Выбрать главу

‘Een goede morgen, Moiraine Sedai,’ zei hij en hing zijn mantel aan een haak. Hij vermeed het naar de schrijfkist te kijken die nog steeds onder de tafel stond, waar hij hem had achtergelaten. Hij hoefde haar niet te verklappen dat het iets belangrijks was. En het had ook geen zin hem na haar vertrek na te kijken; ze kon het slotje met de Kracht hebben geopend en gesloten zonder dat hij het ooit te weten zou komen. Hij was zo moe dat hij zich niet eens kon herinneren of hij iets belastends in de kist had achtergelaten. Of er iets in lag. Alles wat hij in zijn kamer kon zien, leek op zijn plaats te staan. Hij dacht dat hij niet zo stom was geweest iets buiten de kist te laten. De deuren van de vertrekken van de dienaren hadden geen sloten of grendels, ik zou je best een verfrissing willen aanbieden, maar ik vrees dat ik alleen maar water heb.’

‘Ik heb geen dorst,’ zei ze met haar prettige, bijna zangerige stem. Ze boog zich naar voren en de kamer was klein genoeg om haar hand op zijn rechterknie te plaatsen. Een koude rilling golfde door hem heen. ik wou dat er een goede Heelster in de buurt was geweest toen dit gebeurde. Ik vrees dat het nu te laat is.’

‘Een handvol Heelsters zou niet genoeg zijn geweest,’ zei hij. ‘Het kwam van de Halfman.’ ik weet het.’

Wat weet ze nog meer? vroeg hij zich af. Hij draaide zich om en trok zijn enige stoel bij de tafel, terwijl hij een verwensing onderdrukte. Hij voelde zich alsof hij een hele nacht had geslapen, en de pijn in zijn knie was verdwenen. Hij bleef kreupel, maar zijn gewricht was soepeler dan ooit sinds hij gewond geraakt was. Die vrouw heeft niet eens gevraagd of ik het wel wilde. Drakenvuur, waar is ze opuit? Hij vertikte het zijn been te buigen. Als zij het niet wilde vragen, zou hij haar geschenk ook niet erkennen.

‘Een belangwekkende dag, gisteren,’ zei ze toen hij ging zitten. ‘Ik zou Trolloks en Halfmannen niet bepaald belangwekkend willen noemen,’ zei hij droog.

‘Daar doelde ik niet op. Eerder die dag. Hoogheer Carleon dood bij een jachtongeluk. Zijn goede vriend Tedosian zag hem kennelijk aan voor een everzwijn. Of misschien wel een hert.’

‘Dat had ik nog niet gehoord.’ Hij hield zijn stem kalm. Zelfs al had ze het briefje gevonden, dan nog kon het niet naar hem leiden. Carleon zelf zou hebben aangenomen dat het zijn eigen handschrift was. Hij dacht niet dat ze het ontdekt kon hebben, maar hij bedacht wel dat ze een Aes Sedai was. Alsof hij dat kon vergeten, met dat mooie, gladde gezicht tegenover hem, en die kalme, donkere ogen die hem opnamen, hem en al zijn geheimen, in de verblijven van de dienaren gonst het altijd van geruchten, maar ik luister er zelden naar.’

‘O, nee?’ mompelde ze mild. ‘Dan zul je ook niet hebben gehoord dat Tedosian nog geen uur na zijn terugkeer ziek werd, vlak nadat zijn vrouw hem een roemer wijn had gegeven om het stof van de jacht weg te spoelen. Er wordt beweerd dat hij huilde toen hij hoorde van haar voornemen om hem zelf te verzorgen en eigenhandig te voeden. Zonder twijfel tranen van vreugde om haar liefde. Ik heb gehoord dat ze gezworen heeft niet van zijn zijde te wijken tot hij weer op de been is. Of tot hij dood is.’

Ze wist het. Hij wist niet hoe, maar ze wist het. Maar waarom liet ze dat blijken? ‘Een droevige geschiedenis,’ zei hij even vlak. ‘Rhand heeft elke trouwe hoogheer nodig, nietwaar?’

‘Carleon en Tedosian waren nauwelijks trouw te noemen. Zelfs niet aan elkaar. Zij leidden de groep die Rhand wil ombrengen en zijn bestaan vergeten.’

‘Is dat zo? Ik besteed weinig aandacht aan dat soort zaken. De werken van de machtigen zijn niets voor een eenvoudige speelman.’ Haar glimlach was nog net geen openlijke lach, maar ze sprak alsof ze het van papier oplas. ‘Thomdril Merrilin. Ooit de Grijze Vos genoemd, door degenen die hem kenden of van hem gehoord hadden. Hofbard aan het koninklijk paleis van Andor in Caemlin. Na Taringaels dood een tijdlang de geliefde van Morgase. Die dood was een geluk voor haar. Ze zal wel nooit hebben vernomen dat hij haar dood wenste om zelf de eerste koning van Andor te worden. Maar we hadden het over Thom Merrilin, een man van wie gezegd werd dat hij het Spel der Huizen in zijn slaap kon spelen. Wat jammer dat zo’n man zich een eenvoudige speelman noemt. Maar wat hoogmoedig om dezelfde naam aan te houden.’

Met moeite wist Thom zijn geschoktheid te verbergen. Hoeveel wist ze? Veel te veel, ook al zou ze er geen woord meer aan toevoegen. Maar zij was niet de enige die dingen wist. ‘Als we het toch over namen hebben,’ zei hij vlak, ‘is het dan niet opmerkelijk hoeveel men uit een naam kan afleiden? Moiraine Damodred. Vrouwe Moiraine van Huis Damodred in Cairhien. Taringaels jongste halfzuster. De nicht van koning Laman. En een Aes Sedai, laten we dat niet vergeten. Een Aes Sedai die de Herrezen Draak hielp voordat ze zelfs maar wist dat hij meer was dan weer een arme dwaas die kon geleiden. Een Aes Sedai met banden die vermoedelijk tot hoog in de Witte Toren reiken, anders zou ze niet aangedurfd hebben wat ze gedaan heeft. Iemand in de Zaal van de Toren? Meer dan één, zou ik zeggen; het kan niet anders. Als dit nieuws uitlekte, zou de wereld trillen op zijn grondvesten. Maar waarom zouden er problemen komen? Misschien is het wel het beste om een oude speelman veilig in zijn schuilhoekje bij de dienaren te laten. Een gewone, oude speelman, die op zijn harp speelt en oude verhalen vertelt. Verhalen die niemand schaden.’ Als hij erin geslaagd was om haar zelfs maar voor even uit haar evenwicht te brengen, liet ze er niets van merken. ‘Gissen zonder feiten is altijd gevaarlijk,’ zei ze kalm. ‘Ik draag de naam van mijn Huis niet uit eigen vrije wil. Huis Damodred had zijn slechte naam al verdiend voordat Laman Avendoraldera omhakte, waardoor hij zijn kroon en zijn leven verloor. Sinds de Aiel-oorlog is die naam nog erger besmeurd, en al even verdiend.’

Kon dan niets deze vrouw uit haar evenwicht brengen? ‘Wat wil je van me?’ vroeg hij geërgerd.

Ze knipperde niet eens met haar ogen. ‘Vandaag vertrekken Elayne en Nynaeve per schip naar Tanchico. Een gevaarlijke stad, Tanchico. Jouw kennis en vaardigheden zouden hen in leven kunnen houden.’ Dus dat was het. Ze wilde hem van Rhand scheiden, wilde de jongen onbeschermd aan haar invloeden blootstellen. ‘Wat je zegt. Tanchico is nu gevaarlijk, maar dat is het altijd geweest. Ik wens die jonge vrouwen het beste, maar ik heb geen zin mijn hoofd in een slangennest te steken. Ik ben te oud voor dat soort zaken. Ik heb erover zitten peinzen om boer te worden. Een rustig leven. Veilig.’ ik denk dat een rustig leven je dood zal betekenen.’ Er klonk beslist vermaak in haar stem door, terwijl haar smalle, slanke handen zich bezighielden met het schikken van haar rok. ‘Maar Tanchico niet. Daar sta ik voor in, en bij de Eerste Gelofte, je weet dat dat waar is.’ Hij keek haar nadenkend aan, ondanks zijn pogingen om zijn gezicht in de plooi te houden. Ze had het gezegd, en ze kon niet liegen, maar hoe kon ze het weten? Hij was ervan overtuigd dat ze niet kon voorspellen; hij had haar horen ontkennen dat Talent te bezitten. Maar ze had het wel gezegd. Bloedvrouw! ‘Waarom zou ik naar Tanchico gaan?’ Zij kon het wel zonder titel stellen. ‘Om Elayne te beschermen? Morgases dochter?’

‘Ik heb Morgase al vijftien jaar niet meer gezien. Toen ik Caemlin verliet, was Elayne nog maar een kind.’

Even aarzelde ze, maar toen ze sprak, klonk haar stem onverbiddelijk en streng. ‘En jouw reden om Andor te verlaten? Een neef die Owijn heette, geloof ik. Een arme dwaas die kon geleiden, zoals je net zei. De Rode zusters hadden hem naar Tar Valon moeten brengen, zoals al die mannen, maar in plaats daarvan stilden ze hem ter plekke en lieten hem over aan de... genade van zijn buren.’

Thoms stoel viel om toen hij opstond; hij moest zich aan de tafel vasthouden omdat zijn knieën knikten. Owijn had na het stillen niet lang meer geleefd. Hij was door zijn zogenaamde vrienden uit zijn huis verdreven, omdat ze niet konden verdragen dat een man die niet meer kon geleiden, temidden van hen leefde. Thom had niets meer kunnen doen. Owijn had niet meer willen leven, en binnen een maand was zijn jonge vrouw hem naar het graf gevolgd.