Maar hij stond erom bekend dat hij niet alleen eerzuchtig was, maar ook verstandig. Hij zou niet toeslaan tot hij ervan overtuigd was dat dat het beste was. Hij zou moeten geloven dat hij een grote kans van slagen had en dat het afzetten van Tuon beter zou zijn voor het Rijk. Dat was het verschil tussen een eerzuchtige dwaas en een eerzuchtig man met verstand. Die laatste begreep dat iemand vermoorden nog maar het begin was. Tuons leven nemen en zelf de troon bestijgen zou hem niets opleveren als hij daarmee de rest van het Bloed van zich vervreemdde.
Hij liep naar de kaartentafel. ‘Als u de oorlog wilt doorzetten, Hoogste Dochter, laat me u dan op de hoogte brengen van de toestand van uw leger. Een van onze meest doortastende plannen wordt georganiseerd door luitenant-generaal Yulan.’
Galgan gebaarde naar de verzamelde officiers en een kleine, donker-huidige man van het lage Bloed stapte naar voren. Hij droeg een zwarte pruik om zijn kaalheid te verbergen, en hij kwam naderbij en knielde buigend voor Tuon.
‘U wordt verzocht op te staan en te spreken, generaal,’ sprak Selucia.
‘Spreek mijn dank uit aan de Hoogste Dochter,’ antwoordde Yulan terwijl hij opstond.
Bij de kaartentafel beduidde hij enkele bedienden om de kaart omhoog te houden zodat Tuon hem kon zien. ‘Op wat tegenslag in Arad Doman na verloopt het heroveren van deze landen zoals verwacht. Langzamer dan we zouden wensen, maar niet zonder grote overwinningen. De volkeren van deze koninkrijken komen hun buurlanden niet te hulp. We hebben grote overwinningen behaald door hen een voor een te veroveren. Er zijn slechts twee kwesties die ons zorgen baren. De eerste is die Rhand Altor, de Herrezen Draak, die een agressieve oorlog van vereniging voert in het noorden en oosten. De wijsheid van de Hoogste Dochter zal nodig zijn om ons te leren hoe we hem moeten onderwerpen.
De andere zorg is het grote aantal marath’damane dat zich heeft verzameld op de plek die bekendstaat als Tar Valon. Ik geloof dat de Hoogste Dochter heeft gehoord van het wapen dat ze hebben gebruikt om een groot stuk land ten noorden van Ebo Dar te verwoesten.’
Tuon knikte.
‘De sul’dam hadden nog nooit zoiets gezien,’ vervolgde Yulan. ‘We nemen aan dat het iets van damane is, wat hun kan worden geleerd als de juiste marath’damane worden gevangen. Dat wonderlijke vermogen dat ze hebben om zich ogenblikkelijk van de ene plek naar de andere te verplaatsen – als dat waar is – is een tweede middel van groot tactisch voordeel dat we in handen moeten krijgen.’ Tuon knikte weer, kijkend naar de kaart waarop Tar Valon te zien was. Selucia sprak: ‘De Hoogste Dochter is nieuwsgierig naar uw plannen. Ga door.’
‘Mijn diepe dank,’ zei Yulan met een buiging. ‘Als Kapitein van de Lucht heb ik de eer om de raken en to’raken te bevelen die de Terugkeer dienen. Ik geloof dat een aanval in het hart van de landen van onze vijand niet alleen mogelijk is, maar ook van groot voordeel. We hebben nog niet veel van die marath’damane tegenover ons gehad in de strijd, maar terwijl we oprukken naar landen die onder bestuur van de Herrezen Draak staan, zullen we hen ongetwijfeld in groten getale ontmoeten. Ze nemen aan dat ze op het ogenblik veilig voor ons zijn. Een aanval nu zou grote invloed hebben op de toekomst. Elke marath’damane die we beteugelen is niet alleen een machtig middel voor onze troepen, maar een verlies voor de vijand. De voorlopige verslagen wijzen erop dat er vele honderden marath’damane verzameld zijn op die plek die de Witte Toren wordt genoemd.’ Zoveel? dacht Tuon. Een zo grote groep zou de oorlog geheel doen omslaan. Goed, de marath’damane die met Martrim mee reisden zeiden dat ze niet zouden meedoen aan oorlogen. En het was inderdaad zo dat marath’damane die ooit Aes Sedai waren geweest – tot nu toe – nutteloos waren gebleken als wapens. Maar kon er een manier zijn om hun zogenaamde geloften te verdraaien? Iets wat Martrim terloops had gezegd gaf haar het vermoeden van wel. Haar vingers bewogen razendsnel.
‘De Dochter van de Negen Manen vraagt zich af hoe een aanval op hen kans van slagen kan hebben,’ sprak Selucia. ‘De afstand is groot. Honderden roeden.’
‘We zouden een leger van voornamelijk to’raken inzetten,’ zei generaal Yulan. ‘Met enkele raken om te verkennen. De kaarten die we in handen hebben gekregen, tonen uitgestrekte graslanden met heel weinig bewoners, die onderweg als rustpunten kunnen worden gebruikt. We zouden hier Morland kunnen oversteken,’ hij wees naar een tweede kaart die door bedienden werd opgehouden, ‘en vanuit het zuiden naar Tar Valon kunnen komen. Als het de Hoogste Dochter behaagt, zouden we ’s nachts kunnen aanvallen, als de marath’damane slapen. Ons doel daarbij is om er zo veel mogelijk te vangen.’
‘De Hoogste Dochter vraagt zich af of dit werkelijk uitvoerbaar is,’ sprak Selucia.
Tuon was geïntrigeerd. ‘Hoeveel manschappen zouden we voor zo’n aanval kunnen inzetten?’
‘Als we ons volledig inzetten?’ vroeg Yulan. ‘Ik denk dat we tussen de tachtig en honderd to’raken kunnen vergaren voor de aanval.’ Tachtig tot honderd to’raken. Dus zo’n driehonderd soldaten met wapens, om ruimte over te laten om gevangen marath’damane mee terug te nemen. Driehonderd was een aanzienlijk aantal voor een dergelijke aanval, maar ze zouden snel en licht moeten reizen om niet in de val te lopen.
‘Als het de Hoogste Dochter behaagt,’ zei generaal Galgan, die weer naar voren stapte. ‘Ik denk dat er veel te zeggen is voor generaal Yulans plan. Het gevaar van grote verliezen blijft bestaan, maar zo’n kans krijgen we nooit meer. Als ze worden ingezet in het conflict tegen ons, zouden die marath’damane ons kunnen uitschakelen. En als we toegang kunnen krijgen tot dat wapen van hen, of zelfs hun vermogen om grote afstanden af te leggen... Nou, ik denk dat we voor zo’n grote prijs elke to’raken in ons leger op het spel mogen zetten.’
‘Als het de Hoogste Dochter behaagt,’ vervolgde generaal Yulan. ‘Voor ons plan is de inzet nodig van twintig troepen van de Hemelvuisten – tweehonderd soldaten in totaal – en vijftig gekoppelde sul’dam. We denken dat een kleine groep Bloedmessen misschien ook van pas zou komen.’
Bloedmessen, de keurtroepen van de Hemelvuisten, op zichzelf al een bijzondere groep. Yulan en Galgan waren wel toegewijd aan deze actie! Je zette nooit Bloedmessen in, behalve als het je oprecht ernst was, want ze keerden nooit terug van hun missie. Het was hun plicht om nadat de Vuisten zich terugtrokken achter te blijven en schade te berokkenen – zo veel mogelijk schade – aan de vijand. Als ze enkelen daarvan in Tar Valon konden krijgen, met het bevel om zo veel mogelijk marath’damane te doden...
‘De Herrezen Draak zal niet goed reageren op deze aanval,’ zei Tuon tegen Galgan. ‘Is hij niet verbonden met die marath’damane?’
‘Volgens sommige verslagen,’ antwoordde Galgan. ‘Volgens andere is hij tegen ze gekant. Weer andere melden dat ze zijn pionnen zijn. Onze gebrekkige kennis op dit gebied slaat mijn ogen neer, Hoogste Dochter. Ik ben niet in staat geweest de leugens te onderscheiden van de waarheid. Totdat we betere inlichtingen hebben, moeten we van het ergste uitgaan, namelijk dat deze aanval hem bijzonder zal ontstemmen.’
‘En je blijft van mening dat het de moeite waard is?’
‘Ja,’ zei Galgan zonder aarzelen. ‘Als die marath’damane verbonden zijn met de Herrezen Draak, dan hebben we nog meer reden om toe te slaan, voordat hij hen tegen ons kan inzetten. Misschien zal de aanval zijn toorn wekken, maar het zal hem ook verzwakken, wat u een betere positie biedt om met hem te onderhandelen.’