Rhands hand raakte metaal. Ijskoud metaal drukte op zijn huid. Woedend probeerde hij zijn zwaard uit de zwarte, met een draak beschilderde schede te trekken, maar hij merkte dat het niet lukte. Zijn benen spanden zich alsof er een verschrikkelijk gewicht op drukte. Hij krabbelde over de halsband – zijn vingers konden nog bewegen – maar het metaal leek uit één massief stuk te bestaan. Op dat ogenblik voelde Rhand doodsangst. Hij keek in Semirhages ogen, en ze glimlachte breed. ‘Ik heb heel lang gewacht om een Beheersingsband om je heen te krijgen, Lews Therin. Vreemd, hoe de zaken soms lopen, niet...’
Er flitste iets door de lucht, en Semirhage had amper tijd om een kreet te slaken voordat iets het lemmet afketste; een weving van Lucht, kon Rhand alleen maar aannemen, hoewel hij de wevingen van saidar niet kon zien. Toch had Mins mes een snee in Semirhages wang gemaakt voordat het langs vloog en zich in de houten deur begroef.
‘Wachters!’ riep Min. ‘Speervrouwen, te wapen! De Car’a’carn is in gevaar!’
Semirhage vloekte, wuifde met haar hand, en Min verstomde. Rhand draaide zich ongerust om en probeerde – tevergeefs – saidin te grijpen. Iets blokkeerde hem.
Min werd van het bed gesmeten door wevingen van Lucht, haar mond dichtgeklemd. Rhand wilde naar haar toe rennen, maar wederom merkte hij dat het niet lukte. Zijn benen weigerden dienst. Op dat ogenblik ging de deur open. Een andere vrouw kwam met haastige passen binnen. Ze keek speurend achterom, en toen sloot ze de deur achter zich. Elza. Rhand voelde de hoop opvlammen, maar toen ging de kleine vrouw bij Semirhage staan en pakte de andere armband waarmee de a’dam om Rhands nek werd bestuurd. Ze keek naar Rhand met rode, verdoofde ogen, alsof ze een harde klap op haar hoofd had gekregen. Maar toen ze hem zag knielen, glimlachte ze. ‘En zo ontmoet je eindelijk je lot, Rhand Altor. Je wordt voor de Grote Heer geleid. En je zult verliezen.’
Elza. Elza was een Zwarte zuster! Rhands huid tintelde toen hij voelde dat ze saidar omhelsde, staand naast haar meesteres. Ze keken allebei naar hem, elk met een armband, en Semirhage leek volkomen zelfverzekerd.
Rhand gromde naar Semirhage. Hij zou zich niet zomaar laten vangen!
De Verzaker raakte de bloedende schram op haar wang aan en klakte met haar tong. Ze droeg een eenvoudig bruin gewaad. Hoe was ze ontsnapt? En hoe was ze aan die vervloekte halsband gekomen? Rhand had die aan Cadsuane gegeven om erover te waken. Ze had gezworen dat hij veilig zou zijn!
‘Er komen geen wachters, Lews Therin,’ zei Semirhage verstrooid, met de arm met de armband erom omhoog; de armband die paste bij de halsband die hij droeg. ‘Ik heb de kamer afgeschermd tegen afluisteren. Je zult merken dat je niet eens kunt bewegen als ik het niet toesta. Je hebt het al geprobeerd, dus je zult wel inzien hoe zinloos het is.’
Wanhopig reikte Rhand weer naar saidin, maar hij vond niets. In zijn hoofd begon Lews Therin te grauwen en te jammeren, en Rhand had bijna zin om met hem mee te doen. Min! Hij moest naar haar toe. Hij moest sterk genoeg zijn!
Hij dwong zichzelf naar Semirhage en Elza toe, maar het leek net alsof hij probeerde de benen van iemand anders te bewegen. Hij zat gevangen in zijn eigen hoofd, net als Lews Therin. Hij opende zijn mond om te schelden, maar er kwam alleen gekraak naar buiten. ‘Nee,’ zei Semirhage, ‘je kunt ook niet spreken zonder toestemming. En ik raad je aan niet opnieuw naar saidin te reiken. Je zult het een onplezierige ervaring vinden. Toen ik de Beheersingsband beproefde, constateerde ik dat het een veel verfijnder middel is dan die Seanchaanse a’dam. Hun a’dam staan de drager nog enige mate van vrijheid toe, en ze vertrouwen op misselijkheid als rem. De Beheersingsband vereist veel meer gehoorzaamheid. Je zult uitsluitend doen wat ik wens. Bijvoorbeeld...’
Rhand stond op van het bed doordat zijn benen tegen zijn wil ineens in beweging kwamen. Toen kwam zijn eigen hand met een ruk omhoog en begon vlak boven de halsband in zijn keel te knijpen. Hij hijgde en wankelde. In paniek reikte hij weer naar saidin. Hij vond pijn. Het was alsof hij zijn hand in een vat brandende olie had gestoken en de vurige vloeistof zijn aderen in werd gezogen. Hij schreeuwde van schrik en pijn en viel op de houten vloer, waar hij kronkelend bleef liggen en het hem zwart voor de ogen werd. ‘Je ziet het.’ Semirhages stem klonk ver weg. ‘Ach, ik was vergeten hoeveel voldoening dat schenkt.’
De pijn voelde alsof er een miljoen mieren door zijn huid groeven, tot op het bot. Hij kronkelde terwijl zijn spieren schokten. We zitten weer in de kist! riep Lews Therin.
En plotseling was het zo. Hij zag het voor zich: de zwarte wanden die hem pletten. Zijn lichaam was beurs van de herhaaldelijke afranselingen, zijn geest in paniek van de angst om gek te worden. Lews Therin was zijn enige metgezel geweest. Het was een van de eerste keren dat Rhand met de waanzinnige had gesproken; Lews Therin was slechts kort voor die dag op hem gaan reageren. Rhand was niet bereid geweest Lews Therin als deel van zichzelf te beschouwen. Het waanzinnige deel van zichzelf, het deel dat foltering kon verdragen, al was het maar omdat het al zo gefolterd was. Meer pijn en leed deden er niet toe. Je kon een kom die al begon te overstromen niet verder vullen.
Hij hield op met schreeuwen. De pijn was er nog, zijn ogen traanden ervan, maar de schreeuwen wilden niet komen. Alles werd stil. Semirhage keek fronsend op hem neer, en er droop bloed van haar kin. Een volgende pijnscheut trok door hem heen. Wie hij ook was. Hij staarde naar haar op. Zwijgend. ‘Wat doe je?’ vroeg ze dwingend. ‘Spreek.’
‘Er kan me niet nog meer worden aangedaan,’ fluisterde hij. Een volgende vlaag van pijn. Die schokte hem, en iets binnen in hem jammerde, maar vanbuiten liet hij geen reactie zien. Niet omdat hij zijn schreeuwen binnenhield, maar omdat hij niets voelde. De kist, de twee wonden in zijn zij die zijn bloed vergiftigden, afranselingen, vernedering, verdriet en zijn eigen zelfmoord. Zichzelf ombrengen. Hij kon zich dat plotseling en rauw herinneren. Wat kon Semirhage na dat alles nog bij hem doen?
‘Hoge meesteresse,’ zei Elza tegen Semirhage, hoewel haar ogen nog glazig stonden, ‘misschien moeten we nu...’
‘Stil, worm,’ snauwde Semirhage haar toe, en ze veegde het bloed van haar kin. Ze keek ernaar. ‘Dat is nu al de tweede keer dat die messen mijn bloed hebben geproefd.’ Ze schudde haar hoofd, toen draaide ze zich om en glimlachte naar Rhand. ‘Je zegt dat je niet nog meer kan worden aangedaan? Je vergeet, Lews Therin, wie je tegenover je hebt. Pijn is mijn specialiteit, en jij bent nog steeds amper meer dan een jongen. Ik heb mannen gebroken die tien keer zo sterk waren als jij. Sta op.’
Hij deed het. De pijn was niet weg. Ze was overduidelijk van plan die tegen hem te blijven gebruiken totdat ze een reactie kreeg. Hij draaide zich om, gehoorzamend aan haar woordeloze bevel, en zag Min bungelen aan onzichtbare touwen van Lucht. Haar ogen stonden wild van angst, haar armen waren op haar rug gebonden en haar mond was gevuld met een prop van geweven Lucht. Semirhage grinnikte. ‘Meer kan ik niet doen, denk je?’ Rhand greep saidin; niet omdat hij het wilde, maar omdat zij het beval. De brullende kracht beukte tegen hem aan en bracht de missehing jammerend in de lucht, haar ogen glazig van schok en pijn. Rhand draaide zich om naar Semirhage en de kleinere gestalte van Elza naast haar. De Zwarte zuster leek doodsbang, alsof ze zich iets op de hals had gehaald waar ze niet op voorbereid was geweest. ‘Zo,’ zei de Verzaker, ‘nu begrijp je dat je altijd voorbestemd was de Grote Heer te dienen. We verlaten deze kamer en rekenen af met die zogenaamde Aes Sedai die me gevangen hadden genomen. We reizen naar Shayol Ghul en leiden je voor aan de Grote Heer, en dan kan dit allemaal worden afgesloten.’
Hij boog zijn hoofd. Er moest een uitweg zijn! Hij kon voor zich zien hoe ze hem zou gebruiken om door zijn eigen mannen heen te razen. Hij kon zich voorstellen dat zij bang zouden zijn om aan te vallen, voor het geval ze hem kwaad zouden doen. Hij zag het bloed, de doden en de vernietiging die hij zou veroorzaken. En het verkilde hem, veranderde hem vanbinnen in ijs. Ze hebben gewonnen.