elayne bewoog maar wist eigenlijk niets om de woordenstrijd een andere kant op te sturen. Rhand bleef maar steeds in haar gedachten hangen. Hij had het recht niet! Maar welk recht had zij?

In plaats daarvan stelde Egwene een vraag. ‘Wat heeft hij gedaan, Moiraine?’

De ogen van de Aes Sedai keken Egwene opeens zo fel aan dat de jonge vrouw een stap naar achteren deed, haar waaier openvouwde en die zenuwachtig voor haar gezicht begon te wapperen. Maar Moirah, nes blik vestigde zich op Joiya en Amico, van wie de ene haar behoedzaam in het oog hield en de andere zich alleen maar van de tegenoverliggende muur bewust was.

Elayne schrok toen ze besefte dat Joiya niet gebonden was. Haastig ging ze na of de vrouw nog steeds van de Ware Bron was afgeschermd. Ze hoopte dat geen van de anderen haar schrik had opgemerkt. Joiya joeg haar de stuipen op het lijf, maar Egwene en Nynaeve leken net zomin bang van haar als Moiraine. Soms was het moeilijk zo dapper te zijn als de erfdochter van Andor behoorde te zijn en ze koesterde vaak de wens dat ze alles net zo goed aankon als die twee. ‘De wachten,’ mompelde Moiraine alsof ze in zichzelf sprak, ik zag dat ze nog steeds in de gang stonden en heb er geen moment bij stilgestaan wat dat inhield.’ Ze streek haar kleren goed en vond met zichtbare moeite haar kalmte terug. Elayne dacht niet dat ze Moiraine ooit eerder zo buiten zichzelf had gezien. Maar ja, de Aes Sedai had er alle reden toe. Niet meer dan ik. Of wel soms ? Ze merkte dat ze probeerde Egwenes ogen te vermijden.

Als het Egwene, Elayne of Nynaeve was geweest die zo overstuur was geweest, dan zou Joiya zeker iets hebben gezegd, iets subtiels en dubbelzinnigs, erop berekend hen nog meer van hun stuk te brengen. Als ze tenminste alleen waren geweest. Nu Moiraine er was, keek ze alleen verontrust zwijgend om zich heen.

Moiraine liep langs de tafel en haar kalmte was teruggekeerd. Joiya was bijna een hoofd groter, maar zelfs als ze een zijden gewaad had gedragen, kon er toch geen enkele twijfel bestaan over wie de situatie beheerste. Joiya ging wel niet letterlijk achteruit, maar haar handen aan haar rok verstrakten even voor ze zich weer beheerste, ik heb enkele zaken geregeld,’ zei Moiraine kalm. ‘Over vier dagen worden jullie per schip naar Tar Valon en de Toren gebracht. Daar zullen ze niet zo zachtzinnig als wij zijn. Als je de waarheid tot dusver nog niet hebt gevonden, kun je die maar beter vinden vóór je in Zuidhaven wordt ontscheept, anders wacht jou vast en zeker de galg in de Zaal der Verraders. Ik zal niet meer met je spreken, tenzij je me laat weten of je iets nieuws wilt vertellen. En ik wil geen woord meer van je horen, tenzij het écht nieuw is. Geen enkel woord. Geloof me, het zal je in Tar Valon veel pijn besparen. Aviendha, wil jij de kapitein zeggen hier te komen en twee man mee te nemen?’ Elayne knipperde met haar ogen toen de Aielvrouw opstond en door de deuropening verdween. Soms kon Aviendha zo stil zijn dat ze er totaal niet leek te zijn. Joiya bewoog haar gezicht alsof ze iets wilde zeggen, maar Moiraine keek haar strak aan en uiteindelijk wendde de Duistervriend haar ogen af. Die glinsterden als bij een raaf, vol duistere moordlust, maar ze hield haar tanden op elkaar.

Elayne zag dat Moiraine opeens door een gloed werd omhuld, de gloed van een vrouw die saidar omhelst. Alleen een andere geleidster kan dat zien. De stromen die Amico vasthielden, ontwarden zich sneller dan Elayne had gekund, terwijl ze in aanleg eigenlijk sterker was dan Moiraine. In de Toren hadden haar leraressen bijna niet willen geloven dat haar vermogens en die van Egwene en Nynaeve zo sterk waren. Als het Nynaeve lukte te geleiden, was zij de sterkste van de drie. Maar Moiraine bezat de ervaring. Wat zij nog steeds moesten leren, lukte Moiraine half slapend. Maar er waren enkele dingen die Elayne en haar vriendinnen konden en Moiraine niet. Dat was een kleine troost, als ze zag hoe gemakkelijk Moiraine Joiya klein kon krijgen. Bevrijd en weer in staat iets te horen, draaide Amico zich om en werd ze zich voor het eerst bewust van Moiraines aanwezigheid. Met een gilletje maakte ze een diepe révérence, als een van de allerjongste Novices. Joiya keek woest naar de deur en vermeed het de anderen aan te kijken. Nynaeve, met haar armen over elkaar geslagen en met witte knokkels rond haar vlecht, keek Moiraine bijna even moordzuchtig aan als Joiya; Egwene voelde aan haar rok en keek laaiend boos naar Joiya. Elayne fronste en wenste dat ze even dapper was als Egwene. Ze had veel liever niet het gevoel willen hebben dat ze een vriendin bedroog. In dit stilleven stapte de kapitein naar binnen, met in zijn kielzog nog twee in het zwart en goud geklede Verdedigers. Aviendha was er niet bij, ze leek de kans te hebben gegrepen aan de Aes Sedai te ontsnappen.

De ogen van de grijze officier, die twee kleine witte pluimen op zijn helm droeg, schoten opzij toen ze die Van Joiya ontmoetten, hoewel ze hem niet eens leek te zien. Zijn blik schoot schichtig en onzeker tussen de vrouwen heen en weer. Er hingen problemen in de lucht en een verstandig man wilde niets te maken hebben met moeilijkheden tussen dit soort vrouwen. De twee soldaten klemden hun lange speren tegen zich aan, alsof ze bijna vreesden dat ze zich zouden moeten verdedigen. Misschien waren ze er inderdaad bang voor. ‘Je brengt deze twee terug naar hun cel,’ zei Moiraine kortaf tegen de officier. ‘Herhaal je bevelen, ik wil geen fouten.’