Выбрать главу

‘Ik bied je een keus, Beslan,’ zei Tuon. ‘Je kunt kiezen voor een terechtstelling, als je wilt. Ik zal geen da’covale van je maken. Ik zal je eervol laten sterven en bekendmaken dat je bent gestorven omdat je de geloften weigerde en besloot de Seanchanen niet te aanvaarden. Als jij dat wenst, zal ik het toestaan. Je volk zal weten dat je je tot de dood hebt verzet.

Of je kunt ervoor kiezen hen beter te dienen. Je kunt ervoor kiezen te leven. Als je dat doet, zul je worden verheven tot het Hoge Bloed. Je kunt naar voren stappen en regeren zoals je volk dat van je nodig heeft. Ik beloof je dat ik me niet zal mengen in de aangelegenheden van je volk. Ik zal grondstoffen en manschappen voor mijn legers eisen, zoals gepast is, en jouw woord gaat niet boven het mijne. Verder zal je macht in Altara volkomen zijn. Niemand van het Bloed zal het recht hebben om zonder jouw toestemming je mensen te bevelen, kwaad te doen of gevangen te nemen.

Ik zal een lijst van je aannemen en bekijken, van adellijke families van wie jij vindt dat ze moeten worden verheven tot het lagere Bloed, en ik zal er niet minder dan twintig verheffen. Altara zal de permanente zetel van de keizerin aan deze kant van de oceaan worden. Als zodanig zal het het machtigste koninkrijk hier worden. Je mag kiezen.’

Ze boog zich naar voren en maakte haar vingers van elkaar los. ‘Maar begrijp één ding goed. Als je besluit je bij ons aan te sluiten, dan geef je me je hart, en niet alleen je woorden. Ik sta je niet toe je geloften te negeren. Ik geef je deze kans omdat ik denk dat je een sterke bondgenoot kunt zijn en omdat ik denk dat je misleid was, misschien door de verstrikte webben van Suroth.

Je hebt één dag om je besluit te nemen. Denk goed na. Je moeder dacht dat dit de beste richting was, en zij was een wijze vrouw. Het Rijk betekent stabiliteit. Een opstand zou alleen maar uitmonden in leed, hongersnood en vergetelheid. In dit soort tijden moet je niet alleen staan, Beslan.’

Ze ging achteroverzitten terwijl Beslan naar de zak in zijn handen keek. Hij maakte een diepe buiging om zich terug te trekken, maar zijn beweging was rukkerig, alsof hij ergens door afgeleid was. ‘Je mag gaan,’ zei ze tegen hem.

Hij draaide zich niet om. Het werd stil in de zaal terwijl hij naar zijn handen en de zak staarde. Ze zag zijn innerlijke strijd op zijn gezicht. Een da’covale naderde om hem mee te tronen, aangezien hem was gezegd dat hij kon gaan, maar Tuon stak haar hand op en hield de bediende tegen.

Ze boog zich naar voren, en meerdere leden van het Bloed schuifelden met hun voeten terwijl ze wachtten. Beslan staarde alleen maar naar die zak. Uiteindelijk keek hij met vastberaden ogen op. En toen, verrassend genoeg, zonk hij weer op zijn knieën. ‘Ik, Beslan van het Huis Mitsobar, zweer trouw en dienst aan de Dochter van de Negen Manen en via haar aan het Seanchaanse Rijk, nu en voor altijd, tot de dag dat ze besluit me uit vrije wil te laten gaan. Mijn landen en troon behoren haar toe, en ik geef die aan haar over. Dit zweer ik onder het Licht.’

Tuon stond zichzelf een glimlach toe. Achter Beslan stapte kapitein-generaal Galgan naar voren en richtte zich tot de koning. ‘Dat is niet de juiste...’

Tuon legde hem met een handgebaar het zwijgen op. ‘Wij eisen dat dit volk onze gebruiken overneemt, generaal,’ zei ze. ‘Het is passend dat wij er enkele van hen aanvaarden.’

Niet te veel van die gebruiken, natuurlijk. Maar ze had haar inzicht hierin te danken aan haar lange gesprekken met vrouw Anan. De Seanchanen hadden misschien een vergissing met dit volk begaan door hen Seanchaanse geloften van gehoorzaamheid te laten zweren. Martrim had die geloften afgelegd, maar had ze gemakshalve genegeerd toen de tijd daar was. En toch had hij ervoor gezorgd dat hij zijn woord aan haar had gehouden, en zijn mannen hadden haar verzekerd dat hij een man van eer was.

Wat merkwaardig dat ze bereid waren om de ene gelofte boven de andere te stellen. Die mensen waren vreemd. Maar ze zou hen moeten begrijpen om over hen te regeren, en ze zou over hen moeten regeren om kracht te verzamelen voor haar terugkeer naar Seanchan.

‘Je eed bevalt me, koning Beslan. Ik verhef je tot het Hoge Bloed en geef jou en je Huis dominantie over het koninkrijk Altara, voor nu en altijd, waarbij jouw wil bij het bestuur en beheer ervan alleen ondergeschikt is aan die van de Keizerlijke Troon zelf. Sta op.’ Hij kwam op ietwat trillende benen overeind. ‘Weet u zeker dat u niet ta’veren bent, vrouwe?’ vroeg hij. ‘Want ik had bepaald niet verwacht dat ik dit zou doen toen ik hier naar binnen liep.’ Ta’veren. Die mensen en hun domme bijgeloof! ‘Ik ben met je ingenomen,’ zei ze tegen hem. ‘Ik heb je moeder slechts korte tijd gekend, maar ik vond haar heel vaardig. Het zou me geen genoegen hebben gedaan als ik gedwongen was haar enige zoon terecht te stellen.’

Hij knikte waarderend. Vanaf de zijkant gebaarde Selucia steels: Dat was goed aangepakt. Ongebruikelijk, misschien, maar heel tactvol gedaan.

Tuon voelde een warme gloed van trots. Ze wendde zich tot de grijsharige generaal Galgan. ‘Generaal. Ik besef dat je al enige tijd wacht om me te spreken, en je geduld is prijzenswaardig. Je mag nu je gedachten uitspreken. Koning Beslan, je mag blijven of vertrekken. Het is je recht om alle openbare bijeenkomsten bij te wonen die ik in je koninkrijk houd, en je hebt daar nooit toestemming of een uitnodiging voor nodig.’

Beslan knikte, maakte een buiging en trok zich naar de zijkant van de zaal terug om toe te kijken.

‘Dank u, Hoogste Dochter,’ zei Galgan eerbiedig terwijl hij naar voren stapte. Hij gebaarde naar zijn so’jhin, die in de gang buiten stond. Ze kwamen binnen, wierpen zich eerst op de vloer voor Tuon en zetten toen snel een tafel met kaarten op. Een dienaar bracht Galgan een bundel, die hij naar Tuon droeg. Karede stond meteen bij haar rechterschouder, en Selucia links, maar Galgan hield eerbiedig afstand. Hij maakte een buiging en rolde de bundel uit op de vloer. Het was een rode banier met een cirkel in het midden, gespleten door een kronkellijn. De ene helft van de cirkel was zwart, de andere wit. ‘Wat is dit?’ vroeg Tuon, die zich naar voren boog.

‘De banier van de Herrezen Draak,’ antwoordde Galgan. ‘Hij heeft er een boodschapper mee gestuurd, om nogmaals om een onderhoud te vragen.’ Hij keek op – niet geheel in haar ogen – en zijn gezicht stond bedachtzaam en bezorgd.

‘Vanmorgen toen ik opstond,’ zei Tuon, ‘zag ik een patroon in de lucht dat leek te bestaan uit drie torens en een havik, hoog aan de hemel, die ertussendoor vloog.’

De verschillende leden van het Bloed in de zaal knikten goedkeurend. Alleen Beslan leek verward. Hoe leefden die mensen toch als ze de voortekenen niet kenden? Hadden ze dan niet de wens om de visioenen die het Patroon hun over het lot gaf te begrijpen? De havik en drie torens waren een omen voor toekomstige moeilijke keuzes. Ze gaven aan dat er doortastendheid nodig zou zijn. ‘Wat vind jij van het verzoek van de Herrezen Draak om een onderhoud?’ vroeg Tuon aan Galgan.

‘Misschien is het onverstandig om die man te ontmoeten, Hoogste Dochter. Ik ben niet overtuigd van zijn aanspraken op zijn titel. Heeft het Rijk op het ogenblik geen andere zorgen?’

‘Je vraagt je af waarom we onze troepen niet hebben teruggetrokken,’ zei Tuon. ‘Waarom we niet naar Seanchan zijn opgerukt om de troon in te nemen.’

Hij boog zijn hoofd. ‘Ik vertrouw op uw wijsheid, Hoogste Dochter.’

‘Dit is de Herrezen Draak,’ zei Tuon, ‘en niet alleen maar een bedrieger. Ik ben ervan overtuigd. Hij moet buigen voor de Kristallen Troon voordat de Laatste Slag kan beginnen. En dus moeten we blijven. Het is geen toeval dat de Terugkeer nu heeft plaatsgevonden. We zijn hier nodig. Meer, helaas, dan in ons thuisland.’ Galgan knikte langzaam. Hij was het met haar eens dat ze zich niet moesten terugtrekken naar Seanchan; hij had alleen aangenomen dat ze dat zou willen. Door te verklaren dat ze zouden blijven, had ze zijn ontzag verdiend. Niet dat hij niet alsnog zou overwegen zelf de troon te grijpen. Een man kon zijn positie niet vasthouden zonder een heleboel eerzucht.