De Eerste negeerde haar. Ze ging dichter bij Perijn staan, streelde zijn arm, zijn schouder. Heel even dacht hij dat ze wilde proberen zijn hoofd omlaag te trekken voor een kus – ze hield zeer zeker haar lippen naar hem op – maar haar hand streek nog even snel langs zijn nek, waarna ze achteruit stapte. Het was al gebeurd en voorbij voor hij iets had kunnen doen. ‘Onthoud het,’ zei ze zachtjes alsof ze met hem alleen was. ik krijg altijd wat ik wil.’ Ze gleed langs Faile de kamer uit. Hij wachtte tot Faile zou ontploffen, maar ze keek even opzij naar zijn volle zadeltassen en zei: ik zie dat je het al gehoord hebt. Het fs maar een gerucht, Perijn.’
‘Door dat van die gele ogen is het wel wat meer.’ Ze had als een bos droge twijgjes moeten ontvlammen. Waarom was ze zo rustig? ‘Het zij zo. Dan is Moiraine het volgende probleem. Zal ze jou proberen tegen te houden?’
‘Niet als ze niks weet. En als ze het mocht proberen, ik ga toch. Faile, ik heb daar familie en vrienden. Ik laat ze niet in handen van Witmantels vallen. Maar ik hoop dat ze er pas van hoort als ik een heel eind uit de buurt van de stad ben.’ Zelfs haar ogen waren kalm, als donkere vennen in een bos. Zijn nekharen stonden recht overeind. ‘Maar het moet weken hebben geduurd voor dat gerucht Tyr bereikte en zo’n tocht naar Tweewater neemt ook weken in beslag. Dan zijn de Witmantels allang weg. Nou ja, ik hoopte dat je hier zou weggaan, dus mag ik niet klagen. Ik zeg je alleen maar wat je kunt verwachten.’
‘Over de saidinwegen duurt het geen weken,’ zei hij. ‘Twee dagen. Misschien drie.’ Twee dagen. Hij nam aan dat het niet sneller kon. ‘Je bent even gek als Rhand Altor,’ zei ze ongelovig. Ze liet zich op het voeteneind neerploffen, kruiste haar benen en sprak hem toe alsof ze een klein kind vermaande. ‘Wie de saidinwegen opgaat, wordt reddeloos waanzinnig. Als je er tenminste nog uitkomt – waarschijnlijk gebeurt dat niet eens. De wegen zijn besmet, Perijn. Ze zijn al zo’n... hoeveel?... drie- tot vierhonderd jaar donker. Vraag maar aan Loial. Hij kan het je vertellen. De Ogier bouwden de wegen, of lieten ze groeien, of wat dan ook. Zelfs zij durven er niet op. Hoor eens, zelfs als het je lukt ze ongedeerd te gebruiken, dan weet alleen het Licht waar je eruit komt.’
‘Ik heb ze bereisd, Faile.’ En het was inderdaad een angstwekkende reis geweest. ‘Loial kan me gidsen. Hij kan de wegwijzers lezen, dat heeft hij toen ook gedaan. Hij zal het voor mij willen doen, wanneer hij weet hoe belangrijk het is.’ Loial wilde ook dolgraag weg uit Tyr; hij leek te vrezen dat zijn moeder wist waar hij was. Perijn wist zeker dat hij zou helpen.
‘Nou,’ zei ze stevig in haar handen wrijvend, ‘Nou, ik was op zoek naar een avontuur en dit is er zeker een. Weg uit de Steen van Tyr en van de Herrezen Draak, over de saidinwegen reizen om tegen Witmantels te vechten... Ik vraag me af of we Thom Merrilin kunnen overhalen om mee te gaan. Als je geen bard hebt, dan moet je het met een speelman doen. Hij kan het verhaal dichten, met jou en mij als hoofdpersonen. En zonder Herrezen Draak of Aes Sedai om de aandacht op te eisen. Wanneer vertrekken we? Morgenochtend?’ Hij haalde diep adem om zo vastberaden mogelijk te zeggen: ‘Ik ga alleen, Faile. Alleen Loial en ik.’
‘We hebben een pakpaard nodig,’ merkte ze op alsof hij niets gezegd had. ‘Twee, denk ik. De saidinwegen zijn donker. We zullen lantaarns nodig hebben en heel veel olie. Dat Tweewatervolk van jou, vooral boeren, niet? Zullen ze tegen Witmantels vechten?’
‘Faile, ik zei...’
‘Ik hoorde wat je zei,’ snauwde ze. De schaduwen gaven haar een vervaarlijk uiterlijk, met haar schuinstaande ogen en hoge jukbeenderen, ik hoorde het en ik snap er niets van. Wat doe je als die boeren niet willen vechten? Of niet eens weten hoe? Wie moet het ze bijbrengen? Jij? In je eentje?’
Ze sprong zo snel overeind dat hij dacht dat ze hem zou aanvliegen. ‘Denk je dat Berelain meegaat? Geeft zij jou rugdekking? Of wil je liever op haar schoot zitten en kraaien? Stop je hemd in je broek, harige pummel! Waarom is het hier zo donker? Berelain houdt zeker van gezellig schemeren, hè? Wat heb je aan haar tegen de Kinderen van het Licht?’
Perijn wilde zijn mond al opendoen om haar tegen te spreken, maar in plaats daarvan zei hij: ‘Zij lijkt me heel prettig in mijn armen, Berelain. Welke man wil haar niet op schoot houden?’ De pijn op Failes gezicht sloeg ijzeren banden om zijn borst, maar hij dwong zichzelf door te gaan. ‘Als ik thuis klaar ben, ga ik misschien wel naar Mayene. Ze heeft me gevraagd en misschien doe ik dat wel.’ Faile zei niets. Ze staarde hem aan met een gezicht als van steen, draaide zich toen om en rende naar buiten, de deur met een daverende klap achter zich dicht smijtend.
Ondanks alles wilde hij haar achternagaan, maar hij bleef staan, terwijl zijn vingers zich pijnlijk in de deurpost wilden begraven. Starend naar de versplinterde gleuf die zijn bijl in het hout had gemaakt, merkte hij dat hij zichzelf vertelde wat hij haar niet kon zeggen, ik heb Witmantels gedood. Ze hadden mij gedood als ik het niet gedaan had, maar zij noemen het toch moord. Ik ga naar huis om te sterven, Faile. Dat is de enige manier waarop ik kan voorkomen dat ze mijn vrienden en familie kwaad doen. Laat ze mij maar ophangen. Ik wil niet dat je dat ziet. Dat kan ik niet. Misschien hou je me zelfs wel tegen en dan zouden ze...’
Hij liet zijn hoofd tegen het hout vallen. Nu zou het haar niet meer zo’n verdriet doen dat ze hem voor het laatst gezien had, dat was het enige dat telde. Ze zou ergens anders haar avontuur wel vinden, op veilige afstand van Witmantels, ta’veren en kwaadaardige bellen in het Patroon. Dat was het enige dat telde. Hij wenste dat hij niet zo wanhopig wilde janken.
Faile beende bijna op een holletje door de gangen en zag niet wie ze inhaalde of wie zich ijlings tegen de muur moest drukken. Perijn. Berelain. Perijn. Berelain. Hij wil liever een halfnaakte sluwe vos met een roomkop, hef Hij weet niet wat hij wil. Harige pummel! Buffel met een houten kop. Smid! Die kwijlteef, Berelain. Die lebbergeit! Ze besefte niet waar ze heen ging, tot ze Berelain voor zich uit zag zweven in haar gewaad dat niets aan de verbeelding overliet, onschuldig heupwiegend, alsof dat loopje niet bedoeld was om alle mannenogen uit hun kop te laten rollen. Voor Faile goed en wel wist wat ze deed, was ze op een kruising voor Berelain gesprongen en had ze zich breeduit voor haar opgesteld.
‘Perijn is van mij,’ snauwde ze. ‘Hou je handen en je glimlachjes maar bij je.’ Ze werd rood tot aan haar haren toen ze hoorde wat ze uitsloeg. Ze had zichzelf voorgenomen nooit zoiets te doen, nooit zo over een man te vechten ais een boerenmeid bij de oogst in het hooi. Berelain trok koeltjes een wenkbrauw op. ‘Van jou? Vreemd, ik heb geen halsband bij hem gezien. Dienstmeisjes – of ben je een boerendochter? – hebben toch de meest eigenaardige ideeën.’
‘Dienstmeisje? Dienstmeisje! Ik ben...’ Faile moest op haar tong bijten om de woedende woorden binnen te houden. De Eerste van Mayene, ja ja. Er waren landgoederen in Saldea die groter waren dan heel Mayene. Zij zou het nog geen week aan het hof in Saldea uithouden. Kon zij bij de valkerij gedichten opzeggen? Kon zij de hele dag jagen en dan ’s avonds de hanou bespelen tijdens een bespreking over de maatregelen tegen Trollokovervallen? Dus zij meende de mannen te kennen, hè? Kende zij de waaiertaai? Kon zij een man zeggen te komen, te gaan of te blijven? En honderden andere dingen aanduiden met een polsbeweging en een bepaalde stand van een kanten waaier? Het Licht schijne op me, waar sta ik allemaal aan te denken f Ik heb gezworen dat ik nooit meer een waaier vast zou houden! Maar er waren andere Saldeaanse gewoonten. Verbaasd merkte ze opeens dat er een mes in haar hand lag. Ze had geleerd nooit een mes te grijpen, tenzij ze het wilde gebruiken. ‘Boerenmeisjes in Saldea pakken op hun eigen manier vrouwen aan die de man van een ander willen stelen. Als je niet zweert Perijn Aybara verder te vergeten, scheer ik je hele hoofd zo kaal als een ei. Misschien krijg je dan nog een hijgende kippenhoeder achter je aan.’ Ze wist niet hoe Berelain haar pols had vastgegrepen, maar opeens rolde ze door de gang. Toen ze op de vloer klapte, werd alle lucht uit haar longen geperst.