Выбрать главу

Ze aarzelde. De kans was groot dat de Seanchanen nu ook konden Reizen. Niemand was veilig voor hen, hoe ver weg of dichtbij ook. Als ze besloten Tyr aan te vallen, dan was het misschien niet eens voldoende als Darlin toegang had tot Poorten. Ze huiverde toen ze dacht aan haar eigen tijd bij de Seanchanen, gevangen als damane. Ze walgde van hen met een haat die haar soms zorgen baarde. Maar Darlins steun was van doorslaggevend belang voor haar. Ze knarsetandde en vervolgde haar brief. De Herrezen Draak moet onze volledige troepenmacht verzameld zien tegen zijn overmoedige bedoelingen. Als we hem halfhartig tegemoet treden, brengen we hem nooit van zijn koers af. Kom alstublieft met al uw troepen.

Ze strooide zand over de brief, vouwde hem op en verzegelde hem. Darlin en Elayne heersten over de twee machtigste koninkrijken. Beiden waren heel belangrijk voor haar plannen. Hierna zou ze antwoorden op een brief van Gregorin den Lushenos uit Illian. Ze had hem nog niet rechtstreeks laten weten dat ze Mattin Stepaneos in de Witte Toren had, maar had erop gezinspeeld. Ze had ook Mattin zelf gesproken en hem laten weten dat hij vrij was om te vertrekken als hij dat wenste. Ze wilde er geen gewoonte van maken om monarchen tegen hun wil vast te houden. Helaas vreesde Mattin nu voor zijn leven als hij zou terugkeren. Hij was te lang weg geweest en zag Illian als een land dat de Herrezen Draak in zijn zak had. Wat waarschijnlijk ook zo was. Wat een puinhoop.

Eén probleem tegelijk. Gregorin, de stadhouder van Illian, stond in het geheel niet te springen om haar zaak te steunen; hij scheen nog meer geïntimideerd door Rhand dan Darlin, en voor hem waren de Seanchanen geen verre zorg. Ze stonden bij hem al bijna op de stadspoort te bonzen.

Ze schreef Gregorin een onomwonden brief met eenzelfde belofte als ze aan Darlin had gedaan. Misschien kon ze regelen dat Mattin wegbleef – iets wat beide mannen mogelijk wilden, hoewel ze Gregorin dat niet zou vertellen – en zou hij dan in ruil daarvoor zijn legers meenemen naar het noorden.

Vaag besefte ze wat ze deed. Ze gebruikte Rhands verklaring als baken om daarmee de monarchen te verzamelen en aan de Witte Toren te binden. Ze zouden komen ter ondersteuning van haar argumenten tegen het breken van de zegels. Maar uiteindelijk zouden ze de mensheid dienen in de Laatste Slag.

Er werd aan haar deur geklopt. Ze keek op toen Silviana naar binnen gluurde. De vrouw stak een brief omhoog. Hij was strak opgerold omdat hij was aangekomen per postduif. ‘Je kijkt grimmig,’ merkte Egwene op.

‘De invasie is begonnen,’ zei ze. ‘De uitkijktorens langs de grens van de Verwording vallen een voor een uit. Hordes Trolloks rukken op onder zwart kolkende wolken. Kandor, Arafel en Saldea zijn in oorlog.’

‘Houden ze stand?’ vroeg Egwene met een steek van angst.

‘Ja,’ antwoordde Silviana. ‘Maar het nieuws is onzeker en komt mondjesmaat binnen. In deze brief – van ogen-en-oren die ik vertrouw – staat dat er sinds de Trollok-oorlogen niet meer zo’n grote aanval is geweest.’

Egwene haalde diep adem. ‘En Tarwins Kloof?’

‘Dat weet ik niet.’

‘Zoek het uit. Roep Siuan hierheen. Zij weet misschien meer. Het netwerk van de Blauwen is het meest uitgebreid.’ Siuan zou niet alles weten, natuurlijk, maar ze zou zich ermee bezighouden. Silviana knikte kort. Het overduidelijke sprak ze niet uit: dat het netwerk van de Blauwen van de Blauwe Ajah was en dat de Amyrlin er geen beslag op mocht leggen. Nou, de Laatste Slag was ophanden. Er moesten concessies worden gedaan.

Silviana sloot zachtjes de deur, en Egwene pakte haar pen op om haar schrijven aan Gregorin te voltooien. Ze werd gestoord doordat er nogmaals werd geklopt, nu dringender. Silviana gooide meteen daarna de deur open.

‘Moeder,’ zei ze. ‘Ze vergaderen. Zoals u had voorspeld!’ Hoewel Egwene geërgerd was, legde ze rustig haar pen neer en stond op. ‘Laten we dan maar gaan.’

Ze liep met snelle passen haar werkkamer uit. In de voorkamer van de Hoedster waren twee Aanvaarden: Nicola, die net was verheven, en Nissa. Ze zou graag zien dat die beiden de stola verwierven voordat de Laatste Slag begon. Ze waren nog jong, maar sterk, en elke zuster zou nodig zijn; zelfs iemand als Nicola, die in het verleden had bewezen een slecht oordeelsvermogen te hebben. Deze twee hadden het nieuws over de Zaal gebracht; de Novices en Aanvaarden waren het trouwst aan Egwene, maar werden vaak genegeerd door de zusters. Voorlopig bleven ze hier achter terwijl Egwene en Silviana zich naar de Zaal repten.

‘Ongelooflijk dat ze dit proberen,’ zei Silviana zachtjes onder het lopen.

‘Het is niet wat je denkt,’ gokte Egwene. ‘Ze zullen niet proberen me af te zetten. De verdeling ligt nog te vers in het geheugen.’

‘Waarom houden ze dan een bespreking zonder u?’

‘Je kunt ook dingen tegen de Amyrlin ondernemen zonder haar af te zetten.’

Ze verwachtte dit al enige tijd, al maakte dat het nog niet minder frustrerend. Maar Aes Sedai bleven, helaas, Aes Sedai. Het was slechts een kwestie van tijd geweest voordat iemand zou proberen haar macht te ontfutselen.

Ze kwamen bij de Zaal aan. Egwene duwde de deuren open en stapte naar binnen. Haar verschijnen werd ontvangen met koele Aes Sedai-blikken. De zetels waren niet allemaal gevuld, maar twee derde wel. Ze was verbaasd drie Rode Gezetenen te zien. Hoe zat het met Pevara en Javindhra? Kennelijk was hun aanhoudende afwezigheid in deze tijd aanleiding geweest voor de Roden om actie te ondernemen. Ze waren vervangen door Rachin en Viria Connoral. Die twee waren de enige zusjes in de Witte Toren nu Vandene en Adeleas dood waren; een vreemde keus, maar niet onverwacht. Zowel Romanda als Lelaine was er. Ze keken Egwene vlak aan. Wat merkwaardig om hen hier te zien, bij zoveel zusters met wie ze het oneens waren geweest. Een gezamenlijke vijand – Egwene – kon vele kloven overbruggen. Ze zou daar misschien blij om moeten zijn. Lelaine was de enige Blauwe, en er was ook maar één Bruine zuster: Takima, die misselijk leek. De zuster met haar ivoorkleurige huid ontweek Egwenes blik. Er waren twee Witte zusters, twee Gele – onder wie Romanda – twee Grijze, en alle drie de Groene. Egwene knarste met haar tanden toen ze dat zag. Dat was de Ajah die zij zou hebben gekozen, maar die bezorgde haar de meeste kopzorgen! Egwene berispte hen niet omdat ze zonder haar een vergadering hadden belegd; ze beende gewoon tussen hen door en liet zich door Silviana aankondigen. Ze draaide zich om en nam plaats op de Amyrlin Zetel, met haar rug naar het grote roosvenster. Ze bleef zwijgen. ‘Nou?’ vroeg Romanda uiteindelijk. Met haar grijze haar in een knot leek ze wel een moederwolf op een rots voor haar hol. ‘Gaat u niets zeggen, Moeder?’

‘Jullie hadden me niet van deze vergadering op de hoogte gesteld,’ zei Egwene, ‘dus ik neem aan dat jullie mijn woorden niet willen. Ik ben alleen maar gekomen om mee te luisteren.’ Dat leek hen nog onbehaaglijker te maken. Silviana liep met een verongelijkt gezicht naar haar toe.

‘Goed dan,’ zei Rubinde. ‘Ik geloof dat we nu van Saroiya zouden horen.’

De forse Witte was een van de Gezetenen die de Toren hadden verlaten toen Elaida werd verheven, maar ze had voldoende problemen veroorzaakt in Salidar. Egwene was niet verbaasd haar hier te zien. De vrouw stond op en keek nadrukkelijk niet naar Egwene. ‘Ik zal mijn getuigenis toevoegen. Tijdens de dagen van... onzekerheid binnen de Toren’ – daarmee bedoelde ze de verdeling; er waren niet veel zusters die daar rechtstreeks naar verwezen – ‘deed de Amyrlin wat Romanda aangaf. Het was een verrassing voor ons toen ze om een oorlogsverklaring riep.

De wet voorziet in regels waarmee de Amyrlin bijna volledige macht krijgt zodra officieel de oorlog is verklaard. Door ons te laten overhalen oorlog te voeren tegen Elaida, gaven we de Amyrlin de middelen om de Zaal aan haar wil te onderwerpen.’ Ze keek om zich heen, maar niet naar Egwene. ‘Ik ben van mening dat de Amyrlin zoiets opnieuw kan proberen. Dat moet worden voorkomen. De Zaal is bedoeld als tegenwicht voor de macht van de Amyrlin.’ Ze ging zitten.