Выбрать главу

‘Als we praten, mogen we gaan?’ vroeg de dikke man, die haar nauwlettend gadesloeg. ‘Dat is uw woord?’

Nynaeve keek ontevreden om zich heen in het kleine kamertje. Ze hadden vrouwe Chadmar in het donker laten zitten, en de deur was dichtgestopt met stof om geschreeuw te dempen. Het zou donker, bedompt en krap zijn in de cel. Mannen die op een dergelijke plek konden werken, verdienden het amper om te leven, laat staan vrij te zijn. Maar er was een veel grotere ziekte om mee af te rekenen. ‘Ja,’ zei Nynaeve, hoewel het woord bitter smaakte. ‘En jullie weten dat jullie dat niet verdienen.’

Jorgin aarzelde, maar toen knikte hij. ‘Laat me omlaag, Aes Sedai, dan beantwoord ik uw vragen.’

Dat deed ze. De man wist het dan misschien niet, maar ze had maar heel weinig gezag; ze zou zich niet verlagen tot dwang om antwoorden aan hen te ontfutselen, en ze handelde zonder Rhands medeweten. De Draak zou waarschijnlijk niet opgetogen zijn als hij ontdekte dat ze haar neus hierin had gestoken, behalve als ze hem iets wezenlijks kon bieden.

Jorgin zei tegen de schurk met de gebroken neus: ‘Mord, haal een kruk voor me.’

Mord keek naar Nynaeve voor toestemming, die ze gaf met een korte knik. Toen Jorgin zijn logge gestalte op de kruk had gehesen, boog hij zich met verstrengelde handen naar voren. Hij leek wel een reusachtige kever die op zijn kant stond.

‘Ik begrijp niet wat u van mij wilt,’ zei de man. ‘U schijnt alles al te weten. U weet van mijn voorziening en van de mensen die hier hebben gezeten. Wat valt er nog meer te vertellen?’ Voorziening? Mooi woord ervoor. ‘Dat zijn mijn zaken,’ zei Nynaeve, en ze staarde hem aan op een wijze waarvan ze hoopte dat die overbracht dat de zorgen van de Aes Sedai niet openstonden voor bespreking. ‘Vertel me hoe de boodschapper is gestorven.’

‘Zonder waardigheid,’ antwoordde Jorgin. ‘Zoals alle mensen, in mijn ervaring.’

‘Geef me bijzonderheden, anders hang ik je weer in de lucht.’

‘Ik deed een paar dagen geleden de celdeur open om hem eten te brengen. Hij was dood.’

‘Hoe lang had je hem al niet meer te eten gegeven?’ Jorgin snoof. ‘Ik laat mijn gasten niet verhongeren, vrouwe Aes Sedai. Ik... moedig ze alleen aan om vrijuit te praten over wat ze weten.’

‘En hoeveel aanmoediging had de boodschapper nodig?’

‘Niet genoeg om hem te doden,’ zei de man verdedigend. ‘O, kom toch,’ schamperde Nynaeve. ‘De man heeft hier maanden gezeten, schijnbaar al die tijd gezond. En dan, op de dag voordat hij voor de Herrezen Draak moet worden geleid, sterft hij plotseling? Je hebt mijn belofte van amnestie al. Zeg me wie je heeft omgekocht om hem te vermoorden, en ik zal zorgen dat je beschermd wordt.’ De gevangenbewaarder schudde zijn hoofd. ‘Zo ging het niet. Wat ik al zei, hij ging gewoon dood. Dat gebeurt soms.’

‘Ik ben je spelletjes beu.’

‘Het Licht brande u, het is geen spelletje!’ grauwde Jorgin. ‘Denkt u dat een man met mijn beroep ver zou komen als bekend werd dat hij zich liet omkopen om een van zijn gasten te vermoorden? Dan zou je hem net zomin kunnen vertrouwen als zo’n leugenachtige Aiel!’ Ze liet die laatste opmerking gaan, hoewel een man zoals hij nooit ‘te vertrouwen’ was.

‘Luister,’ zei Jorgin, ‘hij was hoe dan ook niet het soort gevangene dat je vermoordt. Iedereen wil weten waar de koning is. Wie zou er nu de enige vermoorden die daar iets over wist? Die man was goed geld waard.’

‘Dus hij is niet dood,’ gokte Nynaeve. ‘Aan wie heb je hem verkocht?’

‘O, hij is zeker dood,’ zei de gevangenbewaarder grinnikend. ‘Als ik hem had verkocht, zou ik daarna niet lang meer hebben geleefd. Je leert dat soort dingen snel, in mijn vak.’

Ze wendde zich tot de andere twee schurken. ‘Liegt hij?’ vroeg ze aan een van hen. ‘Honderd gouden marken voor degene die kan bewijzen dat hij liegt.’

Mord keek naar zijn baas en trok een grimas. ‘Voor honderd gouden marken zou ik u mijn eigen moeder verkopen, vrouwe. Het Licht brande me, maar ik zou het doen. Jorgin zegt de waarheid. Die kerel was morsdood. De mannen van de Draak hebben gekeken toen ze de vrouwe bij ons brachten.’

Dus Rhand had ook aan die mogelijkheid gedacht. Maar ze had nog steeds geen bewijs dat die mannen haar de waarheid vertelden. Als er iets te verbergen was, zouden ze hard werken en het diep begraven. Ze besloot tot een andere aanpak.

‘Wat hebben jullie dan ontdekt,’ zei ze, ‘over de verblijfplaats van de koning?’

Jorgin zuchtte enkel. ‘Net zoals ik al aan de mannen van de Drakenheer heb verteld, en zoals ik tegen vrouwe Chadmar zei voordat ze zelf hier in de kerker belandde, die man wist iets, maar hij wilde niet praten.’

‘Kom nou,’ zei Nynaeve, die een blik op de kist met scherpe voorwerpen wierp. Ze moest weer wegkijken, voordat ze boos werd. ‘Een man met jouw... vaardigheden? En je kon niet eens een eenvoudig feitje uit hem loskrijgen?’

‘De Duistere mag me halen als ik lieg!’ Het gezicht van de gevangenbewaarder kleurde, alsof dit een kwestie van trots voor hem was. ‘Ik heb nog nooit een man zich zien verzetten zoals hij deed! Een fraai veertje van een man zoals hij had moeten breken zonder al te veel aanmoediging. Maar dat deed hij niet. Hij zei van alles, maar niet de dingen die wij wilden weten!’

Jorgin boog zich naar voren. ‘Ik weet niet hoe hij het deed, vrouwe. Het Licht verzenge me, maar ik weet het echt niet! Het leek wel alsof... een of andere kracht zijn tong in de greep had. Alsof hij niet kon praten. Zelfs als hij dat wilde!’

De twee schurken mompelden in zichzelf en keken ongerust. Schijnbaar had Nynaeve met haar vragen een gevoelige snaar geraakt. ‘Dus je hebt hem te zeer onder druk gezet,’ gokte Nynaeve. ‘En toen stierf hij.’

‘Ik blijf bij wat ik zei, vrouw!’ grauwde de gevangenbewaarder. ‘Bloed en bloedas! Ik heb hem niet vermoord! Soms gaan mensen gewoon dood.’

Helaas begon ze hem te geloven. Jorgin was een ellendeling die wel een jaar of tien klusjes onder het toeziend oog van een Wijsheid kon gebruiken, maar hij loog niet.

Daar gingen haar grootse plannen dan. Ze zuchtte en stond op, en toen pas besefte ze hoe moe ze was. Licht! Dit plan zou Rhand eerder laten ontploffen dan hem overhalen naar haar raad te luisteren. Ze moest terug naar de woonstede om wat te slapen. Misschien zou ze morgen iets beters kunnen verzinnen om Rhand te bewijzen dat ze aan zijn kant stond.

>Ze wuifde naar de wachters dat ze de gevangenbewaarder en zijn mannen weer naar boven konden brengen. Daarna weefde ze Lucht om de celdeur van Milisair Chadmar te sluiten. Nynaeve zou ervoor zorgen dat de omstandigheden van de vrouw verbeterden. Of ze nu een verachtelijk mens was of niet, ze hoorde niet zo te worden behandeld. Rhand zou dat best begrijpen als ze het hem uitlegde. Milisair zag zo bleek dat ze misschien wel de witte rillingen kreeg! Afwezig liep Nynaeve naar de kijkspleet in de celdeur en weefde een Schouwing van Geest om zich ervan te vergewissen dat de vrouw niet ziek was.

Zodra ze met Schouwen begon, verstijfde Nynaeve. Ze had verwacht te ontdekken dat Milisairs lichaam gebukt ging onder uitputting. Ze had een ziekte verwacht, of misschien honger. Ze had niet verwacht gif aan te treffen.

Vloekend en meteen klaarwakker gooide Nynaeve de celdeur open en rende naar binnen. Ja, met het Schouwen zag ze het duidelijk. Tarchrotblad. Nynaeve had het spul zelf eens aan een hond gegeven die niet meer te redden was. Het was een vrij veelvoorkomende plant, en hij had een heel bittere smaak. Niet het beste gif, omdat het zo’n onaangename smaak had, en toch moest worden ingenomen. Ja, het was een lastig toe te dienen vergif, behalve als degene die je vergiftigde al gevangenzat en geen andere keus had dan te eten wat je haar voorzette. Nynaeve begon een Heling, wevend met alle vijf de Krachten om het gif te wurgen en Milisairs lichaam te sterken. Het was een vrij eenvoudige Heling, want tarchrotblad was niet bijzonder sterk. Je moest er ofwel een heleboel van gebruiken – zoals ze bij de hond had gedaan – of je moest het enkele keren toedienen voordat het ging werken. Maar als je het zo geleidelijk deed, leek het of degene die je ermee doodde een natuurlijke dood was gestorven. Zodra Milisair veilig was, stormde Nynaeve de cel uit. ‘Stop!’ brulde ze tegen de mannen. ‘Jorgin!’