Выбрать главу

‘Zij geloven het evenmin als ik,’ wist Min uit te brengen, voordat de dunne glimlach van de Amyrlin haar het zwijgen oplegde. Het was geen vrolijke glimlach.

‘Dus jij stelt voor dat ik ga veranderen wat ik over hun zogenaamde verblijfplaats gezegd heb? Nadat ik iedereen heb laten denken dat ze op een boerderij zitten? Denk je niet dat zoiets opgetrokken wenkbrauwen veroorzaakt? Afgezien van die twee jongens heeft iedereen het geslikt. Nou, Coulin Gaidin zal ze gewoon harder moeten laten werken. Pijnlijke spieren en veel zweet houden de meeste mannen uit de buurt van moeilijkheden. Dat geldt ook voor vrouwen. Nóg zo’n vraag en ik zal zien wat een paar dagen pannen schuren voor je doen. Beter je diensten enkele dagen te verliezen dan jou je neus ergens in laten steken waar die niet hoort.’

‘U weet ook niet of ze in moeilijkheden zijn, hè? Of Moiraine.’ Maar het was niet Moiraine op wie ze doelde.

‘Meisje,’ zei Leane waarschuwend, maar Min was niet meer te stoppen.

‘Waarom hebben we niets gehoord? De geruchten bereikten ons al twee dagen geleden. Twee dagen! Waarom zit er geen boodschap van haar tussen een van die reepjes papier op uw tafel? Heeft ze geen duiven?

Ik dacht dat de Aes Sedai overal mensen met postduiven hadden. Als er niemand in Tyr is, dan had er een moeten zitten. Een man te paard had Tar Valon al kunnen bereiken. Waarom...?’

Siuan sloeg met haar handpalm hard op de tafel en dat bracht Min tot zwijgen. ‘Je gehoorzaamt zeer goed,’ merkte ze droog op. ‘Kind, totdat we het tegendeel horen, ga je ervan uit dat het de jongeman goed gaat. Hoop je dat het hem goed gaat.’ Leane huiverde weer. ‘Er is een gezegde in de Maule, kind,’ ging de Amyrlin door. ‘Roep geen problemen op tot problemen jou roepen. Onthoud dat goed, kind.’ Er klonk een bescheiden klopje op de deur.

De Amyrlin en de Hoedster keken elkaar aan; toen verplaatsen hun blikken zich naar Min. Haar aanwezigheid was een probleem. Er was zeker geen plaats om haar te verstoppen; zelfs het balkon was vanuit de kamer te overzien.

‘Een reden voor jou om hier te zijn,’ mompelde Siuan, ‘waardoor je lijkt op het dwaze meisje dat je verondersteld wordt te zijn. Leane, ga bij de deur staan.’ Zij en de Hoedster kwamen tegelijk overeind. Siuan liep om de tafel heen, terwijl de Hoedster naar de deur liep. ‘Neem Leanes stoel, kind. Schiet op, kind; schiet op. Nou, kijk pruilerig. Niet boos, pruilerig! Steek je onderlip naar voren en staar naar de vloer. Je zou linten in je haar moeten dragen, enorme rode strikken. Goed zo. Leane.’ De Amyrlin plantte haar handen in haar zij en verhief haar stem. ‘En als je ooit nog eens onaangekondigd naar binnen loopt, kind, zal ik...’

Leane trok de deur open en onthulde een donkerharige Novice die ineenkromp onder Siuans scheldpartij en toen een diepe révérence maakte. ‘Boodschappen voor de Amyrlin, Aes Sedai,’ piepte het meisje. ‘Twee duiven zijn de til binnengekomen.’ Ze was een van degenen die Min had gezegd dat ze erg mooi was en ze probeerde met grote ogen langs de Hoedster te kijken.

‘Dit gaat jou niet aan, kind,’ zei Leane snel en nam de dunne kokertjes van het meisje over. ‘Terug naar de til, jij.’ Voordat de Novice overeind gekomen was, had Leane de deur alweer gesloten en leunde ze er met een zucht tegenaan. ‘Elk onverwacht geluid schrikt me op sinds u me vertelde...’ Ze richtte zich op en kwam naar de tafel. ‘Twee nieuwe boodschappen, Moeder. Zal ik...?’

‘Ja, maak ze open,’ zei de Amyrlin. ‘Morgase heeft ongetwijfeld eindelijk besloten Cairhien binnen te vallen. Of Trolloks hebben de Grenslanden onder de voet gelopen. Het zou passen bij al het andere.’ Min bleef zitten; sommige bedreigingen van Siuan hadden maar al te werkelijk geklonken.

Leane onderzocht de rode waszegels aan het einde van een van de kokertjes, dat niet langer was dan een van haar vingerkootjes. Ze brak het met een nagel open toen ze ervan overtuigd was dat er niet mee was geknoeid. Met een dun ivoren staafje haalde ze er een rolletje papier uit. ‘Bijna net zo erg als Trolloks, Moeder,’ zei ze al onder het lezen. ‘Mazrim Taim is ontsnapt.’

‘Licht!’ blafte Siuan. ‘Hoe?’

‘Dit zegt alleen dat hij ’s nachts heimelijk is weggevoerd. Twee zusters zijn dood.’

‘Het Licht verlichte hun zielen. Maar we hebben weinig tijd om over de doden te rouwen terwijl mensen als Taim in leven en ongestild zijn. Waar, Leane?’

‘Denhuir, Moeder. Een dorpje aan de oostkant van de Zwarte Heuvels, aan de Maradonweg, bij de bovenloop van de Anteo en de Luan.’

‘Het moeten een paar van zijn volgelingen zijn geweest. Dwazen. Waarom willen ze niet erkennen dat ze verslagen zijn? Zoek een tiental betrouwbare zusters uit, Leane...’ De Amyrlin grimaste. ‘Betrouwbaar,’ mopperde ze. ‘Als ik wist wie betrouwbaarder is dan een zilvertand, zou ik de moeilijkheden niet hebben die ik nu heb. Maak er het beste van, Leane. Een tiental zusters. En vijfhonderd van de wacht. Nee, een volle duizend.’

‘Moeder,’ zei de Hoedster bezorgd, ‘De Witmantels...’

‘... durven de bruggen niet over te steken, zelfs al zou ik ze helemaal onbewaakt laten. Ze zouden bang zijn voor een valstrik. We weten niet wat daar aan de hand is, Leane. Ik wil dat wie ik ook stuur, op alles voorbereid is. En Leane... Mazrim Taim moet gestild worden zodra hij weer gepakt is.’

Leanes ogen sperden zich geschokt wijd open. ‘De wet.’

‘Ik ken de wet even goed als jij, maar ik wil niet het gevaar lopen dat hij ongestild nog eens bevrijd wordt. Ik wil, naast al het andere, geen tweede Guaire Amalasan riskeren.’

‘Ja Moeder,’ zei Leane zwakjes.

De Amyrlin pakte het tweede kokertje en spleet het met een scherp gekraak open om het bericht eruit te krijgen. ‘Eindelijk goed nieuws,’ ademde ze, en er bloeide een glimlach op haar gezicht op. ‘Goed nieuws. De slinger is gebruikt. De schaapherder heeft het zwaard.

‘Rhand?’ vroeg Min, en Siuan knikte.

‘Natuurlijk, kind. De Steen is gevallen. Rhand Altor, de schaapherder, heeft Callandor. Nu kan ik in actie komen. Leane, ik wil dat de Zaal van de Toren deze middag bijeenkomt. Nee, deze ochtend.’

‘Ik begrijp het niet,’ zei Min. ‘U wist dat de geruchten over Rhand gingen. Waarom roept u de Zaal nü bijeen? Wat kunt u nu doen wat eerder niet kon?’

Siuan lachte als een meisje. ‘Wat ik nu kan doen, is hun openlijk vertellen dat ik bericht van een Aes Sedai heb gekregen dat de Steen van Tyr gevallen is en dat een man Callandor heeft opgenomen. De Voorspelling is uitgekomen. Voldoende voor mijn doel, tenminste. De Draak is Herrezen. Ze zullen schrikken, ze zullen kibbelen, maar niemand kan mijn uitspraak afwijzen dat de Toren deze man moet leiden. Eindelijk kan ik mezelf openlijk met hem verbinden. Openlijk voor het merendeel.’

‘Doen we het juiste, Moeder?’ zei Leane opeens. ‘Ik weet het... Als hij Callandor heeft, moet hij de Herrezen Draak zijn, maar hij kan geleiden, Moeder. Een geleider. Ik heb hem maar één keer gezien, maar toen was er al iets vreemds aan hem. Iets wat meer was dan ta’veren. Als het erop aankomt, Moeder, is hij dan zo verschillend van Taim?’

‘Het verschil is dat hij de Herrezen Draak ís, dochter,’ zei de Amyrlin kalm. ‘Taim is een wolf, en misschien een dolle wolf. Rhand Altor is de wolfshond die wij zullen gebruiken om de Schaduw te verslaan. Hou zijn naam voor je, Leane. Het is het beste om niet te veel al te vlug te onthullen.’

‘Zoals u zegt, Moeder,’ zei de Hoedster, maar ze klonk nog steeds weifelend.

‘Nou wegwezen. Ik wil de Zaal binnen een uur bij elkaar hebben.’ Siuan keek de lange vrouw nadenkend na. ‘Er kan weieens meer tegenstand bestaan dan me lief is,’ zei ze toen de deur dichtviel. Min keek haar scherp aan. ‘U bedoelt...’