Выбрать главу

‘Geloof je dat als ik het eenvoudigweg zeg,’ vervolgde Rhand met zijn spookachtige, rustige stem, ‘je hart zou blijven stilstaan? Ik ben de Herrezen Draak. Geloof je dat ik je leven kan nemen, of je ziel, door het gewoonweg te willen?’

Nynaeve zag het weer, dat laagje duisternis om Rhand, dat aura waarvan ze niet helemaal zeker kon zijn dat het er was. Ze nam een slok thee en constateerde dat die plotseling bitter was geworden, alsof ze hem te lang had laten staan. Kerb zakte ineen en begon te huilen. ‘Spreek,’ beval Rhand.

De jongen deed zijn mond open, maar er kwam alleen een kreun naar buiten. Hij was zo gebiologeerd door Rhand dat hij niet eens het zweet uit zijn ogen knipperde, of daar mogelijk niet toe in staat was.

‘Ja,’ zei Rhand peinzend. ‘Dit is Wilsdwang, Nynaeve. Ze is hier! Ik had gelijk.’ Hij keek Nynaeve aan. ‘Jij zult het web van Wilsdwang moeten ontrafelen, het uit zijn geest moeten weghalen, voordat hij ons kan vertellen wat hij weet.’

‘Wat?’ vroeg ze ongelovig.

‘Ik heb weinig vaardigheid met dit soort wevingen,’ zei Rhand met een handgebaar. ‘Ik vermoed dat jij Wilsdwang kunt verwijderen, als je het probeert. Het lijkt eigenlijk op Heling. Gebruik de weving waarmee je Wilsdwang oplegt, maar dan omgekeerd.’ Ze fronste haar voorhoofd. Die arme jongen Helen was een goed plan, want zij was van mening dat elke wond moest worden Geheeld. Maar iets proberen wat ze nog nooit had gedaan, en dat nog wel in het bijzijn van Rhand, was niet aantrekkelijk. Stel dat ze het verkeerd aanpakte en die jongen schade berokkende? Rhand ging op het bankje tegenover de leerling zitten, en Min nam naast hem plaats. Ze keek grimassend naar haar thee; kennelijk was die van haar even plotseling als die van Nynaeve ondrinkbaar geworden.

Rhand keek afwachtend naar Nynaeve. ‘Rhand, ik...’

‘Probeer het gewoon,’ zei Rhand. ‘Ik kan je niet specifiek vertellen hoe het moet, niet voor een vrouw, maar je bent slim. Ik ben ervan overtuigd dat je het kunt.’

Zijn onopzettelijk neerbuigende toon maakte haar weer boos. Het hielp ook niet dat ze zo moe was. Ze knarsetandde, draaide zich naar Kerb toe en weefde met alle vijf de Krachten. Zijn ogen schoten heenen weer, ook al kon hij de wevingen niet zien.

Nynaeve legde een heel lichte Heling over hem heen, waardoor hijverstarde.

Ze weefde een afzonderlijk draadje Geest, Schouwde zo voorzichtig mogelijk in zijn hoofd en peuterde aan de wevingen die om zijn geest verstrikt zaten. Ja, ze zag het nu: een ingewikkeld web gemaakt van draden Geest, Lucht en Water.

Het was verschrikkelijk zoals het eruitzag voor haar geestesoog, kriskras over de hersenen van de jongen verspreid. Stukjes van de wevingen raakten elkaar hier en daar aan, als kleine haakjes die diep in het brein doordrongen.

Keer de weving om, had Rhand gezegd. Dat was verre van eenvoudig. Ze zou het web van Wilsdwang er laag voor laag af moeten pellen, en als ze een fout maakte kon ze hem heel gemakkelijk ombrengen. Ze trok zich bijna terug.

Maar wie moest het anders doen? Wilsdwang was een verboden weving, en ze betwijfelde of Corele en de anderen er ervaring mee hadden. Als Nynaeve nu stopte, zou Rhand gewoon de anderen laten roepen en hun vragen het te doen. Ze zouden hem gehoorzamen en achter hun hand lachen om Nynaeve, de Aanvaarde die dacht dat ze een echte Aes Sedai was.

Nou, ze had nieuwe manieren van Heling ontdekt! Ze had geholpen de smet van de Ene Kracht zelf te verwijderen! Ze had gesuste en gestilde mensen Geheeld! Ze kon dit wel.

Ze werkte snel en weefde een spiegelbeeld van de eerste laag Wilsdwang. Elke toepassing van de Kracht was exact, maar omgekeerd aan het patroon dat al in de geest van de jongen geweven zat. Nynaeve legde haar weving heel voorzichtig neer, aarzelend, en zoals Rhand had gezegd verdwenen ze allebei.

Hoe had hij dat geweten? Ze huiverde, denkend aan wat Semirhage over hem had gezegd. Herinneringen uit een ander leven, herinneringen waar hij geen recht op had. Er was een reden dat de Schepper mensen hun vroegere levens liet vergeten. Niemand zou zich het falen van Lews Therin Telamon moeten herinneren. Ze ging door, laag na laag, en verwijderde de wevingen van de Wilsdwang als een legerarts die windsels van een gewond been pelde. Het was uitputtend werk, maar ze haalde er veel voldoening uit. Elke weving herstelde iets wat fout zat, genas de jongen een beetje verder, maakte iets in de wereld een heel klein stukje beter. Het kostte bijna een uur, en het was een onthutsende ervaring. Maar ze kreeg het voor elkaar. Toen de laatste laag Wilsdwang verdween, slaakte ze een uitgeputte zucht en liet de Ene Kracht los, ervan overtuigd dat ze geen draad meer zou kunnen weven als haar leven ervan afhing. Ze wankelde naar een stoel en liet zich erin vallen. Min, zag ze, had zich opgerold op het bankje naast Rhand en was in slaap gevallen.

Maar hij sliep niet. De Herrezen Draak keek toe, alsof hij dingen zag die Nynaeve niet kon zien. Hij stond op en liep naar Kerb toe. In haar verdoofde toestand had Nynaeve de blik in de ogen van de jonge kaarsenmaker niet opgemerkt. Die was vreemd leeg, als van iemand die verdoofd is na een harde klap op zijn hoofd. Rhand liet zich op een knie zakken, legde zijn hand onder de kin van de jongen en staarde in zijn ogen. ‘Waar?’ vroeg hij zacht. ‘Waar is ze?’

De jongen opende zijn mond en een sliertje speeksel lekte er aan de zijkant uit.

‘Waar is ze?’ herhaalde Rhand.

Kerb kreunde, met glazige ogen en zijn tong een stukje uit zijn mond. ‘Rhand!’ zei Nynaeve. ‘Hou op! Wat doe je met hem?’

‘Ik heb niets gedaan,’ zei Rhand zacht, zonder haar aan te kijken. ‘Dit heb jij gedaan, Nynaeve, bij het losmaken van die wevingen. Graendals Wilsdwang is krachtig, maar ruw, in bepaalde opzichten. Ze vult een geest zo volledig met Wilsdwang dat ze iemands persoonlijkheid en verstand uitwist, zodat er een stropop achterblijft die alleen nog maar haar rechtstreekse bevelen opvolgt.’

‘Maar net reageerde hij gewoon nog!’

Rhand schudde zijn hoofd. ‘Als je het de mannen in de gevangenis vraagt, zullen ze zeggen dat die jongen traag van begrip was en maar zelden tegen hen sprak. Er zat niet echt een persoon in zijn hoofd, alleen maar gelaagde wevingen van Wilsdwang. Slim ontworpen opdrachten om het beetje persoonlijkheid dat die arme drommel had, weg te wissen en te vervangen door een schepsel dat precies zou doen wat Graendal wilde. Ik heb het tientallen keren gezien.’ Tientallen keren? dacht Nynaeve met een rilling. Heb jij dat gezien, of was het Lews Therin? Welke herinneringen leiden je nu? Ze keek naar Kerb en voelde zich misselijk. Zijn ogen waren niet glazig omdat hij verdoofd was, zoals zij had gedacht; ze waren nog veel leger. Vroeger, toen Nynaeve pas een Wijsheid was, was er een vrouw bij haar gebracht die van een wagen was gevallen. De vrouw had dagenlang geslapen, en toen ze eindelijk was ontwaakt, had ze net zo gestaard als die jongen hier. Geen aanwijzing dat ze iemand herkende, geen spoor van een ziel in het omhulsel van haar lichaam. Ze was ongeveer een week later overleden.

Rhand sprak weer tegen Kerb. ‘Ik heb een plaatsnaam nodig,’ zei Rhand. ‘Wat dan ook. Als er nog een spoortje binnen in je zit dat verzet heeft geboden, een klein flardje dat tegen haar heeft gevochten, dan beloof ik je wraak. Een plaatsnaam. Waar is ze?’ Er droop speeksel van de lippen van de jongen. Ze trilden. Rhand stond op en torende boven hem uit, maar hij bleef de jongen in de ogen kijken. Kerb huiverde, en fluisterde toen twee woorden. ‘Natrins Terp.’

Rhand blies zachtjes uit en liet Kerb toen met een biina eerbiedigesel droop van zijn lippen op het kleed. Nynaeve vloekte en sprong overeind, maar ze wankelde toen alles om haar heen draaide. Licht, ze was afgemat! Ze bleef even staan, sloot haar ogen en haalde enkele keren diep adem. Toen knielde ze bij de jongen neer. ‘Doe maar geen moeite,’ zei Rhand. ‘Hij is dood.’ Nynaeve bevestigde dat voor zichzelf. Toen keek ze met een ruk naar Rhand op. Wat had hij voor recht om er net zo uitgeput uit te zien als zij zich voelde? Hij had amper iets gedaan! ‘Wat heb je...’