Выбрать главу

Toen liet hij haar achter. De flakkerende lamp doofde langzaam, zodat alleen de lamp op tafel nog brandde.

Rhand had haar weer verbaasd. Hij bleef een stijfkoppige dwaas, maar hij was een verrassend zelfbewuste dwaas. Hoe kon een man zoveel begrijpen en toch zo onwetend zijn?

En waarom kon ze geen weerwoord verzinnen op wat hij had gezegd? Waarom kon ze niet tegen hem schreeuwen dat hij het mis had? Er was altijd hoop. Door die belangrijke emotie te laten varen maakte hij zichzelf misschien sterk, maar liep hij tegelijkertijd het gevaar niet meer te geven om de uitkomst van zijn veldslagen. Om een of andere reden kon ze geen woorden vinden voor dat argument.

34

Legenden

‘Zo,’ zei Mart, die een van Roidelles beste kaarten op tafel uitrolde. Talmanes, Thom, Noal, Juilin en Mandevwin hadden Mmm*hun stoelen om de tafel heen gezet. Naast de kaart van de omgeving rolde Mart een schets uit van een stadje van gemiddelde grootte. Het had wat moeite gekost om een koopman te vinden die bereid was geweest een plattegrond van Goedlucht voor hen te schetsen, maar na Hinderstap wilde Mart liever geen stad in gaan zonder te weten wat hun daar te wachten stond.

Marts paviljoen stond in de schaduw van het dennenbos, en het was een koele dag. Nu en dan stak de wind op en werden dennennaalden van de takken boven hen geschud, die dan op weg naar de grond langs het dak van de tent krasten. Buiten riepen soldaten naar elkaar, en pannen rammelden terwijl het middagmaal werd opgediend.

Mart bekeek de kaart van het stadje. Hij moest eens wat voorzichtiger worden. De hele wereld had besloten zich tegen hem te keren; zelfs plattelandsstadjes waren tegenwoordig dodelijke valstrikken. Voor hij het wist, zouden de madeliefjes langs de weg een bende vormen en proberen hem op te vreten.

Die gedachte deed hem denken aan de arme venter die in het fantoomstadje in Shiota was weggezonken. Toen die spookachtige plek was verdwenen, was er een wei met vlinders en bloemen achtergebleven. Met madeliefjes. Bloedvuur, dacht hij. Nou, Martrim Cauton was niet van zins dood te eindigen op een of andere afgelegen weg. Deze keer zou hij zich voorbereiden. Hij knikte tevreden in zichzelf.

‘De herberg is hier,’ zei Mart, wijzend naar de kaart van het stadje. ‘De Gebalde Vuist. Twee afzonderlijke reizigers hebben verklaard dat het een mooie herberg is, de beste van de drie in het stadje. De vrouw die me zoekt doet geen pogingen om haar verblijfplaats geheim te houden, dus dat betekent dat ze goed beschermd wordt. We moeten rekening houden met wachters.’

Mart pakte een andere kaart van Roidelle, waarop de omgeving rondom Goedlucht beter te zien was. Het stadje lag in een laagte, omgeven door glooiende heuvels en een meertje dat werd gevoed door bronnen in het hoogland. Schijnbaar zat er goede forel in het meer, en het pekelen daarvan was de voornaamste inkomstenbron van het stadje.

‘Ik wil drie secties lichte cavalerie hier hebben,’ zei Mart, wijzend naar een hogere helling. ‘Ze kunnen zich verbergen achter de bomen, maar zullen een goed uitzicht hebben op de hemel. Als er een rode nachtbloem ontbrandt, moeten ze hier over de hoofdweg aankomen. We verstoppen honderd kruisboogschutters aan weerszijden van het stadje, als ondersteuning voor de cavalerie. Als de nachtbloem groen is, moet de cavalerie oprukken en de hoofdwegen naar het stadje bewaken; hier, hier en hier.’

Mart keek op en wees naar Thom. ‘Thom, jij neemt Harnan, Fergin en Mandevwin mee als “leerlingen”, en Noal kan je lakei zijn.’

‘Lakei?’ vroeg Noal. Hij was een verweerde man met enkele ontbrekende tanden en een haakneus. Maar hij was taai als een oud, in de strijd gebutst zwaard dat van vader op zoon was doorgegeven. ‘Waar heeft een speelman een lakei voor nodig?’

‘Goed dan,’ zei Mart. ‘Dat ben je zijn broer, die tevens optreedt als bediende. Juilin, jij...’

‘Wacht, Mart,’ zei Mandevwin, krabbend aan de huid onder zijn ooglap. ‘Ben ik dan een leerling-speelman? Ik weet niet zeker of mijn stem geschikt is om mooi te zingen. Je hebt me vast wel eens gehoord. En met maar één oog denk ik niet dat ik goed ben in jongleren.’

‘Je bent nog maar een leerling,’ zei Mart. ‘Thom weet dat je geen aanleg hebt, maar hij had medelijden met je omdat je oudtante – bij wie je in huis woonde sinds je ouders waren overleden in een tragisch ongeval met op hol geslagen ossen – de klaverpokken kreeg en gek werd. Ze ging je restjes uit de keuken voorzetten en je behandelen als de huishond, Marks, die is weggelopen toen jij nog maar zeven was.’

Mandevwin krabde op zijn hoofd. Zijn haar was doorschoten met grijs.

‘Maar ben ik niet een beetje oud om leerling te zijn?’

‘Onzin,’ zei Mart. ‘Je bent jong van hart, en aangezien je nooit bent getrouwd – de enige vrouw van wie je ooit hield ging ervandoor met de zoon van de looier – bood Thom je een kans om opnieuw te beginnen.’

‘Maar ik wil mijn oudtante niet laten zitten,’ wierp Mandevwin tegen. ‘Ze zorgt al bijna mijn hele leven voor me! Het is niet eerlijk om een oude vrouw in de steek te laten alleen omdat ze een beetje in de war is.’

‘Die oudtante bestaat niet echt,’ zei Mart geërgerd. ‘Dit is maar een legende, een verhaal voor bij je valse naam.’

‘Kan ik geen verhaal krijgen waar ik wat eerbaarder in ben?’ vroeg Mandevwin.

‘Te laat,’ zei Mart, bladerend door een stapel op tafel, waaruit hij vijf bladzijden haalde die waren beschreven met een klein handschrift. ‘Nu kun je niet meer veranderen. Ik heb de halve nacht aan je verhaal gewerkt. Het is het beste van het hele stel. Hier, leer dit uit je hoofd.’ Hij gaf de papieren aan Mandevwin, pakte toen een volgende stapel en begon daar doorheen te bladeren. ‘Weet je zeker dat we dit niet een beetje te ver doorvoeren, jongen?’ vroeg Thom.

‘Ik laat me niet nog een keer verrassen, Thom,’ zei Mart. ‘Het Licht brande me, maar ik ben het zat om onvoorbereid valstrikken in te lopen. Ik wil de leiding nemen over mijn eigen lot, ophouden weg te lopen van het ene na het andere probleem. Het wordt tijd om de leiding te nemen.’

‘En dat doe je met...’ zei Juilin.

‘Ingewikkelde schuilnamen en achtergrondverhalen,’ zei Mart, die Thom en Noal hun verhalen overhandigde. ‘Dat heb je verdomd goed.’

‘En ik?’ vroeg Talmanes. Die twinkeling in zijn ogen was weer terug, hoewel hij met een volkomen ernstige stem sprak. ‘Laat me raden, Mart. Ik ben een reizende koopman die ooit is opgeleid bij de Aiel en die naar het dorp komt omdat hij hoorde dat er een forel in dat meer leeft die zijn vader heeft beledigd.’

‘Onzin,’ zei Mart, die hem de papieren gaf. ‘Jij bent een zwaardhand.’

‘Dat is nogal verdacht,’ merkte Talmanes op.

‘Je moet ook verdacht zijn,’ zei Mart. ‘Het is altijd gemakkelijker om iemand bij het kaarten te verslaan wanneer hij ergens anders aan denkt. Jij bent dus ons “iets anders”. Een zwaardhand die op een raadselachtige missie naar het stadje komt is niet zo’n grote gebeurtenis dat hij al te veel aandacht trekt, maar voor mensen die weten waar ze naar moeten uitkijken zal het een goede afleiding zijn. Je kunt Fens mantel gebruiken. Hij zei dat ik hem mocht lenen; hij voelt zich nog steeds schuldig omdat hij die bedienden heeft laten ontkomen.’

‘En natuurlijk heb jij hem niet verteld dat ze gewoonweg zijn verdwenen,’ voegde Thom eraan toe. ‘En dat hij dat nooit had kunnen voorkomen.’

‘Daar zag ik het nut niet van in,’ zei Mart. ‘Het heeft geen zin om te blijven stilstaan bij het verleden, zeg ik altijd.’

‘Een zwaardhand, dus?’ zei Talmanes, bladerend door zijn vellen papier. ‘Dan moet ik mijn boze blik oefenen.’

Mart keek hem met een vlak gezicht aan. ‘Je vat dit niet met de nodige ernst op.’

‘Wat zeg je? Is hier iemand die dit ernstig opvat?’ Die verdomde twinkeling. Had Mart ooit echt gedacht dat die man maar moeilijk lachte? Hij deed het alleen vanbinnen. De meest woestmakende manier.

‘Licht, Talmanes,’ zei Mart. ‘Een vrouw in dat dorp is op zoek naar Perijn en mij. Ze weet zo goed hoe we eruitzien dat ze me kan uittekenen zoals mijn eigen moeder dat niet eens zou kunnen. Daar krijg ik de rillingen van, alsof de Duistere achter me staat. En ik kan zelf niet naar dat verrekte dorp, omdat alle verrekte mannen, vrouwen en kinderen een tekening van mijn gezicht hebben en goud kunnen verdienen met inlichtingen!