Выбрать главу

Zodra de brieven weer veilig in haar zak zaten, pakte ze een bewerkt stukje doorschijnende steen: een speld in de vorm van een lelie. ‘Begin met het opbreken van je kamp, Martrim. Ik moet je Poort zo snel mogelijk maken, want ik moet zelf ook binnenkort Reizen.’

‘Best.’ Mart keek naar het verzegelde, opgevouwen papier in zijn handen. Waarom deed Verin zo raadselachtig? Bloedvuur! dacht hij. Ik ga hem niet openen. Vergeet het maar. ‘Mandevwin,’ zei hij, ‘geef Verin Sedai haar eigen tent om in te wachten terwijl wij het kamp opbreken, en wijs een paar soldaten aan om alles voor haar te halen wat ze nodig heeft. En laat ook de andere Aes Sedai weten dat ze hier is. Ze zullen daar waarschijnlijk wel belangstelling voor hebben, Aes Sedai kennende.’

Mart stopte het opgevouwen papiertje achter zijn riem en wilde vertrekken. ‘En laat iemand dat verdomde bankje verbranden. Ongelooflijk dat we dat stomme ding dat hele eind hebben meegesleept.’

Tuon was dood. Weg, uitgestoten, vergeten. Tuon was de Dochter van de Negen Manen geweest. Nu was ze alleen nog maar een voetnoot in de geschiedenis. Fortuona was keizerin.

Fortuona Athaem Devi Paendrag kuste de soldaat, die met gebogen hoofd op het korte gras knielde, lichtjes op zijn voorhoofd. Door de beklemmende Altaraanse warmte leek het alsof de zomer al was begonnen, maar het gras – dat nog maar enkele weken eerder weelderig en vol leven had geleken – was verpieterd en begon geel te worden. Waar waren het onkruid en de distels? De laatste tijd ontkiemden zaden niet zoals het hoorde. Net als graan bedorven ze, en ze stierven al af voordat ze geheel tot leven kwamen. De soldaat voor Fortuona was een van de vijf. Achter die vijf stonden tweehonderd leden van de Hemelvuisten, haar meest uitgelezen aanvalstroepen. Ze droegen borstplaten van donker leer en helmen van licht hout en leer, in de vorm van insecten. Zowel de helmen als de borstplaten waren voorzien van het teken van de gebalde vuist. Vijftig stel sul’dam en damane, onder wie Dali en haar sul’dam Malahavana, waren door Fortuona aan de zaak toegewezen. Ze had de behoefte gevoeld om iets persoonlijks op te offeren aan deze zeer belangrijke missie.

Honderden to’raken verdrongen zich in de omheiningen verderop, waar hun verzorgers met ze rondliepen en ze voorbereidden op de komende vlucht. Nu al cirkelde er een zwerm raken sierlijk boven hen rond.

Fortuona keek naar de soldaat die voor haar zat en legde haar vingers op zijn voorhoofd, waar ze hem had gekust. ‘Moge je dood de zege brengen,’ zei ze zacht, de rituele woorden uitsprekend. ‘Moge je mes bloed vergieten. Mogen je kinderen je lof toezingen tot aan de laatste zonsopgang.’

Hij boog zijn hoofd dieper. Net als de vier anderen in de rij droeg hij zwart leer. Er hingen drie messen aan zijn riem, en hij droeg geen mantel of helm. Hij was een kleine man; alle Hemelvuisten waren klein en rank, en meer dan de helft van deze groep bestond uit vrouwen. Gewicht was altijd een overweging voor soldaten die missies moesten uitvoeren op to’raken. Tijdens een aanval hadden twee kleine, geoefende soldaten de voorkeur boven één logge kerel in zware bepantsering.

Het was vroeg in de avond en de zon ging net onder. Luitenant-generaal Yulan – die de aanvalstroep persoonlijk zou leiden – vond het beter om later op de dag te vertrekken. Hun aanval zou in de duisternis beginnen, verborgen voor wachters in Ebo Dar die mogelijk de horizon in de gaten hielden. Ooit zou die voorzichtigheid onnodig zijn geweest. Wat maakte het uit als de mensen in Ebo Dar honderden to’raken zagen vliegen? Het nieuws kon nooit zo snel reizen als de rakenvleugels.

Maar hun vijanden konden veel sneller reizen dan eigenlijk mogelijk had moeten zijn. Of het nu ter’angreaal, wevingen of iets anders was dat hun de kracht gaf, het was beslist een gevaar. Ze konden beter zo steels mogelijk zijn. De vlucht naar Tar Valon zou enkele dagen duren.

Fortuona liep naar de volgende soldaat in de rij van vijf. Het zwarte haar van de vrouw was gevlochten. Fortuona kuste haar op het voorhoofd en sprak dezelfde rituele woorden uit. Deze vijf waren Bloedmessen. De diepzwarte steen in de ring die ze elk droegen, was een bijzondere ter’angreaal die hun kracht en snelheid zou verlenen en hen in duisternis zou hullen, waardoor ze konden opgaan in de schaduwen.

Die ongelooflijke vaardigheden hadden echter een prijs, want de ringen zogen het leven uit hun dragers en doodden hen in enkele dagen. Het afdoen van de ring zou dat proces enigszins vertragen, maar als het eenmaal in gang was gezet – door een druppel van je eigen bloed op de steen in de ring te laten vallen terwijl je die droeg – was het proces onomkeerbaar.

Deze vijf zouden niet terugkeren. Ze zouden achterblijven, ongeacht de uitkomst van de aanval, om zo veel mogelijk marath’damane te doden. Het was een verschrikkelijke verspilling – die damane zouden eigenlijk moeten worden beteugeld – maar ze konden beter dood zijn dan in handen van de Herrezen Draak te blijven. Fortuona liep naar de volgende soldaat in de korte rij en gaf hem de kus en de zegen.

Er was zoveel veranderd in de dagen sinds haar ontmoeting met de Herrezen Draak. Haar nieuwe naam was daar slechts een onderdeel van. Nu wierpen zelfs leden van het Hoge Bloed zich vaak voor haar ter aarde. Haar so’jhin – ook Selucia – hadden hun hoofdhaar afgeschoren. Van nu af aan zouden ze de rechterkant van hun hoofd geschoren houden en het haar aan de linkerkant laten groeien en vlechten. Voorlopig droegen ze aan de linkerkant een muts. De gewone mensen liepen met meer zelfverzekerdheid, meer trots. Ze hadden weer een keizerin. Met alles wat er verkeerd was in de wereld, was dit ene ding weer zoals het hoorde te zijn. Fortuona kuste de laatste van de vijf Bloedmessen en sprak de woorden uit die hem veroordeelden tot de dood, maar ook tot heldendom. Ze stapte achteruit, met Selucia aan haar zijde. Generaal Yulan kwam naar voren en maakte een diepe buiging. ‘Laat de keizerin, moge ze eeuwig leven, weten dat we haar niet zullen teleurstellen.’

‘Het is bekend,’ zei Selucia. ‘Het Licht volge u. Weet dat de keizerin, moge ze eeuwig leven, vandaag in de tuin drie bloemblaadjes van een nieuwe lenteroos zag vallen. Het voorteken voor uw overwinning is gegeven. Vervul het, generaal, en uw beloning zal groot zijn.’

Yulan stond op en bracht een saluut met zijn vuist tegen zijn borst; metaal kletterde op metaal. Hij leidde de soldaten naar de omheiningen van de to’raken, met de vijf Bloedmessen voorop. Binnen enkele ogenblikken rende het eerste schepsel over een lange wei achter de omheining, afgezet met palen en vaandels, en steeg op. De anderen volgden, een hele zwerm, meer dan Fortuona er ooit bij elkaar aan de hemel had gezien. Terwijl het laatste licht van de zonsondergang wegstierf, vlogen ze naar het noorden.

Raken en to’raken werden doorgaans niet op deze wijze gebruikt.

De meeste aanvallen werden uitgevoerd door de soldaten af te zetten op een verzamelpunt, waar de to’raken wachtten terwijl de soldaten aanvielen en daarna terugkeerden. Maar deze aanval was te belangrijk. Yulans plan vroeg om een driestere aanval, zoals die nog maar zelden was overwogen. To’raken met damane en sul’dam op hun rug, aanvallend vanuit de lucht. Het kon het begin zijn van een gewaagde nieuwe tactiek. Of het kon tot een ramp leiden. ‘We hebben alles veranderd,’ zei Fortuona zacht. ‘Generaal Galgan heeft het mis; dit zal de Herrezen Draak geen slechtere onderhandelingspositie opleveren. Het zal hem tegen ons keren.’

‘Was hij dan al niet tegen ons?’ vroeg Selucia. ‘Nee,’ zei Fortuona. ‘Wij waren tegen hem.’

‘En is er een verschil?’

‘Ja,’ antwoordde Fortuona, kijkend naar de zwerm to’raken, nog net zichtbaar aan de hemel. ‘Dat is er zeker. En ik vrees dat we binnenkort zullen zien hoe groot dat verschil is.’

37

Een leger van licht

Min zat stilletjes toe te kijken terwijl Rhand zich aankleedde. Zijn bewegingen waren gespannen en zorgvuldig, als de passen van een koorddanser die over een hoog opgehangen touw liep. Hij maakte met trage, zorgvuldige vingers de linkermanchet van zijn schone witte hemd dicht. De rechtermanchet was al opgebonden door zijn dienaren.