Выбрать главу

Bornhald reed met een boos gezicht naar Galad toe. ‘We gaan toch niet werkelijk overleg met ze voeren?’ Galad liet zijn kijkglas zakken. ‘Ja, ik denk van wel.’

‘Maar we hebben hem al gesproken!’ zei Bornhald. ‘U zei dat u die ogen wilde zien, als bewijs dat hij Schaduwgebroed was, en u hebt ze gezien. Wat wilt u nog meer?’ vroeg Byar, die zijn paard dichterbij stuurde. Hij trad tegenwoordig vaak op als wachter van Galad. ‘Hij is niet te vertrouwen, Kapiteinheer-gebieder.’ Galad knikte naar de kuil. ‘Hij had ons kunnen vernietigen met die aanval.’

‘Ik ben het met Byar eens,’ zei Bornhald. ‘Hij wil u lokken, en u dan doden om ons te demoraliseren.’

Galad knikte langzaam. ‘Dat is mogelijk.’ Hij wendde zich tot kapiteinheer Harnesh, die vlakbij reed. ‘Als ik sterf, dan wil ik dat jij het bevel overneemt en aanvalt. Val zonder genade aan; ik trek mijn bevel om Aes Sedai te vermijden in. Dood iedereen die lijkt te geleiden. Geef dat voorrang. Het is mogelijk dat we niet begrijpen wat hier gaande is.’

‘Maar u gaat tóch?’ vroeg Bornhald.

‘Ja,’ antwoordde Galad. Hij had zich door Bornhald en Byar laten ompraten om een veldslag te eisen, maar nu vroeg hij zich af of hij te haastig was geweest. Hij had die ogen gezien en de getuigenissen gehoord van zijn Kinderen en enkele anderen die met Aybara hadden gereden. Het had duidelijk geleken dat aanvallen de beste keus was.

Maar Aybara had gelijk. Hij was naar Galad toe gekomen toen hem dat was gevraagd. Misschien was het nog mogelijk om bloedvergieten te voorkomen. Galad dacht van niet, maar als er een kleine kans bestond, dan was uitstel het beste. Zo eenvoudig was het. Bornhald was niet blij. Zijn woede op de man die zijn vader had vermoord was begrijpelijk, maar het mocht de Kinderen niet leiden. ‘Jij mag met me meekomen,’ zei Galad, die zijn paard aanspoorde. ‘Dat geldt ook voor jou, Kind Byar. De kapiteinheren kunnen beter achterblijven, tussen de mannen verspreid, zodat Aybara ons niet leiderloos kan maken.’

Harnesh salueerde. Bornhald reed met tegenzin met Galad mee, net als Byar, wiens ogen gloeiden van een woeste ijver die paste bij Bornhalds woede. Ze hadden beiden nederlagen en hoon ervaren door toedoen van die Perijn Aybara. Galad nam ook vijftig Kinderen mee als wachters, die achter hem aan reden.

Er was al een paviljoen opgericht toen ze aankwamen. Het had een plat dak en was eenvoudig, met vier palen waarover het bruingrijze zeildoek was gespannen. Er stond een kleine vierkante tafel onder, en twee stoelen.

Aybara zat aan de ene kant van de tafel. Hij stond op toen Galad naderde; vandaag droeg de grote man een groene jas en bruine broek – allebei goed gemaakt maar onversierd – en hij had die hamer aan zijn middel. De kleding had iets nuchters en verstandigs. Nee, dit was geen man van paleizen, maar een man van akkers en bossen. Een houtvester die het tot edele had geschopt. Twee mannen uit Tweewater met hun krachtige, lange bogen stonden achter in het paviljoen. Hij had gehoord dat het oorspronkelijk onafhankelijke boeren en herders waren; sterke mensen. En zij hadden die Perijn Aybara gekozen om hen aan te voeren. Galad liep naar het paviljoen toe. Byar en Bornhald liepen mee, hoewel de andere vijftig te paard buiten bleven staan. Anders dan bij hun vorige ontmoeting waren hier Aes Sedai aanwezig. Hij zag er drie. Een kleine Cairhiense vrouw, een slanke, aardig uitziende vrouw in een eenvoudig gewaad en een stevige vrouw met talloze vlechten, waarschijnlijk uit Tarabon. Ze stonden bij de groep Aielvrouwen met omslagdoeken om, bewaakt door een handvol Speervrouwen. Die Aiel verleenden geloofwaardigheid aan de bewering dat Aybara was gestuurd door de Herrezen Draak. Galad legde zijn hand achteloos op de knop van zijn zwaard en bekeek de anderen in het paviljoen.

En toen verstijfde hij. Er stond een opvallend mooie vrouw achter Aybara’s stoel. Nee, niet mooi. Adembenemend. Lang, glanzend zwart haar dat bijna straalde. Ze droeg een rood gewaad, waarvan de dunne stof haar rondingen benadrukte en de halslijn zo laag was dat de welving van haar boezem werd onthuld. En die ogen. Zo donker, met lange, prachtige wimpers. Hij leek... er wel naartoe getrokken te worden. Waarom was die vrouw er de vorige keer niet bij?

‘U lijkt verbaasd,’ zei Aybara toen hij weer ging zitten. Hij sprak op norse toon. ‘De vrouwe Eerste is hier op bevel van de Draak, net als ik. Had u de vlag van Mayene niet boven mijn leger gezien?’

‘Ik...’ Galad liet zijn mond dichtvallen en maakte een buiging voor de vrouw. Berelain sur Paendrag Paeron? Hij had wel gehoord dat ze een ongelooflijke schoonheid was, maar die verhalen deden haar geen recht. Galad rukte zijn blik van haar los en dwong zichzelf tegenover Aybara te gaan zitten. Hij moest zich concentreren op zijn vijand.

Die goudkleurige ogen waren nog net zo onthutsend als hij zich herinnerde. Zo vreemd om daar in te kijken. Ja, die man kon niet anders dan Schaduwgebroed zijn. Waarom zouden zo velen zo’n schepsel volgen? Waarom zou zij zo’n schepsel volgen? ‘Dank u voor uw komst,’ begon Aybara. ‘Onze vorige ontmoeting was haastig. Deze keer doen we het goed. U moet weten dat de vrouw die naast me staat Alliandre Maritha Kigarin is, koningin van Geldan, Gezegend door het Licht, Verdedigster van Garens Muur.’ Dus die statige, donkerharige vrouw was de huidige koningin van Geldan. Natuurlijk, met de onrust die daar de laatste tijd heerste waren er waarschijnlijk wel tien mensen die probeerden de troon op te eisen. Ze was knap, maar stond volledig in de schaduw van Berelain.

Perijn knikte naar een derde vrouw. ‘Dit is Faile ni Bashere t’Aybara, mijn echtgenote en nicht van de koningin van Saldea.’ Aybara’s vrouw keek Galad argwanend aan. Ja, ze was overduidelijk Saldeaans, aan die neus te zien. Bornhald en Byar hadden niet van haar koninklijke banden geweten.

Twee monarchen in de tent, en allebei achter Aybara. Galad stond uit zijn stoel op om te buigen voor Alliandre zoals hij voor Berelain had gedaan. ‘Majesteit.’

‘U bent zeer beleefd, Kapiteinheer-gebieder,’ zei Berelain. ‘En dat waren sierlijke buigingen. Zeg eens, waar bent u opgeleid?’ Haar stem was net muziek. ‘Aan het hof van Andor, vrouwe. Ik ben Galad Damodred, stiefzoon van de gewezen koningin Morgase en halfbroer van Elayne Trakand, de rechtmatige koningin.’

‘Aha,’ zei Perijn. ‘Het werd eens tijd dat ik je naam kende. Ik wou dat je dat de vorige keer al had gezegd.’

Berelain keek in zijn ogen en glimlachte, en ze zag eruit alsof ze naar voren wilde stappen. Ze hield zichzelf echter in bedwang. ‘Galad Damodred. Ja, ik dacht al dat ik iets in uw gezicht herkende. Hoe gaat het met uw zus?’

‘Ik hoop dat het haar goed gaat,’ zei Galad. ‘Ik heb haar al enige tijd niet meer gezien.’

‘Het gaat goed met Elayne,’ bromde Perijn. ‘Het laatste wat ik heb gehoord – nog maar een paar dagen geleden – is dat ze haar aanspraak op de troon heeft veiliggesteld. Ik zou er niet van opkijken als ze zich nu voorbereidt om met Rhand te trouwen. Als ze hem weg kan trekken van welk rijk hij dan nu ook weer aan het veroveren is.’

Achter Galad siste Byar zachtjes. Had Aybara hem willen beledigen door te liegen over een verhouding tussen Elayne en de Herrezen Draak? Helaas kende Galad zijn zus maar al te goed. Ze was impulsief, en ze had inderdaad een ongepaste belangstelling voor de jonge Altor aan de dag gelegd.

‘Mijn zus mag doen wat ze wil,’ zei Galad, verbaasd over hoe gemakkelijk het hem afging om zijn ergernis ten opzichte van haar en de Herrezen Draak te beheersen. ‘We zijn hier om het over jou te hebben, Perijn Aybara, en je leger.’

Aybara boog zich naar voren en legde zijn handen op tafel. ‘We welen allebei dat dit niet om mijn leger gaat.’