Выбрать главу

‘Niet helemaal, blijkbaar,’ zei Cordelia terwijl ze om zich heen keek in de schijnbaar onbevolkte wildernis.

‘Nee…’ Zijn ademhaling ging over in een zucht met getuite lippen, terwijl hij in peinzende ongerustheid over zijn schouder achteromkeek naar Gregor.

‘Heeft Pjotr u verteld wat er gistermiddag is gebeurd?’

‘Jep. Ik ben eergisterochtend bij het meer weggegaan. Heb alle opwinding gemist. Ik verwacht dat het nieuws me voor het middaguur zal inhalen.’

‘Is het waarschijnlijk dat we door… iets anders worden ingehaald?’

‘Dat zullen we moeten afwachten.’ Hij voegde daar aarzelend aan toe: ‘U moet die kleren kwijt, mevrouw. De naam vorkosigan, a. in grote blokletters op de zak van uw jasje is niet echt onopvallend.’ Cordelia wierp verdrietig een blik naar beneden op Arals zwarte uniformhemd.

‘De livrei van meneer trekt ook nogal de aandacht,’ vervolgde Kly, omkijkend naar Bothari. ‘Maar in de juiste kleren zullen jullie niet opvallen. Ik zal zien wat ik kan doen, zo meteen.’

Cordelia had buikpijn bij het vooruitzicht van rust. Een toevluchtsoord. Maar welke prijs zouden degenen moeten betalen die haar dat toevluchtsoord boden? ‘Brengt het u in gevaar om ons te helpen?’ Hij trok zijn borstelige grijze wenkbrauwen op. ‘Zou kunnen.’ Zijn toon nodigde niet uit tot verder uitdiepen van het onderwerp. Ze moest op een of andere manier haar vermoeide geest weer op gang brengen, als ze van enig nut wilde zijn voor iedereen om zich heen, in plaats van ze slechts in gevaar te brengen. ‘Dat kauwblad van u, heeft dat net zo’n soort effect als koffie?’

‘O, beter dan koffie, mevrouw.’

‘Mag ik er wat van proberen?’ Bedeesd dempte ze haar stem. Misschien was het een te intiem verzoek.

Zijn wangen plooiden zich in een droge grijns. ‘Alleen boerenpummels zoals ik gebruiken kauwblad, mevrouw. Mooie Vor-dames uit de hoofdstad zouden niet dood gevonden willen worden met zoiets tussen hun parelwitte tandjes.’

‘Ik ben niet mooi, ik ben geen dame en ik kom niet uit de hoofdstad. En ik zou op het moment een moord doen voor koffie. Ik wil het graag proberen.’

Hij legde zijn teugels op de nek van zijn gestaag voortsjokkende paard, rommelde in de zak van zijn blauwgrijze jasje en trok zijn etui te voorschijn. Hij brak een dot af, met niet al te schone vingers, en gaf het haar aan.

Ze keek er even weifelend naar, donker en bladachtig in haar handpalm. Stop nooit vreemde organische stoffen in je mond voordat ze gecontroleerd zijn door het lab. Ze pakte het op met haar lippen. De pruim was kleverig gemaakt met een beetje ahornstroop, maar nadat haar speeksel de eerste alarmerende zoetigheid had weggespoeld was de smaak aangenaam bitter en scherp. Het leek het laagje op haar tanden van de afgelopen nacht te verwijderen, een hele verbetering. Ze ging rechter zitten.

Kly keek haar geamuseerd aan. ‘Wat bent u dan wel, buitenwereldse niet-dame?’

‘Ik ben astrocartograaf geweest. Toen kapitein van een Verkenningsschip. Toen soldaat, krijgsgevangene en voortvluchtige. En daarna echtgenote, en toen moeder. Ik weet niet wat ik hierna zal worden,’ antwoordde ze naar waarheid, met de pruim in haar mond. Alsjeblieft geen weduwe.

‘Moeder? Ik heb gehoord dat u in verwachting was, maar… hebt u de baby niet verloren aan soltoxine?’ Hij keek in verwarring naar haar middel.

‘Nog niet. Hij heeft nog een kleine kans. Hoewel het een beetje oneerlijk lijkt om hem het nu al op te laten nemen tegen heel Barrayar… Hij is te vroeg geboren. Door middel van een chirurgische ingreep.’ (Ze besloot niet te proberen de kunstmatige baarmoeder uit te leggen.) ‘Hij is in het Keizerlijke Militaire Hospitaal. In Vorbarr Sultana. Dat voor zover ik weet net is ingenomen door Vordarians opstandelingen…’ Ze huiverde. Vaagens lab was geheim, en er was niets om iemands aandacht te trekken. Miles was veilig, veilig, veilig; één barstje in die eierschil van overtuiging en de hysterie zou te voorschijn kruipen… Aral, nou ja, als iemand voor zichzelf kon zorgen was het Aral wel. Maar hoe had hij er dan zo in kunnen lopen, hè, hè? Er bestond geen twijfel over dat de KeiVei wemelde van de verraders. Ze konden niemand hier vertrouwen, en waar was Illyan? Zat hij vast in Vorbarr Sultana? Of speelde hij met Vordarian onder één hoedje? Nee… Waarschijnlijk was hij afgesneden. Net als Kareen. Net als Padma en Alys Vorpatril. Een wedloop van het leven tegen de dood… ‘Niemand zal het hospitaal lastig vallen,’ zei Kly, die naar haar gezicht keek.

‘Ik… Nee. Natuurlijk niet.’

‘Waarom bent u naar Barrayar gekomen, buitenwereldse?’

‘Ik wilde kinderen krijgen.’ Er rolde een vreugdeloze lach van haar lippen. ‘Heb jij kinderen, Kly de Post?’

‘Voor zover ik weet niet.’

‘Daar heb je heel verstandig aan gedaan.’

‘O…’ Zijn uitdrukking werd afwezig. ‘Ik weet het niet. Sinds mijn vrouw is overleden, is het nogal stil geworden. Sommige mannen die ik ken, hebben veel zorgen gehad om hun kinderen. Ezar. Pjotr. Ik weet niet wie de offergaven op mijn graf in brand zal steken. M’n nichtje misschien.’

Cordelia wierp een blik op Gregor, die heen en weer wiegde op de zadeltassen en luisterde. Gregor had de lont van Ezars enorme offervuur aangestoken, zijn hand geleid door die van Aral. Ze reden omhoog over het pad. Vier keer dook Kly een zijpad in terwijl Cordelia, Bothari en Gregor uit het zicht wachtten. Van de derde van deze bestelritjes kwam Kly terug met een bundeltje dat onder andere bestond uit een oude rok, een versleten lange broek en wat graan voor de vermoeide paarden. Cordelia, die het nog steeds koud had, trok de rok aan over haar oude verkenningsbroek. Bothari verwisselde zijn opvallende bruine uniformbroek met de zilveren streep opzij voor het afdankertje van de man uit de heuvels. De pijpen waren te kort en trokken op tot boven zijn enkels, zodat hij eruitzag als een sinistere vogelverschrikker. Bothari’s uniform en Cordelia’s zwarte legerhemd werden uit het zicht opgeborgen in een lege postzak. Kly loste het probleem van Gregors ontbrekende schoen op door hem eenvoudig ook de andere uit te trekken en de jongen blootsvoets te laten gaan, en hij verborg zijn te mooie blauwe pak onder een bovenmaats mannenoverhemd waarvan hij de mouwen oprolde. Man, vrouw, kind, ze zagen eruit als een haveloos, armoedig gezinnetje uit de heuvels. Ze bereikten de top van de Amiepas en begonnen aan de afdaling. Af en toe stonden er mensen langs de kant van de weg op Kly te wachten; hij bracht mondelinge boodschappen over, die hij, voor zover Cordelia kon bepalen, woordelijk afratelde. Hij deelde brieven op papier uit en goedkope stemschijfjes met blikkerige, dunne afspeelapparaatjes. Tweemaal bleef hij staan om brieven voor te lezen aan blijkbaar analfabete ontvangers, en eenmaal aan een blinde man die werd geleid door een klein meisje. Cordelia werd bij elke vriendelijke ontmoeting onrustiger, uitgeput door inspanning en nervositeit. Zal die man ons verraden? Wat voor indruk ?naken we op die vrouw? De blinde man kan ons in elk geval niet beschrijven…

Toen Kly tegen de schemering terugkwam van een van zijn bestelritjes, keek hij het verlaten, beschaduwde spoor door de wildernis naar beide kanten af en verklaarde: ‘Het is hier veel te druk.’ Het was een teken van Cordelia’s gespannenheid dat ze merkte dat ze het met hem eens was.

Hij bekeek haar met een bezorgde blik. ‘Denkt u dat u het nog vier uur kunt volhouden, mevrouw?’

Wat is het alternatief? Hier naast deze modderplas gaan zitten huilen totdat we gevangen worden genomen?Ze kwam met moeite overeind van de boomstronk waar ze op was gaan zitten om op de terugkeer van hun gids te wachten. ‘Dat hangt ervan af wat er aan het eind van die vier uur is.’

‘Mijn huis. Meestal breng ik deze nacht door bij mijn nichtje, hier vlakbij. Als ik mijn bestellingen rondbreng, doe ik er van hier af nog een uur of tien over, maar als we meteen door naar boven gaan, kunnen we het in vier halen. Dan kan ik morgenochtend weer naar dit punt terugkomen en mijn gebruikelijke schema aanhouden. Heel onopvallend. Niets op aan te merken.’