Выбрать главу

Omdat Shemerin een Gele zuster was, had Romanda de bijeenkomst in haar eigen tent kunnen houden. Het was een schok geweest toen Lelaine was komen opdagen met niet alleen Siuan, maar ook Sheriam achter zich aan. Maar ze hadden nooit gezegd hoeveel vrouwen ze elk mochten meebrengen. En dus had Romanda alleen Magla.

De breedgeschouderde vrouw zat naast Romanda en luisterde zwijgend naar de bekentenis. Had Romanda nog iemand anders moeten uitnodigen? Het zou erg doorzichtig zijn geweest als ze de bespreking daarom had uitgesteld.

Maar het was niet echt een verhoor. Shemerin sprak vrijuit, zonder verzet te bieden tegen de vragen. Ze zat op een krukje voor hen; een kussen had ze afgeslagen. Romanda had maar zelden een vrouw gezien die zo vastbesloten was om zichzelf te straffen als dit arme kind. Nee, geen kind, dacht Romanda. Een volle Aes Sedai, ongeacht haar beweringen. Het Licht brande je, Elaida, omdat je een van de onzen hiertoe hebt verlaagd!

Shemerin was een Gele zuster geweest. Bloedvuur, ze was een Gele. Ze praatte nu al bijna een uur, beantwoordde vragen over de toestand in de Witte Toren. Siuan was de eerste die had gevraagd hoe de vrouw was ontkomen.

‘Vergeef me dat ik werk in het kamp heb gezocht zonder naar jullie toe te komen, Aes Sedai,’ zei Shemerin met gebogen hoofd. ‘Maar ik ben onrechtmatig de Toren ontvlucht. Als Aanvaarde die zonder toestemming is vertrokken, ben ik een wegloopster. Ik wist dat ik zou worden gestraft als ik werd gesnapt.

Ik ben in deze streek gebleven omdat ik hem zo goed ken, en ik kan niet loslaten. Toen jullie leger kwam, zag ik een kans op werk en heb ik die aangepakt. Maar alsjeblieft, dwing me niet om terug te gaan. Ik zal geen gevaar zijn. Ik zal proberen te leven als een gewone vrouw, zonder mijn vaardigheden te gebruiken.’

‘Je bent Aes Sedai,’ zei Romanda, die probeerde niet al te streng te klinken. De houding van deze vrouw staafde veel van wat Egwene had gemeld over Elaida’s harde hand van bestuur in de Toren. ‘Het maakt niet uit wat Elaida zegt.’

‘Ik...’ Shemerin schudde haar hoofd. Licht! Ze was nooit een erg beheerste Aes Sedai geweest, maar het was schokkend dat ze zo diep was gezonken.

‘Vertel eens over die waterpoort,’ zei Siuan, die zich naar voren boog in haar stoel. ‘Waar kunnen we die vinden?’

‘Aan de zuidwestkant van de stad, Aes Sedai,’ zei Shemerin. ‘Te voet ongeveer vijf minuten ten oosten van de plek waar de oude standbeelden van Eleyan Allanderin en haar zwaardhanden staan.’ Ze aarzelde en leek plotseling ongerust. ‘Maar het is een klein poortje. Je kunt er niet met een leger doorheen. Ik wist er alleen van omdat het mijn taak was om te zorgen voor de bedelaars die zich daar ophouden.’

‘Toch wil ik een kaart,’ zei Siuan, en toen keek ze naar Lelaine. ‘Althans, ik denk dat we er een moeten hebben.’

‘Het is verstandig,’ reageerde Lelaine op misselijkmakend grootmoedige toon.

‘Ik wil meer weten over je... situatie,’ zei Magla. ‘Hoe kon Elaida denken dat het degraderen van een zuster verstandig was? Egwene heeft het hier al eens over gehad, en ik vond het toen al ongelooflijk. Wat dacht Elaida daarbij?’

‘Ik... kan niet zeggen wat de Amyrlin dacht,’ antwoordde Shemerin. Ze kromp ineen toen de vrouwen in de tent haar onverholen boos aankeken omdat ze Elaida de Amyrlin noemde. Romanda deed er niet aan mee.

Iets kleins kroop onder de canvasvloer van de tent door, van de hoek naar het midden van de tent. Licht! Was dat een muis? Nee, het was te klein. Misschien een krekel. Romanda verschoof onbehaaglijk. ‘Maar je hebt vast iets gedaan om haar toorn over je af te roepen,’ zei Magla. ‘Iets waardoor je zo’n behandeling zou verdienen.’

‘Ik...’ begon Shemerin. Ze bleef om een of andere reden maar naar Siuan kijken.

Dwaze vrouw. Romanda begon bijna te denken dat Elaida de juiste beslissing had genomen. Shemerin had nooit de stola moeten krijgen. Al was het natuurlijk ook niet de beste aanpak geweest om haar terug te zetten naar de rang van Aanvaarde. De Amyrlin mocht niet zoveel macht hebben.

Ja, er zat beslist iets onder het canvas, dat zich vastberaden een weg naar het midden van de tent baande: een bultje dat zich met rukjes naar voren bewoog.

‘Ik was zwak in haar bijzijn,’ zei Shemerin uiteindelijk. ‘We spraken over... de gebeurtenissen in de wereld. Ik kon ze niet verdragen. Ik toonde niet de beheersing die een Aes Sedai betaamt.’

‘Is dat alles?’ vroeg Lelaine. ‘Je hebt niet tegen haar samengespannen? Je hebt haar niet tegengesproken?’ Shemerin schudde haar hoofd. ‘Ik was trouw.’

‘Dat kan ik moeilijk geloven,’ schamperde Lelaine. ‘Ik geloof haar,’ zei Siuan droogjes. ‘Shemerin heeft er meerdere keren blijk van gegeven dat ze bij Elaida onder de duim zat.’

‘Dit is een gevaarlijk precedent,’ merkte Magla op. ‘Het Licht brande me, maar dat vind ik.’

‘Ja,’ beaamde Romanda, kijkend naar het onder het canvas bewegende ding dat voor haar langs kroop. ‘Ik vermoed dat ze die arme Shemerin als voorbeeld heeft gebruikt om de Witte Toren te laten wennen aan het concept van degradatie. Daardoor kan ze het straks gebruiken bij degenen die daadwerkelijk haar vijanden zijn.’ Het gesprek viel stil. De Gezetenen die Egwene steunden, zouden waarschijnlijk boven aan de lijst staan om in rang te worden teruggezet als Elaida haar macht behield en de Aes Sedai zich verzoenden. ‘Is dat een muis?’ vroeg Siuan met een blik op de grond. ‘Nee, het is te klein,’ zei Romanda. ‘En het is niet belangrijk.’

‘Klein?’ vroeg Lelaine, die zich naar voren boog. Romanda fronste haar voorhoofd en keek weer omlaag. Hij leek inderdaad groter te zijn geworden. Eigenlijk...

De bobbel gaf een plotselinge ruk en kwam omhoog. Het canvas op de vloer spleet, en een dikke kakkerlak – zo groot als een vijg – krabbelde erdoor.

Romanda ging walgend achteruit.

De kakkerlak scharrelde met zwiepende voelsprieten over het canvas. Siuan trok haar schoen uit om hem plat te slaan. Maar de vloer van de tent kwam rondom de scheur omhoog en een tweede kakkerlak klom naar binnen. Toen een derde. En toen een hele golf kakkerlakken, die door de spleet stroomde als te hete thee die werd uitgespuugd. Een zwart-met-bruin tapijt van kruipende, krioelende, krabbelende insecten, over elkaar heen lopend in hun haast om naar buiten te komen.

De vrouwen gilden van walging en hun stoelen en krukken vielen om toen ze opsprongen. Even later renden er zwaardhanden naar binnen; de breedgeschouderde Rorik, die was gebonden aan Magla, en de koperhuidige Burin Shaeren, een man met een als uit steen gehouwen gezicht die was gebonden aan Lelaine. Ze hadden hun zwaarden getrokken toen ze het gegil hoorden, maar ze leken niet te weten wat ze aanmoesten met de kakkerlakken. Ze bleven staan en staarden naar de stroom walgelijke insecten.

Sheriam sprong op haar stoel. Siuan wendde wevingen aan om de dieren te pletten die het dichtst bij haar waren. Romanda vond het vreselijk om de Ene Kracht te gebruiken om dood en verderf te zaaien, zelfs onder zulke weerzinwekkende schepsels. Desondanks merkte ze dat ze zelf ook Lucht geleidde en de insecten in groten getale plette, maar ze kwamen gewoon te snel binnen. Weldra was de vloer ermee bedekt, en de Aes Sedai waren gedwongen de tent uit te rennen naar de rustige duisternis van het kamp. Rorik trok de tentflap dicht, alsof dat de insecten zou binnenhouden. Buiten kon Romanda zich er niet van weerhouden met haar vingers door haar haren te kammen, om zeker te weten dat er geen beesten in zaten. Ze huiverde toen ze zich inbeeldde dat die insecten over haar heen kropen.

‘Heb je binnen iets liggen dat je dierbaar is?’ vroeg Lelaine, omkijkend naar de tent. Door het lamplicht zag ze de schaduwen van de insecten die tegen de wanden omhoog kropen. Romanda dacht even aan haar dagboek, maar ze wist dat ze die bladzijden nooit meer zou kunnen aanraken nu haar tent zo was overspoeld door ongedierte. ‘Niets wat ik nu nog wil houden,’ zei ze, terwijl ze Vuur weefde. ‘En niets wat ik niet kan vervangen.’ De anderen sloten zich bij haar aan en de tent vatte vlam. Rorik sprong achteruit terwijl zij geleidden. Romanda dacht dat ze de insecten binnen hoorde knappen en sissen. De Aes Sedai stapten achteruit voor de plotselinge hitte. Binnen enkele tellen was de hele tent een vuurzee. Vrouwen renden uit tenten in de buurt om toe te kijken.