Выбрать главу

Ze reageerde niet op de beschuldigingen. Je loog niet, of maakte zelfs geen uitvluchten, tegenover deze figuur.

Plotseling verdween het schild dat haar blokkeerde. Haar adem stokte. Saidar was terug! Zoete kracht. Maar toen ze ernaar reikte, weifelde ze. Die zogenaamde Aes Sedai buiten zouden het voelen als ze geleidde.

Een koude hand met lange nagels raakte haar kin aan. De huid voelde aan als dood leer. Hij draaide haar gezicht omhoog naar zijn oogloze blik. ‘Je krijgt nog één laatste kans,’ fluisterden de made-achtige lippen. ‘Faal. Niet.’

Het licht vervaagde. De hand onder haar kin verdween. Ze bleef geknield zitten, vechtend tegen haar angst. Eén laatste kans. De Grote Heer beloonde falen altijd op... vindingrijke wijze. Ze had zelf dergelijke beloningen uitgedeeld, en ze had niet de wens die te ontvangen. Daarbij vergeleken zou elke foltering of straf die deze Aes Sedai konden verzinnen er kinderachtig uitzien. Ze dwong zichzelf te gaan staan en liep op de tast door de cel. Ze kwam bij de deur en probeerde met ingehouden adem de klink. De deur ging open. Ze glipte de kamer uit zonder de scharnieren te laten piepen. Buiten lagen drie lijken op de vloer, van hun stoelen gegleden. De vrouwen die haar schild in stand hadden gehouden. Er was nog iemand anders, die op de vloer voor de drie knielde. Een Aes Sedai. Een vrouw in het groen, met bruin haar in een paardenstaart en haar hoofd gebogen.

‘Ik leef om te dienen, hoge meesteresse,’ fluisterde de vrouw. ‘Er is me opgedragen u te vertellen dat er Wilsdwang in mijn geest zit, die u moet verwijderen.’

Semirhage trok haar wenkbrauw op; ze had niet beseft dat er Zwarte Zusters onder de Aes Sedai hier waren. Wilsdwang verwijderen kon een heel... akelige uitwerking op iemand hebben. Zelfs als de Wilsdwang zwak of verfijnd was, dan nog kon het de hersenen ernstig aantasten als het werd weggenomen. Als de Wilsdwang sterk was, nou, dat was nogal bijzonder om te zien. ‘En,’ zei de vrouw, die iets wat in een doek was gewikkeld uitstak, ‘ik moest u dit geven.’ Ze verwijderde de doek en onthulde een matglanzende metalen halsband en twee armbanden.

De Beheersingsband.

Hij was gemaakt tijdens het Breken, en hij leek verbazingwekkend veel op de a’dam waar Semirhage zo lang mee had gewerkt. Met deze ter’angreaal kon een mannelijke geleider worden beheerst. Eindelijk brak er een glimlach door Semirhages angst heen.

Rhand had de Verwording slechts eenmaal bezocht, hoewel hij zich kon herinneren dat hij hier bij meerdere gelegenheden was geweest voordat de Verwording het land besmette. Lews Therins herinneringen. Niet die van hem.

De waanzinnige begon boos te sissen en mompelen terwijl ze door de Saldeaanse struiken reden. Zelfs Tai’daishar werd schichtig naarmate ze verder naar het noorden koersten.

Saldea was een bruin landschap met struiken en donkere aarde, bij lange na niet zo kaal als de Aielwoestenij, maar zeker geen zacht of weelderig land. Boerenhoeven stonden hier vrij veel, maar ze leken bijna op forten, en jonge kinderen gedroegen zich als ervaren strijders. Lan had hem eens verteld dat een jongen bij de Grenslanders een man werd zodra hij het recht verdiende om een zwaard te dragen.

‘Heb je eraan gedacht,’ zei Ituralde, die links van Rhand reed, ‘dat wat wij hier doen zou kunnen worden opgevat als een invasie?’ Rhand knikte naar Bashere, die door de struiken rechts van Rhand reed. ‘Ik heb soldaten van hun eigen bloed bij me,’ zei hij. ‘De Saldeanen zijn mijn bondgenoten.’

Bashere lachte. ‘Ik betwijfel of de koningin het zo zal zien, mijn vriend! Het is vele maanden geleden dat ik voor het laatst naar haar bevelen heb gevraagd. Ik zou er zelfs niet van opkijken als blijkt dat ze inmiddels mijn hoofd al heeft geëist.’

Rhand richtte zijn blik naar voren. ‘Ik ben de Herrezen Draak. Het is geen invasie als we oprukken tegen de krachten van de Duistere.’ Verderop rezen de uitlopers van de Dhoembergen op. Ze hadden een donkere kleur, alsof de berghellingen waren bedekt met roet. Wat zou hij zelf doen als een andere monarch een Poort gebruikte om bijna vijftigduizend soldaten binnen zijn grenzen af te leveren? Het was een oorlogsdaad, maar de troepen van de Grenslanders waren weg, het Licht mocht weten wat aan het doen, en hij zou deze landen niet onverdedigd laten. Slechts een uur rijden naar het zuiden hadden Ituraldes Domani een versterkt kamp opgezet bij een rivier die ontsprong in de hooglanden van Wereldrand. Rhand had hun kamp en soldaten geïnspecteerd. Daarna had Bashere geopperd dat Rhand eens in de Verwording moest gaan kijken. De verkenners waren verbaasd geweest te zien hoe snel de Verwording oprukte, en Bashere vond het belangrijk dat Ituralde en Rhand dat zelf ook zagen. Rhand was het daarmee eens. Kaarten konden de waarheid niet overbrengen zoals wanneer je iets met eigen ogen zag. De zon zakte naar de horizon als een dichtzakkend oog dat verlangde naar slaap. Tai’daishar stampte met zijn hoef en gooide met zijn hoofd. Rhand stak zijn hand op om de groep te laten halt houden: twee generaals, vijftig soldaten en een gelijk aantal Speervrouwen, met Narishma achteraan om Poorten te weven. Ten noorden, op de glooiende helling, wuifden breedbladig gras en kleine struikjes golvend in de wind. Er was geen duidelijke lijn waar de Verwording begon. Een vlekje op een grasspriet hier, een ziekelijke kleur van een stengel daar. Elk afzonderlijk vlekje was onschuldig, maar het waren er te veel, veel te veel. Boven aan de heuvel was geen enkele plant vrij van de vlekken. De pokken leken zich voor zijn ogen te verspreiden.

Er hing een vettig gevoel van sterfte over de Verwording, van planten die amper standhielden, in leven gehouden als gevangenen die bijna de hongerdood stierven. Als Rhand zoiets als dit had gezien op een akker in Tweewater, dan zou hij de hele oogst hebben verbrand en er verbaasd over zijn geweest dat niemand anders dat al had gedaan.

Bashere wreef met zijn knokkels over zijn lange, donkere snor. ‘Er staat me bij dat het pas over een paar span begon,’ merkte hij op. ‘Dat is nog niet eens zo lang geleden.’

‘Ik heb al verkenners langs de buitenranden gestuurd,’ zei Ituralde. Hij staarde uit over het ziekelijke landschap. ‘Alle verslagen zijn hetzelfde. Het is hier stil.’

‘Dat zou genoeg waarschuwing moeten zijn dat er iets mis is,’ vond Bashere. ‘Er zijn altijd soldaten of bendes Trolloks om tegen te vechten. En anders wel iets ergers, dat hen verjaagt. Wormen of bloed-wespen.’

Ituralde leunde met zijn arm op het zadel en schudde zijn hoofd terwijl hij naar de Verwording bleef staren. ‘Ik heb geen ervaring met vechten tegen zulke dingen. Ik weet hoe mensen denken, maar plundertroepen van Trolloks hebben geen proviandaanvoer, en ik heb alleen maar verhalen gehoord over waar wormen toe in staat zijn.’

‘Ik zal enkele van Basheres officiers hier bij je laten om je met raad bij te staan,’ bood Rhand aan.

‘Dat zou helpen,’ antwoordde Ituralde, ‘maar ik vraag me af of het niet beter zou zijn Bashere gewoon hier te laten. Zijn soldaten kunnen dit gebied bewaken, en u zou mijn soldaten goed kunnen gebruiken in Arad Doman. Ik zeg het niet graag, heer, maar vindt u het niet vreemd dat we in eikaars koninkrijken werken?’

‘Nee,’ zei Rhand. Het was niet vreemd, het was gezond verstand. Hij vertrouwde Bashere, en de Saldeanen hadden Rhand goed gediend, maar het zou gevaarlijk zijn om hen in hun eigen thuisland achter te laten. Bashere was een neef van de koningin zelf, en hoe zat het met zijn mannen? Hoe zouden ze reageren als hun eigen volk vroeg waarom ze Draakgezworenen waren geworden? Hoe vreemd het ook was, Rhand wist dat hij een veel kleinere brand zou stichten door buitenlanders op Saldeaans grondgebied achter te laten. Zijn redenering ten aanzien van Ituralde was even rechtlijnig. De man had aan hem gezworen, maar bondgenootschappen konden veranderen. Hierbuiten, in de buurt van de Verwording, zouden Ituralde en zijn soldaten heel weinig kans hebben zich tegen Rhand te keren. Ze waren op vijandig gebied en Rhands Asha’man waren hun enige snelle weg om terug te komen naar Arad Doman. Als hij Ituralde echter in zijn eigen land achterliet, dan zou hij soldaten kunnen rekruteren en misschien besluiten dat hij de bescherming van de Herrezen Draak niet nodig had.