‘Maighdin?’ vroeg Aybara. ‘Is dit waar?’
Ze hief haar kin en keek Aybara in de ogen. Hoe konden ze de koningin in haar niet zien?
‘Ik bén Morgase Trakand,’ zei ze. ‘Maar ik heb mijn troon afgestaan ten gunste van Elayne. Ik zweer onder het Licht dat ik de kroon nooit meer zal opeisen.’
Galad knikte. Ja, ze moest hebben gevreesd dat Aybara haar tegen Andor zou gebruiken. ‘Ik neem je mee naar mijn kamp, moeder,’ zei Galad, nog steeds kijkend naar Aybara. ‘Dan kunnen we het hebben over hoe deze man je heeft behandeld.’
Ze richtte een vlakke blik op Galad. ‘Een bevel, Galad? Heb ik hier niets over te zeggen?’
Hij fronste zijn voorhoofd, boog zich naar voren en fluisterde: ‘Houdt hij nog anderen gevangen? Wat voor druk oefent hij op je uit?’
Ze schudde haar hoofd en antwoordde zachtjes. ‘Deze man is niet wat jij denkt dat hij is, Galad. Hij is ruw, en het bevalt me niet wat hij met Andor doet, maar hij is geen vriend van de Schaduw. Ik heb meer te vrezen van je... kameraden dan van Perijn Aybara.’ Ja, ze had reden om de Kinderen te wantrouwen. Goede reden. ‘Wil je met mij meekomen? Ik beloof dat je mag vertrekken en terugkeren naar Aybara’s kamp wanneer je maar wilt. Hoe je in het verleden ook hebt geleden onder de Kinderen, nu zul je veilig zijn. Dat zweer ik.’
Morgase knikte naar hem.
‘Damodred,’ zei Aybara, ‘wacht even.’
Galad draaide zich om en legde zijn hand weer op zijn zwaardknop. Niet als dreigement, maar als geheugensteuntje. Veel mensen in het paviljoen waren gaan fluisteren.
‘Ja?’ zei Galad.
‘Je wilde een rechter,’ zei Aybara. ‘Zou je je moeder in die positie aanvaarden?’
Galad aarzelde niet. Natuurlijk niet; ze was koningin geweest sinds haar achttiende naamdag, en hij had haar oordelen zien vellen. Ze was eerlijk. Streng, maar eerlijk.
Maar zouden de andere Kinderen haar ook aanvaarden? Ze was opgeleid door de Aes Sedai. Ze zouden haar beschouwen als een van hen. Een probleem. Maar als het hierin een uitweg vormde, dan zagen ze misschien de waarheid in.
‘Ja,’ zei Galad. ‘En als ik voor haar insta, dan mijn mannen ook.’
‘Nou,’ zei Aybara, ‘ik zou haar ook aanvaarden.’ Beide mannen wendden zich naar Morgase. Ze stond daar in haar eenvoudige gele gewaad en leek met het ogenblik meer een koningin. ‘Perijn,’ zei ze, ‘als ik een oordeel vel, zal ik mijn besluiten niet temperen. Je hebt me opgevangen toen ik onderdak nodig had, en daar ben ik je dankbaar voor. Maar als ik van oordeel ben dat je moord op je geweten hebt, dan zal ik dat kenbaar maken.’
‘Dat is aanvaardbaar,’ zei Aybara. Hij scheen het oprecht te menen. ‘Mijn Kapiteinheer-gebieder,’ zei Byar zachtjes in Galads oor, en hij klonk bezield. ‘Ik vrees dat het een schijnvertoning zou zijn! Hij heeft niet gezegd dat hij zich zou onderwerpen aan zijn straf.’
‘Nee, dat heb ik inderdaad niet gezegd,’ zei Aybara. Hoe had hij die fluistering verstaan? ‘Het zou zinloos zijn. Jullie denken dat ik een Duistervriend en een moordenaar ben. Jullie zouden me toch niet op mijn woord geloven dat ik straf zou ondergaan, behalve als jullie me in hechtenis hadden. En dat sta ik niet toe.’
‘Ziet u?’ zei Byar nu luider. ‘Wat is er de zin van?’ Galad keek weer in Aybara’s gouden ogen. ‘We houden een rechtsgeding,’ besloot hij met meer overtuiging. ‘En wettige rechtvaardiging. Ik begin het te begrijpen, Kind Byar. We moeten onze beweringen staven, anders zijn we niet beter dan Asunawa.’
‘Maar dat rechtsgeding zal niet eerlijk verlopen!’ Galad wendde zich tot de lange soldaat. ‘Twijfel je aan de onpartijdigheid van mijn moeder?’
De slungelige man verstijfde, maar toen schudde hij zijn hoofd. ‘Nee, Kapiteinheer-gebieder.’
Galad draaide zich weer naar Aybara om. ‘Ik verzoek koningin Alliandre te bevestigen dat dit rechtsgeding in haar rijk wettelijk bindend zal zijn.’
‘Als heer Aybara dat verzoekt, zal ik het toestaan.’ Ze klonk onbehaaglijk.
‘Ik verzoek dat inderdaad, Alliandre,’ antwoordde Perijn. ‘Maar alleen als Damodred belooft al mijn mensen vrij te laten. Hou gerust de spullen, maar laat de mensen gaan, zoals je me eerder al had beloofd.’
‘Goed dan,’ zei Galad. ‘Dat gebeurt zodra het geding begint. Ik beloof het. Wanneer ontmoeten we elkaar?’
‘Geef me een paar dagen om me voor te bereiden.’
‘Over drie dagen, dan,’ zei Galad. ‘We houden het rechtsgeding hier, in dit paviljoen, op deze plek.’
‘Breng je getuigen mee,’ zei Aybara. ‘Ik zal er zijn.’
27
Een oproep om te gaan staan
Ik heb niets tegen een verhoor van de Draak, las Egwene in de brief die in haar werkkamer was bezorgd. Sterker nog, hoemeer macht een man krijgt, hoe noodzakelijker vragen worden. Ik weet van mezelf dat ik mijn trouw niet eenvoudig schenk, maar hem heb ik mijn trouw geschonken. Niet vanwege de troon die hij me heeft verschaft, maar om wat hij voor Tyr heeft gedaan. Ja, hij wordt met de dag grilliger. Wat kunnen we anders verwachten van de Herrezen Draak? Hij zal de wereld breken. We wisten dit toen we hem ons vertrouwen schonken, net zoals een matroos soms zijn vertrouwen moet schenken aan de kapitein die zijn schip recht op het strand af stuurt. Als er een niet te bevaren storm achter hem nadert, dan is het strand de enige keus.
Toch baren uw woorden me zorgen. De vernietiging van de zegels is iets wat uitsluitend na zorgvuldig overwegen zou moeten plaatsvinden. De Draak heeft me opgedragen een leger te verzamelen, en dat heb ik gedaan. Als u in de beloofde Poorten voorziet, dan zal ik enkele troepen meenemen naar deze ontmoetingsplek, samen met de trouwe Hoogheren en Hoogvrouwes. Wees er echter van doordrongen dat de Seanchaanse aanwezigheid ten westen van mij me nog altijd zwaar bedrukt. Het grootste deel van mijn legers moet achterblijven. Hoogheer Darlin Sisnera, koning van Tyr onder regentschap van de Herrezen Draak Rhand Altor
Egwene tikte met haar vinger op het vel papier. Ze was onder de indruk; Darlin had zijn woorden opgeschreven in plaats van een boodschapper te sturen die ze uit zijn hoofd had geleerd. Als zo’n boodschapper in de verkeerde handen viel, zou Darlin zijn woorden altijd kunnen ontkennen. Een man veroordelen voor verraad op basis van de getuigenis van één boodschapper was lastig. Woorden op papier, echter... Stoutmoedig. Door ze op te schrijven zei Darlin: ‘Het kan me niet schelen of de Draak ontdekt wat ik heb geschreven. Ik sta erachter.’
Maar het grootste deel van zijn leger achterlaten? Dat was niet aanvaardbaar. Egwene vulde haar pen met inkt.
Koning Darlin. Uw zorg om uw koninkrijk is terecht, net als uw trouw aan de man die u volgt. Ik weet dat de Seanchanen een gevaar vormen voor Tyr, maar laten we niet vergeten dat de Duistere, niet de Seanchanen, onze voornaamste zorg is in deze verschrikkelijke tijden. Misschien waant u zich veilig voor de Trolloks nu u zo ver van de strijdlinies verwijderd bent, maar hoe zult u zich voelen als eenmaal de buffers van Andor en Cairhien zijn gevallen? Tussen u en de Seanchanen liggen honderden roeden. Egwene stopte even. Tussen Tar Valon en de Seanchanen hadden ook honderden roeden gelegen, maar de Toren was bijna vernietigd. Zijn angst was terecht, en het was goed van hem dat hij daar als koning bij stilstond. Maar ze had zijn leger nodig op de Akker van Merrilor. Misschien kon ze iets bieden zodat hij veilig was en tegelijkertijd hulp bood bij Rhand.
Illian houdt voorlopig stand, schreef ze, en vormt een buffer tussen de Seanchanen en u. Ik zal u voorzien van Poorten en een belofte. Als de Seanchanen oprukken naar Tyr, dan zal ik u Poorten verschaffen zodat u onmiddellijk kunt terugkeren om uw natie te verdedigen.