‘Nou, aan dit beetje hoeven ze niets meer te doen.’ Hij zou vast niet snappen dat ze de veren wilde houden omdat hij er een bloem van had willen maken. Verlegen schuifelend hield hij de glinsterende lap vast alsof hij niet wist wat hij ermee aan moest. ‘De majiere zal wel naaisters kennen,’ zei ze. ‘Ik zal dat wel aan haar doorgeven.’ Hij monterde zienderogen op. Ze zag geen reden hem te vertellen dat ze het aan de majiere zou geven. Die rondstampende vlinders zou ze niet lang meer in toom kunnen houden. ‘Rhand, eh... mag je mij?’
‘Jou mogen?’ Hij fronste. ‘Natuurlijk mag ik je. Ik mag je erg graag.’ Moest hij nou zo kijken alsof hij er geen laars van begreep? ‘Ik ben zeer op je gesteld, Rhand.’ Ze schrok ervan dat ze het zo kalm zei; haar maag leek zich door haar keel naar buiten te willen wringen en haar handen en voeten voelden ijskoud. ‘Heel erg.’ Dat was genoeg; ze wilde zich niet als een dwaas aanstellen. Hij moet eerst meer zeggen dan ‘mogen’. Ze begon bijna als een dwaas te giechelen. Ik blijf kalm. Ik ga me niet gedragen als een smoorverliefd wicht. Die kans gun ik hem echt niet. ik vind jou aardig,’ zei hij langzaam.
‘Ik loop meestal niet zo hard van stapel.’ Nee, daardoor zou hij aan Berelain denken. Zijn wangen waren rood; hij dacht écht aan Berelain. Bloedvuur! Haar stem klonk zijdeglad. ik ga gauw vertrekken, Rhand. Uit Tyr weg. Het kan misschien maanden duren voor ik je weer zie.’ Misschien wel nooit meer, riep een stemmetje in haar hoofd. Ze weigerde ernaar te luisteren. ‘Maar ik kon niet weggaan zonder je te laten weten wat ik voel. En ik vind jou... heel aardig.’
‘Elayne, ik vind jou ook echt aardig. Ik voel... ik wil...’ De rode vlekjes op zijn wangen werden groter. ‘Elayne, ik weet niet wat ik moet zeggen, hoe ik...’
Opeens stond haar gezicht in vuur en vlam. Hij moest wel denken dat ze probeerde hem te dwingen nog meer te zeggen. Dat doe je toch? spotte het stemmetje, waardoor haar wangen nog feller opvlamden. ‘Rhand, ik zit je hier niet te vragen of...’ Licht, hoe moet ik het zeggen? ik wilde je alleen laten weten wat ik voel. Dat is alles.’ Berelain zou het daarbij niet hebben gelaten, Berelain zou zich inmiddels boven op hem hebben geworpen. Terwijl ze zichzelf voorhield dat ze niet kon toestaan dat dat half ontklede wicht haar overtrof, ging ze dichter bij hem staan, pakte de glinsterende lap van zijn arm af en liet die op het tapijt vallen. Om de een of andere reden leek hij langer dan ooit. ‘Rhand... Rhand, ik wil een kus.’ Zo. Het was gezegd. ‘Een kus?’ Hij zei het alsof hij het woord nooit eerder had gehoord. ‘Elayne, ik wil je niet meer beloven dan... Ik bedoel, het is niet zo dat we elkaar beloofd zijn. Niet dat ik wil beweren dat dat zou moeten gebeuren. Alleen... het is... Ik ben op je gesteld, Elayne. Heel erg op je gesteld. Ik wil alleen niet dat je denkt dat...’
Ze moest eigenlijk om hem lachen, met al zijn verwarde ernst, ik weet niet hoe alles in Tweewater geregeld wordt, maar in Caemlin wacht je niet tot je elkaar beloofd bent voor je een meisje kust. En het betekent ook niet dat je dan elkaar de belofte zult geven. Maar misschien weet je niet hoe...’ Hij omarmde haar bijna woest en zijn lippen raakten de hare. Haar hoofd tolde, haar tenen probeerden zich in haar muiltjes rond te krullen. Enige tijd later – ze wist niet eens precies na hoe lang – besefte ze dat ze met bevende knieën tegen hem aan stond geleund en probeerde ze weer lucht te krijgen.
‘Neem me niet kwalijk dat ik je onderbrak,’ zei hij. Ze was blij dat ze in zijn stem ook iets van ademgebrek hoorde. ‘Ik ben maar een achterlijke schapenboer uit een ver gewest, uit Emondsveld.’
‘Je bent onbeschaafd,’ mompelde ze tegen zijn hemd, ‘en je hebt je vanmorgen niet geschoren, maar ik zou je geen onontwikkeld boertje willen noemen.’
‘Elayne, ik...’
Ze legde haar hand op z’n mond. ik wil van jou niets horen wat je niet met je hele hart meent,’ zei ze ferm. ‘Nu niet, nooit.’ Hij knikte, niet dat hij haar redenen begreep, maar een beetje alsof hij begreep dat ze het meende. Ze streek haar haren glad – de band met saffieren zat zo in haar haren verward dat ze die zonder spiegel niet los kon krijgen – en stapte met tegenzin uit zijn omarming. Het zou o zo gemakkeljk zijn daar te blijven en ze had al meer gezegd en gedaan dan ze zich ooit had voorgesteld. Zulke dingen zeggen, om een kus vragen! Ze was Berelain niet.
Berelain. Misschien had Min een beeld gezien. Wat Min zag, gebeurde, maar ze ging hem niet met Berelain delen. Misschien moest ze nog wat gewoon blijven praten. Het hem duidelijk maken, ik neem aan dat je na mijn vertrek geen gebrek aan gezelschap zult hebben. Bedenk dan wel dat sommige vrouwen een man zien met hun hart, terwijl andere niet meer zien dan een prulletje, zoals een halsketting of een armband. Hou in gedachten dat ik terugkom en dat ik een vrouw ben die met haar hart kijkt.’ Hij leek aanvankelijk in de war, en vervolgens geschrokken. Ze had te veel gezegd, was te snel gegaan. Ze moest hem afleiden. ‘Weet je wat je niet tegen me hebt gezegd? Je hebt niet geprobeerd me angst aan te jagen door te zeggen hoe gevaarlijk je bent. Je hoeft het nu niet meer te proberen. Het is te laat.’
‘Ik dacht er niet aan.’ Hij leek echter aan iets anders te denken en kneep zijn ogen achterdochtig half dicht. ‘Hebben jij en Egwene dit plannetje samen bedacht?’
Het lukte haar met grote ogen zowel onschuld als een milde kwaadheid uit te stralen. ‘Hoe kun je zoiets denken? Verbeeld jij je dat wij jou als een pakje aan elkaar doorgeven? Jij hebt een hoge dunk van jezelf. Er is ook nog zoiets als al te trots zijn, weet je.’ Hij leek nu echt in de war. Heel bevredigend. ‘Heb je spijt om wat je bij ons deed, Rhand?’
‘Ik wilde jullie niet bang maken,’ zei hij aarzelend. ‘Egwene maakte me kwaad, het lukte haar altijd moeiteloos, ik wil het niet goedpraten. Ik heb al gezegd dat het me spijt, en dat is zo. Moet je zien wat het gevolg is. Verbrande tafels en de tweede matras vernield.’
‘Enne... dat knijpen?’
Zijn gezicht werd weer rood, maar desondanks keek hij haar ferm aan. ‘Nee. Nee, dat spijt me niet. Jullie twee, die mij daar staan te negeren alsof ik een houtblok zonder oren ben. Het is jullie verdiende loon, voor allebei, en daar trek ik niets van terug.’
Ze nam hem even op. Hij wreef over zijn mouwen alsof hij iets aan zijn armen voelde toen ze kort saidar omhelsde. Ze wist eigenlijk niets van helen, maar ze had zo hier en daar wat dingetjes opgevangen. Ze geleidde en verjoeg de pijn die ze hem voor het knijpen had gegeven. Zijn verbaasde ogen werden groot en hij schuifelde met z’n voeten alsof hij wilde voelen dat het geen pijn meer deed. ‘Omdat je zo eerlijk bent,’ zei ze enkel.
Er werd op de deur geklopt en Gaul keek naar binnen. De Aielman stond eerst met zijn hoofd omlaag, maar deed weer gewoon na een vlugge blik op het tweetal. Elayne werd weer rood toen ze besefte dat hij had gedacht dat hij misschien iets verstoorde wat hij niet behoorde te zien. Bijna omhelsde ze opnieuw saidar om hem een lesje te leren.