Выбрать главу

‘Bloedas!’ riep Mart, en hij nam een grote slok bier. ‘Ik zei toch dat je er niet heen moest gaan,’ zei Birgitte. ‘Zelfs als je je vriendin vindt, dan nog kom je nooit meer naar buiten. Je kunt er weken rondzwerven zonder ooit links of rechts af te slaan, gewoon rechtdoor blijven lopen, door gang na gang. En dan nog. De grote zaal kan op enkele minuten lopen liggen, als je weet welke kant je op moet. Maar je blijft eromheen draaien.’

Mart staarde in zijn kroes, misschien wensend dat hij iets sterkers had besteld.

‘Bedenk je je al?’ vroeg ze.

‘Nee,’ zei hij. ‘Maar als we eruit komen, dan hoop ik verdomme dat Moiraine het op prijs stelt! Twee maanden?’ Hij fronste zijn voorhoofd. ‘Wacht. Als jullie allebei in die toren zijn gestorven, hoe is het verhaal dan naar buiten gekomen?’

Ze haalde haar schouders op. ‘Dat heb ik nooit ontdekt. Misschien heeft een van de Aes Sedai haar vragen gebruikt om dat te achterhalen. Iedereen wist dat ik er naar binnen was gegaan. Ik heette toen nog Jethari Maandanser. Weet je zeker dat je dat verhaal nooit hebt gehoord?’

Hij schudde nogmaals zijn hoofd.

Ze zuchtte en leunde achterover. Nou ja, niet alle verhalen over haar konden eeuwig standhouden, maar ze had gedacht dat dit verhaal nog wel een paar generaties zou meegaan.

Ze pakte haar beker om haar melk op te drinken. De beker bereikte haar lippen niet. Ze verstijfde toen ze een vloed van gevoelens van Elayne binnenkreeg. Woede, razernij, pijn.

Birgitte zette met een klap de beker op tafel, smeet een paar munten neer en stond vloekend op.

‘Wat is er?’ vroeg Mart, die in een oogwenk overeind stond. ‘Elayne. In de problemen. Alwéér. Ze is gewond.’

‘Bloedas,’ snauwde Mart. Hij greep zijn jas en staf mee terwijl ze naar de uitgang renden.

23

Vossen koppen

Elayne draaide de vreemde penning om en om in haar handen en streek met haar vingers over de vossenkop die aan de voorzijde was aangebracht. Net als bij veel ter’angrealen was lastig te bepalen welk soort metaal er oorspronkelijk bij het maken ervan was toegepast. Ze vermoedde zilver, dankzij het gevoel dat haar Talent haar gaf. Maar de penning was niet langer van zilver. Het was iets anders, iets nieuws.

De zangeres van Toneelgroep de Gelukkige Man ging verder met haar lied. Het was prachtig, zuiver en hoog. Elayne zat op een zachte stoel aan de rechterkant van de zaal, die was voorzien van een hoger gedeelte vooraan voor de spelers. Een paar wachters van Birgitte stonden achter haar.

Het was schemerig in de kamer, die alleen werd verlicht door een rij flakkerende lampen achter blauw glas in nissen langs de muren. Het blauwe licht werd verdrongen door de brandende gele lantaarns langs de voorzijde van het platform.

Elayne lette nauwelijks op. Ze had De dood van prinses Walishen vaak als ballade gehoord en zag er niet echt de zin van in om er woorden en andere spelers aan toe te voegen in plaats van één bard gewoon alles te laten zingen. Maar het was Elloriens lievelingsballade, en het gunstige nieuws uit Cairhien over deze spelers – die pas onlangs door de adel daar waren ontdekt – veroorzaakte opwinding onder veel edelen in Andor.

Vandaar deze avond. Ellorien was gekomen toen Elayne haar uitnodigde; waarschijnlijk was ze geïntrigeerd. Waarom was Elayne zo stoutmoedig om haar uit te nodigen? Binnenkort zou Elayne er gebruik van maken dat Ellorien hier was. Maar nog niet meteen. Laat die vrouw eerst maar van de voorstelling genieten. Ze zou een politieke hinderlaag verwachten. Ze zou wachten tot Elayne naar haar toe kwam en bij haar kwam zitten, of misschien een bediende zou sturen met een aanbod.

Elayne deed geen van beide, maar bleef zitten en bekeek de vossenkop-ter’angreaal. Het was een complex kunstwerkje, ook al bestond het slechts uit één massief stuk metaal. Ze vóélde de wevingen die waren gebruikt om hem te maken. Hij was veel ingewikkelder dan de eenvoudige, gedraaide droomringen.

Ze deed iets verkeerd in haar pogingen om de penning na te maken. In haar buidel zat een van haar mislukte probeersels. Ze had kopieën laten gieten, zo nauwkeurig als haar zilversmeden ze konden maken, hoewel ze vermoedde dat de vorm er niet toe deed. De hoeveelheid zilver scheen om een of andere reden wel uit te maken, maar niet de vorm waarin dat zilver werd gegoten.

Ze was in de buurt gekomen. De kopie in haar buidel werkte niet volmaakt. Minder krachtige wevingen gleden van iedereen die hem vasthield af, maar heel krachtige konden om een of andere reden niet worden afgeketst. En, problematischer nog, het was onmogelijk te geleiden als je de kopie aanraakte.

Ze kon wel geleiden als ze de oorspronkelijke penning vasthield. Ze was uitgelaten geweest toen ze ontdekte dat het vasthouden van de penning haar wevingen helemaal niet belemmerde. Zwanger zijn deed dat wel – nog steeds een bron van frustratie voor haar – maar als ze de vossenkop vasthield, kon ze geleiden. Alleen niet met de kopie. Ze had het niet helemaal goed gedaan. En helaas had ze weinig tijd. Mart zou zijn penning binnenkort weer nodig hebben.

Ze haalde het namaakexemplaar tevoorschijn en legde het op de stoel naast haar, waarna ze de Bron omhelsde en Geest weefde. Enkele Kinne, een groep die een paar stoelen verderop naar de voorstelling keek, keken op toen ze dat deed. Maar de meesten werden te zeer afgeleid door het lied.

Elayne raakte de penning aan. Meteen ontrafelden haar wevingen en verloor ze haar greep op de Bron. Het leek wel alsof er een schild over haar heen was gelegd.

Ze zuchtte toen het lied een hoogtepunt bereikte. De kopie kwam zo dicht in de buurt, maar was tegelijkertijd zo frustrerend. Ze zou nooit iets dragen dat haar ervan weerhield de Bron aan te raken, zelfs niet als het ding haar kon beschermen.

Toch was het niet volkomen nutteloos. Ze kon misschien kopieën aan Birgitte en een paar gardistenkapiteins geven. Maar ze moest niet te veel van die dingen maken. Niet terwijl ze zo effectief tegen Aes Sedai konden worden gebruikt.

Kon ze misschien een kopie teruggeven aan Mart? Hij zou het nooit weten, aangezien hij zelf niet kon geleiden...

Nee, dacht ze, en ze smoorde die verleiding in de kiem voordat hij met haar aan de haal ging. Ze had Mart beloofd hem zijn penning terug te geven, en dat zou ze ook doen. Niet een of ander namaak-exemplaar dat minder goed werkte. Ze stopte beide penningen in de zak van haar gewaad. Nu ze wist dat het mogelijk was om Mart afstand te laten doen van zijn penning, kon ze hem misschien zover krijgen dat hij haar meer tijd gaf. Hoewel de aanwezigheid van de gholam haar wel zorgen baarde. Hoe moest ze met dat schepsel omgaan? Misschien waren kopieën van de penning voor al haar wachters toch niet zo gek.

Het lied eindigde en de laatste hoge noot stierf weg als een kaars waarvan de lont opraakt. Het einde van het toneelstuk volgde kort daarna, toen mannen met witte maskers op uit de duisternis tevoorschijn sprongen. Er flitste een fel licht, iets wat in een van de lantaarns werd gegooid, en toen het licht vervaagde, lag Walishen dood op het podium, met de rokken van haar rode gewaad rondom haar uitgespreid als vergoten bloed.

De toeschouwers stonden op om te klappen. De meesten van hen waren Kinne, hoewel er ook een behoorlijk aantal volgelingen waren van de andere Hoogzetels die waren uitgenodigd. Dat waren allemaal aanhangers van haar. Dyelin, natuurlijk, en de jonge Conail Northan en de even jonge – maar twee keer zo trotse – Catalyn Hae-vin.

De laatste edele hier was Sylvase Caeren. Wat moest Elayne van haar denken? Elayne schudde haar hoofd en klapte ingetogen mee met de andere lofbetuigingen. De spelers zouden zich alleen op haar richten. Als ze niet een of ander teken van waardering gaf, zouden ze zich de hele avond zorgen maken.

Toen dat gebeurd was, liep Elayne naar een naastgelegen zitkamer waar beklede stoelen met dikke armleuningen stonden voor ontspannen gesprekken. Aan de zijkant was een kleine toog gebouwd die werd bemand door een bediende in een rood met wit uniform. Hij stond met zijn handen op zijn rug eerbiedig te wachten terwijl de toeschouwers na het toneelspel binnenwandelden. Ellorien was er nog niet, uiteraard; het werd algemeen beschaafd geacht om te wachten tot de gastvrouw zich als eerste terugtrok. Hoewel Ellorien en Elayne niet op heel goede voet stonden, waren slechte manieren uit den boze.