Выбрать главу

‘Maar ik heb nooit gezegd...’

‘Licht, vrouw!’ bulderde hij. ‘Speel geen spelletjes met me.’ Elayne wisselde bezorgde blikken met Egwene. Deze man had een ijzeren zelfbeheersing, maar die stond nu op springen. Meestal liet juist Nynaeve haar gevoelens vrijuit razen, maar nu keek ze hem koeltjes recht in de ogen, met opgeheven hoofd en strenge ogen, de handen nog steeds op haar groene zijden rok.

Lan vermande zich met veel moeite. Zijn gezicht stond weer als anders, steenhard en volkomen beheerst, maar Elayne wist zeker dat het allemaal aan de oppervlakte lag. ‘Ik zou je reisdoel nooit hebben geweten als ik niet had gehoord dat je een koets had besteld. Om je naar een schip met bestemming Tanchico te brengen. Ik weet niet waarom de Amyrlin jou toestond uit de Toren weg te gaan of waarom Moiraine jou bij de ondervraging van de Zwarte zusters betrok, maar jullie drieën zijn Aanvaarden. Aanvaarden, geen volleerde zusters. Tanchico is momenteel voor niemand veilig, behalve voor een volleerde Aes Sedai met een zwaardhand om haar rug te dekken. Ik laat je daar niet heen gaan!’

‘Zo,’ zei Nynaeve luchtig. ‘Je zet dus vraagtekens achter Moiraines beslissingen en ook achter die van de Amyrlin Zetel. Misschien heb ik de zwaardhanden al die tijd verkeerd begrepen. Ik dacht dat je, naast andere zaken, moest zweren alles te aanvaarden en te gehoorzamen. Lan, ik begrijp je bezorgdheid en ik ben je dankbaar, meer dan dankbaar, maar we hebben allen een taak te vervullen. Wij vertrekken; daar moet je je bij neerleggen.’

‘Waarom? Bij de liefde van het Licht, vertel me dan tenminste waarom! Tanchico!’

‘Als Moiraine het niet heeft verteld,’ zei Nynaeve zachtjes, ‘dan heeft ze misschien haar redenen. Wij moeten onze taak vervullen, zoals jij de jouwe.’

Lan beefde – hij beefde écht! – en klemde zijn kaken kwaad op elkaar. Toen hij weer iets zei, klonk het vreemd aarzelend. ‘Jullie zullen een helper in Tanchico nodig hebben. Iemand die ervoor zorgt dat zo’n Taraboonse straatrover geen mes in je rug plant om je beurs. Tanchico was al voor de oorlog zo’n soort stad en ik heb gehoord dat het alleen nog maar erger is geworden. Ik zou... ik zou je kunnen beschermen, Nynaeve.’

Elaynes wenkbrauwen schoten omhoog. Hij bedoelde toch niet... Dat kon niet.

Nynaeve liet niet merken dat hij iets ongewoons gezegd had. ‘Jij hoort bij Moiraine.’

‘Moiraine.’ Het zweet parelde op het harde gezicht van de zwaardhand. Hij had moeite met zijn woorden. ‘Ik kan... ik moet... Nynaeve, ik... ik...’

‘Je blijft bij Moiraine,’ zei Nynaeve scherp, ‘tot ze jouw binding lost.

Je doet wat ik je zeg.’ Ze haalde een zorgvuldig opgevouwen papier uit haar beurs en legde dat in zijn hand. Hij fronste, las, knipperde met z’n ogen en las het nog een keer.

Elayne wist wat erin stond.

Wat drager dezes doet, is gedaan in mijn opdracht en onder mijn gezag. Gehoorzaam en zwijg, aldus mijn bevel.

Siuan Sanche

Hoedster van de Zegels

Vlam van Tar Valon

De Amyrlin Zetel

Eenzelfde brief zat in Egwenes beurs, hoewel geen van drieën er zeker van was of die haar in de Woestenij zou helpen. ‘Maar hiermee kun je alles doen wat je wilt,’ protesteerde Lan. ‘Je kunt namens de Amyrlin spreken. Waarom geeft ze een Aanvaarde zoiets?’

‘Stel geen vragen die ik niet kan beantwoorden,’ zei Nynaeve en voegde eraan toe met iets van een grijns: ‘Prijs jezelf gelukkig dat ik je niet laat dansen.’

Elayne onderdrukte een glimlach. Egwene maakte een verstikt geluid van gesmoord gelach. Nynaeve had precies hetzelfde gezegd toen de Amyrlin hun die brieven gegeven had. Hiermee kan ik een zwaardhand laten dansen. Egwene had er toen niet aan getwijfeld welke zwaardhand ze bedoelde.

‘Doe je dat niet? Je schuift me wel heel netjes opzij. Mijn binding en mijn eden... Deze brief.’ Er lag een gevaarlijke gloed in Lans ogen, die Nynaeve niet leek op te merken toen ze de brief terugpakte en in haar beurs stak.

‘Je bent wel heel vol van jezelf, al’Lan Mandragoran. Wij doen wat we moeten doen, zoals ook jij zult doen.’

‘Vol van mezelf, Nynaeve Almaeren? Ik... ik vol van mezelf?’ Lan schoot zo snel op Nynaeve af dat Elayne hem zonder nadenken bijna in stromen Lucht had gewikkeld. Het ene ogenblik stond Nynaeve de grote man verbaasd aan te gapen; het volgende moment bungelden haar schoenen vlak boven de vloer en werd ze heel stevig gekust. Ze begon tegen zijn schenen te schoppen en met beide vuisten op hem in te hameren en geluiden te maken van verwoede protesten, maar het schoppen ging steeds langzamer, hield op en toen sloeg ze haar armen om zijn schouders en protesteerde in het geheel niet meer.

Egwene keek verlegen naar de vloer, maar Elayne keek belangstellend toe. Dus zo zag het eruit als zij en Rhand... Nee! Ik wil niet meer aan hem denken. Ze vroeg zich af of er nog tijd was voor een tweede brief, waarin ze alles terugnam wat er in de eerste stond en liet weten dat er niet met haar gesold kon worden. Maar wilde ze dat wel? Een tijd later zette Lan Nynaeve weer neer. Ze wankelde een beetje terwijl ze haar kleren gladstreek en woedend haar haren goed schikte. ‘Je hebt het recht niet...’ begon ze hijgend, maar zweeg toen om te slikken, ik wil niet op die manier overmand worden waar de hele wereld het kan zien. Absoluut niet!’

‘Niet de hele wereld,’ antwoordde hij. ‘Maar als zij kunnen zien, kunnen ze ook horen. Jij hebt een plaats in mijn hart gemaakt toen ik dacht dat er voor niets anders plaats was. Je hebt bloemen laten bloeien waar ik zand en steen wilde houden. Denk hieraan, tijdens die reis die je gaat maken. Als jij sterft, zal ik je niet lang overleven.’ Hij schonk Nynaeve een van zijn zeldzame glimlachjes. Het verzachtte zijn gezicht niet helemaal, maar maakte het in ieder geval minder hard. ‘En bedenk ook dat ik me niet altijd zo eenvoudig laat bevelen, zelfs niet met een brief van de Amyrlin.’ Hij maakte een sierlijke buiging en heel even meende Elayne dat hij echt zou neerknielen om de Grote Serpent-ring van Nynaeve te kussen. ‘Zoals je beveelt,’ mompelde hij, ‘zo gehoorzaam ik.’ Het viel niet te zeggen of hij het meende of het spottend bedoelde.

Zodra de deur zich achter hem had gesloten, zonk Nynaeve neer op de rand van haar bed, alsof haar benen haar niet meer konden dragen. Ze keek met een nadenkende frons naar de deur. ‘Schop de makste hond te lang,’ haalde Elayne aan, ‘en hij zal bijten. Niet dat je Lan mak kunt noemen.’ Ze kreeg een scherpe blik en een snuif van Nynaeve.

‘Hij is onuitstaanbaar,’ zei Egwene. ‘Nou ja, soms dan. Nynaeve, waarom deed je dat nou? Hij was bereid mee te gaan. Ik weet dat je niets liever wilt dan hem van Moiraine losbreken. Probeer het maar niet te ontkennen.’

Nynaeve probeerde het ook niet. Ze hield zich bezig met haar kleren en streek de deken op het bed glad. ‘Niet op die manier,’ zei ze ten slotte, ik wil dat hij de mijne wordt. Helemaal. Ik wil hem niet hebben met de herinnering aan een verbroken eed aan Moiraine. Dat wil ik niet tussen ons in laten staan. Niet voor hem en niet voor mezelf.’

‘Maar maakt het enig verschil als je hem overhaalt Moiraine te vragen om hem van zijn binding te bevrijden?’ vroeg Egwene. ‘Lan is het soort man dat zoiets vrijwel hetzelfde vindt. De enige manier is haar over te halen hem uit eigen vrije wil los te laten. Hoe ga je dat klaarspelen?’

‘Weet ik niet.’ Nynaeves stem klonk fermer. ‘Maar wat gedaan moet worden, kan gedaan worden. Er is altijd een manier. Maar dat is voor een andere keer. Er moet werk worden gedaan en wij zitten hier over mannen te zeuren. Weet je zeker dat je alles voor de Woestenij bij je hebt, Egwene?’

‘Aviendha maakt alles klaar,’ zei Egwene. ‘Ze lijkt nog steeds ongelukkig, maar ze zegt dat we met enig geluk Rhuidean in iets meer dan een maand kunnen bereiken. Tegen die tijd zijn jullie al in Tanchico.’

‘Misschien wel eerder,’ vertelde Elayne haar, ‘als die verhalen over de klippers van het Zeevolk waar zijn. Pas je goed op jezelf, Egwene? Zelfs met Aviendha als gids kan de Woestenij nooit veilig zijn.’