‘Ik heb niets gevonden,’ zei Egwene spijtig. ‘Maar Amys zei... Aviendha, wat is Amys voor soort vrouw?’
De Aielse bestudeerde het tapijt. ‘Amys is zo hard als de bergen en zo meedogenloos als de zon,’ zei ze zonder op te kijken. ‘Ze is een droomloopster. Ze kan het je leren. Als ze eenmaal haar handen op je heeft gelegd, sleurt ze je aan je haren mee naar wat zij wil. Rhuarc is de enige die erin slaagt tegen haar in te gaan. Ook de andere Wijzen zijn voorzichtig als Amys spreekt. Maar ze kan je veel leren.’ Egwene schudde haar hoofd, ik bedoel, als ze in een vreemde plaats zou zijn, zou haar dat van streek maken, of zenuwachtig? In een stad? Zou ze dingen zien die er niet waren?’
Aviendha’s lach was kort en scherp. ‘Zenuwachtig? Amys is niet eens van haar stuk gebracht als ze bij het ontwaken een leeuw in haar bed vindt. Ze was een Speervrouwe, Egwene, en ze is niet zachter geworden; daar kun je van op aan.’
‘Wat zag die vrouw dan?’ vroeg Nynaeve.
‘Het was niet echt iets wat ze zag,’ zei Egwene langzaam, ik dénk dat het geen “zien” was. Ze zei dat Tanchico een kwaad bevatte. Erger dan mannen konden aanrichten,’ zei ze. ‘Dat kan de Zwarte Ajah zijn. Spreek me niet tegen, Nynaeve,’ voegde ze er ferm aan toe. ‘Dromen moeten verklaard worden en deze verklaring is heel goed mogelijk.’ Zodra Egwene het kwaad in Tanchico genoemd had, trokken Nynaeves wenkbrauwen zich samen, en haar ogen spogen vuur toen Egwene zei haar niet tegen te spreken. Soms wilde Elayne beide vrouwen door elkaar rammelen. Ze kwam vlug tussenbeide, voordat Nynaeve losbarstte. ‘Dat kan het heel goed zijn, Egwene. Je hebt iets gevonden. Meer dan waar Nynaeve en ik op rekenden. Nietwaar, Nynaeve? Geloof je van niet?’
‘Het zou kunnen,’ zei Nynaeve met tegenzin.
‘Het zou kunnen.’ Egwene klonk niet gelukkig. Ze haalde diep adem. ‘Nynaeve heeft gelijk. Ik moet doorgronden wat ik aan het doen ben. Als ik wist wat ik behoor te weten, had ik niet over het kwaad hoeven te horen. Ik zou Liandrins kamer kunnen vinden, waar ze ook is. Amys kan me het leren. Daarom... Daarom moet ik naar haar toe.’
‘Naar haar toe? Nynaeve klonk ontzet. ‘De Aielwoestenij in?’
‘Aviendha kan me naar die Koudrotsveste brengen.’ Egwenes ogen flitsten tussen Elayne en Nynaeve heen en weer, half uitdagend, half bevreesd. ‘Als ik ervan overtuigd was dat ze in Tanchico zaten, zou ik jullie niet alleen laten gaan. Als jullie willen gaan. Maar met Amys om me te helpen kan ik misschien ontdekken waar ze zijn. Misschien kan ik... Dat is het juist; ik weet niet eens waartoe ik in staat ben, alleen dat het veel meer is dan ik nu kan. Maar ik laat jullie niet in de steek. Jullie nemen de ring mee. Je kent de Steen goed genoeg om hier in Tel’aran’rhiod terug te komen. Ik kan naar jullie in Tanchico komen. Wat ik van Amys leer, kan ik aan jullie doorgeven. Zeg alsjeblieft dat je het begrijpt. Ik kan zoveel van Amys leren, en dan kan ik dat gebruiken om jullie te helpen. Net alsof we alledrie door haar geoefend worden. Een droomloopster; een vrouw die het weet! Liandrin en de anderen zullen de kinderen zijn, want dan weten zij veel minder dan wij.’ Ze beet nadenkend in haar lip. ‘Jullie geloven toch niet dat ik jullie in de steek laat, of wel? Als dat zo is, ga ik niet.’
‘Natuurlijk moet je gaan,’ zei Elayne. ‘Ik zal je missen, maar niemand heeft ons beloofd dan we tot het eind bij elkaar konden blijven.’
‘Maar jullie twee... alleen... Ik zou met jullie mee moeten gaan. Als ze echt in Tanchico zijn, zou ik bij jullie moeten zijn.’
‘Onzin,’ zei Nynaeve ferm. ‘Je hebt oefening nodig. Dat zal ons op de lange duur veel meer helpen dan jouw aanwezigheid in Tanchico. We weten zelfs niet eens of er een Zwarte zuster in Tanchico is. Als ze er zijn, zullen Elayne en ik het best samen af kunnen, maar het is heel goed mogelijk dat we na aankomst merken dat dit kwaad uiteindelijk niet meer is dan de oorlog. Het Licht weet dat een oorlog voor iedereen slecht is. Misschien zijn we zelfs wel vóór jou terug in de Toren. Je moet uitkijken in de Woestenij,’ zei ze, praktisch wordend. ‘Het is een gevaarlijk gebied. Aviendha, zul jij over haar waken?’ Voor de Aielvrouw haar mond open kon doen, werd er geklopt en stapte Moiraine naar binnen. De Aes Sedai keek rond en haar ogen namen hen op, wegend, schattend en alles overdenkend. Dit alles met één blik, zonder dat ook maar iets haar gevolgtrekkingen verried. ‘Joiya en Amico zijn dood,’ deelde ze mee.
‘Was dat dan de reden van de overval?’ zei Nynaeve. ‘Om ze te doden? Of misschien om ze te doden als ze niet bevrijd konden worden? Ik weet zeker dat Joiya zo zelfverzekerd was omdat ze erop rekende bevrijd te worden. Ze moet dus toch gelogen hebben. Ik heb haar ommezwaai nooit vertrouwd.’
‘Het was misschien niet de belangrijkste reden,’ zei Moiraine. ‘De kapitein was zo verstandig om tijdens de aanval zijn mannen op hun post bij de cellen te houden. Ze hebben geen enkele Trollok of Myrddraal gezien. Maar later troffen ze het tweetal dood aan. Bij beiden was de keel nogal bloederig doorgesneden. Nadat hun tong aan de deur was gespijkerd.’ Ze vertelde het alsof ze het over kousen stoppen had. Elaynes maag kwam in opstand toen ze dit onbewogen verslag hoorde. ‘Dat zou ik hun nooit hebben toegewenst. Niet op die manier. Het Licht verlichte hun ziel.’
‘Ze hebben hun ziel al lang geleden aan de Schaduw verkocht,’ zei Egwene ruw, maar ze hield wel beide handen tegen haar maag gedrukt. ‘Hoe... Hoe is het gebeurd? Grijzels?’
‘Ik betwijfel of grijzels dat kunnen,’ zei Moiraine droog. ‘Het lijkt erop dat de Schaduw over onbekende mogelijkheden beschikt.’
‘Ja.’ Egwene streek haar jurk en haar stem glad. ‘Als het geen poging was om ze te bevrijden, moet het betekenen dat ze allebei de waarheid spraken. Dan werden ze gedood omdat ze spraken.’
‘Of om ze tot zwijgen te brengen,’ voegde Nynaeve er grimmig aan toe. ‘Laten we hopen dat ze niet weten dat die twee ons iets verteld hebben. Misschien had Joiya berouw, maar ik denk het niet.’ Elayne slikte en stelde zichzelf in de cel voor terwijl haar gezicht tegen de deur werd gedrukt om haar tong eruit te trekken en... Ze huiverde, maar dwong zichzelf te zeggen: ‘Misschien zijn ze gewoon gedood als straf voor hun gevangenneming.’ Ze verzweeg de gedachte dat ze gedood konden zijn om hen alles van Joiya en Amico te laten geloven; ze hadden al genoeg twijfels over wat hen te doen stond. ‘Drie mogelijkheden en slechts volgens een ervan weet de Zwarte Ajah dat ze iets verraden hebben. Aangezien de mogelijkheden gelijk zijn, is de kans groot dat ze het niet weten.’
Egwene en Nynaeve keken geschokt. ‘Om hen te straffen?’ zei Nynaeve ongelovig.
In veel opzichten waren ze allebei harder dan zijzelf – ze bewonderde hen daarvoor – maar zij waren niet opgegroeid in Caemlin, waar je de verwikkelingen in een hof meemaakte, waar je verhalen hoorde over de wrede manier waarop Cairhienin en Tyreners het Spel der Huizen speelden.
‘Ik geloof dat de Zwarte Ajah elk falen tamelijk onvriendelijk opvat,’ zei ze. ik kan me voorstellen dat Liandrin zoiets zou bevelen. Joiya zelf zou het zeker hebben gedaan.’ Moiraine keek haar even schattend aan.
‘Liandrin,’ zei Egwene op volkomen vlakke toon. ‘Ja, ik kan me voorstellen dat Liandrin, of zelfs Joiya, zo’n bevel zou geven.’
‘Jullie hadden toch al niet veel meer tijd meer om ze te ondervragen,’ zei Moiraine. ‘Ze zouden morgenmiddag op een schip gezet zijn.’ Er klonk iets van boosheid in haar stem door; Elayne besefte dat Moiraine de dood van de Zwarte zusters opvatte als een ontsnapping aan gerechtigheid. ‘Ik hoop dat jullie snel kunnen beslissen. Tanchico of de Toren.’
Elayne zag Nynaeves ogen en knikte even.
Nynaeve knikte duidelijker terug en wendde zich tot de Aes Sedai. ‘Elayne en ik gaan naar Tanchico, zodra we een schip vinden. Een snel schip, hoop ik. Egwene en Aviendha gaan naar Koudrotsveste in de Aielwoestenij.’ Ze gaf geen reden en Moiraines wenkbrauwen gingen omhoog.
Er viel een stilte en Aviendha merkte op: ‘Jolin kan haar brengen.’ Ze vermeed het Egwene aan te kijken. ‘Of Sefela, of Bain en Chiad. Ik... Ik denk eraan om met Elayne en Nynaeve mee te gaan. Als er in dat Tanchico oorlog is, hebben ze een zuster nodig die hun in de rug dekt.’