Выбрать главу

Het blauwe sieraad op Moiraines voorhoofd zwaaide heen en weer toen ze het hoofd schudde. ‘Niet tot hij leert hoe hij zijn aanleg kan beheersen. Misschien dan ook nog niet. Ik weet niet of hij zelfs wel sterk genoeg is om de miasma van zich weg te houden. Maar hij zal dan in elk geval beter in staat zijn om zichzelf te verdedigen.’

‘Kun je niet iets doen om hem te helpen?’ eiste Nynaeve. ‘Jij bent degene die verondersteld wordt alles te weten of in ieder geval te doen alsof je alles weet. Kun je hem niets leren? Iets ervan tenminste? En haal geen spreekwoorden aan over vogels die vissen niet kunnen leren vliegen.’

‘Je zou beter moeten weten,’ gaf Moiraine haar ten antwoord, ‘als je je lessen had benut, zoals je had horen te doen. Je zou beter moeten weten. Jij wilt weten hoe je de Ene Kracht moet gebruiken, Nynaeve, maar je doet geen enkele moeite om meer óver de Kracht te leren. Saidin is geen saidar. De stromen zijn anders, de manier van weven verschilt. Een vogel maakt meer kans.’

Ditmaal verminderde Egwene de opgelopen spanning. ‘Waar is Rhand nu weer koppig over?’ Nynaeve deed haar mond al open en Egwene voegde eraan toe: ‘Hij kan soms zo koppig zijn als een steen.’ Nynaeve deed snel haar mond weer dicht; ze wisten allemaal dat dat volkomen waar was.

Moiraine nam hen op en dacht na. Zo af en toe wist Elayne niet zeker in hoeverre de Aes Sedai hen vertrouwde. Of wie dan ook vertrouwde. ‘Hij moet in beweging blijven,’ zei de Aes Sedai eindelijk. ‘In plaats daarvan blijft hij hier hangen en de Tvreners beginnen hun vrees voor hem reeds kwijt te raken. Hij zit hier maar, en hoe langer hij hier niets doet, hoe meer de Verzakers dat zullen zien als een teken van zwakte. Het Patroon beweegt en stroomt, alleen de doden zijn onbeweeglijk. Hij moet iets doen, of hij zal sterven. Door een kruisboogpijl in zijn rug, door gif in zijn eten of door samenwerkende Verzakers die de ziel uit zijn lichaam scheuren. Hij moet handelen of sterven.’ Bij elk gevaar in haar opsomming kromp Elayne ineen, en dat die gevaren echt bestonden, maakte het alleen maar erger.

‘En jij weet wat hij moet doen, nietwaar?’ vroeg Nynaeve strak. ‘Jij hebt iets bedacht.’

‘Heb je liever dat hij er opnieuw in z’n eentje vandoor gaat? Ik durf het er niet op te wagen. De volgende keer kan hij dood zijn, of nog erger, voordat ik hem weer vind.’

Dat was zeker waar. Rhand wist amper wat hij deed. En Elayne wist zeker dat Moiraine niet van plan was dat beetje leiding dat ze nog kon geven, kwijt te raken. Dat beetje dat hij haar toestond. ‘Ga je ons jouw plannen met hem vertellen?’ wilde Egwene weten. Ze hielp niet echt mee om de lucht te klaren.

‘Ja, alsjeblieft,’ zei Elayne en hoorde verbaasd dat haar woorden bijna net zo koel klonken als die van Egwene. Ze wilde veel liever niet dwarsliggen; haar moeder zei altijd dat je beter mensen kon leiden dan drillen.

Moiraine liet niet blijken of hun manieren haar ergerden. ‘Zolang jullie begrijpen dat je dit voor jezelf dient te houden. Een plan dat bekend is, is gedoemd te mislukken. Ja, ik zie dat jullie het begrijpen.’ Elayne deed dat zeker; het plan was gevaarlijk en Moiraine wist niet zeker of het zou werken.

‘Sammael zit in Iilian,’ vervolgde de Aes Sedai. ‘De Tyreners zijn altijd even gretig op een oorlog tussen de twee landen als de Illianers. Ze voeren nu al zo’n duizend jaar strijd met elkaar en ze bespreken de kansen zoals andere mensen over het volgende feest praten. Ik betwijfel of zelfs de aanwezigheid van Sammael daaraan iets verandert, als de Herrezen Draak Tyr tenminste wil leiden. Ze zullen Rhand graag bij die onderneming willen volgen en als hij Sammael weet te verslaan...’

‘Licht!’ riep Nynaeve uit. ‘Je wilt niet alleen dat hij een oorlog ontketent, maar je wilt hem ook nog een Verzaker laten bevechten! Geen wonder dat hij koppig is. Hij is geen dwaas, al is hij een man.’

‘Uiteindelijk zal hij de Duistere het hoofd moeten bieden,’ zei Moiraine kalm. ‘Denk je echt dat hij de Verzakers kan ontlopen? Wat de oorlog betreft, ook zonder hem worden oorlogen gevoerd en iedere oorlog is erger dan zinloos.’

‘Elke oorlog is zinloos,’ begon Elayne, maar haperde toen ze het opeens begreep. Ze voelde dat ze bedroefd en spijtig keek, maar het ook begreep. Haar moeder had haar veel geleerd over het leiden en het besturen van een natie. Het waren twee heel verschillende dingen, maar allebei noodzakelijk. En soms moesten er dingen gedaan worden die meer dan onprettig waren, omdat de prijs van nietsdoen nog hoger was.

Moiraine keek haar meelevend aan. ‘Het is niet altijd prettig, nee. Toen je net oud genoeg was om het te begrijpen, is jouw moeder je denkelijk het nodige gaan bijbrengen voor als je haar zult opvolgen.’ Moiraine was opgegroeid in het koninklijk paleis van Cairhien, niet voorbestemd om te regeren, maar ze was verwant aan de koninklijke familie en had waarschijnlijk dezelfde lessen te horen gekregen. ‘Toch lijkt het soms beter om maar niets te weten en een boerin te zijn die buiten haar erf verder van niets weet.’

‘Nog meer raadseltjes?’ vroeg Nynaeve verachtelijk. ‘Vroeger hoorde ik van de marskramers over oorlogen en die waren zo ver weg dat ik het eigenlijk niet begreep. Maar ik weet nu wat het is. Mannen die mannen doden. Mannen die zich als beesten gedragen, beesten worden. Platgebrande dorpen, boerderijen en velden. Honger, ziekte en dood, zowel voor onschuldigen als schuldigen. Wat maakt die oorlog van jou beter, Moiraine? Waardoor is dat wél een nette oorlog?’

‘Elayne?’ zei Moiraine kalm.

Ze schudde het hoofd – zij wilde liever niet degene zijn die dit uitlegde – maar ze betwijfelde of haar eigen moeder, zittend op de Leeu-wentroon, haar mond had kunnen houden onder die dwingende blik uit Moiraines donkere ogen. ‘Er komt in ieder geval oorlog, of Rhand nu begint of niet,’ zei ze met tegenzin. Egwene deed een stap achteruit en staarde haar net als Nynaeve scherp en ongelovig aan. Hun ongeloof verdween toen Elayne verder sprak. ‘De Verzakers zullen de zaken niet afwachtend aanzien. Sammael kan niet de enige zijn die de teugels van een natie heeft overgenomen, maar hij is de enige van wie we het weten. Ze willen Rhand in handen krijgen, misschien komen ze persoonlijk, maar in ieder geval met elk leger dat onder hun bevel staat. En hoe staat het met de naties waar geen Verzaker is? Welke zullen hun eer betuigen aan de banier van de Draak en hem naar Tarmon Gai’don volgen en hoeveel naties zullen zichzelf overtuigen dat de val van de Steen een leugen is en Rhand slechts een valse Draak die bedwongen moet worden, een valse Draak die misschien gevaarlijk en sterk wordt als zij niet de eerste klap uitdelen? Hoe het ook zij, er zal oorlog komen.’ Ze hield opeens op. Er viel nog meer te zeggen, maar ze kon het niet en wilde dat stuk niet vertellen.

Moiraine was niet zo terughoudend. ‘Heel goed,’ zei ze knikkend, ‘maar onvolledig.’ De blik die ze op Elayne wierp, vertelde dat ze wist dat Elayne het opzettelijk had nagelaten. Met haar handen verstrengeld voor haar middel, richtte ze zich tot Egwene en Nynaeve. ‘Er is niets wat deze oorlog beter of netter maakt. Maar het zal de Tyreners wél aan hem binden en uiteindelijk zullen de lllianers hem net zo volgen als de Tyreners nu doen. Ze kunnen toch niet anders, als de Drakenbanier boven Illian wappert? Alleen al het nieuws van zijn zege zou de oorlogen in Tarabon en Arad Doman in zijn voordeel kunnen beëindigen. Een mens kan een einde maken aan een oorlog. Met één klap zal hij zich zo sterk hebben gemaakt, wat aantallen mannen en zwaarden betreft, dat alleen een verbond tussen alle overblijvende landen van hier tot aan de Verwording hem kan verslaan, en met diezelfde klap toont hij de Verzakers dat hij geen vette fazant voor hun net is. Daardoor zullen ze behoedzamer worden en hem de tijd geven om zijn kracht te leren gebruiken. Maar hij moet de eerste zijn, de hamer, niet de nagel.’ De Aes Sedai toonde een lichte grimas, een herinnering aan haar eerdere boosheid, waardoor haar kalmte verdween. ‘Hij móet als eerste iets doen. En wat doet hij? Hij leest. Leest en bezorgt zich nog grotere ellende.’