Выбрать главу

‘Wat ik altijd doe,’ zei Brin. ‘Gehoorzamen.’

‘Maar...’

‘Ik heb mijn woord gegeven, Gawein.’

‘En hoeveel slachtoffers is dat waard? De Witte Toren aanvallen zou een ramp worden. Hoe beledigd de opstandige Aes Sedai ook zijn, er komt geen verzoening als ze proberen die af te dwingen met het zwaard.’

‘Dat is niet aan ons,’ zei Brin. Hij keek naar Gawein met een peinzende uitdrukking op zijn gezicht. ‘Wat is er?’ vroeg Gawein.

‘Ik vraag me af waarom jij daarmee zit. Ik dacht dat je alleen maar hier was voor Egwene.’

‘Ik...’ stamelde Gawein.

‘Wie ben je, Gawein Trakand?’ vroeg Brin om hem aan te sporen. ‘Bij wie ligt je trouw eigenlijk?’

‘Jij kent me beter dan de meeste mensen, Garet.’

‘Ik weet wie je zou moeten zijn,’ zei Brin. ‘Eerste Prins van het Zwaard, opgeleid door zwaardhanden maar aan niemand gebonden.’

‘En dat is niet wat ik ben?’ vroeg Gawein kregelig. ‘Rustig, jongen,’ zei Brin. ‘Het was niet als belediging bedoeld. Alleen maar een waarneming. Ik weet dat je nooit zo doelbewust bent geweest als je broer. Ik neem aan dat ik dat in je had moeten zien.’ Gawein wendde zich naar de oudere generaal toe. Waar had die man het over?

Brin zuchtte. ‘Het is iets waar de meeste soldaten nooit mee te maken krijgen, Gawein. O, ze denken er misschien wel over na, maar ze laten zich er niet door kwellen. Die vraag is voor iemand anders, een hoger geplaatst iemand.’

‘Welke vraag?’ vroeg Gawein onthutst.

‘Partij kiezen,’ zei Brin. ‘En zodra je dat hebt gedaan, vaststellen of je de juiste keus hebt gemaakt. De voetsoldaten hoeven die keus niet te maken, maar de leiders... ja, ik zie het in je. Je vaardigheid met het zwaard is een groot geschenk. Waar gebruik je het voor?’

‘Voor Elayne,’ zei Gawein snel. ‘Zoals nu?’ vroeg Brin vermaakt. ‘Nou, zodra ik Egwene heb gered.’

‘En als Egwene niet mee wil?’ vroeg Brin. ‘Ik ken die blik in je ogen, jongen. En ik ken Egwene Alveren ook een beetje. Ze zal dit slagveld pas verlaten als er een winnaar is bepaald.’

‘En toch neem ik haar mee,’ zei Gawein. ‘Terug naar Andor.’

‘Wil je haar dan dwingen?’ vroeg Brin. ‘Zoals je je een weg mijn kamp in hebt gebaand? Wil je een bullebak en een schurk worden, die alleen opvalt door zijn vermogen om iedereen te doden of straffen die het niet met hem eens is?’ Gawein gaf geen antwoord.

‘Wie moet je dienen?’ zei Brin peinzend. ‘Onze eigen vaardigheid jaagt ons soms angst aan. Wat heb je aan het vermogen om te doden als je er geen uitlaatklep voor hebt? Een verspilde gave? De weg naar het beroep van moordenaar? De macht om te beschermen en behouden is overstelpend. Dus zoek je iemand om die vaardigheid aan te geven, iemand die hem verstandig zal gebruiken. De behoefte om een besluit te nemen knaagt aan je, zelfs als je het al hebt genomen. Ik zie die vraag vaker bij jongere mannen. Wij oude honden zijn al blij met een plekje bij de haard. Als iemand ons opdraagt te vechten, willen we niet te veel ophef veroorzaken. Maar de jonge mannen... zij vragen het zich af.’

‘Heb jij ooit vragen gesteld?’ vroeg Gawein.

‘Ja,’ zei Brin. ‘Meer dan eens. Ik was geen kapitein-generaal tijdens de Aiel-oorlog, maar ik was een van de rangkapiteins. Ik heb het me destijds vele keren afgevraagd.’

‘Hoe kon je juist tijdens de Aiel-oorlog twijfelen over aan welke kant je stond?’ vroeg Gawein fronsend. ‘Ze kwamen om te doden.’

‘Ze kwamen niet voor ons,’ antwoordde Brin. ‘Ze wilden alleen de Cairhienin. Natuurlijk was dat in het begin niet zo goed te zien, maar eerlijk gezegd vroegen sommigen van ons het zich af. Laman verdiende zijn dood. Waarom moesten wij sterven om dat in de weg te staan? Misschien hadden meer van ons die vraag moeten stellen.’

‘Wat is dan het antwoord?’ vroeg Gawein. ‘Waar leg je je vertrouwen? Wie moet ik dienen?’

‘Ik weet het niet,’ zei Brin eerlijk.

‘Waarom vraag je het dan?’ snauwde Gawein, die zijn paard inhield. Brin bracht zijn rijdier ook tot stilstand en draaide zich om. ‘Ik ken het antwoord niet, omdat het niet bestaat. Althans, iedereen heeft een eigen antwoord. Toen ik jong was, vocht ik voor de eer. Uiteindelijk besefte ik dat er weinig eer te vinden is in doden, en ik merkte dat ik was veranderd. Toen vocht ik omdat ik je moeder diende. Ik vertrouwde haar. Toen zij me in de steek liet, begon ik mezelf weer vragen te stellen. Hoe zat het met al die jaren van dienst? Hoe zat het met de mannen die ik in haar naam had gedood? Wat betekende dat allemaal?’

Hij draaide bij en gaf een tik met de teugels om weer in beweging te komen. Gawein spoorde Tarter aan om hem bij te houden. ‘Je vraagt je af waarom ik hier ben in plaats van in Andor?’ vroeg Brin. ‘Omdat ik het niet kan loslaten. Omdat de wereld verandert en ik daar deel van moet uitmaken. Omdat toen alles in Andor me was afgenomen, ik een nieuw richtpunt voor mijn trouw nodig had. Het Patroon bracht me deze mogelijkheid.’

‘En die heb je gekozen gewoon omdat hij er was?’

‘Nee,’ zei Brin. ‘Ik koos hem omdat ik een dwaas ben.’ Hij keek Gawein in de ogen. ‘Maar ik ben gebleven omdat het juist was. Dat wat is gebroken moet worden geheeld, en ik heb gezien wat een slechte leider in een koninkrijk kan aanrichten. Elaida mag deze wereld niet met zich mee omlaag sleuren.’ Daar schrok Gawein van.

‘Ja,’ zei Brin. ‘Ik ben ze daadwerkelijk gaan geloven. Dwaze vrouwen. Maar bij het Licht, Gawein, ze hebben gelijk. Wat ik doe is juist. Ze heeft gelijk.’

‘Wie?’

Brin schudde zijn hoofd en mompelde: ‘Verdomde vrouw.’ Egwene? vroeg Gawein zich af.

‘Mijn motieven zijn voor jou niet belangrijk, jongen,’ zei Brin. ‘Jij bent geen soldaat van mij. Maar je moet een paar beslissingen nemen. In de dagen die komen, moet je partij kiezen en weten waarom je die kiest. Dat is alles wat ik erover zal zeggen.’ Hij spoorde zijn paard aan om sneller te gaan. In de verte zag Gawein een volgende voorpost. Hij bleef wat achter terwijl Brin en zijn soldaten ernaartoe reden.

Partij kiezen. Stel dat Egwene niet met hem mee wilde gaan? Brin had gelijk. Er naderde iets. Je kon het ruiken in de lucht, voelen in het zwakke zonlicht dat zich door de wolken wist te banen. Je kon het bespeuren, vaag, in het noorden, knetterend als ongeziene energie aan die donkere horizon.

Oorlog, veldslagen, conflicten, veranderingen. Gawein had het gevoel dat hij niet eens wist wie de verschillende partijen waren. Laat staan welke hij moest kiezen.

31

Een belofte aan Lews Therin

Cadsuane hield haar mantel aan en de kap omhoog, ondanks de drukkende warmte waar zelfs haar vermogen om hem te ‘negeren’ moeite mee had. Ze durfde de kap niet te laten zakken of de mantel uit te doen. Altor was heel duidelijk geweest: als hij haar gezicht zag, zou ze worden terechtgesteld. Ze wilde haar leven niet wagen om een paar uur ongemak te voorkomen, ook niet nu ze dacht dat Altor veilig terug was in zijn pas gevorderde woonstede. Die jongen dook vaak op op plekken waar hij niet verwacht of gewenst was.

Ze was natuurlijk niet van plan zich door hem te laten verbannen. Hoe meer macht een man had, hoe groter de kans dat hij er domme dingen mee deed. Geef een man één koe en hij zorgt er goed voor en voedt zijn gezin met de melk. Geef een man tien koeien en hij denkt waarschijnlijk dat hij rijk is en laat zijn vee verhongeren door een gebrek aan aandacht.

Ze stampte over het looppad langs gebouwen die als dozen op elkaar waren gestapeld en waren getooid met banieren. Het stemde haar niet bijzonder gelukkig om weer in Bandar Eban te zijn. Ze had niets tegen de Domani; ze had alleen liever steden die minder druk waren. En door de problemen op het platteland was het hier drukker dan gewoonlijk. Vluchtelingen bleven binnenkomen, ondanks de geruchten over Altors aanwezigheid in de stad. Ze zag een groepje van hen in een steeg links van haar; een gezin, hun gezichten donker van het vuil.