Выбрать главу

Maar nee. Deze mannen voerden de Saldeaanse vlag. Hij keek om. De poorten van Maradon stonden open, en Ituraldes vermoeide overlevenden mochten naar binnen strompelen. Er vloog vuur van de kantelen af; zijn Asha’man waren naar boven gelaten om goed uitzicht te hebben over het slagveld.

Een groep van twintig ruiters maakte zich los en galoppeerde over de Myrddraal heen, die werd verpletterd. De laatste man in de groep sprong uit zijn zadel en hakte met een handbijl op het schepsel in. Overal op het slagveld werden de Trolloks onder de voet gelopen, neergeschoten of doorboord.

Het zou niet lang goed blijven gaan. Steeds meer Trolloks kwamen door Ituraldes vroegere bolwerk heen en renden de helling af. Maar de hulp van de Saldeanen zou genoeg zijn, nu die poorten open stonden en nu de Asha’man met hun vuur verwoesting zaaiden. De resten van Ituraldes leger vluchtten naar de veiligheid. Hij was trots toen hij Barettal en Connel – de laatsten van zijn wacht – te voet over het veld naar hem toe zag komen, hun paarden ongetwijfeld dood, hun uniformen besmeurd met bloed.

Hij schoof zijn zwaard in de schede en trok de werpspeer uit Ochtendwevings nek. Als hij daarop steunde, kon hij staan. Een ruiter uit de Saldeaanse troepen draafde naar hem toe; een man met een smal gezicht, een haakneus en borstelige zwarte wenkbrauwen. Hij had een kortgeknipte baard en tilde een bebloed zwaard naar Ituralde op. ‘Je leeft nog.’

‘Ja,’ zei Ituralde toen zijn twee wachters aankwamen. ‘Ben jij de commandant van dit leger?’

‘Voorlopig,’ zei de man. ‘Ik ben Yoeli. Kun je rijden?’

‘Beter dan hier blijven.’

Yoeli stak zijn hand uit en trok Ituralde achter zich in het zadel. Ituraldes been verzette zich hiertegen met een felle pijnscheut, maar er was geen tijd om op een draagbaar te wachten. Twee andere ruiters namen Ituraldes wachters achterop, en weldra reden de drie in galop naar de stad.

‘Het Licht zegene jullie,’ zei Ituralde. ‘Maar het duurde wel lang.’

‘Weet ik.’ Yoeli’s stem klonk vreemd grimmig, ik hoop dat je dit waard bent, indringer, want mijn daden van vandaag zullen me mijn leven kosten.’

‘Hoe bedoel je?’

De man antwoordde niet. Hij droeg Ituralde op donderende hoeven naar de veiligheid van de stad; voor zover het er veilig was, aangezien de stad nu zou worden belegerd door enkele honderdduizenden leden van het Schaduwgebroed.

Morgase liep het kamp uit. Niemand hield haar tegen, hoewel sommige mensen haar wel vreemde blikken toewierpen. Ze kwam langs de beboste noordelijke rand. Het waren knoesteiken, ver uit elkaar vanwege hun grote, uitgespreide takken. Ze liep onder de takken door en ademde de vochtige lucht diep in. Gaebril was een Verzaker geweest.

Uiteindelijk vond ze een plekje waar een smal stroompje uit de bergen een spleet tussen twee rotsen vulde en daar een stille, heldere poel vormde. De hoge rotsen eromheen leken wel een oeroude, gebroken troon voor een reus van vijftien roeden lang te vormen. De bomen erboven droegen nog blad, hoewel veel daarvan er ziekelijk uitzag. Er waaiden wat dunnere wolken langs, waardoor vingers van zonlicht uit de bewolkte hemel omlaag reikten. Dat versplinterde licht scheen in stralen door het heldere water en vormde vlekken van licht op de bodem van de poel. Er schoten elritsen tussen de vlekken heen en weer, alsof ze onderzoek wilden doen naar het licht. Morgase liep om de poel heen en nam plaats op een platte rots. De geluiden van het kamp waren in de verte nog te horen. Geroep, palen die in de grond werden gedreven, karren die over de paden rommelden.

Ze staarde in het water. Bestond er iets afschuwelijkers dan dat iemand anders je behandelde als een spelstuk? Dat je gedwongen was naar die ander zijn pijpen te dansen, zonder eigen wil? In haar jeugd had ze veel ervaring opgedaan met buigen voor de grillen van anderen. Dat was voor haar de enige manier geweest om haar bewind te stabiliseren.

Taringael had geprobeerd haar te manipuleren. Eigenlijk was hij daar meestal in geslaagd. En er waren nog anderen geweest. Zo velen, die haar deze of gene kant op hadden geduwd. Ze had tien jaar lang toegegeven aan welke groepering op dat ogenblik ook maar de sterkste was. Tien jaar van langzaam bondgenootschappen opbouwen. Het had gewerkt. Uiteindelijk was ze in staat geweest haar eigen koers te varen. Toen Taringael tijdens de jacht was verongelukt, hadden velen gefluisterd dat zijn heengaan haar had bevrijd, maar degenen die haar na stonden hadden geweten dat ze al heel ver was geweest in het overnemen van zijn gezag.

Ze wist nog exact op welke dag ze zich had ontdaan van de laatste lieden die hadden gedacht dat zij de ware macht achter de troon waren. Dat was de dag waarop ze in haar hart werkelijk koningin was geworden. Ze had gezworen dat ze zich nooit meer door iemand zou laten manipuleren.

Toen, jaren later, was Gaebril gekomen. En daarna Valda, die nog erger was geweest. Met Gaebril had ze tenminste niet in de gaten gehad wat er gebeurde. Dat had de pijn verdoofd. Voetstappen op twijgjes kondigden gezelschap aan. Het licht van boven werd gedimd doordat de dunnere wolken wegdreven. De lichtstralen vervaagden en de elritsen verspreidden zich. De voetstappen stopten naast haar troon, ik vertrek,’ zei Tallanvors stem. ‘Aybara heeft zijn Asha’man toestemming gegeven om Poorten te maken, eerst naar enkele verre steden. Ik ga naar Tyr. Volgens de geruchten is daar weer een koning. Hij verzamelt een leger om te strijden tijdens de Laatste Slag. Ik wil daar bij zijn.’ Morgase keek op en staarde voor zich uit tussen de bomen. Het was niet echt een bos. ‘Ze zeggen dat jij net zo vastberaden was als Guldenoog,’ zei ze zachtjes. ‘Dat je niet wilde rusten, dat je amper de tijd nam om te eten, dat je elk ogenblik besteedde aan zoeken naar wegen om mij vrij te krijgen.’

Tallanvor zei niets.

‘Zoiets heeft nog nooit een man voor mij gedaan,’ vervolgde ze. ‘Taringael zag me als een spelstuk, Thom als een schoonheid die hij moest najagen en inpalmen, en Garet als een koningin die hij moest dienen. Maar geen van hen maakte van mij zijn hele leven, zijn hart. Ik denk dat Thom en Garet wel van me hielden, maar als iets wat ze moesten vasthouden en verzorgen, en dan vrijlaten. Ik had niet verwacht dat jij ooit los zou laten.’

‘Dat doe ik ook niet,’ zei Tallanvor zacht. ‘Je gaat naar Tyr. En je zei dat je nooit weg zou gaan.’

‘Mijn hart blijft hier,’ antwoordde hij. ik weet heel goed wat het is om van een afstand lief te hebben, Morgase. Ik deed het al jaren voordat deze dwaze tocht begon, en ik zal het nog jaren blijven doen. Mijn hart is een verrader. Misschien zal een of andere Trollok me een dienst bewijzen en het uit mijn borst rukken.’

‘Zo bitter,’ fluisterde ze.

‘Je hebt heel duidelijk gemaakt dat mijn genegenheid ongewenst is. Een koningin en een eenvoudige wachter. Niets dan dwaasheid.’

‘Ik ben geen koningin meer,’ zei ze. ‘Niet in naam, Morgase. Alleen in je hoofd.’

Een blad viel uit de boom en belandde op het water. Met zijn gelobde rand en diepgroene kleur had hij nog een lang leven moeten hebben.

‘Weet je wat het ergste hiervan is?’ vroeg Tallanvor. ‘Het is de hoop. De hoop die ik mezelf laat voelen. Reizen met jou, je beschermen, ik dacht dat je het misschien zou zien. Dat het je misschien iets zou doen. En dat je hém zou vergeten.’

‘Hem?’

‘Gaebril,’ snauwde Tallanvor. ‘Ik zie dat je nog steeds aan hem denkt. Zelfs na wat hij je heeft aangedaan. Ik laat mijn hart hier, maar jij hebt dat van jou in Caemlin achtergelaten.’ Vanuit haar ooghoeken zag ze dat hij zich omdraaide. ‘Wat het ook is dat je in hem zag, ik heb dat niet. Ik ben maar een eenvoudige, doodgewone stommeling van een wachter die niet de juiste woorden kan zeggen. Jij wierp je aan Gaebrils voeten, en hij negeerde je bijna volkomen. Zo is de liefde. Bloedas, ik heb zo goed als hetzelfde bij jou gedaan.’ Ze zei niets.