Выбрать главу

Stilzwijgend was afgesproken dat Elayne bij de verhoren mocht wegblijven. Nog twee meeluisterende oren zouden geen verschil maken. In plaats daarvan leek de erfdochter net toevallig in zijn buurt te zijn als Rhand een moment vrij had. Ze spraken dan wat of maakten gearmd een wandelingetje, al was het maar van de ene vergadering met enkele hoogheren naar een andere, of tijdens een snelle wapenschouw bij de verblijven van de Verdedigers. Ze werd heel goed in het vinden van verborgen hoekjes waar ze zich even met hem kon afzonderen. Natuurlijk had hij altijd die Aiel achter hem aan, maar al gauw gaf ze even weinig om wat zij dachten als wat haar moeder ervan zou vinden. Ze begon zelfs een soort samenzwering met de Speervrouwen. Die leken elk verborgen hoekje in de Steen te kennen en ze gaven aan haar door wanneer Rhand vrij was. Ze vonden dat blijkbaar een heel leuk spel. De verrassing was dat hij haar vragen stelde over het regeren van een land en luisterde naar wat zij vertelde. Haar moeder zou dat eens moeten horen. Meerdere keren was Morgase half wanhopig in lachen uitgebarsten en had ze gezegd dat de erfdochter haar aandacht erbij moest houden. Welke beroepen beschermd moesten worden en hoe, en welke niet en waarom. Het kon heel droge kennis zijn, maar even belangrijk als de verzorging van een zieke. Wellicht was het fijn om een koppige heer of koopman zo te leiden dat hij deed wat hij niet wilde doen, terwijl hij meende dat het zijn eigen idee was. Het kon misschien hartverwarmend zijn de hongengen eten te geven, maar zoiets kon alleen nadat besloten was hoeveel schrijvers, voerlui en karren nodig waren. Anderen zouden dat best kunnen regelen, maar dan zou je er veel te laat achter komen dat er een fout was gemaakt. Hij luisterde naar haar en volgde haar raad vaak op. Ze meende dat ze alleen daarom al van hem kon houden. Berelain zette geen stap buiten haar vertrekken en Rhand glimlachte als hij haar zag, en iets fijners bestond er niet in de wereld. Behalve dat de dagen eigenlijk niet voorbij mochten gaan. Het waren drie korte dagen, die als zand door haar vingers gleden. Joiya en Amico zouden naar het noorden worden gebracht en daarmee verdween de reden voor hun verblijf in Tyr. Het werd ook tijd dat zij, Egwene en Nynaeve vertrokken. Ze zou ook gaan op die dag, ze had nooit overwogen te blijven. Die wetenschap maakte haar trots dat ze zich als een vrouw gedroeg en niet als een kind, maar zorgde er ook voor dat ze daardoor wilde huilen.

En Rhand? Hij sprak in zijn vertrekken met de hoogheren en vaardigde orders uit. Hij liet hen schrikken door te verschijnen op geheime bijeenkomsten, waar Thom achter was gekomen, enkel om een puntje uit zijn laatste opdrachten te benadrukken. Ze glimlachten, bogen en zweetten en vroegen zich af hoeveel hij wist. Hij moest hun dadendrang beteugelen en hun iets te doen geven, voordat een van hen besloot dat Rhand beter vermoord kon worden als hij niet naar hun hand was te zetten. Hij wist niet wat hen zou afleiden, maar een oorlog wilde hij niet beginnen.

De tijd die de hoogheren niet in beslag namen, besteedde hij voor het grootste deel aan het bedenken van een plan. Er kwamen allerlei weetjes en feitjes uit de boeken die hij de boekbewaarders met armenvol uit de librije liet aanslepen, en uit zijn gesprekken met Elayne. Haar raad was bij de hoogheren zeker nuttig; hij kon bijna zien hoe ze hun inschatting haastig wijzigden wanneer hij een kennis van zaken vertoonde die zij zelf maar half beheersten. Ze hield hem tegen toen hij haar daarvoor de eer wilde geven.

‘Een wijze heerser neemt raad aan,’ vertelde ze hem met een glimlach, ‘maar dat mag nooit gemerkt worden. Laat ze maar denken dat jij meer weet dan zij. Het doet hun geen kwaad en jou helpt het.’ Ze leek er echter wel blij mee te zijn dat hij het had voorgesteld. Hij wist niet geheel zeker of zij er de oorzaak van was dat hij een beslissing nog steeds voor zich uitschoof. Drie dagen van plannen maken, van proberen te ontdekken wat er nog aan ontbrak. Er ontbrak nog iets aan. Hij kon niet op de Verzakers reageren; zij moesten op hem reageren. Drie dagen en op de vierde dag zou zij weggaan – terug naar Tar Valon hoopte hij – maar zodra hij iets zou doen, zou er ook aan hun korte ogenblikken samen een eind komen. Drie dagen van gestolen kussen, waarbij hij alles kon vergeten, behalve dat hij een man was met zijn armen om een vrouw. Hij wist dat het dwaas was, als de reden daarin lag. Hij voelde zich opgelucht dat ze niet meer wenste dan bij hem te zijn, maar alleen op die momenten kon hij al het andere vergeten, beslissingen, maar ook het lot dat de Herrezen Draak wachtte. Meermalen overwoog hij haar te vragen te blijven, maar het zou niet eerlijk zijn verwachtingen te wekken, terwijl hij geen idee had wat hij meer verlangde dan haar gezelschap. Koesterde ze eigenlijk wel enige verwachting? Het was veel beter dat hij zich binnen de grenzen hield van een stel jonge mensen dat op een vrije avond een wandelingetje maakte. Dat werd steeds gemakkelijker. Soms vergat hij dat zij de erfdochter van Andor was en hij een schaapherder. Eigenlijk wilde hij dat ze niet wegging. Drie dagen. Hij moest iets beslissen. Hij moest een zet doen. In een richting die niemand verwachtte. Op de avond van de derde dag zakte de zon langzaam naar de einder. De half dichtgetrokken gordijnen van Rhands slaapvertrek verzachtten de rood-gele gloed. Callandor glinsterde op zijn fraaie standaard als het zuiverste kristal.

Rhand staarde naar Meilan en Sunamon en gooide toen de dikke rol grote vellumbladen terug. Een keurig uitgeschreven verdrag dat slechts zijn handtekening en zegels behoefde. De rol kwam tegen Meilans borst aan en slechts door een snelle reactie kon de hoogheer hem grijpen; hij leek vereerd toen hij boog, maar zijn strakke glimlach toonde op elkaar geklemde tanden.

Sunamon ging van de ene voet op de andere staan en wreef zich in zijn handen. ‘Alles is zoals u gezegd hebt, mijn Heer Draak,’ zei hij bezorgd. ‘Graan voor schepen...’

‘En een leger van tweeduizend man,’ onderbrak Rhand hem. ‘Om erop toe te zien dat er een juiste verdeling van het graan plaatsvindt en om de Tyreense belangen te beschermen.’ Zijn stem klonk ijskoud, maar zijn maag leek te koken. Hij beefde bijna van verlangen om met zijn vuisten op deze stommelingen in te beuken. ‘Tweeduizend man. Onder het bevel van Torean!’